Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 10/741053-20
Datum uitspraak: 1 oktober 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige raadkamer voor strafzaken, met betrekking tot de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna PIJ-maatregel) van
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] te [plaatsnaam] ,
verblijvende in [naam JJI] (hierna: de inrichting),
raadsvrouw mr. H. Yilmaz, advocaat te Rotterdam.
1. Procesverloop
Op 18 februari 2021 heeft de rechtbank de PIJ-maatregel van de veroordeelde gelast. De PIJ-maatregel is opgelegd ter zake van poging tot doodslag, diefstal door twee of meer verenigde personen en openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
De termijn van de PIJ-maatregel is gestart op 30 juli 2021.
Op 6 januari 2026 heeft deze rechtbank de PIJ-maatregel laatstelijk verlengd met negen maanden.
Op 30 juli 2026 heeft de rechtbank van het openbaar ministerie een vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel ontvangen. Bij die vordering is gevoegd het advies van het hoofd van de inrichting waar de veroordeelde verblijft, gedateerd 23 juli 2026, inclusief de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de veroordeelde over de periode van 1 december 2025 tot 21 juni 2026.
Op de zitting van 1 oktober 2026 is de vordering in het openbaar behandeld. De officier van justitie, mr. J. Uiterwijk, de veroordeelde, bijgestaan door haar raadsvrouw, de moeder van de veroordeelde en als deskundige [naam] , als GZ-psycholoog verbonden aan de inrichting, zijn gehoord.
2. Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de PIJ-maatregel met negen maanden. Er is voldaan aan de wettelijke vereisten om de PIJ-maatregel te verlengen. Het verlengingsrapport is positief over hoe de veroordeelde het de afgelopen periode heeft gedaan. De veroordeelde is overgeplaatst naar een reguliere afdeling, gestart met een opleiding en is veel buiten de inrichting. Er is echter een langere periode van stabiliteit nodig voordat de PIJ-maatregel voorwaardelijk beëindigd kan worden.
Standpunt van de veroordeelde
De veroordeelde en haar raadsvrouw hebben primair niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleit. Artikel 6:6:31 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat een vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel niet eerder dan twee maanden voor het tijdstip van de voorwaardelijke beëindiging kan worden ingediend. De rechtbank heeft in haar laatste verlengingsbeschikking vastgesteld dat de PIJ-maatregel op 14 oktober 2026 voorwaardelijk zal eindigen. De vordering is gedateerd op 28 juli 2026 en is op 30 juli 2026 bij de rechtbank binnengekomen. De vordering is daarmee voor de wettelijke termijn ingediend.
De veroordeelde en haar raadsvrouw hebben subsidiair afwijzing van de gevorderde duur van negen maanden bepleit en verzocht de verlenging te beperken tot drie maanden. Sinds de vorige verlengingszitting heeft de veroordeelde weer aantoonbare vooruitgang geboekt. Haar verlof is uitgebreid en tijdens de verloven hebben zich geen incidenten voorgedaan. Daarnaast is zij gemotiveerd om haar opleiding voort te zetten. Het verlengingsadvies maakt onvoldoende duidelijk waarom de nog aanwezige risico’s uitsluitend binnen een verdere onvoorwaardelijke PIJ-maatregel kunnen worden beheerst. De veroordeelde heeft inmiddels belangrijke stappen gezet. Tegelijkertijd zijn de reclasseringsbetrokkenheid, de woonplek en het verdere uitstroomtraject nog onvoldoende concreet. Een verlenging van maximaal drie maanden biedt de gelegenheid om deze punten met voorrang uit te werken en stelt de rechtbank in staat om op korte termijn opnieuw te toetsen of verdere gesloten behandeling nog noodzakelijk is.
3. Adviezen
Advies inrichting
Het advies van 23 juli 2026 houdt onder meer het volgende in.
Actuele diagnose
Bij de veroordeelde is sprake van een persoonlijkheidsstoornis met narcistische en antisociale trekken en een reactieve hechtingsstoornis.
Verloop behandeling
De afgelopen periode heeft in het teken gestaan van het stabiliseren van het gedrag van de veroordeelde en het voeren van gesprekken over het behandelaanbod. De veroordeelde is een jonge vrouw met een belaste voorgeschiedenis waardoor zij de intentie van de ander snel onterecht negatief kan labelen en hierdoor uit contact kan gaan. Het is van belang dat het behandelteam met haar in gesprek blijft gaan over wat haar dwarszit, zodat dit tijdig bespreekbaar gemaakt kan worden. Zij lost zaken bij voorkeur zelf op om anderen niet te belasten. Dit kan er voor zorgen dat zij emoties gaat stapelen en vanuit hier agressiedoorbraken komen.
Afgelopen periode is de veroordeelde gestart met begeleid verlof wat tot op heden goed verloopt en waarbij zich geen bijzonderheden hebben voorgedaan. De begeleide verloven zijn over gegaan in semi-begeleide verloven, die rustig stap voor stap zullen worden opgebouwd. In de afgelopen periode werd door het behandelteam een jonge vrouw gezien die correct is richting het behandelteam, in contact is met het behandelteam en die geen incidenten heeft gehad. Er lijkt geen sprake meer te zijn van invloed op een negatieve groepsdynamiek en de veroordeelde lijkt meer op zichzelf en haar eigen traject gericht te zijn.
De veroordeelde is langere tijd stabiel geweest op de ITA afdeling en er was geen sprake meer van beheersproblematiek. Daarbij komt dat de veroordeelde in september een MBO-opleiding buiten de inrichting zal gaan starten en dat de overgang naar een reguliere groep een passende stap is.
Gezien de veroordeelde een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt op de ITA afdeling is er voor gekozen haar over te plaatsen naar een regulieren meidengroep binnen [naam JJI] . Op 22 juni 2026 is zij dan ook overgeplaatst naar [naam JJI] . Na drie weken heeft er een evaluatiegesprek plaatsgevonden en daaruit is naar voren gekomen dat de start even wennen was, maar dat de veroordeelde het goed doet op de reguliere groep.
Gevaar voor herhaling
Omdat er nog veel (kritische) risicofactoren worden gezien die nog onvoldoende worden
getemperd door beschermende factoren, wordt het recidiverisico op dit moment nog als hoog ingeschat en de mate van bescherming nog als weinig op het moment dat de PIJ-maatregel per direct wordt beëindigd en alle kaders en hulpverlening wegvallen. Daarbij wordt de meeste bescherming op dit moment nog geboden door de externe structuur, begeleiding en holding vanuit de PIJ-maatregel. Wanneer de PIJ-maatregel per direct beëindigd zal worden, valt de huidige structuur weg en zijn er nog geen beschermende/ondersteunende factoren opgebouwd (denk aan wonen, werk, inkomen, begeleiding), waardoor het recidiverisico hoog is.
Verder behandeltraject en –perspectief
In deze fase van de behandeling is het nog vroeg om een definitieve uitstroomrichting te bepalen. Dit is namelijk in de eerste plaats afhankelijk van de stappen en inzet van de veroordeelde zelf. Het is van belang dat de veroordeelde een intrapsychische verandering doormaakt en aan de slag gaat met het herkennen, erkennen en veranderen van patronen. Daarbij wordt het ook van belang geacht het uitstroomperspectief zo veel mogelijk in samenspraak met de veroordeelde verder te concretiseren. De veroordeelde zou graag willen uitstromen in Almere. Er wordt gedacht aan een woonvorm met ambulante begeleiding.
Gelet op de aard en de omvang van het recidiverisico is het noodzakelijk dat - in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling – de veroordeelde de komende tijd nog verder gaat werken aan de behandeldoelen, de risicofactoren verder bewerkt worden, de protectieve factoren verder uitgebreid worden en de beoogde verlofstappen doorlopen worden. De veroordeelde is gestart met begeleid verlof en is recent overgegaan naar semi-begeleid verlof. Vervolgens volgt een fase van eendaags onbegeleid verlof, met op termijn uitbreiding van een externe dagbesteding, waarna, als alles goed verloopt, het traject afgesloten zal worden met een STP van ongeveer zes maanden. Het advies luidt de termijn van de PIJ-maatregel te verlengen met negen maanden.
Ter zitting gegeven adviezen
De deskundige heeft het advies ter zitting toegelicht. Zij heeft onder meer verklaard dat de overplaatsing naar de reguliere groep goed is verlopen. Er zijn twee incidenten voorgevallen waarbij de veroordeelde twee uur lang niet bereikbaar was en zij een telefoon mee naar binnen de inrichting heeft genomen. Op de groep gaat het goed en is er geen sprake van agressie. De veroordeelde is nu meer buiten dan binnen en gaat vijf dagen per week naar haar opleiding. Het onbegeleid verlof wordt afgerond in december en vanaf januari kan het Scholings- en Trainings Programma (hierna: STP) van start gaan. Dit programma duurt zes maanden. Er staat op 21 oktober a.s. een intake gepland bij een woonvorm met ambulante behandeling in Almere en de reclassering zal in de komende periode meer betrokken worden. Het is een moeizaam PIJ-traject geweest, dus het is van belang om de stappen rustig te doorlopen. De PIJ-kaders zijn nodig om de veroordeelde te begeleiden. Het is goed dat de instelling hierbij betrokken blijft.
4. Beoordeling
Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie
Voordat de rechtbank een beslissing kan nemen over de verlengingsvordering van het Openbaar Ministerie moet zij eerst een beslissing nemen over de vraag of de vordering van het Openbaar Ministerie ontvankelijk is.
Artikel 6:6:31 lid 1 Sv bepaalt dat een vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel niet eerder dan twee maanden en niet later dan een maand voor het tijdstip van de voorwaardelijke beëindiging kan worden ingediend. Uit de vordering van het Openbaar Ministerie blijkt dat de PIJ maatregel voorwaardelijk zal eindigen op 2 oktober 2026. De vordering is op 30 juli 2026 bij de rechtbank binnengekomen. Dit betekent dat het Openbaar Ministerie haar vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel drie dagen te vroeg heeft ingediend. Het doel van de termijn zoals vastgesteld in artikel 6:6:31 Sv is dat alle procespartijen de tijd hebben om zich voor te bereiden. Dat de vordering enkele dagen te vroeg is ingediend, maakt daarmee niet dat de veroordeelde in haar belangen is geschaad. Daarom zal de rechtbank het Openbaar Ministerie ontvankelijk verklaren.
Verlenging
Een PIJ-maatregel kan op grond van artikel 6:6:31, derde lid, van het Wetboek van
Strafvordering (hierna: Sv) juncto artikel 77s, eerste lid, sub b en c, van het Wetboek van
Strafrecht slechts verlengd worden indien de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf
dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van
één of meer personen. Daarnaast dient de veiligheid van anderen dan wel de algemene
veiligheid van personen of goederen de verlenging van die maatregel te eisen en dient de
maatregel in het belang te zijn van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de
veroordeelde. Aan deze drie voorwaarden moet worden voldaan om tot een verlenging van
de maatregel te kunnen komen.
De rechtbank is van oordeel dat aan deze voorwaarden is voldaan. De maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. De veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist de verlenging van de maatregel.
Uit het advies en wat ter terechtzitting is besproken blijkt dat de veroordeelde een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt en zij kan naar verwachting in januari 2027 starten met een STP-traject, waarbinnen zij kan laten zien dat zij met vrijheden en de daarbij behorende verantwoordelijkheden kan omgaan. Naar de rechtbank gebleken, is een periode van negen maanden noodzakelijk om dit traject in te zetten en (zo mogelijk) met een positief resultaat te kunnen afronden.
De verlenging van de maatregel is tevens in het belang van een zo gunstige mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde. Het gaat nu goed met de veroordeelde. Ze is gestabiliseerd op de ITA-afdeling en deze stabiliteit is ook gebleven op de meidengroep in [naam JJI] . Het is belangrijk dat de veroordeelde deze stabiliteit behoudt. Binnenkort vindt de intake plaats voor een passende vervolgplek, waar de veroordeelde middels het STP gefaseerd kan oefenen met meer zelfstandigheid. Dit is een grote stap, zeker gelet op de tijd dat de PIJ-maatregel al loopt. Een zorgvuldige overgang naar een passende woonplek en het doorlopen van het STP is dan ook nodig. Een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel zou op dit moment teveel risico’s voor de verdere ontwikkeling van de veroordeelde en het risico op recidive betekenen. Omdat het STP vanaf januari 2027 nog zes maanden in beslag zal nemen, vindt de rechtbank een kortere verlenging dan negen maanden niet passend. Hierbij benadrukt de rechtbank dat het belangrijk is dat het STP in januari 2027 start, waarbij de verwachting is dat dit zal worden opgepakt door de instelling.
De rechtbank zal gelet op het vorenstaande de vordering van de officier van justitie toewijzen.
Gevolg gevend aan het bepaalde in artikel 6:6:31, tweede lid, Sv, geeft de rechtbank aan dat de maatregel, gelet op de ingangsdatum, de huidige expiratiedatum en de verlenging bij deze beslissing, op 2 juli 2027 voorwaardelijk zal eindigen en op 2 juli 2028 onvoorwaardelijk zal eindigen.
5. Beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen
met 9 maanden;
wijst af het meer of anders gevorderde of verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Loorbach, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. D.I. Hendriks – van Wel en P.A. Ellenbroek, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.C. Suiker, griffier,
en is in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2026
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening en de veroordeelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. (art.6:6:37 Sv)