ECLI:NL:RBROT:2026:15013

ECLI:NL:RBROT:2026:15013

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 02-07-2026
Datum publicatie 30-10-2026
Zaaknummer 10-403074-24, 10-133278-25 en 10-154967-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

bewezenverklaring voor (poging tot) afpersing in vereniging, diefstal met geweld en in vereniging. Verdachte verminderd toerekeningsvatbaar, redelijke termijn overschreden, vrijheidsbeperkende maatregel. Vorderingen BP toegewezen en n-o. Straf: deels voorwaardelijke jeugddetentie en een onvoorwaardelijke werkstraf.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummers: 10-403074-24, 10-133278-25 en 10-154967-26 (gevoegd ttz)

Datum uitspraak: 2 juli 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats 1] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres] , [postcode] te [plaatsnaam 1] ,

raadsman mr. E.R. Weening, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 18 juni 2026.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. K. Broere heeft gevorderd:

4. Waardering van het bewijs

Vrijspraak zonder nadere motivering

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder parketnummer 10-133278-25 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder parketnummer 10-154967-26 onder 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

Bewijswaardering parketnummer 10-403074-24 onder 1 en 2

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder parketnummer 10-403074-24 onder 1 en 2 ten laste gelegde. Vast staat dat de verdachte uit was op een iPhone. Samen met de medeverdachten heeft hij van tevoren een plan bedacht en uitgevoerd. Toen zij de telefoon van de [aangever 1] hadden afgedwongen en weggenomen, zagen zij dat er ouderlijk toezicht zat op de ene telefoon en dat de andere telefoon een Samsung betrof. Derhalve hadden de verdachten niets aan deze telefoons en hebben zij deze teruggegeven aan de aangevers. Hiermee ontbreekt het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, dan wel het oogmerk om zich de telefoon wederrechtelijk toe te eigenen en dient de verdachte van het ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

Beoordeling

De rechtbank stelt vast dat de verdachten de telefoons van de aangevers op enig moment onder zich hebben gekregen door de aangever, met geweld en onder dreiging van geweld, te dwingen de telefoon af te geven (feit 1) dan wel de telefoon weg te nemen (feit 2).

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat de verdachten hebben gehandeld met het voor de ten laste gelegde feiten vereiste oogmerk, nu de telefoons van de aangevers in beide gevallen zijn teruggegeven. De rechtbank verwerpt dit verweer.

Het teruggeven van de telefoons is een omstandigheid die zich heeft voorgedaan nadat de verdachten de telefoons door middel van afpersing of diefstal doelbewust aan de beschikkingsmacht van de aangevers hadden onttrokken en deze in hun eigen macht hadden gebracht. Dat de verdachten uiteindelijk hebben afgezien van het behouden van de telefoons, uitsluitend omdat deze niet aan hun verwachtingen voldeden, laat onverlet dat zij op het moment van de afpersing en de diefstal handelden met het oogmerk zichzelf of anderen met de telefoon wederrechtelijk te bevoordelen, dan wel zich de telefoon wederrechtelijk toe te eigenen. Immers blijkt uit de verklaringen van de verdachte juist dat hij de telefoons wilde behouden en gebruiken indien deze voor hem bruikbaar waren geweest.

Conclusie

Het onder parketnummer 10-403074-24 onder 1 en 2 is wettig en overtuigend bewezen.

Bewijswaardering parketnummer 10-403074-24 onder 3

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder parketnummer 10-403074-24 onder 3 ten laste gelegde. Bewijs ontbreekt dat het is gegaan zoals de aangever heeft gezegd. De verdachte heeft geen mes of puntig voorwerp laten zien en de medeverdachten zijn achter een andere jongen aan gegaan.

Beoordeling

De rechtbank stelt vast dat de verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan een poging tot afpersing van de aangever (van zijn schoenen, telefoon en jas) en dat daarbij gebruik is gemaakt van geweld en bedreiging met geweld. Dit is immers door de verdachte in zijn verhoor bij de politie bekend. De verdachte ontkent echter dat daarbij een mes of een scherp of puntig voorwerp is getoond.

De aangever heeft verklaard dat de langste jongen iets liet zien wat in zijn broekband zat en wat leek op een mes. De verdachte heeft verklaard dat hij inderdaad de langste jongen van de groep was, maar ontkent een mes of een scherp of puntig voorwerp te hebben getoond. Bij de aanhouding van de verdachte zijn in zijn heuptas een schaar en een schroevendraaier aangetroffen. Het aantreffen van deze voorwerpen bij de verdachte maakt de verklaring van de aangever op dit punt geloofwaardig. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de aangever en acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot afpersing in vereniging met geweld en bedreiging met geweld, waaronder het tonen van een puntig voorwerp.

Conclusie

Het onder parketnummer 10-403074-24 onder 3 is wettig en overtuigend bewezen.

Bewijswaardering parketnummer 10-154967-26 onder 1

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder parketnummer 10-154967-26 onder 1 ten laste gelegde omdat het oogmerk op de wederrechtelijke toe-eigening van de telefoon ontbreekt. Daartoe heeft de verdediging aangevoerd dat de verdachte de telefoon van de aangever enkel heeft afgepakt om daarin te kijken. Vervolgens zag de aangever zijn tante en liep hij naar zijn tante toe, terwijl de verdachte de telefoon nog in zijn handen had. De verdachte was niet voornemens de telefoon mee te nemen, maar wilde deze teruggeven aan de aangever. Nu de aangever was weggelopen, is het daar niet meer van gekomen. Daarmee had de verdachte de telefoon rechtmatig onder zich. De gedragingen van de verdachte kunnen hooguit als verduistering worden aangemerkt, maar dat is niet ten laste gelegd.

Beoordeling

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte de telefoon van de aangever heeft weggenomen en deze niet aan de aangever heeft teruggegeven. Daarbij heeft de verdachte tevens geweld heeft gebruikt jegens de aangever. Deze gedragingen zijn niet verenigbaar met het door de verdediging geschetste scenario dat de verdachte slechts tijdelijk de beschikking over de telefoon wilde verkrijgen, enkel om in die telefoon te kijken en deze vervolgens terug te geven. Uit de uiterlijke verschijningsvorm van het handelen van de verdachte leidt de rechtbank af dat de verdachte het oogmerk had zich de telefoon wederrechtelijk toe te eigenen. Dat de aangever vervolgens is weggelopen, maakt dit niet anders. De telefoon is immers niet aan de aangever teruggegeven en is aan diens beschikkingsmacht onttrokken gebleven.

Conclusie

Het onder parketnummer 10-154967-26 onder 1 is wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10-154967-26 onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

Met betrekking tot het onder parketnummer 10-154967-26 onder 2 en onder parketnummer 10-403074-24 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde acht de rechtbank op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen opgenomen in bijlage III wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte dit feit heeft begaan. De rechtbank volstaat hier met verwijzing naar de inhoud van die bewijsmiddelen opgenomen in bijlage III.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

Parketnummer 10-403074-24

1.hij op of omstreeks 19 december 2024 te Hendrik-Ido-Ambacht, tezamen en invereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/ofeen ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon, in elk geval enig goed,dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derde toebehoorde(n) door- voor die [slachtoffer 1] op het fietspad te gaan staan en/of de weg voor die [slachtoffer 1] teversperren en/of het stuur van de fiets van die [slachtoffer 1] vast te pakken,- die [slachtoffer 1] de woorden toe te voegen: "Geef je kanker telefoon", althans woordenvan gelijke aard of strekking,- die [slachtoffer 1] te dwingen/gebieden om de code van zijn telefoon te geven,- die [slachtoffer 1] in/tegen het gezicht te slaan,- die [slachtoffer 1] te dwingen/gebieden om zijn telefoon te ontgrendelen en/of zijnontgrendelde telefoon te overhandigen,- in de jaszakken van en/of broekzakken van die [slachtoffer 1] te zoeken,- die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen: "Vertel tegen niemand wat er isgebeurd en als ik iets van scotoe hoor dan slaan we jou in elkaar", althans woordenvan gelijkende dreigende aard of strekking en/of- die [slachtoffer 1] te dwingen/gebieden zijn naam te noemen;

