ECLI:NL:RBROT:2026:15022

ECLI:NL:RBROT:2026:15022

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 12-02-2026
Datum publicatie 30-10-2026
Zaaknummer C/10/713914 HO RK 26/33 ea
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

WHOA-zaak. Afkondigen verlenging afkoelingsperiode.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

beschikking

team Insolventie – meervoudige kamer

afkondigen verlenging afkoelingsperiode

rekestnummer: C/10/713914 HO RK 26/33 ea

uitspraakdatum: 12 februari 2026

beschikking op het ingekomen verzoekschrift ex artikel 376 Faillissementswet (Fw) in de besloten akkoordprocedure van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verzoekster 1] ,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verzoekster 2] ,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verzoekster 3] ,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verzoekster 4] ,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verzoekster 5] ,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,

6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verzoekster 6] ,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,

7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verzoekster 7] ,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,

8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verzoekster 8] ,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna gezamenlijk aan te duiden als verzoeksters,

advocaat: mr. J. van den Dolder, kantoorhoudende te Oud-Beijerland.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:

- de startverklaringen van 1 oktober 2025;

- de beschikking van 3 oktober 2025, tijdelijke voorziening afkoelingsperiode;

- de beschikking van 5 november 2025, afkondigen afkoelingsperiode en afwijzen verzoek maatwerkvoorzieningen;

- het verzoekschrift met bijlagen van 26 januari 2026;

- de beschikking van 2 februari 2026, tijdelijke voorziening verlenging afkoelingsperiode;

- de e-mail met bijlagen van 3 februari 2026 van mr. Van den Dolder;

- de op 5 februari 2026 ingediende zienswijze van BNP Paribas Leasing Solutions N.V.;

- de spreekaantekeningen van mr. Van den Dolder van 5 februari 2026;

- het zijdens verzoekers op 10 februari 2026 aan de rechtbank gestuurde werkkapitaaloverzicht over de periodes oktober-december 2025 en januari-april 2026 met toelichting.

De belanghebbenden zijn opgeroepen voor de zitting van 5 februari 2026.

Het verzoek is op 5 februari 2026 in raadkamer behandeld en nader toegelicht. Ter zitting zijn, door middel van een online video-verbinding, verschenen en gehoord:

namens verzoeksters:

- [naam] , bestuurder;

- [naam] , financieel manager;

- mr. J. van den Dolder, advocaat;

- R. Ros, adviseur Kruger;

- L. Franse, adviseur Kruger;

namens Koninginneweg Holding B.V.:

- [naam] , bestuurder;

- mr. S. Parijs, advocaat;

namens RK Finance B.V.;

- [naam] , bestuurder;

- mr. S. Parijs, advocaat;

namens ING Bank N.V.:

- [naam] ;

- [naam] ;

- [naam] ;

- [naam] ;

namens Deutsche Leasing Benelux N.V.:

- [naam] ;

namens BNP Paribas Leasing Solutions N.V.

- [naam] .

2. Het verzoek

Verzoeksters verzoeken in het verzoekschrift van 26 januari 2026 om verlenging van de bij beschikking van 5 november 2025 voor een periode van vier maanden, ingaande op 3 oktober 2025, afgekondigde afkoelingsperiode.

Verzoeksters beogen ieder een eigen akkoord aan te bieden. Verzoeksters hebben belangrijke voortgang gemaakt in de totstandkoming van de akkoorden. Een verschil van inzicht tussen de aandeelhouders over de aanpak van de herstructurering is in mediation opgelost. Verzoeksters hebben met hulp van Kruger beter inzicht hebben gekregen in hun schuldenposities en in de resultaten over 2025 en over januari 2026, waardoor een completer beeld is ontstaan van daadwerkelijke kosten en ontvangsten. Op basis daarvan zijn de prognoses aangepast, is een begroting voor 2026 opgesteld en hebben verzoeksters de contouren van akkoordvoorstellen bepaald. Aan de grootste schuldeisers, namelijk de Belastingdienst en ING Bank N.V. is al een concept akkoord gepresenteerd. Verder ligt er een financieringsaanbod, dat niet alleen voorziet in de financiering van de akkoorden maar ook in de verschaffing van werkkapitaal na de herstructurering.

Verzoeksters rollen leasetermijnen die tijdens de afkoelingsperiode verschijnen en ook enkele andere (maandelijkse) verplichtingen die tijdens de afkoelingsperiode ontstaan op, en zij willen deze later volledig voldoen in het kader van de uitvoering van de beoogde akkoorden. Twee verhuurders hebben hiermee ingestemd. Verzoeksters leggen voorstellen tot wijziging van contracten aan de leasemaatschappijen voor.

Alle afzonderlijke verzoeksters hebben belastingschulden en concurrente schulden en zij zijn hoofdelijk verbonden voor verplichtingen aan ING Bank N.V. Verder zijn verschillende verzoeksters (mede) aansprakelijk voor verplichtingen uit hoofde van diverse leasecontracten. Daarnaast bestaan tussen verzoeksters rekening-courant verhoudingen die vatbaar zijn voor derdenbeslag. Verlenging van de afkoelingsperiode ten aanzien van alle verzoeksters is noodzakelijk om de door verzoeksters gedreven onderneming(en) tijdens de voorbereiding van en de onderhandelingen over de akkoorden te kunnen blijven voortzetten.

De gezamenlijke crediteuren en alle individuele crediteuren zullen bij faillissementen aanmerkelijk slechter af zijn dan bij de totstandkoming van akkoorden. Er worden geen individuele schuldeisers wezenlijk in hun belangen geschaad.

Verzoeksters verwachten nog vier maanden nodig te hebben om tot (gehomologeerde) akkoorden te komen, aldus steeds verzoeksters

3. Het standpunt van BNP Paribas Leasing Solutions N.V.

Volgens leasemaatschappij BNP Paribas Leasing Solutions N.V. (hierna: BNPP LS) dient het verzoek van verzoeksters te worden afgewezen omdat BNPP LS op onredelijke wijze in haar belangen wordt geschaad door (verlenging van) de afkoelingsperiode. Er is sprake van financial lease. Verzoeksters betalen ten onrechte niet de volledige leasetermijnen maar slechts de rentecomponent daarvan. De volledige leasetermijnen vormen een tijdens het WHOA-traject na te komen lopende verplichting. Anders dan bij bijvoorbeeld een lening staat bij lease iedere maandtermijn tegenover het voortdurende gebruik van het leaseobject. Weliswaar blijkt uit de door verzoeksters overgelegde taxatierapporten dat de vordering van BNPP LS (vooralsnog) is afgedekt door de (over)waarde van de objecten maar deze taxatierapporten zijn slechts een momentopname en de leaseobjecten verminderen in waarde door het voortdurende gebruik en bovendien is er risico op schade of diefstal. Onder normale omstandigheden zou het risico van BNPP LS door de aflossingen met de maand lager worden. Nu is dat niet het geval, aangezien er al maanden geen aflossingen plaatsvinden en – als het aan verzoeksters ligt – er nog vier maanden niets wordt betaald, aldus steeds BNPP LS.

4. De beoordeling

De rechtbank heeft in de beschikking van 3 oktober 2025 vastgesteld dat verzoeksters

voor een besloten akkoordprocedure hebben gekozen en dat de rechtbank bevoegd is van hun verzoeken kennis te nemen. De besloten akkoordprocedure en de bevoegdheid van de rechtbank liggen daarmee voor de volledige duur van de akkoordprocedure vast.

De rechtbank heeft in de beschikking van 2 februari 2026 vastgesteld dat het onderhavige verzoek is ingediend vóór het verstrijken van de termijn van de bij beschikking van 5 november 2025 afgekondigde afkoelingsperiode, zodat verzoeksters ontvankelijk zijn in hun verzoek.

De rechtbank heeft bij beschikking van 2 februari 2026 bij wijze van tijdelijke voorziening de bij beschikking van 5 november 2025 afgekondigde afkoelingsperiode verlengd totdat de eindbeslissing op het verzoek is gegeven. De rechtbank overweegt in verband hiermee ten overvloede het volgende. Voor een verlenging van de gelaste afkoelingsperiode is niet noodzakelijk dat de rechtbank voor ommekomst van de eerder gelaste afkoelingsperiode, waarvan verlenging wordt verzocht, over de verzochte verlenging beslist. Noodzakelijk en voldoende is dat voorafgaand aan het aflopen van de eerder gelaste afkoelingsperiode een verzoek tot verlenging is ingediend, zodat de rechtbank die eerder gelaste afkoelingsperiode kan verlengen (in de zin dat deze direct aansluit op de eerder gestelde termijn). Verhaalsacties tussen de laatste dag van de eerder bepaalde afkoelingsperiode en een beschikking tot verlenging van de afkoelingsperiode hebben – achteraf bezien – in strijd met de verlengingsbeschikking plaatsgevonden en zullen in voorkomende gevallen leiden tot aansprakelijkheden. Daarom blijven verhaalsacties in genoemde periode doorgaans uit en bestaat er in de regel geen grond voor het treffen van een tijdelijke voorziening. Partijen die tot verhaal willen overgaan, kunnen de rechtbank om opheffing van de afkoelingsperiode dan wel om machtiging verzoeken. De rechtbank heeft op 2 februari 2026, bij wijze van tijdelijke voorziening, de afkoelingsperiode verlengd nadat hierom bij herhaling werd gevraagd door verzoeksters. Hiermee heeft de rechtbank uitsluitend beoogd aan alle betrokkenen duidelijk te maken dat als uitgangspunt geldt dat wordt gewacht met verhaalsmaatregelen totdat de rechtbank op een tijdig ingediend verzoek om verlenging van de afkoelingsperiode heeft beslist.

Ingevolge artikel 376 lid 5 Fw dient de rechtbank thans te beoordelen of aannemelijk is gemaakt dat belangrijke vooruitgang is geboekt bij de totstandkoming van de akkoorden. Naar het oordeel van de rechtbank hebben verzoeksters dit voldoende aannemelijk gemaakt met hun onderbouwde betoog dat de aandeelhouders inmiddels op één lijn zitten en dat op basis van beter inzicht in de kosten en ontvangsten van het afgelopen jaar en januari 2026 de contouren van akkoordvoorstellen zijn bepaald, dat aan de Belastingdienst en ING Bank N.V. een concept akkoord is gepresenteerd en dat er een financieringsaanbod ligt, dat niet alleen voorziet in de financiering van de akkoorden maar ook in de verschaffing van werkkapitaal na de herstructurering.

De rechtbank is verder van oordeel dat is voldaan aan de vereisten van artikel 376 lid 4 Fw. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.

Bij de behandeling van het verzoek is summierlijk gebleken dat verlenging van de afkoelingsperiode onveranderd noodzakelijk is om de door verzoeksters gedreven onderneming(en) tijdens de voorbereiding van en de onderhandelingen over de akkoorden te kunnen blijven voortzetten.

Ook is summierlijk gebleken dat redelijkerwijs valt aan te nemen dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers van verzoeksters bij (verlenging van de) afkoelingsperiode zijn gediend. Uit de onderbouwde stellingen van verzoeksters volgt dat – indien de herstructurering slaagt – er een hogere uitkering aan schuldeisers zal volgen dan ingeval van faillissementen, die zonder totstandkoming van akkoorden waarschijnlijk onafwendbaar zullen zijn.

Op 10 februari 2026 hebben verzoeksters inzicht gegeven in het verloop van het werkkapitaal. Deskundige Kruger heeft in deze aanvullende stukken als volgt geconcludeerd:

-Op basis van het huidig en begroot EBITDA-rendement plus mutaties in werkkapitaal, kan het [naam] concern geconsolideerd aan haar operationele verplichtingen voldoen.

-Op enkelvoudig niveau is dat niet altijd het geval: ofwel de bedrijfsactiviteit van de betreffende groepsvennootschap is (nog) onvoldoende winstgevend ofwel niet zelfstandig cash-genererend, waardoor inter-company financiering noodzakelijk is.

-Mede hierom is naast een herstructurering van de schuldenlast, tevens een herstructurering van de financieringsstructuur (incl. inter-company) benodigd. Dit zal onderdeel zijn van het akkoord.

-De insteek is om te komen tot een akkoord en herstructurering waarna elke vennootschap zelfstandig aan haar verplichtingen kan voldoen.

Gelet op de conclusie van Kruger, valt redelijkerwijs aan te nemen dat verzoekster hun (niet op te rollen) verplichtingen tijdens een verlengde afkoelingsperiode zullen kunnen blijven voldoen. Hieruit blijkt verder dat het voor verhaal beschikbare vermogen gedurende de verlenging niet vermindert of de schuldenlast van verzoeksters in belangrijke mate toeneemt. Hoewel door het niet voldoen van lopende leasetermijnen een toename ontstaat van de schuldenlast en de overwaarde op door verzoeksters gehouden leaseobjecten daalt, is per saldo een positief effect te verwachten van voortzetting van de onderneming gedurende de afkoelingsperiode.

Gelet op de onbetwiste stellingen van verzoeksters ten aanzien van de zekerheidsrechten van de leasemaatschappijen, de getaxeerde (over)waarde van de geleasede objecten en de verzekeringsdekking voor schade aan of diefstal van die zaken en de omstandigheid dat verschillende verzoeksters mede verbonden zijn voor aanspraken van leasemaatschappijen, valt redelijkerwijs aan te nemen dat de leasemaatschappijen, waaronder BNPP LS, niet wezenlijk in hun belangen worden geschaad, ook niet bij voortdurende non-betaling van het aflossingsdeel van de leasetermijnen tijdens een verlengde afkoelingsperiode. Verder hebben twee verhuurders ingestemd met het oprollen van huurverplichtingen.

De rechtbank zal het verzoek tot verlenging van de afkoelingsperiode toewijzen.

5. De beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek ex artikel 376 lid 5 Fw tot verlenging van de afkoelingsperiode tot 3 juni 2026 toe;

- wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Aukema, voorzitter, mr. P.J. Neijt en mr. S. Boot, rechters, en in aanwezigheid van mr. J.B. Biezen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M. Aukema
  • mr. P.J. Neijt
  • mr. S. Boot

Griffier

  • mr. J.B. Biezen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand