ECLI:NL:RBROT:2026:14952

ECLI:NL:RBROT:2026:14952

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 08-09-2026
Datum publicatie 29-10-2026
Zaaknummer 10-330408-25, 10-072239-26 en 10-242978-25 en 09-256672-23 en 10-205944-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

bewezenverklaring voor diefstal meerdere scooters in vereniging, openlijk geweld, medeplegen van oplichting, vernieling, eenvoudige belediging, diefstal en vuurwapenbezit. Beroep op noodweer(exces) verworpen. Vorderingen BP n-o en deels toegewezen, TUL JD omgezet in een TS. Straf: deels voorwaardelijke jeugddetentie en een onvoorwaardelijke werkstraf.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummers: 10-330408-25, 10-072239-26 en 10-242978-25 (gevoegd ttz)

Parketnummer vordering TUL: 09-256672-23 en 10-205944-25

Datum uitspraak: 8 september 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres 1], [postcode] [plaatsnaam],

raadsman mr. A. Dogan, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 25 augustus 2026.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. H.J. du Croix heeft gevorderd:

4. Waardering van het bewijs

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder parketnummer 10-330408-25 onder 1 (de feiten gepleegd op 5 september 2025, 25 september 2025 en 11 november 2025), 2 primair, 3, 4, 5, 6, en 7, het onder parketnummer 10-072239-26 en het onder parketnummer 10-242978-25 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

Vrijspraak parketnummer 10-330408-25 onder 1 gepleegd op 14 september 2025

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van de onder parketnummer 10-330408-25 onder 1 ten laste gelegde scooterdiefstal op 14 september 2025. In de telefoon van de verdachte is een foto van de kentekenplaat van de weggenomen scooter aangetroffen. Daarnaast blijkt uit de locatiegegevens van de telefoon van de verdachte dat hij zich op 14 september 2025 tussen 12:30 en 13:00 uur op de plaats bevond waar de scooter is weggenomen.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de scooterdiefstal op 14 september 2025.

Op zondag 14 september 2025 tussen 9.30 en 16.00 uur is de scooter van aangeefster Swijnenburg gestolen uit een fietsenstalling bij de G.B. Shawplaats in Rotterdam. De verdachte ontkent de scooter te hebben gestolen. Uit de zendmastgegevens van de telefoon van de verdachte blijkt dat zijn telefoon op 14 september 2025 tussen 12.30 uur en 13.00 uur verbinding maakte met een zendmast aan de Dawesweg in Rotterdam. De Dawesweg ligt op ongeveer 650 meter van de G.B. Shawplaats. In de telefoon van de verdachte is een foto aangetroffen van de weggenomen scooter. Uit de telefoongegevens van de verdachte blijkt dat deze foto op 25 september 2025 op zijn telefoon is geüpload, terwijl de scooter is weggenomen op 14 september 2025. Dat de verdachte op 14 september 2025 in de omgeving is geweest van de plek waar de scooter is weggenomen en elf dagen later een foto van de scooter op zijn telefoon is geüpload, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende voor de conclusie dat hij dus betrokken is geweest bij de diefstal van die scooter.

De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van de ten laste gelegde scooterdiefstal op 14 september 2025.

Conclusie

Het onder parketnummer 10-330408-25 onder 1, gepleegd op 14 september 2025, ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Vrijspraak parketnummer 10-330408-25 onder 1 gepleegd op 6 november 2025

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van de onder parketnummer 10-330408-25 onder 1 ten laste gelegde scooterdiefstal op 6 november 2025. Uit de telefoongegevens van de verdachte blijkt dat hij zich ten tijde van de diefstal op de plaats bevond waar de scooter is weggenomen. De telefoon van de verdachte is getapt. In de afgeluisterde gesprekken gevoerd op 6 november, zegt de verdachte dat hij een Zip zoekt omdat hij daar al een koper voor heeft. Ook zegt hij dat hij zijn schroevendraaier is vergeten en vraagt hij zijn gesprekspartner een schroevendraaier te komen brengen naar het Centraal Station in Rotterdam, de plek waar de scooter is weggenomen. Tenslotte is op de telefoon van de verdachte een foto van de weggenomen scooter aangetroffen.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de scooterdiefstal op 6 november 2025.

