ECLI:NL:RBROT:2026:15009

ECLI:NL:RBROT:2026:15009

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 16-07-2026
Datum publicatie 30-10-2026
Zaaknummer 10-057841-25, 10-234537-25 en 10-380685-24 en 10-003620-24 en 10-154738-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Vrijspraak voor toebrengen zwaar lichamelijk letsel. Bewezenverklaring voor wapenbezit met munitie, openlijk geweld en poging toebrengen zwaar lichamelijk letsel. Redelijke termijn overschreden, DUT, Vordering BP toegewezen, TUL toegewezen. Straf: deels voorwaardelijke jeugddetentie.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummers: 10-057841-25, 10-234537-25 en 10-380685-24 (gevoegd ttz)

Parketnummers vorderingen TUL: 10-003620-24 en 10-154738-24

Datum uitspraak: 16 juli 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres], [postcode] [plaatsnaam],

raadsman mr. E. Janse, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 16 juli 2026.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De dagvaarding met betrekking tot parketnummer 10-057841-25 is op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie gewijzigd. De tekst van de (gewijzigde) tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. A.H.A. de Bruijne heeft gevorderd:

4. Waardering van het bewijs

Vrijspraak zonder nadere motivering ( toebrengen zwaar lichamelijk letsel )

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder parketnummer 10-234537-25 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering ( overtreding van de WWM en openlijk geweld )

Het onder parketnummers 10-057841-25 en 10-380685-24 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

Bewijswaardering parketnummer 10-234537-25 subsidiair (poging toebrengen zwaar lichamelijk letse l)

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de onder parketnummer 10-234537-25 subsidiair ten laste gelegde poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De verdachte heeft weliswaar bekend dat hij met het mes heeft geslagen, maar de verdachte wist dat er een hoes om het mes zat. Op die manier is het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel niet mogelijk. Er is dan ook geen sprake van (voorwaardelijk) opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

Beoordeling

Op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat de verdachte met een machete in het gezicht van het slachtoffer heeft geslagen. Het slachtoffer heeft hierdoor een flinke snijwond in zijn gezicht opgelopen.

Het is een feit van algemene bekendheid dat het hoofd een bijzonder kwetsbaar en vitaal deel van het menselijk lichaam is. Door met een groot mes, een machete, van korte afstand en met kracht, zoals door de verdachte is verklaard, in het gezicht van het slachtoffer te slaan, is er sprake van een aanmerkelijke kans op het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel, ook al bevindt het mes zich in een hoes. Dit blijkt ook uit de verwonding die door de politie is waargenomen, alsmede uit hetgeen op de beelden is te zien. Deze gedraging kan bovendien naar haar uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het toebrengen daarvan heeft aanvaard.

Het verweer wordt verworpen.

Conclusie

Het onder parketnummer 10-234537-25 subsidiair ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10-234537-25 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummers 10-057841-25 en 10-380685-24 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

Parketnummer 10-057841-25

hij op of omstreeks 22 februari 2025 te Rhoon, gemeente Albrandswaard, tezamen en invereniging met een ander of anderen, althans alleen,een wapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1 van Categorie III,onder 1 van de Wet wapens en munitie,te weten een (omgebouwd) vuurwapen, van het merk: BBM, model: Olympic 38,kaliber .22LR,zijnde een vuurwapen in de vorm van een (omgebouwde) revolver

en/of (voor dit vuurwapen geschikte)munitie in de zin van art. 1 onder 4º, gelet op artikel 2 lid 2 van Categorie III van deWet wapens en munitiete weten 16 kogelpatronen van het kaliber: .22 LR.,

voorhanden heeft gehad.

Parketnummer 10-234537-25 subsidiair hij, op of omstreeks 4 september 2025 te Rotterdam,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf omaan [slachtoffer 1],opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,met een machete, althans een scherp en/of puntig voorwerp, op/in (de richtingvan) het gezicht en/of hoofd van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en/of gesneden,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Parketnummer 10-380685-24

hij op of omstreeks 22 mei 2024 te Rotterdam,openlijk, te weten, op een metrostation Oostplein te Rotterdam, in elk geval op of aan deopenbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,in vereniginggeweld heeft gepleegd tegeneen persoon, te weten [slachtoffer 2], doordie [slachtoffer 2],meerdere malen, althans eenmaal,- op/tegen het gezicht, althans het hoofd, te slaan,- naar de grond te trekken en/of te duwen en/of- op/tegen het hoofd, althans het lichaam, te slaan en/of te schoppen, terwijlvoornoemde op de grond lag.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Parketnummer 10-057841-25

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, met twee of meer verenigde personen

Parketnummer 10-234537-25 subsidiair poging tot zware mishandeling

Parketnummer 10-380685-24

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich op dertienjarige leeftijd allereerst schuldig gemaakt aan openlijke

geweldpleging door samen met een andere jongens een voor hen bekend slachtoffer aan te

vallen op een metrostation. Het slachtoffer is daarbij geslagen, geschopt en naar de grond getrokken. Het slachtoffer heeft als gevolg hiervan een scheur in het trommelvlies van zijn linkeroor en meerdere schaafwonden op zijn lichaam opgelopen. Dit is een zeer ernstig feit. Door aldus te handelen hebben de verdachte en zijn medeverdachten voor het slachtoffer een bijzonder dreigende situatie gecreëerd op een voor het publiek toegankelijke plaats en is tevens inbreuk gemaakt op zijn lichamelijke integriteit. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van feiten zoals deze, ook na langere tijd, nog veel last kunnen hebben van wat hen is overkomen en voor langere tijd gevoelens van onveiligheid op straat kunnen ervaren. Een en ander blijkt ook uit het verzoek tot schadevergoeding, en de onderbouwing daarvan, dat door het slachtoffer is ingediend.

Op veertienjarige leeftijd heeft de verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen met bijbehorende munitie. Ongecontroleerd vuurwapenbezit kan tot gevaarlijke en levensbedreigende situaties leiden. Bovendien kan het bezit en het gebruik van vuurwapens leiden tot gevoelens van angst en onrust in de maatschappij.

Ten slotte heeft de verdachte zich op veertienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling. De verdachte heeft het slachtoffer met kracht met een machete in zijn gezicht geslagen. Het slachtoffer heeft daarbij een flinke snijwond opgelopen. De gevolgen voor het slachtoffer hadden veel erger kunnen zijn als het hoes niet nog om de machete had gezeten. De verdachte heeft met zijn handelen pijn en letsel veroorzaakt bij het slachtoffer en op grove wijze inbreuk gemaakt op zijn lichamelijke integriteit. De rechtbank neemt dit de verdachte zeer kwalijk.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 22 juni 2026, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor geweldsfeiten.

Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 12 juli 2026. Dit rapport houdt, voor zover van belang, het volgende in.

Uit het raadsonderzoek volgt dat het algemeen recidive risico uitkomt op heel hoog en het dynamisch risicoprofiel is midden. Er zijn meerdere beschermende factoren in het leven van de verdachte. De moeder is zeer betrokken. De verdachte heeft ook contact met zijn vader en kan bij hem logeren. Hij volgt mavo en heeft een bijbaan bij de Albert Heijn. Ook zijn er risicofactoren. De verdachte heeft meerdere gebeurtenissen meegemaakt die van invloed kunnen zijn op zijn ontwikkeling. De indruk ontstaat dat de verdachte meerdere afwijzingen heeft ervaren in zijn leven. Onbekend is hoe hij deze situaties voor zichzelf heeft verklaard en hoe hij daarmee omgegaan is. Op school gaat het wisselend. De verdachte is dit schooljaar betrokken geweest bij incidenten. Zijn resultaten zijn zwak en het is nog onzeker of hij overgaat. Positief is dat school verbetering in zijn gedrag rapporteert. Er is geen volledig zicht op het netwerk van de verdachte. Bekend is dat hij contact heeft met jongeren die bekend zijn bij de politie. Er zijn zorgen over zijn houding. Hij lijkt weinig inzicht te hebben in de gevolgen van zijn gedrag, legt de schuld buiten zichzelf en draagt in beperkte mate de verantwoordelijkheid voor zijn gedrag. De verdachte is inmiddels meermaals betrokken geweest bij gewelddadige delicten. Er is sprake van vaardigheidstekorten bij de verdachte. Hij denkt niet altijd na voordat hij iets doet, bedenkt onvoldoende oplossingen voor probleemsituaties en gebruikt niet altijd zijn sociale vaardigheden bij conflictsituaties. De komende tijd is het van belang dat de verdachte zijn diploma haalt, dat hij zijn behandeling bij Fivoor blijft volgen, dat er gesprekken met hem worden gevoerd over de keuzes die hij maakt en dat hij een positieve vrijetijdsbesteding heeft. De Raad heeft verschillende strafadviezen overwogen. De Raad vindt dat de verdachte meer gebaat is bij structurele begeleiding en behandeling dan bij een kortdurend leertraject. Aangezien er meerdere risicofactoren zijn binnen de domeinen school, relaties en houding, en de verdachte weer heeft gerecidiveerd, terwijl hij in twee proeftijden en in een schorsing liep, is de Raad wel van mening dat hij nog steeds begeleiding vanuit jeugdreclassering nodig heeft. De Raad adviseert om die reden een voorwaardelijke jeugddetentie met meerdere bijzondere voorwaarden. De verdachte heeft een stevige stok achter de deur nodig om stil te staan bij de keuzes die hij maakt en hoe hij handelt. Ten aanzien van de bijzondere voorwaarden is het van belang dat hij onderwijs volgt, een positieve vrijetijdsbesteding heeft, meewerkt aan begeleiding en behandeling en voorlopig geen contact heeft met het slachtoffer van het feit van 4 september 2025. Daarnaast, adviseert de Raad een werkstraf, waarbij de tijd die door hem in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht. Ten aanzien van de voorwaardelijke werkstraffen die eerder zijn opgelegd, adviseert de Raad om de straf die op 11 maart 2024 is opgelegd geheel ten uitvoer te leggen en de straf die op 23 september 2024 is opgelegd ten dele ten uitvoer te leggen. De Raad vindt dat de verdachte consequenties dient te ervaren, maar wil voorkomen dat de verdachte wordt overvraagd.

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: te noemen de jeugdreclassering) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 7 juli 2026. Dit rapport houdt, voor zover van belang, het volgende in.

De jeugdreclassering vindt het zeer zorgelijk dat de verdachte deze delicten mogelijk heeft gepleegd terwijl hij in zowel twee proeftijden als in een schorsing loopt. Daarnaast vindt de jeugdreclassering de houding van de verdachte ten opzichte van zijn delictgedrag zeer zorgelijk. Positief is dat de verdachte zich goed heeft gehouden aan de schorsende voorwaarden, waaronder een avondklok, en dat hij sinds september 2025 niet meer in aanraking is gekomen met de politie. Verder is het positief dat de verdachte naar school gaat, dat hij sinds kort een bijbaantje heeft bij een supermarkt en dat hij de afspraken bij Fivoor nakomt. Indien de rechtbank hem schuldig acht aan de hem ten laste gelegde strafbare feiten, dan adviseert de jeugdreclassering de rechtbank om hem een geheel voorwaardelijke detentiestraf op te leggen, met een proeftijd van twee jaar en met de bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

- meewerkt aan het toezicht van de jeugdreclassering;

- zich houdt aan het behandelplan van Fivoor of een soortgelijke instelling voor zolang de

jeugdreclassering dit nodig acht;

- zich houdt aan de afspraken met een forensische coach van E25 of een soortgelijke instelling indien en voor zolang de jeugdreclassering dit nodig acht;

​​​​​​​- volgens het rooster naar school gaat en zich houdt aan de regels en afspraken die op school gelden;

- op geen enkele wijze contact zoekt of heeft met het slachtoffer.

Wat betreft de voorwaardelijke werkstraf die is opgelegd door de kinderrechter van

11 maart 2024 is de jeugdreclassering van mening dat hij de consequenties moet ervaren van het overtreden van de voorwaarden en om die reden adviseert de jeugdreclassering de rechtbank dan ook om de voorwaardelijke werkstraf ten uitvoer te leggen.

Deskundige [naam 1], werkzaam als jeugdreclasseerder bij de jeugdreclassering, heeft in aanvulling op het rapport van de jeugdreclassering, ter zitting naar voren gebracht dat het zorgelijk is dat de verdachte op jonge leeftijd in aanraking komt met wapens. De jeugdreclassering staat achter het advies van de Raad. Het recidiverisico is hoog wanneer niet wordt ingegrepen. De jeugdreclassering acht voortzetting van de behandeling van de verdachte bij Fivoor wel noodzakelijk. Positief is dat de verdachte sinds september 2025 niet meer met politie en justitie in aanraking is geweest. Ook heeft hij een bijbaantje en is hij over naar het volgende schooljaar. Belangrijk is dat er een hele grote stok achter de deur komt in de vorm van een voorwaardelijke jeugddetentie. De jeugdreclassering is van mening dat de vorderingen tenuitvoerlegging moeten worden toegewezen. Anders dan de Raad adviseert de jeugdreclassering niet om hiernaast ook nog een werkstraf op te leggen, omdat het anders teveel voor hem wordt. Het is wel belangrijk dat een coach vanuit E25 betrokken wordt en een contactverbod met het slachtoffer wordt opgelegd.

Deskundige [naam 2], werkzaam bij Fivoor, heeft ter zitting naar voren gebracht dat de verdachte op alle afspraken aanwezig is. De moeder stimuleert hem ook daarin. De verdachte is het echter niet geheel eens met wat wordt besproken tijdens de behandelingen. De verdachte laat een harde buitenkant zien, maar daaronder zit een hele gevoelige jongen. De hoop bestaat nog dat daartoe doorgedrongen kan worden gedurende de behandeling. Er wordt vooralsnog meerwaarde gezien in het voortzetten van de behandeling.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Redelijke termijn

Bij de berechting van een jeugdstrafzaak, waarbij geen sprake is van bijzondere omstandigheden, heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen 16 maanden na aanvang van de redelijke termijn. De redelijke termijn vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. De inverzekeringstelling van een verdachte kan als een zodanige handeling worden aangemerkt. De verdachte is in de zaak met parketnummer 10-380685-24 niet in verzekering gesteld, maar wel voor het eerst verhoord op 17 juli 2024. Op deze datum is de redelijke termijn derhalve aangevangen. De rechtbank stelt vast dat in de zaak met voornoemd parketnummer sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Nu deze overschrijding niet is toe te rekenen aan de verdachte, zal dit gecompenseerd worden door vermindering van de op te leggen straf.

Straf

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Het onvoorwaardelijke deel van de jeugddetentie is gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Een plaatsing in de jeugdgevangenis is, zoals de Raad ook heeft geadviseerd, niet in het belang van de ontwikkeling van de verdachte, en daarmee ook niet in het belang van de samenleving.

Aan het voorwaardelijke deel van de jeugddetentie verbindt de rechtbank de bijzondere voorwaarden, overeenkomstig het advies van de jeugdreclassering. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het opleggen van een contactverbod met [slachtoffer 2] omdat een bemiddelingsgesprek heeft plaatsgevonden en er sindsdien geen incidenten tussen hen meer zijn geweest.

Dadelijke uitvoerbaarheid

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten een poging tot zware mishandeling en openlijke geweldpleging. Gelet op de ernst van de feiten en de rapportages van de Raad en de jeugdreclassering, waaruit zorgen naar voren komen over school, relaties, geestelijke gezondheid, houding, agressie en vaardigheden van de verdachte en sprake is van een hoog recidiverisico, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan wanneer behandeling van de verdachte niet wordt voortgezet. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna op grond van artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 77aa van dit wetboek uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij], ter zake van het onder parketnummer 10-380685-24 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 900,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie refereert zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij aan het oordeel van de rechtbank. Indien de rechtbank van oordeel is dat (een deel van) de vordering dient te worden toegewezen verzoekt de officier van justitie deze niet hoofdelijk toe te wijzen, maar een deel naar rato vast te stellen.

Standpunt verdediging

De verdediging refereert zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij aan het oordeel van de rechtbank en verzoekt het eventuele toe te wijzen bedrag te matigen.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het onder parketnummer

10-380685-24 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is

toegebracht. Uit de vordering volgt dat de benadeelde partij door het incident lichamelijk

letsel heeft opgelopen en sinds het incident moeite heeft om zijn emoties onder controle te

houden, tot op heden slecht slaapt en dagelijks last heeft van herbelevingen en nachtmerries.

Daarnaast durft hij sinds het incident geen gebruik meer te maken van het openbaar vervoer.

Bij de benadeelde partij is dus sprake van aantasting in de persoon. Hij heeft daardoor recht

op schadevergoeding. De schade is genoegzaam onderbouwd en zal naar maatstaven van

billijkheid worden vastgesteld op € 900,-. De gevorderde immateriële schadevergoeding zal

dus geheel worden toegewezen.

Hoofdelijke veroordeling

Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden

toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk

aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partijen betalen is de

verdachte in zoverre jegens de benadeelde partijen van deze betalingsverplichting bevrijd.

Wettelijke rente

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 22 mei 2024.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Conclusie

De verdachte moet de [benadeelde partij] een schadevergoeding betalen van

€ 900,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing

vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

9. Vorderingen tenuitvoerlegging

Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

Parketnummer 10-003620-24

Bij vonnis van 11 maart 2024 van de kinderrechter van deze rechtbank is de verdachte ter zake van diefstal met geweld in vereniging en diefstal veroordeeld voor zover van belang tot een taakstaf bestaande uit een werkstraf van 100 uur, waarvan een gedeelte groot 40 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op

26 maart 2024.

Parketnummer 10-154738-24

Bij vonnis van 23 september 2024 van de kinderrechter van deze rechtbank is de verdachte ter zake van openlijke geweldpleging veroordeeld voor zover van belang tot een taakstaf bestaande uit een werkstraf van 60 uur, waarvan een gedeelte groot 30 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 8 oktober 2024.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vorderingen tot tenuitvoerlegging toe te wijzen.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling

De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.

Daarom zal de tenuitvoerlegging worden gelast van het voorwaardelijk gedeelte van de bij die vonnissen met parketnummers 10-003620-24 en 10-154738-24 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke straf.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 45, 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 141 en 302 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

11. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10-234537-25 primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte de onder parketnummer 10-234537-25 subsidiair, 10-057841-25 en 10-380685-24 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 67 (zesenzeventig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie, groot 60 (zestig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op 2 (twee) jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zal meewerken aan het toezicht van de jeugdreclassering;

- zich zal houden aan het behandelplan van Fivoor of een soortgelijke instelling voor zolang de jeugdreclassering dit nodig acht;- zich zal houden aan de afspraken met een forensische coach van E25 of een soortgelijke instelling indien en voor zolang de jeugdreclassering dit nodig acht;​​​​​​​- volgens het rooster naar school zal gaan en zich houdt aan de regels en afspraken die op school gelden;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de gestelde voorwaarden en het aan genoemde jeugdreclasseringsinstelling opgedragen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader(s), om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij], te betalen een bedrag van € 900,- (zegge: negenhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 22 mei 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader(s) van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden

aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de

tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededader(s) de maatregel tot

schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de

[benadeelde partij] te betalen € 900- (hoofdsom, zegge: negenhonderd euro),

vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 mei 2024 tot aan de dag van de algehele

voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn

mededader(s), tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en

omgekeerd;

gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 uren subsidiair 20 dagen vervangende jeugddetentie, opgelegd bij vonnis van de kinderrechter van 11 maart 2024 in de zaak met parketnummer 10-003620-24;

gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 30 uren subsidiair 15 dagen vervangende jeugddetentie, opgelegd bij vonnis van de kinderrechter van 23 september 2024 in de zaak met parketnummer 10-154738-24.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. S. Jordaan, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. L.J.M. Janssen en D.G.J. Roset, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.N. Arduin, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 juli 2026.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst (gewijzigde) tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

Parketnummer 10-057841-25

hij op of omstreeks 22 februari 2025 te Rhoon, gemeente Albrandswaard, tezamen en invereniging met een ander of anderen, althans alleen,een wapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1 van Categorie III,onder 1 van de Wet wapens en munitie,te weten een (omgebouwd) vuurwapen, van het merk: BBM, model: Olympic 38,kaliber .22LR,zijnde een vuurwapen in de vorm van een (omgebouwde) revolver

en/of (voor dit vuurwapen geschikte)munitie in de zin van art. 1 onder 4º, gelet op artikel 2 lid 2 van Categorie III van deWet wapens en munitiete weten 16 kogelpatronen van het kaliber: .22 LR.

voorhanden heeft gehad.

Parketnummer 10-234537-25

hij, op of omstreeks 4 september 2025 te Rotterdam,aan een ander, te weten [slachtoffer 1],opzettelijkzwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, doormet een machete, althans een scherp en/of puntig voorwerp, op/in het gezichten/of hoofd van die [slachtoffer 1] te slaan en/of te snijden;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:

hij, op of omstreeks 4 september 2025 te Rotterdam,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf omaan [slachtoffer 1],opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,met een machete, althans een scherp en/of puntig voorwerp, op/in (de richtingvan) het gezicht en/of hoofd van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en/of gesneden,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht ofzou kunnen leiden:

hij, op of omstreeks 4 september 2025 te Rotterdam,[slachtoffer 1], heeft mishandeld, door met een machete, althans een scherp en/ofpuntig voorwerp, op/in het gezicht en/of hoofd van die [slachtoffer 1] te slaan.

Parketnummer 10-380685-24

hij op of omstreeks 22 mei 2024 te Rotterdam,openlijk, te weten, op metrostation Oostplein te Rotterdam, in elk geval op of aan deopenbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,in vereniginggeweld heeft gepleegd tegeneen persoon, te weten [slachtoffer 2], doordie [slachtoffer 2],meerdere malen, althans eenmaal,- op/tegen het gezicht, althans het hoofd, te slaan,- naar de grond te trekken en/of te duwen en/of- op/tegen het hoofd, althans het lichaam, te slaan en/of te schoppen, terwijlvoornoemde op de grond lag.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand