RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 oktober 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaatsnaam] , eiseres
Dienst Toeslagen
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/2915
(gemachtigde: mr. N. Köse-Albayrak),
en
(gemachtigde: [naam] ).
Procesverloop
Met het besluit van 15 december 2022 heeft de Dienst Toeslagen € 63.210,- compensatie aan eiseres toegekend op grond van de Wht.
Met het besluit van 13 maart 2025 (het bestreden besluit) het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 15 december 2022 gegrond verklaard en het compensatiebedrag verhoogd naar € 87.790,-.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Partijen hebben de rechtbank laten weten dat zij een zitting niet nodig vinden. De rechtbank heeft bepaald dat een zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Eiseres heeft een aanvraag ingediend om compensatie op grond van de Wht. Met het besluit van 15 december 2022 compensatie wegens institutionele vooringenomenheid toegekend voor de toeslagjaren 2006, 2008 en 2009. Met het bestreden besluit heeft de Dienst Toeslagen ook compensatie toegekend voor het toeslagjaar 2005.
2. De gemachtigde van eiseres heeft de rechtbank verzocht kennis te nemen van de zittingsaantekeningen die de gemachtigde ten behoeve van het hoorgesprek in bezwaar heeft opgesteld en de punten die daarin aan de orde komen nogmaals te beoordelen. De rechtbank hoeft volgens vaste rechtspraak niet te reageren op een verwijzing naar de bezwaargronden en beoordeelt daarom alleen wat eiseres in het beroepschrift en aanvullend beroepschrift naar voren heeft gebracht.
3. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat de beroepsgronden die eiseres naar voren heeft gebracht woordelijk gelijk zijn aan de gronden die de gemachtigde van eiseres in tientallen andere zaken naar voren heeft gebracht. Deze algemeen geformuleerde gronden hebben in geen van die zaken tot een gegrond beroep geleid. Dat geldt ook voor deze zaak. De rechtbank volstaat met een verwijzing naar haar eerdere uitspraken hierover.
4. Het beroep is ongegrond.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.P. Ferwerda, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J. Huisman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.