Rechtbank Rotterdam
Verschoningskamer
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/727485 / HA RK 26-992
Beslissing van 9 oktober 2026
op het verzoek van
mr. M. Aukema,
rechter in de rechtbank Rotterdam,
hierna: de rechter,
ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de zaak van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats],
verzoeker
1. Het procesverloop en de processtukken
Aan de rechter is toebedeeld de zaak van verzoeker inhoudende een verzoek van 22 mei 2026 tot omzetting van een faillissement (zaaknummer F.10/24/311) naar toepassing van de wettelijke schuldsanering op grond van artikel 15b van de Faillissementswet.
Op 5 oktober 2026 heeft de rechter een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.
De verschoningskamer heeft toegang gekregen tot het dossier van de hoofdzaak.
2. Het verzoek
De rechter verzoekt om zich te mogen verschonen als lid van meervoudige kamer die op 12 oktober 2026 het verzoek van verzoeker zal gaan behandelen. Als onderbouwing van het verschoningsverzoek heeft de rechter – samengevat weergegeven – het volgende aangevoerd. De rechter heeft op 13 augustus 2024 het faillissement van de verzoeker uitgesproken op tegenspraak. Gelet hierop alsmede het feit dat hij als toezichthouder heeft opgetreden in de eerste elf maanden van het faillissement, is de rechter van mening dat hij het verzoek van de verzoeker op 12 oktober 2026 niet kan behandelen.
3. De beoordeling
Verschoning is een middel om de onpartijdigheid van de rechter te verzekeren. Voorop staat dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter tegenover een partij een vooringenomenheid koestert of dat de bij deze partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
Aan de door de rechter aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter – subjectief – niet onpartijdig is.
Vervolgens moet worden beoordeeld of de aangevoerde omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden – objectief – gerechtvaardigd is.
De omstandigheden die de rechter heeft aangevoerd, in samenhang met het gegeven dat de rechter daarin aanleiding heeft gezien zelf een verzoek in te dienen om zich te mogen verschonen van de verdere behandeling van de hoofdzaak, levert naar het oordeel van de verschoningskamer een zwaarwegende aanwijzing als hiervoor in 3.3. bedoeld op.
Het verschoningsverzoek wordt om deze reden toegewezen.
4. De beslissing
De verschoningskamer:
wijst het verschoningsverzoek toe.
Deze beslissing is op 9 oktober 2026 gegeven door mr. J. van den Bos, voorzitter, mr. J.F. Koekebakker en mr. C. Sikkel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Jallal, griffier, en bij afwezigheid van de voorzitter, de oudste rechter en de griffier ondertekend door de jongste rechter.
de griffier de jongste rechter
de griffier is buiten staat
deze beslissing te ondertekenen