Op 6 november 2025 tussen 9.30 uur en 18.00 uur is de scooter van [aangever 1] gestolen bij het Centraal Station in Rotterdam. Het betreft een Piaggio C38 (Vespa). De verdachte ontkent deze scooter te hebben gestolen. Uit de zendmastgegevens van de telefoon van de verdachte blijkt dat zijn telefoon op 6 november 2025 omstreeks 17.33 uur een zendmast gelegen aan de Schimmelpenninckstraat in Rotterdam heeft aangestraald. Dat is in de directe omgeving van het Centraal Station. Deze omstandigheid en de

de inhoud van de getapte telefoongesprekken over de schroevendraaier en het zoeken van een Zip geven op zijn minst te denken, maar kunnen naar het oordeel van de rechtbank niet tot de conclusie leiden dat de verdachte daarmee dus betrokken was bij de diefstal van de Piaggio C38 van [aangever 1]. Het aantreffen van de foto van de scooter op de telefoon van de verdachte maakt dat niet anders. Deze foto dateert van 14 oktober 2025, terwijl de scooter op 6 november 2025 is weggenomen.

De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van de ten laste gelegde scooterdiefstal op 6 november 2025.

Conclusie

Het onder parketnummer 10-330408-25 onder 1, gepleegd op 6 november 2025 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10-330408-25 onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10-330408-25 onder 1 (de feiten van 5 september 2025, 25 september 2025 en 11 november 2025), 3, 4, 5, 6 en 7, parketnummer 10-072239-26 en parketnummer 10-242978-25 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

Parketnummer 10-330408-25

1.hij- op 5 september 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meeranderen, een scooter met kenteken [kenteken 1], toebehorende aan [slachtoffer 1],- op 25 september 2025 te Gouda, tezamen en in vereniging met een of meeranderen, een scooter met kenteken [kenteken 2], toebehorende aan [slachtoffer 2],- op 25 september 2025 te Nieuwerkerk aan den IJssel, tezamen en in verenigingmet een of meer anderen, een scooter met kenteken [kenteken 3], toebehorende aan [slachtoffer 3][slachtoffer 3],- op 11 november 2025 te Gouda, tezamen en in vereniging met een of meeranderen, een scooter met kenteken [kenteken 4], toebehorende aan [slachtoffer 4],heeft weggenomen met telkens het oogmerk om die scooter zich wederrechtelijk toete eigenen;

2.hij op 20 september 2025 te Rotterdamop of aan de Conradstraat en/of het Stationsplein, in elk geval openlijkin vereniginggeweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten [slachtoffer 5], [slachtoffer 6]en [slachtoffer 7], door die [slachtoffer 5], [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] meermalen (met gebaldevuist en een mes) te slaan;

3.hij op 18 oktober 2025 te Capelle aan den IJssel, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,[slachtoffer 8] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weteneen geldbedrag van 60 euro, door- op Marktplaats een advertentie te plaatsen waarin PlayStation controllers te koopwerden aangeboden en- in voornoemde advertentie een valse naam te vermelden en- met die [slachtoffer 8] een prijs voor de aankoop van twee controllers overeen te komen,te weten 60 euro, en afspraken te maken over de verzending van de controllers en- die [slachtoffer 8] een betaalverzoek van 60 euro te sturen en- de controllers niet te verzenden en aan te geven dat hij de controllers pas zouverzenden als die [slachtoffer 8] 20 euro en/of 10 euro extra zou overmaken;

4.hij op 20 oktober 2025 te Capelle aan den IJsselopzettelijk en wederrechtelijkeen ruit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te wetenaan [slachtoffer 9], toebehoordeheeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

5.hij op of omstreeks 10 november 2025 te Hilversum en/of Capelle aan den IJssel,althans in Nederland,opzettelijk[slachtoffer 8],in zijn tegenwoordigheid,mondeling,heeft beledigddoor hem de woorden toe te voegen: "Je kanker moeder" en "Gakanker huilen bij overheid, je kanker ma pa", althans woorden van gelijkebeledigende aard en/of strekking;

6.hij op 15 juni 2026 te Rotterdameen of meer emballage kratten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aanBrasserie Lef, gevestigd aan de [adres 2], in elk geval aan een andertoebehoorde(n) heeft weggenomenmet het oogmerk om het zich deze wederrechtelijk toe te eigenen;

7.hij op 21 juni 2026 te Rotterdamop of aan de Hesseplaats, in elk geval openlijk,in vereniginggeweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 10],door die [slachtoffer 10]- meermalen te schoppen, te stompen en te slaan tegen het hoofd en het lichaam en- op de grond te gooien en- een kopstoot te geven.

Parketnummer 10-072239-26

hij op 9 maart 2026 te Capelle aan den IJssel

een of meer stuks Müllermilk, een zak chips en een blik vis, in elk geval enig goed,

dat/die geheel of ten dele aan Albert Heijn, vestiging [adres 3], in elk geval

aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Parketnummer 10-242978-25

hij op 14 september 2025 te Rotterdamtezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, teweten een revolver, van het merk/type BBM Olympic 38, kaliber .22 Lr,zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistoolvoorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren op:

Parketnummer 10-330408-25

1.

5 september 2025 te Rotterdam

diefstal tezamen en in vereniging met een ander

25 september 2025 te Gouda

diefstal tezamen en in vereniging met een ander

25 september 2025 te Nieuwerkerk aan den IJssel

diefstal tezamen en in vereniging met een ander

11 november 2025 te Gouda

diefstal tezamen en in vereniging met een ander

2.

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

3.

medeplegen van oplichting

4.

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen

5.

eenvoudige belediging

6.

diefstal

7.

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

Parketnummer 10-072239-26

diefstal

Parketnummer 10-242978-25

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III van die wet

Strafbaarheid van het feit of de verdachte (parketnummer 10-330408-25 onder 2 primair)

Standpunt verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, nu aan hem een geslaagd beroep op noodweer, dan wel noodweerexces toekomt. De verdachte ontkent niet dat hij tijdens het incident een machete heeft gepakt en dat zijn handelen voor de betrokkenen bedreigend kan zijn overgekomen. Hij heeft verklaard dat hij door de groep jongens werd bedreigd en geslagen, onder meer met een kettingslot. Dit vindt steun in een objectieve waarneming van [verbalisant]. De verdachte bevond zich tegenover meerdere personen en werd geconfronteerd met geweld waarbij een voorwerp werd gebruikt dat bij een slag tegen het hoofd ernstig letsel kan veroorzaken. Hierdoor was sprake van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. De verdachte handelde proportioneel, want met een kettingslot slaan is op zekere hoogte hetzelfde als met een machete zwaaien. De verdachte had geen andere keuze dan direct zo te handelen. Een eventuele overschrijding van de grenzen van de noodzakelijke verdediging is gelet op de situatie verontschuldigbaar.

Beoordeling

De vraag die de rechtbank allereerst moet beantwoorden is of aannemelijk is dat sprake was van een noodweersituatie, met andere woorden: of sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van de verdachte.

De rechtbank stelt op basis van het dossier het volgende vast. [verbalisant] heeft verklaard dat hij heeft waargenomen dat de machete op de grond lag toen een jongen een zwaaiende beweging maakte met een kettingslot in de richting de verdachte. [aangever 2] heeft verklaard dat met een kettingslot in de richting van de verdachte werd geslagen, nadat de verdachte richting zijn vriend een slaande beweging maakte met de machete. Daaraan voorafgaand hadden de verdachte en de medeverdachte zijn vrienden meerdere vuistslagen gegeven. Tenslotte is op de camerabeelden te zien dat de verdachte vanuit zijn kleding een machete tevoorschijn haalt. Op dat moment is te zien dat een jongen de verdachte kennelijk aan het filmen is, maar niet dat de verdachte wordt aangevallen. De verklaring van de verdachte dat hij in een noodweersituatie verkeerde omdat hij werd aangevallen en geslagen is niet aannemelijk geworden. De rechtbank komt daarom niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van het noodweerverweer. Omdat er geen sprake is van noodweer, kan ook een beroep op noodweerxces niet slagen.

Het verweer wordt verworpen.

Conclusie

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich op 16-jarige leeftijd schuldig gemaakt aan het plegen van twaalf strafbare feiten.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere diefstallen. Zo heeft hij zich in de periode van 5 september 2025 tot en met 11 november 2025 samen met een ander schuldig gemaakt aan vier diefstallen van scooters. Op 9 maart 2026 heeft hij zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal en op 15 juni 2026 aan diefstal van twee emballage kratten van een horecabedrijf. De verdachte heeft met zijn handelen laten zien dat hij geen respect heeft voor de eigendommen van anderen. Dit soort diefstallen veroorzaken schade en overlast voor de eigenaren van de scooter, de winkeliers en de maatschappij. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij de overlast en schade voor anderen voor lief heeft genomen en kennelijk alleen oog heeft gehad voor zichzelf en zijn eigen financiële gewin.

Op 14 september 2025 heeft de verdachte zich samen met een ander schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een revolver. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens vormt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen en heeft een enorme maatschappelijke impact. Het voorhanden hebben van vuurwapens leidt immers maar al te vaak ook tot het gebruik daarvan, met alle gevolgen van dien. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan. Er dient streng opgetreden te worden tegen het ongecontroleerde bezit van vuurwapens.

Op 20 september 2025 en op 21 juni 2026 heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging in vereniging. Door zijn handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. De rechtbank overweegt voorts dat dergelijk geweld, gepleegd in het openbaar, gevoelens van angst en onveiligheid bij de omstanders en in de samenleving in het algemeen veroorzaakt. De rechtbank rekent dit alles de verdachte aan.

Op 18 oktober 2025 heeft hij zich schuldig gemaakt aan oplichting via Markplaats. Op Marktplaats heeft de verdachte onder een valse naam PlayStation controllers aangeboden en verkocht, maar niet geleverd. Op 10 november 2025 heeft de verdachte dit slachtoffer ook beledigd toen het slachtoffer de verdachte ermee confronteerde dat hij nog € 60 van hem kreeg. Met zijn handelen heeft de verdachte niet alleen geld van het slachtoffer afhandig gemaakt, maar hij heeft ook het vertrouwen van het slachtoffer in de medemens en zijn vertrouwen in het doen van aankopen via dergelijke toegankelijke en populaire handelsforums op het internet aangetast. Door het slachtoffer vervolgens te beledigen toen hij probeerde zijn geld terug te krijgen, heeft de verdachte het slachtoffer ook aangetast in zijn persoonlijke waardigheid. Het handelen van de verdachte getuigt van brutaliteit en egoïsme. De verdachte heeft hier kennelijk geen moment bij stil gestaan. De verdachte zich laten leiden door persoonlijk financieel gewin en zich niet bekommerd om de gevolgen voor de koper.

Tenslotte heeft de verdachte zich op 20 oktober 2025 schuldig gemaakt aan vernieling door een steen door een ruit van een woning te gooien. Door de vernieling van de ruit heeft de verdachte gevoelens van angst en onrust bij de bewoonster veroorzaakt. Dit is ook gebleken uit de toelichting op de vordering van de benadeelde partij. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 6 augustus 2026, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 13 augustus 2026. Dit rapport houdt, voor zover van belang, het volgende in.

Het algemeen recidive risico komt uit op heel hoog. Het totaal dynamisch risicoprofiel komt uit op hoog, waarbij op vrijwel alle domeinen (veel) risico's worden gezien die de kans op herhaling van delictgedrag beïnvloeden. Impulsiviteit lijkt bij alle verdenkingen een belangrijke rol te hebben gespeeld. Daarbij lijkt de verdachte moeite te hebben om (sociale) situaties te overzien en de gevolgen van zijn handelen in te schatten, hetgeen vanuit zijn problematiek (ASS en ADHD) verklaard zou kunnen worden. Ook zijn er zorgen over zijn moreel besef en over verharding, gezien het groot aantal verdenkingen waarvoor hij zich moet verantwoorden en zijn ver problemen op het gebied van emotieregulatie en verliesverwerking. Om de kans op herhaling van delictgedrag te verkleinen, is de Raad van mening dat behandeling noodzakelijk is. Forensische behandeling door een instelling als de Waag of Fivoor is noodzakelijk om de achterliggende problematiek te behandelen en zijn vaardigheden te versterken. Daarbij dient ook de middelenproblematiek (cannabisgebruik en mogelijk ook alcohol) meegenomen te worden, aangezien hij dit momenteel als vermijdingsstrategie inzet. Ook is een positieve dagbesteding in de vorm van onderwijs en/of werk belangrijk, zodat hij kan werken aan zijn toekomst. Verder vindt de Raad het belangrijk dat de jeugdreclassering betrokken blijft om het behandeltraject te monitoren en indien nodig bij te sturen, hem te begeleiden bij het starten van zijn opleiding/leer-werk-traject en toe te zien op de naleving van de voorwaarden. De Raad ziet een meerwaarde in het voorlopig hanteren van de avondklok om hem verder te kaderen en de risico's op herhaling van delictgedrag in te perken. De Raad is van mening dat een onvoorwaardelijke werkstraf in combinatie met een deels voorwaardelijke jeugddetentie passend is om de gevolgen van het delictgedrag te onderstrepen. De Raad adviseert het onvoorwaardelijke deel van de jeugddetentie gelijk te stellen aan het voorarrest en een voorwaardelijk deel als waarschuwing om geen strafbare feiten meer te plegen. Als bijzondere voorwaarden adviseert de Raad dat de verdachte:

zich inzet voor zijn lasopleiding door naar school/werk te gaan volgens rooster en de aldaar geldende afspraken na te komen;

inzicht geeft in zijn vriendengroep;

zich houdt aan een avondklok van 20:00 uur tot 07:00 uur, zolang de jeugdreclassering dit nodig acht, met een maximale termijn van drie maanden;

zich houdt aan het contactverbod met de slachtoffers en medeverdachten;

meewerkt aan interventies die worden ingezet door de jeugdreclassering zoals een forensische behandeling bij de Waag, Fivoor of een soortgelijke instelling, met daarin aandacht voor het middelengebruik en de afname van een psychologisch onderzoek.

Met opdracht aan de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

Deskundige [naam], werkzaam als jeugdreclasseerder bij de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, heeft ter zitting naar voren gebracht dat de verdachte zich ontwikkelt met heel veel vallen en opstaan. Momenteel gaat het goed en hopelijk weet hij deze positieve lijn vast te houden. Ook met zijn opleiding bij het Lasinstituut gaat het goed. Hij heeft daar een mentor waarmee hij een goede klik heeft. De verdachte dient te werken aan zijn gedrag en daar heeft hij hulp bij nodig. Ook is hulp nodig voor het stoppen met blowen aangezien hij al jaren zegt dat hij gaat minderen met blowen maar dit nog altijd niet structureel is gelukt. Hij heeft eerder behandeling gehad bij de Waag maar dat is mislukt. Hij is nu aangemeld bij Fivoor en kan daar ook een coach krijgen. Het is van belang dat hij zijn opleiding bij het Lasinstituut voortzet. Wanneer de vorderingen tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie zullen worden toegewezen zal dit zijn opleiding doorkruisen, wat heel jammer zou zijn. Hij heeft wel veel feiten gepleegd dus daar zou hij wel voor gestraft moeten worden. Hij werkt vier dagen in de week dus dan zou hij twee dagen in de week een eventuele taakstraf kunnen uitvoeren.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien het aantal en de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een fors aantal feiten in een relatief korte periode. Bovendien liep de verdachte ook in twee proeftijden ten tijde van het plegen van deze feiten. In de positieve ontwikkeling die de verdachte heeft laten zien sinds hij door de rechtbank is geschorst uit de voorlopige hechtenis, ziet de rechtbank aanleiding de duur van het onvoorwaardelijke deel van de jeugddetentie gelijk te stellen aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De verdachte hoeft dus niet terug naar de jeugdgevangenis. Gelet op de zorgen die er zijn rondom de verdachte, is het van belang dat de begeleiding die de verdachte volgens de Raad en de jeugdreclassering nu krijgt en nodig heeft wordt gecontinueerd. Daarom wordt ook een deels voorwaardelijke jeugddetentie opgelegd met de hieronder genoemde bijzondere voorwaarden. Het voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Daarnaast zal de rechtbank een onvoorwaardelijke taakstraf bestaande uit een werkstraf opleggen. De rechtbank acht dit passend omdat hiermee de ernst van de feiten en de gevolgen die verdachtes handelen heeft gehad voor de slachtoffers, worden benadrukt.

Alles afwegend acht de rechtbank een jeugddetentie voor de duur van 155 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 100 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar met bijzondere voorwaarden, en een onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 40 uur, passend en geboden.

8. Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

[benadeelde partij 1]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 1], ter zake van het onder parketnummer 10-330408-25 onder 1 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 948,75 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij. De benadeelde partij heeft schade geleden en heeft deze voldoende onderbouwd in zijn vordering.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht de vordering af te wijzen gelet op de bepleitte vrijspraak.

Beoordeling

Nu de verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde feit zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Conclusie

In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.

[benadeelde partij 2]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 2], ter zake van het onder parketnummer 10-330408-25 onder 1 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 1.200,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.

Standpunt verdediging

De verdediging verzoekt de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren nu de vordering onvoldoende is onderbouwd. Het is niet duidelijk wat de waarde van de scooter is geweest nu geen aankoopbewijs is overgelegd. Daarnaast blijkt niet of de verzekering de schade heeft vergoed.

Beoordeling

De benadeelde partij zal ten aanzien van de gevorderde materiële schade in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de vordering mede gelet op de betwisting daarvan door de verdediging onvoldoende is onderbouwd. Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vordering, kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Conclusie

In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.

[benadeelde partij 3]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 3], ter zake van de onder parketnummer 10-330408-25 onder 3 en 5 tenlastegelegde feiten. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 85,- aan materiële schade voor het onder parketnummer 10-330408-25 onder 3 ten laste gelegde en € 250,- aan immateriële schade voor het onder parketnummer 10-330408-25 onder 5 ten laste gelegde, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot gehele toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partij, waarbij hoofdelijke aansprakelijkheid geldt ten aanzien van de materiële schade van € 85,- nu de verdachte het onder parketnummer 10-330408-25 onder 3 ten laste gelegde feit samen met zijn mededader heeft gepleegd.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de materiële schade gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De verdachte begrijpt dat de benadeelde partij schade heeft opgelopen en is bereid deze terug te betalen. Met betrekking tot de immateriële schade wordt verzocht deze af te wijzen, dan wel te matigen.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door de onder parketnummer 10-330408-25 onder 3 en 5 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks materiële en immateriële schade is toegebracht. De materiële schade is onderbouwd en door de verdediging niet betwist. Met betrekking tot de immateriële schade is door de benadeelde partij in zijn aanvullende brief een toegelicht gegeven over de impact van het bewezen verklaarde strafbare feit. Gelet daarop en op toegekende vergoedingen in soortgelijke zaken, zal de vordering worden toegewezen.

Hoofdelijkheid

Nu de verdachte het strafbare feit onder parketnummer 10-330408-25 onder 3 ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend, te weten € 85,- materiële schade, samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

Wettelijke rente

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden materiële schadebedrag van

€ 85,- vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 18 oktober 2025 en het te vergoeden immateriële schadebedrag van € 250,- vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 10 november 2025.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 335,-, (€ 205,- en € 85,-) vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

[benadeelde partij 4]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [slachtoffer 9], ter zake van het onder parketnummer 10-330408-25 onder 4 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 2.169,94 aan materiële schade en € 2.500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 513,35 aan materiële schade en een bedrag van

€ 1.000,- aan immateriële schade.

Standpunt verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. De vordering is onvoldoende onderbouwd. Ook wordt in de onderbouwing verwezen naar een ex-partner die met dit feit te maken zou hebben. De causaliteit tussen het feit en de ex-partner van de benadeelde partij kan echter niet bewezen worden. Daarnaast is de materiële schade al gedekt door de verzekering.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het onder parketnummer 10-330408-25 onder 4 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De vordering met betrekking tot de schadepost die ziet op het rolgordijn is voldoende onderbouwd. Met betrekking tot de overige schadeposten is de vordering onvoldoende onderbouwd. Voor zover de vordering ten aanzien van de materiële schade voldoende is onderbouwd, is voor dat bedrag al een vergoeding door de verzekering toegekend. De benadeelde partij zal ten aanzien van de gevorderde materiële schade in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Daarnaast is vast komen te staan dat aan de benadeelde partij door het onder parketnummer 10-330408-25 onder 4 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. In de vordering van de benadeelde partij is toegelicht dat de impact van het bewezenverklaarde strafbare feit groot is. Die schade zal op dit moment op basis van de gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op

€ 1.000,-. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard.

Wettelijke rente

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 20 oktober 2025.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 1.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

9. Vordering tenuitvoerlegging

Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

Parketnummer 09-256672-23

Bij vonnis van 21 november 2024 van de meervoudige kamer van deze rechtbank is de verdachte ter zake van diefstal met geweld in vereniging en bedreiging veroordeeld voor zover van belang tot een jeugddetentie voor de duur van 90 dagen, waarvan 43 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 6 december 2024.

Bij vonnis van 30 juni 2025 zijn daarvan al 10 dagen in de vorm van een werkstraf van 20 uur ten uitvoer gelegd zodat nog 33 dagen voorwaardelijke jeugddetentie resteren.

Parketnummer 10-205944-25

Bij vonnis van 19 november 2025 van de kinderrechter van deze rechtbank is de verdachte ter zake van belediging van een ambtenaar, wederspannigheid, wapenbezit, diefstal in vereniging met braak, diefstal en het opzettelijk uitgeven van valse biljetten veroordeeld voor zover van belang tot een jeugddetentie voor de duur van 31 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 4 december 2025.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vorderingen tot tenuitvoerlegging gedeeltelijk toe

te wijzen in die zin dat voor elke vordering de tenuitvoerlegging van 10 dagen jeugddetentie

zal worden toegewezen en omgezet in een werkstraf voor de duur van 20 uur.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht de vorderingen tenuitvoerleggingen af te wijzen, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Detentie zal de verdachte niet goed doen in deze fase van zijn leven. Hij zou dan zijn werkzaamheden als lasser verliezen.

Beoordeling

De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van de vonnissen van 21 november 2024 en 30 juni 2025 en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan de vonnissen verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.

In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straffen worden gelast. Er worden redenen gezien die last niet geheel te geven, maar in plaats daarvan in de zaak met parketnummer 09-256672-23 15 dagen jeugddetentie te gelasten en deze om te zetten in een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 30 uren en in de zaak met parketnummer 10-205944-25 ook 15 dagen jeugddetentie te gelasten en deze ook om te zetten in een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 30 uren.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 141, 266, 310 en 350 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

11. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte de onder parketnummer 10-330408-25 onder 1 gepleegd op 14 september 2025 en gepleegd op 6 november 2025 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte de onder parketnummer 10-330408-25 onder 1 (de feiten gepleegd op 5 september 2025, 25 september 2025 en 11 november 2025), 2, 3, 4, 5, 6, en 7, het onder parketnummer 10-072239-26 en het onder parketnummer 10-242978-25 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 155 (honderdvijfenvijftig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 (veertig) uren;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 20 (twintig) dagen;

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 100 (honderd) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Reclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- zal meewerken aan behandeling, begeleiding en/of coaching door Fivoor of een soortgelijke instelling, indien en zolang de jeugdreclassering dat nodig vindt;

- zich zal inzetten voor het hebben en behouden van een zinvolle dagbesteding in de vorm van school, stage en/of werk en de aldaar geldende afspraken na zal komen;

- inzicht geeft in zijn vriendengroep;

- zich zal houden aan een avondklok voor de maximale duur van drie maanden of zoveel korter als de jeugdreclassering noodzakelijk acht. Deze avondklok houdt in dat de veroordeelde dagelijks om 20:00 uur thuis, te weten op het adres: [adres 1], [postcode] te [plaatsnaam], zal zijn en thuis zal blijven tot de volgende ochtend 7:00 uur. Deze tijdstippen van de avondklok kunnen worden gewijzigd door de jeugdreclassering, in die zin dat de veroordeelde in dat geval ’s avonds later thuis mag komen en ’s ochtends eerder van huis mag;

- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met medeverdachten:

- Sem Rocardo Johannes Hoogerwerf, geboren op 10 januari 2009,

- Dayomar Loraino Ireneio Whitfield, geboren op 24 maart 2010,

- Ean Eshuis, geboren op 23 juni 2010,

- Revelinio Swamie Shay Goerdial, geboren op 2 juli 2009;

- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met slachtoffers:

- [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2] 1999,

- [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3] 2007,

- [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum 4] 1980,

- [slachtoffer 4], geboren op [geboortedatum 5] 2006,

- [slachtoffer 7], geboren op [geboortedatum 6] 2007,

- [slachtoffer 6], geboren op [geboortedatum 7] 2007,

- [slachtoffer 5], geboren op [geboortedatum 8] 2007,

- [slachtoffer 8], geboren op [geboortedatum 9] 1981,

- [slachtoffer 9], geboren op [geboortedatum 10] 1986,

- [slachtoffer 10], geboren op [geboortedatum 11] 2011;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;

verklaart de [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in de vordering;

verklaart de [benadeelde partij 2]niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de verdachte (deels hoofdelijk met zijn mededader), om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 3], te betalen een bedrag van € 335,- (zegge: driehonderdvijfendertig euro), bestaande uit € 85,- aan materiële schade en € 250,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover met betrekking tot de materiële schade vanaf 18 oktober 2025 en met betrekking tot de immateriële schade vanaf 10 november 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling van de materiële schade door de mededader van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte, hoofdelijk samen met zijn mededader voorzover het betreft het bedrag van € 85,- voor de materiële schade, de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 335,- (hoofdsom, zegge: driehonderdvijfendertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente met betrekking tot de materiële schade vanaf 18 oktober 2025 en met betrekking tot de immateriële schade vanaf 10 november 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader voor zover dat betrekking heeft op de materiële schade ten bedrage van € 85,-, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 4], te betalen een bedrag van € 1.000,- (zegge: duizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 20 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 1.000,- (hoofdsom zegge: duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 oktober 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

gelast de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 21 november 2024 met parketnummer 09-256672-23 van de meervoudige kamer van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie, aldus dat van die straf een gedeelte, te weten 15 dagen jeugddetentie, ten uitvoer wordt gelegd;

legt - in plaats van de gevorderde last tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis 21 november 2024 met parketnummer 09-256672-23 van de meervoudige kamer van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie - aan de veroordeelde een taakstraf, bestaande uit een werkstraf op voor de duur van 30 (dertig) uren, met bevel dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 15 dagen;

gelast de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 19 november 2025 met parketnummer 10-205944-25 van de kinderrechter van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie, aldus dat van die straf een gedeelte, te weten 15 dagen jeugddetentie, ten uitvoer wordt gelegd;

legt - in plaats van de gevorderde last tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis 19 november 2025 met parketnummer 10-205944-25 van de kinderrechter van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie - aan de veroordeelde een taakstraf, bestaande uit een werkstraf op voor de duur van 30 (dertig) uren, met bevel dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 15 dagen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.L.M. Boek, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. J.C.M. Persoon en L.L.H. Roebroek, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.N. Arduin, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 september 2026.

De oudste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging parketnummer 10-330408-25

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.hij- op 5 september 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meeranderen, een scooter met kenteken [kenteken 1], toebehorende aan [slachtoffer 1],- op 14 september 2025 te Rotterdam, een scooter met kenteken [kenteken 5],toebehorende aan [slachtoffer 11],- op 25 september 2025 te Gouda, tezamen en in vereniging met een of meeranderen, een scooter met kenteken [kenteken 2], toebehorende aan [slachtoffer 2],- op 25 september 2025 te Nieuwerkerk aan den IJssel, tezamen en in verenigingmet een of meer anderen, een scooter met kenteken [kenteken 3], toebehorende aan [slachtoffer 3][slachtoffer 3],- op 6 november 2025 te Rotterdam, een scooter met kenteken [kenteken 6],toebehorende aan [slachtoffer 12] en- op 11 november 2025 te Gouda, tezamen en in vereniging met een of meeranderen, een scooter met kenteken [kenteken 4], toebehorende aan [slachtoffer 4],heeft weggenomen met telkens het oogmerk om die scooter zich wederrechtelijk toete eigenen;

2.hij op 20 september 2025 te Rotterdamop of aan de Conradstraat en/of het Stationsplein, in elk geval openlijkin vereniginggeweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten [slachtoffer 5], [slachtoffer 6]en [slachtoffer 7], door die [slachtoffer 5], [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] meermalen (met gebaldevuist en een mes) te slaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:

hij op 20 september 2025 te Rotterdam[slachtoffer 5], [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] heeft bedreigdmet enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,door die [slachtoffer 5], [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] een machete/mes, althans een scherpen/of puntig voorwerp, te tonen;

3.hij op 18 oktober 2025 te Capelle aan den IJssel, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/ofdoor listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,[slachtoffer 8] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weteneen geldbedrag van 60 euro, door- op Marktplaats een advertentie te plaatsen waarin PlayStation controllers te koopwerden aangeboden en- in voornoemde advertentie een valse naam te vermelden en- met die [slachtoffer 8] een prijs voor de aankoop van twee controllers overeen te komen,te weten 60 euro, en afspraken te maken over de verzending van de controllers en- die [slachtoffer 8] een betaalverzoek van 60 euro te sturen en- de controllers niet te verzenden en aan te geven dat hij de controllers pas zouverzenden als die [slachtoffer 8] 20 euro en/of 10 euro extra zou overmaken;

4.hij op 20 oktober 2025 te Capelle aan den IJsselopzettelijk en wederrechtelijkeen ruit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te wetenaan [slachtoffer 9], toebehoordeheeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

5.hij op of omstreeks 10 november 2025 te Hilversum en/of Capelle aan den IJssel,althans in Nederland,opzettelijk[slachtoffer 8],in zijn tegenwoordigheid,mondeling,heeft beledigddoor hem de woorden toe te voegen: "Je kanker moeder" en "Gakanker huilen bij overheid, je kanker ma pa", althans woorden van gelijkebeledigende aard en/of strekking;

6.hij op 15 juni 2026 te Rotterdameen of meer emballage kratten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aanBrasserie Lef, gevestigd aan de [adres 2], in elk geval aan een andertoebehoorde(n) heeft weggenomenmet het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

7.hij op 21 juni 2026 te Rotterdamop of aan de Hesseplaats, in elk geval openlijk,in vereniginggeweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 10],door die [slachtoffer 10]- meermalen te schoppen, te stompen en te slaan tegen het hoofd en het lichaam en- op de grond te gooien en- een kopstoot te geven.

Tekst tenlastelegging parketnummer 10-072239-26

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op 9 maart 2026 te Capelle aan den IJsseleen of meer stuks Müllermilk, een zak chips en een blik vis, in elk geval enig goed,dat/die geheel of ten dele aan Albert Heijn, vestiging [adres 3], in elk gevalaan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomenmet het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Tekst tenlastelegging parketnummer 10-072239-26

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op 14 september 2025 te Rotterdamtezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, teweten een revolver, van het merk/type BBM Olympic 38, kaliber .22 Lr,zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistoolvoorhanden heeft gehad.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand