RECHTBANK ROTTERDAM
beschikking
team Insolventie – meervoudige kamer
tijdelijke voorziening verlenging afkoelingsperiode
rekestnummer: C/10/713914 HO RK 26/33 ea
uitspraakdatum: 2 februari 2026
beschikking op het ingekomen verzoekschrift ex artikel 376 Faillissementswet (Fw) in de besloten akkoordprocedure van:
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster 1] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster 2] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster 3] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster 4] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster 5] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster 6] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster 7] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster 8] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna gezamenlijk aan te duiden als verzoeksters,
advocaat: mr. J. van den Dolder, kantoorhoudende te Oud-Beijerland.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
- de startverklaringen van 1 oktober 2025;
- de beschikking van 3 oktober 2025, tijdelijke voorziening afkoelingsperiode;
- de beschikking van 5 november 2025, afkondigen afkoelingsperiode en afwijzing verzoek maatwerkvoorzieningen;
- het verzoekschrift met bijlagen van 26 januari 2026;
- de oproepingsbrief van 29 januari 2026 voor de online behandeling op 5 februari 2026;
- de e-mails van 29 januari 2026 en 2 februari 2026 van mr. J. van den Dolder.
2. Het verzoek
Verzoeksters verzoeken in het verzoekschrift van 26 januari 2026 om verlenging van de bij beschikking van 5 november 2025 voor een periode van vier maanden, ingaande op 3 oktober 2025, afgekondigde afkoelingsperiode en zij verzoeken de rechtbank om de afkoelingsperiode voorshands, bij wijze van tijdelijke voorziening, te verlengen voor de periode totdat bij eindbeslissing op dit verzoek is beslist. In de oproepingsbrief van 29 januari 2026 voor de (online) behandeling van de verzoeken op 5 februari 2026 heeft de griffier medegedeeld dat de rechtbank bij de in het verzoekschrift geschetste stand van zaken vooralsnog geen aanleiding ziet het verzoek om een voorshandse beslissing eerder te behandelen. Naar aanleiding daarvan heeft mr. Van den Dolder de rechtbank op 29 januari 2026 en op 2 februari 2026 per e-mail bericht dat verzoeksters vrezen voor concrete verhaalsacties en opeising van goederen die onmisbaar zijn voor hun onderneming zodra de termijn van de bij beschikking van 5 november 2025 afgekondigde afkoelingsperiode afloopt.
Verzoeksters hebben in een eerder stadium Koninginneweg Holding B.V., RK Finance B.V. en ING Bank N.V. als belanghebbenden aangeduid. De rechtbank maakt uit het onderhavige verzoekschrift met bijlagen en genoemde e-mail van mr. Van den Dolder op dat verzoeksters ook leasemaatschappijen Beequip, BNP en CNHI als belanghebbenden aanduiden en dat zij genoemde leasemaatschappijen eveneens hebben opgeroepen voor genoemde (online) zitting.
3. De beoordeling
De rechtbank heeft in de beschikking van 3 oktober 2025 vastgesteld dat verzoeksters
voor een besloten akkoordprocedure hebben gekozen en dat de rechtbank bevoegd is van hun verzoeken kennis te nemen. De besloten akkoordprocedure en de bevoegdheid van de rechtbank liggen daarmee voor de volledige duur van de akkoordprocedure vast
De rechtbank stelt vast dat het onderhavige verzoek is ingediend vóór het verstrijken van de termijn van de bij beschikking van 5 november 2025 afgekondigde afkoelingsperiode, zodat verzoeksters ontvankelijk zijn in hun verzoek.
Gelet op het tijdstip van indiening, is het voor de rechtbank niet mogelijk om het verzoek te behandelen en daarop te beslissen voorafgaand aan het verstrijken van de lopende afkoelingsperiode. Gezien het verzoekschrift en de e-mail 29 januari 2026, 20:47 uur, van mr. Van den Dolder, zal de rechtbank bij wijze van tijdelijke voorziening bepalen dat de bij beschikking van 5 november 2025 afgekondigde afkoelingsperiode voortduurt totdat de eindbeslissing op het verzoek is gegeven.
4. De beslissing
De rechtbank:
- bepaalt bij wijze van tijdelijke voorziening dat de bij beschikking van 5 november 2025 afgekondigde afkoelingsperiode voortduurt totdat de eindbeslissing op onderhavig verzoek is gegeven;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Aukema, voorzitter, mr. P.J. Neijt en mr. S. Boot, rechters, en in aanwezigheid van mr. J.B. Biezen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026.