2.hij op of omstreeks 19 december 2024 te Hendrik-Ido-Ambacht, tezamen en invereniging met een of meer anderen, althans alleen, een telefoon, in elk geval eniggoed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander danaan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met hetoogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werdvoorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweldtegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden ofgemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of anderedeelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit vanhet gestolene te verzekeren, door- voor de fiets van die [slachtoffer 2] te gaan staan,- om die [slachtoffer 2] heen te gaan staan,- die [slachtoffer 2] te filmen,- die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen: "Als je iets door verteld dan stekenwe je neer en zweren we dat we je opzoeken", althans woorden van gelijkedreigende aard of strekking,- in de rugzak van die [slachtoffer 2] te zoeken en/of een telefoon uit de rugzak van die[slachtoffer 2] te pakken,- die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, (met een telefoon) op het hoofd te slaanen/of- die [slachtoffer 2] te dwingen/gebieden zijn naam en/of adres te noemen;

3.hij op of omstreeks 19 december 2024 te Hendrik-Ido-Ambacht, tezamen en invereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het doorverdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk omzich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreigingmet geweld [slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van schoenen en/of een telefoonen/of een jas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 3]en/of een derde toebehoorde(n),- het stuur van de fatbike van die [slachtoffer 3] heeft vastgepakt,- die [slachtoffer 3] de woorden heeft toegevoegd: "Trek je schoenen uit geef je telefoonen je jas" en/of "Begin met je kanker zakken leeg te maken", althans woorden vangelijke aard of strekking en/of- die [slachtoffer 3] een mes, althans een soortgelijk scherp voorwerp en/of puntigvoorwerp, heeft getoond,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Parketnummer 10-154967-26

1.hij op of omstreeks 27 mei 2026 te Ridderkerk,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elkgeval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/ofbedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstalvoor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aanzichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:- de telefoon van die [slachtoffer 4] uit zijn handen te pakken en/of- die [slachtoffer 4] bij de keel en/of de nek vast te pakken en/of- die [slachtoffer 4] bij het lichaam vast te houden en/of- die [slachtoffer 4] te duwen en/of- die [slachtoffer 4] tegen het lichaam te schoppen en/of- die [slachtoffer 4] een zwart voorwerp te tonen en/of daarbij dreigend de woorden toe tevoegen: "Meewerken, kijk hier, we kunnen je ook shaffen.", althans woorden vangelijke dreigende aard en/of strekking;

2.hij op of omstreeks 29 mei 2026 te Ridderkerk,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een telefoon en/of een pinpas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan[slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijktoe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd vangeweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk omdie diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping opheterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vluchtmogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:- met een afgedekt gelaat/gezicht (middels het dragen van één of meerbivakmutsen) voor die [slachtoffer 5] te springen en/of daarbij de woorden toe te voegen:"Stoppen, stoppen, waar is je telefoon?" en/of- de telefoon van die [slachtoffer 5] te pakken en/of- de tas van die [slachtoffer 5] open te trekken en/of- op een dreigende toon die [slachtoffer 5] de opdracht te geven om zijn code te geven en/of- de ID kaart en/of bankpas van die [slachtoffer 5] weg te pakken en/of- een foto van de ID kaart en/of het gezicht van die [slachtoffer 5] te maken en/of daarbijdreigend de woorden toe te voegen dat als die [slachtoffer 5] zou gaan snitchen, hijopgezocht zou worden, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

De bewezen feiten leveren op:

Parketnummer 10-403074-24

1.

2.

3.

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde

personen.

Parketnummer 10-154967-26

1.diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

2.

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straffen en maatregel

Algemene overweging

De straffen en maatregel die aan de verdachte wordt opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straffen en de maatregel zijn gebaseerd

De verdachte heeft zich op 14- en 16-jarige leeftijd samen met anderen schuldig gemaakt aan drie straatroven, een afpersing en een poging tot afpersing. Hij en zijn mededaders hebben daarbij geweld gebruikt en gedreigd met geweld. Verdachte heeft hiermee aangetoond geen respect te hebben voor andermans eigendommen en de lichamelijke integriteit van de slachtoffers aangetast. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke delicten zich nog lang onveilig kunnen voelen als zij zich op straat begeven. Dat deze misdrijven ook daadwerkelijk impact hebben gehad op de slachtoffers blijkt duidelijk uit de onderbouwing van de vorderingen benadeelde partij. Het gemak en de achteloosheid waarmee de verdachte blijkbaar besluit om over te gaan tot het plegen van straatroven is ronduit zorgelijk. Dit rekent de rechtbank de verdachte aan.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 2 juni 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting

GZ-Psycholoog [naam 1] heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 3 oktober 2025. Dit rapport houdt, voor zover van belang, het volgende in.

Bij de verdachte is sprake van een psychische stoornis. Hij heeft een aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis, gecombineerd type (ADHD). Zijn gedragsproblemen voldoen aan de criteria van een matige tot ernstige Oppositionele-opstandige stoornis (ODD). Zijn persoonlijkheidsontwikkeling is hierdoor bedreigd. Hij beschikt daarnaast over gemiddelde verstandelijke capaciteiten. Hiervan was ook sprake ten tijde van het ten laste gelegde en beïnvloedde de gedragskeuzes en gedragingen van de verdachte. De aanleiding tot de straatroven (behoefte aan een tweede telefoon) wijst op duidelijke beperkingen in zijn frustratietolerantie, wat zowel kenmerkend is voor ADHD als voor een gedragsstoornis. De berekenende manier waarop hij deze telefoon vervolgens dacht te verkrijgen is symptomatisch voor een gedragsstoornis. Hij is beïnvloedbaar, laat zich gemakkelijk meeslepen en kan de gevolgen van zijn gedrag niet overzien. De verdachte lijkt daarbij de ernst van de feiten en de impact die deze kunnen hebben op de slachtoffers nauwelijks te beseffen, wat tevens illustratief lijkt voor beperkingen in zijn oordeels- en kritiekfunctie. Dit leidt bij hem tot denkfouten. Verder kan ook groepsgedrag een rol hebben gespeeld, waarbij de straatcultuur in zijn vriendengroep normoverschrijdend gedrag kan hebben genormaliseerd. Zijn impulsbeheersing (ADHD), frustratietolerantie, agressie-regulatie (stoerheid, imago), probleembesef en -inzicht, zelfbeeld (eigenwaarde), zelfinzicht, empathisch vermogen, gewetensfunctie (spijt, schaamte, schuld) en sociale en stressmanagementvaardigheden zijn beperkt. Indien de ten laste gelegde feiten worden bewezen, wordt geadviseerd deze op basis van het voorgenoemde in een verminderde mate toe te rekenen.

Daarnaast is de verdachte sterk gericht op zichzelf, de korte termijn en zijn directe behoeftebevrediging. Hij is dominant, berekenend, liegt, kan slecht tegen verveling (heeft een vergrote behoefte aan prikkels), is in de puberteit, heeft een belast verleden en is mogelijk getraumatiseerd. Hij heeft negatieve opvattingen en autoriteitsproblemen. Er zijn voorzichtige aanwijzingen dat hij bezig is met drugs. Vanwege zijn gedragsstoornis zijn opstandige en wellicht ook antisociale gedragskeuzes ook in de toekomst waarschijnlijk. Hij lijkt zijn aandeel in de ten laste gelegde feiten te minimaliseren en heeft een naïef vertrouwen in een betere toekomst. Indien dit niet gecorrigeerd of behandeld wordt, is de kans dan ook verhoogd dat de verdachte ook in de toekomst, als de situatie daarnaar is, opstandige en wellicht ook antisociale gedragskeuzes blijft maken. Teneinde het recidiverisico te beperken en ter bevordering van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling, is van belang dat de verdachte een inhaalslag maakt op het gebied van zijn morele ontwikkeling, zijn emotie-, impuls- en agressieregulatie, frustratietolerantie en stressmanagementvaardigheden. Ook zijn belaste verleden en mogelijk middelengebruik zijn aandachtspunten. Verder is van belang dat hij in zijn vrije tijd functioneert binnen voldoende structuur en duidelijkheid om het recidiverisico te beperken en hem ervan te weerhouden terug te vallen op de sociale groep waarmee hij in de problemen kwam, indien bewezen. Een en ander dient gestalte te krijgen binnen een juridisch kader.

De rapporteur geeft de rechtbank in overweging om bij een geheel of gedeeltelijk voorwaardelijke straf als bijzondere voorwaarde te stellen dat de verdachte een verplicht jeugdreclasseringscontact wordt opgelegd voor een langere periode, bijvoorbeeld twee jaar, zodat er voldoende tijd is voor de geadviseerde interventies en er ook op langere termijn voldoende toezicht blijft op zijn verdere ontwikkeling. Daarbij dient hij zich te houden aan de aanwijzingen van de jeugdreclasseerder, ook als dat inhoudt het volgen van training, begeleiding en/of behandeling gericht op bovengenoemde aandachtspunten, naast School2Care ook bij een forensische polikliniek, bijvoorbeeld De Waag en/of jongerencoach. Het zou een goede zaak zijn als ook ouder(s) hier zo nodig aan zouden meewerken.

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft twee rapporten over de verdachte opgemaakt, gedateerd 8 en 15 juni 2026. Deze rapporten houden, voor zover van belang, het volgende in.

Uit het onderzoek van de Raad komt het algemeen recidive risico uit op hoog en het dynamisch risicoprofiel komt uit op midden. Er komen zowel beschermende als ook risicofactoren naar voren. Beschermend is dat de verdachte betrokken ouders heeft met wie hij een goede band heeft.

De Raad ziet met name risico's binnen de domeinen vrijetijdsbesteding, houding, geestelijke gezondheid, relaties en vaardigheden die de kans op herhaling van delictgedrag vergroten. Daarnaast lijken ouders onvoldoende zicht te hebben op wat de verdachte buitenshuis doet en met wie hij omgaat. De verdachte lijkt zelfbepalend gedrag te vertonen en hij dreigt op meerdere levensgebieden vast te lopen. De verdachte zou, toen hij ongeveer 12 jaar was, slachtoffer zijn geweest van bedreigingen en geweld. Dit was dusdanig ernstig dat moeder heeft besloten te verhuizen.

Tevens komt uit het psychologisch onderzoek naar voren dat er bij hem onder andere sprake is van ADHD en ODD. Passend hierbij is dat de verdachte impulsief is, de gevolgen van zijn gedrag niet kan overzien en weinig inlevingsvermogen heeft, waardoor hij risicovolle keuzes kan maken. Het feit dat hij verdacht wordt van het plegen van een ernstig delict, makkelijk beïnvloedbaar lijkt te zijn en gevoelig is voor wat anderen van hem vinden en niet altijd het effect van zijn handelen goed inschat, maakt dat de Raad de kans op herhaling van delictgedrag hoog inschat.

De verdachte heeft sinds zijn schorsing toezicht door de jeugdreclassering. Hij heeft goed contact met de jeugdreclasseerder en het is lange tijd ook goed gegaan met betrekking tot de schorsingsvoorwaarden. Echter heeft hij een paar weken geleden zijn contactverbod met een medeverdachte overtreden en is hij op 30 mei 2026 aangehouden voor een straatroof. Hiermee heeft hij zijn schorsingsvoorwaarden geschonden hetgeen de Raad zeer zorgelijk vindt.

Om de kans op delictgedrag te verminderen is de Raad van oordeel dat behandeling noodzakelijk is. Nu de verdachte in mei 2026 opnieuw verdacht werd van het plegen van strafbare feiten gedurende zijn schorsingsperiode acht de Raad een werkstraf en een voorwaardelijke jeugddetentie passend en geboden.

Deskundige [naam 2], werkzaam als jeugdreclasseerder bij Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, heeft ter zitting naar voren gebracht dat het na 2024 bijna 1,5 jaar goed is gegaan, maar toen kwam verdachte weer vast te zitten. Momenteel gaat het goed met hem. Hij heeft zich herpakt bij School2Care. Hij heeft bijna zijn mbo-opleiding afgerond. Omdat hij naar School2Care ging, heeft de jeugdreclassering besloten nog geen behandeling in te zetten. De uitnodiging voor De Waag zal nog volgen. Dan kunnen zij kijken wat zij kunnen betekenen voor de verdachte. De verdachte is bereid hieraan mee te werken. De wachtlijst is ongeveer twee maanden, maar er kan altijd gekeken worden of Fivoor iets kan betekenen, indien nodig. Wanneer de verdachte uit de KVJJ komt zal hij bij zijn vader in [plaatsnaam 2] gaan wonen omdat het momenteel erg onrustig is in [plaatsnaam 1] .

Het advies is om ook een contactverbod met de slachtoffers op te nemen in de voorwaarden bij een voorwaardelijke straf. Een contactverbod met [medeverdachte] wordt niet geadviseerd omdat zij bij elkaar om de hoek wonen.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Toerekeningsvatbaarheid

De conclusie van de psychiater wordt gedragen door haar bevindingen. De rechtbank neemt die conclusies over en maakt die tot de hare. Nu bij de verdachte sprake is van een psychische stoornis die ook aanwezig was ten tijde van de onder parketnummer 10-403074-24 ten laste gelegde feiten acht de rechtbank de verdachte voor deze feiten verminderd toerekeningsvatbaar. De rechtbank acht het aannemelijk dat ook op het moment van de onder parketnummer 10-154967-26 ten laste gelegde feiten sprake was van de door de psychiater vastgestelde stoornis, zodat zij de verdachte ook voor deze feiten verminderd toerekeningsvatbaar acht.

Redelijke termijn

De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn in de zaak met parketnummer 10-403074-24 is gestart op 19 december 2024, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan de datum van het vonnis is een periode van bijna 18 maanden verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak 16 maanden. Dat betekent dat de redelijke termijn is overschreden met ongeveer twee maanden. De rechtbank zal daar rekening mee houden bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf.

Straffen en maatregel

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. De rechtbank is echter van oordeel dat het onvoorwaardelijke deel van de jeugddetentie, mede gelet op de overschrijding van de redelijke termijn, niet langer moet zijn dan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Er wordt daarnaast ook voorwaardelijke jeugddetentie opgelegd. De rechtbank neemt daarbij bijzondere voorwaarden op, waaronder een meldplicht bij de jeugdreclassering, het volgen van onderwijs en behandeling bij De Waag of soortgelijke instelling. Het voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Verder zal de rechtbank gezien de ernst van de feiten een onvoorwaardelijke taakstraf, bestaande uit een werkstraf, opleggen.

De rechtbank zal – zoals door de officier van justitie gevorderd – aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht. Ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten dient de verdachte zicht te onthouden van ieder contact met [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats 2] , en de aangevers [aangever 1] , geboren op [geboortedatum 3] 2010 te [geboorteplaats 3] , [aangever 2] , geboren op [geboortedatum 4] 2012 te [geboorteplaats 4] , [aangever 3] , geboren op [geboortedatum 5] 2012 te [geboorteplaats 4] , [aangever 4] , geboren op [geboortedatum 6] 2008, en [aangever 5] , geboren op [geboortedatum 7] 2013.

Voor iedere keer dat de verdachte zich niet aan deze maatregel houdt zal vervangende jeugddetentie worden toegepast voor de duur van één week, met een totale duur van ten hoogste één jaar. De duur van de maatregel wordt bepaald op twee jaar;

Dadelijke uitvoerbaarheid

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Gelet op de ernst van de feiten en de rapportages van de psycholoog en de Raad, waaruit naar voren komt dat bij de verdachte sprake is van een verhoogd recidiverisico, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen en maatregel passend en geboden.

8. Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

[benadeelde partij 1]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 1] , ter zake van het onder parketnummer 10-403074-24 onder 2 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot toewijzing van een bedrag van € 300,-, hoofdelijk, nu dit ook is toegewezen bij [medeverdachte] .

Standpunt verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de vordering onvoldoende is onderbouwd en derhalve niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Subsidiair sluit de verdediging zich aan bij het standpunt van de officier van justitie om het gevorderde bedrag te matigen.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het onder parketnummer 10-403074-24 onder 2 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. In de vordering van de benadeelde partij is toegelicht dat de impact van het bewezenverklaarde strafbare feit groot is. De aard en de ernst van de normschending brengt met zich dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daardoor voor de benadeelde partij zo voor de hand liggen, zeker gezien de jonge leeftijd van de benadeelde partij, dat een aantasting in de persoon wordt aangenomen. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vordering zal worden toegewezen.

Hoofdelijkheid

Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

Wettelijke rente

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 19 december 2024.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 500,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

[benadeelde partij 2]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 2] , ter zake van het onder parketnummer 10-154967-26 onder 1 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 450,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 300,- nu uit de aangifte blijkt dat de benadeelde partij de telefoon voor dit bedrag heeft gekocht.

Standpunt verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de vordering onvoldoende is onderbouwd en derhalve niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Beoordeling

De benadeelde partij zal ten aanzien van de gevorderde materiële schade in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd. Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vordering, kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Conclusie

De benadeelde partij is niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Nu de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.

[benadeelde partij 3]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 3] , ter zake van het onder parketnummer 10-154967-26 onder 2 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 500,- aan materiële schade en € 650,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering nu deze voldoende is onderbouwd.

Standpunt verdediging

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de materiële schade. Met betrekking tot de immateriële schade stelt de verdediging zich op het standpunt dat deze onvoldoende is onderbouwd zodat deze niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Subsidiair verzoekt de verdediging de immateriële schade te matigen.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het onder parketnummer 10-403074-24 onder 2 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële en immateriële schade is toegebracht. De materiële schade is met stukken onderbouwd. In de vordering van de benadeelde partij is toegelicht dat de impact van het bewezen verklaarde strafbare feit groot is. Ook brengt de aard en de ernst van de normschending met zich dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daardoor voor de benadeelde partij zo voor de hand liggen, zeker gezien de jonge leeftijd van de benadeelde partij, dat een aantasting in de persoon wordt aangenomen. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vordering zal worden toegewezen.

Hoofdelijkheid

Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

Wettelijke rente

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 29 mei 2026.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 1.150,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 38v, 45, 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 77we, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10-133278-25 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte de onder parketnummers 10-403074-24 en 10-154967-26 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 102 (honderdtwee) dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 60 (zestig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich uiterlijk op 9 juli 2026 zal melden bij de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, en zich daarna gedurende een door de reclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) zal blijven melden zo lang en zo vaak als de jeugdreclassering noodzakelijk acht;

- naar school zal gaan volgens rooster en zich zal houden aan de regels en afspraken van school;

- zal meewerken aan behandeling bij De Waag, of een soortgelijke instantie;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de gestelde voorwaarden en het aan genoemde jeugdreclasseringsinstelling opgedragen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 (zestig) uren;

legt de veroordeelde op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de

duur van twee jaren, inhoudende dat de veroordeelde wordt bevolen zich te onthouden van direct of indirect contact met

gedurende twee jaar na heden;

met bevel dat, voor het geval de veroordeelde niet aan de maatregel voldoet, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast;

bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende jeugddetentie wordt toegepast voor de duur van één week, met een totale duur van ten hoogste één jaar;

met bevel dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;

verklaart de [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 1], te betalen een bedrag van € 500,- (zegge: vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 19 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 500,- (hoofdsom, zegge: vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 december 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 3], te betalen een bedrag van € 1.150,- (zegge: duizendenhonderdvijftig euro), bestaande uit € 500,- aan materiële schade en € 650,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 29 mei 2026 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededader de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 1.150,- (hoofdsom, zegge: duizendenhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 mei 2026 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.S. Flikweert, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. J. Groot en S.C. Sassen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.N. Arduin, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 juli 2026.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlasteleggingen

Parketnummer 10-403074-24

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.hij op of omstreeks 19 december 2024 te Hendrik-Ido-Ambacht, tezamen en invereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/ofeen ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon, in elk geval enig goed,dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derde toebehoorde(n) door- voor die [slachtoffer 1] op het fietspad te gaan staan en/of de weg voor die [slachtoffer 1] teversperren en/of het stuur van de fiets van die [slachtoffer 1] vast te pakken,- die [slachtoffer 1] de woorden toe te voegen: "Geef je kanker telefoon", althans woordenvan gelijke aard of strekking,- die [slachtoffer 1] te dwingen/gebieden om de code van zijn telefoon te geven,- die [slachtoffer 1] in/tegen het gezicht te slaan,- die [slachtoffer 1] te dwingen/gebieden om zijn telefoon te ontgrendelen en/of zijnontgrendelde telefoon te overhandigen,- in de jaszakken van en/of broekzakken van die [slachtoffer 1] te zoeken,- die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen: "Vertel tegen niemand wat er isgebeurd en als ik iets van scotoe hoor dan slaan we jou in elkaar", althans woordenvan gelijkende dreigende aard of strekking en/of- die [slachtoffer 1] te dwingen/gebieden zijn naam te noemen;

2.hij op of omstreeks 19 december 2024 te Hendrik-Ido-Ambacht, tezamen en invereniging met een of meer anderen, althans alleen, een telefoon, in elk geval eniggoed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander danaan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met hetoogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werdvoorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweldtegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden ofgemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of anderedeelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit vanhet gestolene te verzekeren, door- voor de fiets van die [slachtoffer 2] te gaan staan,- om die [slachtoffer 2] heen te gaan staan,- die [slachtoffer 2] te filmen,- die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen: "Als je iets door verteld dan stekenwe je neer en zweren we dat we je opzoeken", althans woorden van gelijkedreigende aard of strekking,- in de rugzak van die [slachtoffer 2] te zoeken en/of een telefoon uit de rugzak van die[slachtoffer 2] te pakken,- die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, (met een telefoon) op het hoofd te slaanen/of- die [slachtoffer 2] te dwingen/gebieden zijn naam en/of adres te noemen;

3.hij op of omstreeks 19 december 2024 te Hendrik-Ido-Ambacht, tezamen en invereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het doorverdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk omzich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreigingmet geweld [slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van schoenen en/of een telefoonen/of een jas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 3]en/of een derde toebehoorde(n),- het stuur van de fatbike van die [slachtoffer 3] heeft vastgepakt,- die [slachtoffer 3] de woorden heeft toegevoegd: "Trek je schoenen uit geef je telefoonen je jas" en/of "Begin met je kanker zakken leeg te maken", althans woorden vangelijke aard of strekking en/of- die [slachtoffer 3] een mes, althans een soortgelijk scherp voorwerp en/of puntigvoorwerp, heeft getoond,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Parketnummer 10-133278-25

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hijop of omstreeks 25 februari 2025te Ridderkerk, op/aan de Benedenrijweg, althans op de openbare weg,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een scooter (merk/type Piaggo Zipp) met kenteken [kenteken] , in elk geval enig goed,dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander dan aanverdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met hetoogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werdvoorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweldtegen die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7], gepleegd met het oogmerk om diediefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping opheterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vluchtmogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door- voor de scooter en dicht naast die [slachtoffer 7] te staan en- toevoegen van de woorden: Ga van je scooter af, anders ga ik je steken en- die [slachtoffer 7] te duwen en- die [slachtoffer 7] en die [slachtoffer 6] van de scooter te trekken.

Parketnummer 10-154967-26

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.hij op of omstreeks 27 mei 2026 te Ridderkerk,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elkgeval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/ofbedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstalvoor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aanzichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:- de telefoon van die [slachtoffer 4] uit zijn handen te pakken en/of- die [slachtoffer 4] bij de keel en/of de nek vast te pakken en/of- die [slachtoffer 4] bij het lichaam vast te houden en/of- die [slachtoffer 4] te duwen en/of- die [slachtoffer 4] tegen het lichaam te schoppen en/of- die [slachtoffer 4] een zwart voorwerp te tonen en/of daarbij dreigend de woorden toe tevoegen: "Meewerken, kijk hier, we kunnen je ook shaffen.", althans woorden vangelijke dreigende aard en/of strekking;

2.hij op of omstreeks 29 mei 2026 te Ridderkerk,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een telefoon en/of een pinpas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan[slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijktoe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd vangeweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk omdie diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping opheterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vluchtmogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:- met een afgedekt gelaat/gezicht (middels het dragen van één of meerbivakmutsen) voor die [slachtoffer 5] te springen en/of daarbij de woorden toe te voegen:"Stoppen, stoppen, waar is je telefoon?" en/of- de telefoon van die [slachtoffer 5] te pakken en/of- de tas van die [slachtoffer 5] open te trekken en/of- op een dreigende toon die [slachtoffer 5] de opdracht te geven om zijn code te geven en/of- de ID kaart en/of bankpas van die [slachtoffer 5] weg te pakken en/of- een foto van de ID kaart en/of het gezicht van die [slachtoffer 5] te maken en/of daarbijdreigend de woorden toe te voegen dat als die [slachtoffer 5] zou gaan snitchen, hijopgezocht zou worden, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand