Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10.011720.26
Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 10-069919-23
Datum uitspraak: 17 september 2026
Datum zitting: 3 september 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven op het adres: [adres] [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. N. Claassen
Officier van justitie: mr. J.B. Uiterwijk
Benadeelde partij: [benadeelde partij]
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - betrokken is geweest bij een straatroof waarbij twee slachtoffers onder bedreiging van een vuurwapen hun rugtas en koffer afhandig is gemaakt.
De volledige tenlastelegging houdt in dat:
hij op of omstreeks 19 december 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, op de openbare weg, te weten de Galvanistraat, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:
subsidiair
[medeverdachte] en/of een of meer andere verdachte(n) op of omstreeks 19 december 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, op de openbare weg, te weten de Galvanistraat, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
2. Vrijspraak
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde medeplegen van de straatroof. Wel moet de verdachte worden veroordeeld voor de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid daaraan.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak
De officier van justitie baseert zijn standpunt dat de verdachte medeplichtig is aan de straatroof op de omstandigheid dat de verdachte tijdens de overval in de buurt was. Ook heeft hij een video van de auto van de slachtoffers verzonden aan medeverdachte [medeverdachte] en een bericht met daarin het kenteken van het voertuig. Bovendien belt en appt hij voor, tijdens en na de straatroof met [medeverdachte] .
De rechtbank is het met de officier van justitie eens dat deze feiten en omstandigheden lijken te duiden op mogelijke betrokkenheid van de verdachte bij de straatroof. De verdachte heeft echter verklaard dat hij ter plaatse was vanwege een in een chatgroep verstuurde oproep om een peilbaken onder het voertuig van de slachtoffers te verwijderen. Die verklaring vindt steun in de omstandigheid dat er daadwerkelijk een peilbaken onder de auto van de slachtoffers zat en in de verklaring van [medeverdachte] . Die heeft namelijk ook verklaard dat hij daar was voor het peilbaken en toen impulsief heeft besloten de slachtoffers te beroven. Over enige betrokkenheid van de verdachte bij dat laatste heeft hij niet gesproken.
Bij deze stand van zaken kan niet worden bewezen dat de verdachte wist dat de twee personen in het voertuig beroofd zouden worden en evenmin dat hij daarbij betrokken was. Dat betekent dat medeplichtigheid daaraan niet kan worden bewezen, laat staan medeplegen.
De verdachte wordt daarom vrijgesproken.
3. In beslag genomen voorwerpen
Teruggave
De rechtbank beslist tot de teruggave van het in beslag genomen geldbedrag van € 580,- ( [goednummer] ) aan de verdachte.
4. Voorlopige hechtenis
De rechtbank heft het (geschorste) bevel tot de voorlopige hechtenis van de verdachte op.
5. Vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer 1] heeft als benadeelde partij voor het feit € 1.788,- als vergoeding voor materiële schade en € 3.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering, omdat de verdachte wordt vrijgesproken.
6. Vordering tot tenuitvoerlegging
De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde taakstraf van 60 uur subsidiair 30 dagen hechtenis, omdat de verdachte zich niet zou hebben gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.
De rechtbank wijst de vordering af, omdat de verdachte wordt vrijgesproken en daarmee niet kan worden geoordeeld dat hij de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.
7. Beslissingen
De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
In beslag genomen voorwerpen
- beveelt de teruggave van € 580,- ( [goednummer] ) aan de verdachte;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst;
Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 10-069919-23)
wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de in het vonnis van 13 oktober 2023 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke taakstraf;
Vordering benadeelde partij
verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op nihil.
8. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.H. Janssen, voorzitter,
en mrs. W.J. de Veld en J.C. Tijink, rechters,
in tegenwoordigheid van J. Spanner, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 17 september 2026.