ECLI:NL:RBROT:2026:15023

ECLI:NL:RBROT:2026:15023

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 20-01-2026
Datum publicatie 30-10-2026
Zaaknummer 16-338234-24 en 10-016555-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

bewezenverklaring van voorbereiding van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, opzettelijk een ontploffing teweegbrengen en vernieling/beschadiging Beroep op vrijwillige terugtred verworpen. Beslag. Vordering BP deels toegewezen. TUL afgewezen wegens te ver verwijderd verband. Straf: deels voorwaardelijke jeugddetentie.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 16-338234-24

Parketnummer vordering TUL: 10-016555-24

Datum uitspraak: 20 januari 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats],

[adres 1], [postcode] [plaatsnaam],

raadsman mr. A.A. Rangoe, advocaat te Almere.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 6 januari 2026.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M.L. Goudzwaard heeft gevorderd:

4. Waardering van het bewijs

Vrijspraak zonder nadere motivering

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1. subsidiair

hij, op of omstreeks 22 oktober 2024 (rond 22:50 uur) te Almere, althans inNederland,ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving eengevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten opzettelijk eenontploffing teweegbrengen waardoor gemeen gevaar voor goederen en/oflevensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te duchtenis,opzettelijk- een vuurwerkbom, te weten een pakketje dat bestond uit een baksteen, een fleswasbenzine/terpentine en een Cobra 6, allen met tape omwikkeld,- een aansteker,- handschoenen,- een skimasker/bivakmuts,kennelijk bestemd tot het begaan van een misdrijf,heeft verworven, vervaardigd, ingevoegd, doorgevoerd, uitgevoerd en/ofvoorhanden heeft gehad;

2.hij op of omstreeks 22 oktober 2024 (omstreeks 00.20 uur) te Almere, te weten aande [adres 2], opzettelijk brand heeft gesticht en/of een ontploffing teweegheeft gebracht door een explosief, althans een voorwerp, aan te steken en/of(vervolgens) tegen het raam, althans in de voortuin van het huis aan de[adres 2] te gooien, waardoor een explosie en/of brand is ontstaan, terwijldaarvan- gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemd pand en/of in voornoemdpand aanwezige goederen en/of in de naastgelegen/omringende woningen/pandenaanwezige goederen en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te wetende aanwezige personen in voornoemd pand en/of in de naastgelegen/omringendewoningen/panden en/of aanwezige personen op/nabij de [straatnaam]te duchten was;

3.hij op of omstreeks 22 oktober 2024 te Almereopzettelijk en wederrechtelijk een gebouw, gelegen aan de [adres 2] inAlmere, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], althans aan een ander ofanderen dan aan verdachte, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaaktdoor- een steen door de ruit van voornoemd pand te gooien.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

Kwalificatie

Standpunt verdediging feit 1

De verdediging heeft bepleit dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging ten aanzien van feit 1 omdat sprake is van vrijwillige terugtred (de kwalificatieuitsluitingsgrond van artikel 46b van het Wetboek van Strafrecht). De verdachte had de mogelijkheid om het door hem in gang gezette misdrijf voort te zetten, maar heeft de keuze gemaakt om dit niet te doen. Uit de camerabeelden volgt dat de verdachte vrijwillig wegloopt van de woning aan de [adres 3] Vervolgens wordt hij aangesproken door [getuige] waarna hij uit schrik wegrent. De enkele omstandigheid dat de verdachte is aangesproken door deze getuige doet niets af aan de eigen keuze van verdachte.

Beoordeling

De rechtbank verwerpt het verweer dat feitelijke grondslag mist. Uit het proces-verbaal van het uitkijken van de camerabeelden blijkt dat de verdachte naar de woning aan de [adres 3] loopt en daar een paar seconden is blijven staan. Hij loopt dan weg in de richting van de Moldaviëstraat, maar is in de daaropvolgende minuten wel in de [straatnaam] gebleven, zoals volgt uit de verklaring van [getuige], die verklaart dat de verdachte vier minuten in de straat heeft gestaan zonder ergens heen te gaan. [getuige] is toen naar buiten gegaan, heeft de verdachte aangeroepen en is op hem afgelopen, waarna de verdachte schrok en wegrende. De verdachte heeft bij de politie verder zelf verklaard dat hij een cobra wilde zetten voor de deur van de [adres 3], maar dat hij wegrende toen een persoon naar hem schreeuwde en een pistool trok. De voorbereidingshandelingen van verdachte zijn gelet op het bovenstaande slechts gestopt doordat [getuige] de verdachte aansprak, waarna de verdachte is weggerend. Dit betreft geen eigen wilsbesluit, maar een van buitenaf komende omstandigheid. Daarmee stelt de rechtbank vast dat niet is gebleken van een vrijwillige terugtred.

Conclusie

De bewezen feiten leveren op:

1. subsidiair

voorbereiding van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;

2.

opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

3.

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort beschadigen.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de

omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke

omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in

aanmerking genomen.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich op vijftienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan het teweegbrengen van een explosie. In de nacht van 22 oktober 2024 is de verdachte met een steen en een zelfgemaakt explosief naar de woning aan de [adres 2] gelopen. Bij de woning heeft de verdachte eerst de steen door de ruit gegooid, waarmee de verdachte zich ook schuldig heeft gemaakt aan beschadiging van dat pand (feit 3), en heeft daarna het explosief aangestoken en geprobeerd deze door het gat van de ruit de woning in te gooien (feit 2). Als het explosief in de woning terecht was gekomen had dit veel (meer) schade en ook levensgevaar kunnen veroorzaken.

Later op diezelfde dag heeft de verdachte zich ook schuldig gemaakt aan het voorbereiden van een ontploffing door onder meer een vuurwerkbom voorhanden te hebben (feit 1). In de avond van 22 oktober 2024 is de verdachte naar dezelfde straat gegaan, dit keer om een explosie te veroorzaken bij [adres 3]. Dat dit niet is gelukt, kwam slechts door tussenkomst van een buurtbewoner. Uit het forensisch onderzoek aan de vuurwerkbom die de verdachte bij zich had, blijkt dat de verdachte een enorme ontploffing teweeg had kunnen brengen, die levensgevaarlijk was geweest en veel schade zou hebben veroorzaakt.

Dit soort explosies leiden tot onrust en gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. De verdachte zou voor het veroorzaken van de twee ontploffingen naar eigen zeggen € 1.000,- krijgen. De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij enkel heeft gedacht aan zijn eigen financiële gewin en niet heeft nagedacht over de verstrekkende gevolgen van zijn handelen voor anderen.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 9 december 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld, maar niet voor soortgelijke strafbare feiten.

Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 20 november 2025. Dit rapport houdt, voor zover van belang, het volgende in.

Het Algemeen Recidive Risico is laag en het Dynamisch Risico Profiel is hoog. De grootste risicofactoren die de kans op herhaling van delictgedrag kunnen vergroten, worden gezien binnen de domeinen gezin, school, werk/vrije tijd/financiën, geestelijke gezondheid en agressie. De Raad ziet daarnaast ook risicofactoren binnen de domeinen relaties en houding. De verdachte vertoont zelfbepalend gedrag. Hij gaat naar buiten wanneer hij wil en moeder heeft geen zicht op wat hij doet. Er volgen geen consequenties wanneer hij zich niet aan afspraken houdt. De grote zorg is dat moeder overbelast is en dat zij geen invloed heeft op het gedrag van de verdachte. Een andere risicofactor is dat de verdachte in 2024 is veroordeeld vanwege het overtreden van de Leerplichtwet en dat er nog steeds sprake is van verzuim. Ook ontbreekt een positieve, gestructureerde vrijetijdsbesteding. Hoewel hij aangeeft wel te willen werken, heeft hij nog geen werkplek gevonden, terwijl dit wel noodzakelijk is voor zijn opleiding. Hij beschikt over veel vrije tijd die hij niet zinvol besteedt en er is beperkt zicht op zijn activiteiten en vriendenkring. Daarbij bestaat het vermoeden dat de verdachte omgaat met jongeren die antisociaal gedrag vertonen. Verder geeft hij aan onvoldoende geld te hebben om leuke dingen te doen en zijn motief voor het huidige delict was 'geld'. De verdachte heeft ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt in zijn leven. In 2022 overleed zijn vader plotseling en in 2023 is hij beroofd. Sinds het overlijden van zijn vader is volgens moeder een duidelijke gedragsverandering zichtbaar. De verdachte staat niet open voor hulpverlening om deze gebeurtenissen te verwerken. Hij werkt ook niet meer mee aan de coaching vanuit E25. Vanwege de ernst van de verdenking adviseert de Raad om een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk staat aan de duur van het voorarrest. De Raad vindt dat de verdachte de consequenties van zijn gedrag moet ervaren, maar acht het niet in zijn belang om opnieuw in een JJI geplaatst te worden. Nadat hij zijn dagbesteding bij Duce positief heeft afgerond, is hij in september 2025 begonnen met een nieuwe opleiding en het is belangrijk dat hij deze kan blijven volgen. Het voorwaardelijke deel biedt ruimte om onder toezicht aan gedragsverandering te werken binnen duidelijke kaders. Tot slot wordt de inzet van de jeugdreclassering geadviseerd. Het is belangrijk dat wordt gekeken of eerder gemaakte afspraken en voorwaarden ook echt worden nagekomen. De verdachte heeft een jeugdreclasseerder naast zich nodig die hem strakke kaders biedt, hem op het goede pad stuurt en ook houdt. Daarnaast kan de jeugdreclasseerder toezicht houden op het verloop van de hulpverlening en zo nodig bijsturen.

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: te noemen JBRR) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 2 januari 2026. Dit rapport houdt, voor zover van belang, het volgende in.

De verdachte heeft lange tijd thuis gezeten. Hij kwam in de problemen door zijn agressie regulatie op het orthopedagogisch didactisch centrum. Er zijn meerdere conflicten geweest waarbij hij het passend vond om agressie te gebruiken. De verdachte heeft geen gestructureerde vrijetijdsbesteding of bijbaan. Er is geen zicht op de vriendengroep en het vermeende delict zou in opdracht zijn gepleegd. De jeugdreclasseerder heeft zorgen over de weerbaarheid van de verdachte tegen zijn sociale contacten. De verdachte deelt deze zorgen niet. Moeder is overbelast en kan niet de grenzen en kaders bieden die de verdachte nodig heeft. Een van de schorsende voorwaarden is meewerken aan coaching. Ondanks twee officiële waarschuwingen vanwege het niet houden aan afspraken met de coach, hield de verdachte zich niet aan vervolgafspraken en heeft E25 besloten het traject bij hen te stoppen. De jeugdreclasseerder heeft op vraag van moeder MDFT aangevraagd om het gezinssysteem te versterken en om weer meer grip te gaan krijgen op het gedrag van de verdachte. Dit kan naar verwachting in januari 2026 starten. Positief is dat de verdachte spijt heeft van wat hij heeft gedaan en sindsdien niet meer in aanraking is geweest met politie. Daarnaast heeft hij het traject van de elektronische monitoring positief afgerond en hij hield zich over het algemeen goed aan de afspraken omtrent de enkelband en de avondklok. Het lijkt van belang dat de verdachte meewerkt aan behandeling en begeleiding van MDFT. Daarnaast lijkt het nodig dat hij ondersteund wordt in het volgen van onderwijs en het vinden van een leerwerkplek. Ook een positieve vrijetijdsbesteding lijkt nodig, zodat hij meer in aanraking komt met positieve leeftijdgenoten. JBRR adviseert, indien de verdachte schuldig wordt bevonden, een onvoorwaardelijke jeugddetentie die gelijk is aan de duur het voorarrest. Daarnaast een (voorwaardelijke) taakstraf in de vorm van een werkstraf, met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zijn medewerking verleent aan jeugdreclasseringstoezicht, meewerkt aan de behandeling MDFT of een andere behandeling/begeleiding indien de jeugdreclassering dit nodig acht en zich inzet voor school en aanwezig is volgens lesrooster.

Deskundige [naam], werkzaam als jeugdreclasseerder bij JBRR, heeft ter zitting naar voren gebracht dat de verdachte langere tijd niet naar school is geweest. Na Duce heeft hij de stap gemaakt naar het mbo. Zijn agressie, de reden waarvoor hij eerder van school is gestuurd, is inmiddels een stuk verbeterd. Hij had geen klik met de coach vanuit E25 en hij ervaarde ook niet de hulp die hij hoopte te krijgen waardoor dit is gestagneerd. Aan de overige schorsende voorwaarden heeft hij zich wel goed gehouden. Het lukt hem alleen niet om een baan te vinden. Daarom werd gedacht dat een coach hem daarbij zou kunnen helpen, die met hem mee kan langs mogelijke werkplekken. Omdat de verdachte het lastig vindt om hulp aan te nemen heeft het opleggen van een jongerencoach als bijzondere voorwaarde echter momenteel geen meerwaarde.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van

een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht

geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank ziet

in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om een deel van de

voorgenomen straf voorwaardelijk op te leggen met de voorwaarden die hierna worden

genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de

toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen, waaronder de hieronder besproken verbeurdverklaringen, passend en geboden.

8. In beslag genomen voorwerpen

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geen standpunt ingenomen met betrekking tot de in beslag genomen goederen.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht de in beslag genomen goederen terug te geven aan de verdachte.

Beoordeling

Bij de verdachte is een aansteker, een skimasker/bivakmuts en een telefoon in beslag genomen. De aansteker en het skimasker/de bivakmuts zullen verbeurd worden verklaard het bewezen verklaarde feit onder 1 met behulp van deze voorwerpen is begaan.

Ten aanzien van de in beslag genomen telefoon zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.

9. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij], ter zake van de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 200,- aan materiële schade en een bedrag van € 6.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. In de onderbouwing bij de vordering en ter zitting is door de advocaat van de benadeelde partij, mr. P.W. van Rijmenam-van Oosterom, naar voren gebracht dat de vordering met betrekking tot de immateriële schade ziet op € 1.500,- per persoon, voor de benadeelde en haar drie kinderen.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot toewijzing van de vordering met betrekking tot de materiële schade. Met betrekking tot de immateriële schade stelt de officier van justitie dat de vordering dient te worden gematigd tot een door de rechtbank redelijk te achten bedrag.

Standpunt verdediging

De verdediging verzoekt de vordering met betrekking tot de materiële schade af te wijzen. Allereerst blijkt niet duidelijk wanneer de foto’s in de bijlage bij de vordering zijn gemaakt waardoor niet vastgesteld kan worden of er een causaal verband is tussen de

vermeende handelingen van de verdachte en de geleden schade. Daarnaast zijn er geen voorbeelden aangevoerd van vergelijkbaar laminaat of vergelijkbare rolgordijnen, zodat de materiële schade niet zonder meer vastgesteld kan worden op een bedrag van € 200,-. Ook met betrekking tot de immateriële schade verzoekt de verdediging de vordering af te wijzen omdat deze onvoldoende is onderbouwd. Subsidiair verzoekt de verdediging de vordering aanzienlijk te matigen en dat de rechtbank daarbij gebruik maakt van haar schattingsbevoegdheid. De verdediging verwijst naar een vergelijkbare zaak van de rechtbank Noord-Holland van 4 december 2025 met ECLI:NL:RBNHO:2025:14234 waarin de immateriële schade is vastgesteld op € 2.500,-.

Beoordeling

Materiële schadevergoeding

Het ontbreken van causaal verband is onvoldoende gemotiveerd betwist, omdat de foto’s passen bij hetgeen heeft plaatsgevonden. Daarmee is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door de onder 2 en 3 bewezen verklaarde strafbare feiten, rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De omvang van de gevorderde schadevergoeding is – mede gelet op de in het geding gebrachte foto’s – onvoldoende gemotiveerd weersproken. De rechtbank zal de schade naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid vaststellen op het gevorderde bedrag en zal de dit deel van de vordering daarom volledig toewijzen.

Immateriële schadevergoeding

Voor vergoeding van immateriële schade is een wettelijke grondslag vereist, zoals geregeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (verder: BW). Nu bij de benadeelde partij geen sprake is van lichamelijk letsel of van schade in zijn eer en goede naam, is de vraag of de benadeelde partij ‘op andere wijze’ in de persoon is aangetast in de zin van genoemd artikel. Van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Ook als het bestaan van geestelijk letsel niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen.

Naar het oordeel van de rechtbank brengen de aard en de ernst van de normschending, te weten het door de ruit gooien van een baksteen en het tot ontploffing brengen van een explosief voor de woning van de benadeelde partij, en de gevolgen daarvan zoals door de benadeelde partij omschreven in de slachtofferverklaring, mee dat van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ sprake is. Dat er sprake is van een aantasting van de persoon ‘op andere wijze’ bij de kinderen van de benadeelde partij, blijkt echter niet uit de onderbouwing van de vordering.

De immateriële schade van de benadeelde partij zal daarom naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 1.500,-, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen. De benadeelde partij zal voor het overige gevorderde niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Wettelijke rente en kostenveroordeling

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 22 oktober 2024.

Nu de vordering van de benadeelde partij deels zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 1.700,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

10. Vordering tenuitvoerlegging

Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

Bij vonnis van 1 juli 2024 van de kantonrechter van deze rechtbank met parketnummer 10-016555-24 is de verdachte veroordeeld ter zake van het overtreden van de Leerplichtwet tot voor zover van belang een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 50 uren subsidiair 25 dagen vervangende jeugddetentie, waarvan een gedeelte groot 30 uren subsidiair 15 dagen vervangende jeugddetentie voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 16 juli 2024.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de proeftijd met een jaar te verlengen.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen, omdat de toewijzing van deze vordering disproportioneel zou zijn.

Beoordeling

De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.

In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. De rechtbank acht evenwel redenen aanwezig die last niet te geven. Het feit waarop de vordering is gebaseerd ziet namelijk op het overtreden van de Leerplichtwet, hetgeen in te ver verwijderd verband staat met de hierboven bewezen verklaarde feiten.

11. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 46, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 157 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

12. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

13. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 180 (honderdtachtig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 135 (honderdvijfendertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- zich zal inzetten voor het verkrijgen en behouden van onderwijs/dagbesteding, aanwezig is volgens het rooster en zich houdt aan alle afspraken en regels die daar gelden;

- zich zal inzetten voor het verkrijgen en behouden van een structurele vrijetijdsbesteding in de vorm van een bijbaan en/of sport;

- zal meewerken aan de behandeling MDFT (Multi Dimensional Family Therapy) of de inzet van andere hulpverlening die de jeugdreclasseerder nodig acht;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, die in beslag zijn genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten: de aansteker en het skimasker/de bivakmuts;

- gelast de teruggave aan de verdachte van: zijn telefoon;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;

veroordeelt de verdachte, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij], te betalen een bedrag van € 1.700,- (zegge: duizendenzevenhonderd euro), bestaande uit € 200,- aan materiële schade en € 1.500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 22 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 1.700,- (hoofdsom, zegge: duizendenzevenhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 oktober 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 1 juli 2024 van de kantonrechter van deze rechtbank met parketnummer 10-016555-24 aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke taakstraf, bestaande uit een werkstraf.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.L.M. Boek, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. K.J. van den Herik en R. van den Wildenberg, kinderrechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.N. Arduin, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 januari 2026.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.hij, op of omstreeks 22 oktober 2024 (rond 22:50 uur) te Almere, althans inNederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf omopzettelijk brand te stichten en/of een ontploffing teweeg te brengen, terwijldaarvan- gemeen gevaar voor goederen, te weten een woning gelegen aan de[straatnaam] en/of aangrenzende woningen en/of panden en/of invoorgenoemde woningen aanwezige goederen en/of,- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weteneen of meer aanwezigen in voornoemde woningen en/of passanten en/ofhulpverlenerste duchten was- naar (een woning en/of een pand aan) de [straatnaam] is gegaan,- een vuurwerkbom, te weten een pakketje dat bestond uit een baksteen, een fleswasbenzine/terpentine en een Cobra 6, allen met tape omwikkeld voorhandenheeft gehad en een aansteker voorhanden heeft gehad,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:

hij, op of omstreeks 22 oktober 2024 (rond 22:50 uur) te Almere, althans inNederland,ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving eengevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten opzettelijk eenontploffing teweegbrengen waardoor gemeen gevaar voor goederen en/oflevensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te duchtenis,opzettelijk- een vuurwerkbom, te weten een pakketje dat bestond uit een baksteen, een fleswasbenzine/terpentine en een Cobra 6, allen met tape omwikkeld,- een aansteker,- handschoenen,- een skimasker/bivakmuts,kennelijk bestemd tot het begaan van een misdrijf,heeft verworven, vervaardigd, ingevoegd, doorgevoerd, uitgevoerd en/ofvoorhanden heeft gehad;

2.hij op of omstreeks 22 oktober 2024 (omstreeks 00.20 uur) te Almere, te weten aande [adres 2], opzettelijk brand heeft gesticht en/of een ontploffing teweegheeft gebracht door een explosief, althans een voorwerp, aan te steken en/of(vervolgens) tegen het raam, althans in de voortuin van het huis aan de[adres 2] te gooien, waardoor een explosie en/of brand is ontstaan, terwijldaarvan- gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemd pand en/of in voornoemdpand aanwezige goederen en/of in de naastgelegen/omringende woningen/pandenaanwezige goederen en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te wetende aanwezige personen in voornoemd pand en/of in de naastgelegen/omringendewoningen/panden en/of aanwezige personen op/nabij de [straatnaam]te duchten was;

3.hij op of omstreeks 22 oktober 2024 te Almereopzettelijk en wederrechtelijk een gebouw, gelegen aan de [adres 2] inAlmere, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], althans aan een ander ofanderen dan aan verdachte, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaaktdoor- een steen door de ruit van voornoemd pand te gooien.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand