ECLI:NL:RBROT:2026:1537

ECLI:NL:RBROT:2026:1537

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 30-01-2026
Datum publicatie 17-02-2026
Zaaknummer ROT 25/10273
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Warenwet. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het bestreden besluit van de staatssecretaris tot inbeslagneming en vernietiging van een partij aroma’s. De voorzieningenrechter wijst het verzoek bij gebrek aan een spoedeisend belang af.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 januari 2026 in de zaak tussen

[naam verzoekster] ., uit [plaats] , verzoekster

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/10273

(gemachtigden: mr. L.A.H. Jie Sam Foek en mr. R. Timmers),

en

de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (de staatssecretaris), verweerster

(gemachtigde: mr. M. Kool).

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het bestreden besluit van de staatssecretaris tot inbeslagneming en vernietiging van een partij aroma’s. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek bij gebrek aan een spoedeisend belang af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 15 december 2025 heeft de staatssecretaris beslist tot inbeslagneming en vernietiging van een bij verzoekster aangetroffen partij van 1.747 flesjes aroma’s. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

3. De staatssecretaris heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. Verzoekster heeft daarop schriftelijk gereageerd.

4. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 20 januari 2026 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Voorts is namens verzoekster verschenen [persoon A] en namens de staatssecretaris [persoon B] , toezichthouder.

Bestreden besluit

5. In het bestreden besluit heeft de staatssecretaris overwogen dat de op 12 november 2025 door een toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) bij verzoeksters bedrijf aangetroffen aroma’s kwalificeren als navulverpakkingen zonder nicotine. Omdat de verpakkingseenheden en/of buitenverpakkingen van deze navulverpakkingen zonder nicotine een element of kenmerk bevatten dat verwijst naar een smaak of naar additieven, anders dan geur- of smaakstoffen, of het ontbreken daarvan, is volgens de staatssecretaris sprake van strijd met artikel 3.10, vierde lid, aanhef en onder c, van de Tabaks- en rookwarenregeling (Trr). Daarnaast had een deel van de in beslag genomen navulverpakkingen met niet nicotinehoudende vloeistof meer volume dan 10 ml. Deze producten zijn daarmee in strijd met artikel 2.11, eerste lid, van de Trr in de handel gebracht. Volgens de staatssecretaris is aannemelijk dat de in beslag genomen navulverpakkingen zonder nicotine vanuit het bedrijf van verzoekster werden verhandeld op de Nederlandse markt. De bij verzoekster aangetroffen partij voldeed niet aan de wettelijke eisen en vormt een risico voor de Nederlandse volksgezondheid. Het was volgens de staatssecretaris dan ook van urgent belang om verdere verhandeling van de partij te voorkomen en de overtreding onmiddellijk te beëindigen. De partij is daarom op grond van artikel 13e, eerste lid, van de Tabaks- en rookwarenwet (Trw) direct in beslag genomen.

Standpunten verzoekster

6. Verzoekster heeft aangevoerd dat de in beslag genomen partij aroma’s dreigt te worden vernietigd waardoor een onomkeerbare situatie ontstaat. Door vernietiging wordt haar de mogelijkheid ontnomen om door middel van onafhankelijk onderzoek aan te tonen dat geen sprake is van navulverpakkingen zonder nicotine of van aanverwante producten. Het spoedeisend belang is volgens verzoekster dan ook niet uitsluitend gelegen in het voorkomen van onmiddellijke vernietiging, maar ook in het veiligstellen van haar bewijspositie. De staatssecretaris weigert immers over te gaan tot monsteranalyse of verzoekster in staat te stellen deze analyse zelf te laten uitvoeren. De staatssecretaris stelt namelijk dat een monsteranalyse niet noodzakelijk is voor het vaststellen van de (vermeende) overtreding. Verzoekster is het daar niet mee eens en meent dat aan de hand van een monsteranalyse kan worden bewezen dat de partij niet onder het smaakjesverbod valt. Om die reden en omdat voor verzoekster geen andere effectieve rechtsgang openstaat om een dergelijke analyse af te dwingen, terwijl deze analyse essentieel is voor een effectieve rechtsbescherming, verzoekt verzoekster de voorzieningenrechter de staatssecretaris te gelasten tot het verrichten van een monsteranalyse. Daarnaast wijst verzoekster erop dat de in beslag genomen aroma’s een aanzienlijke economische waarde vertegenwoordigen en dat vernietiging hiervan een ingrijpende maatregel vormt die direct en blijvende schade veroorzaakt aan de bedrijfsvoering van verzoekster.

7. Verzoekster heeft verder aangevoerd dat het bestreden besluit tot inbeslagname en vernietiging van de aroma’s geen stand kan houden. Daartoe betoogt zij dat de staatssecretaris de aroma’s ten onrechte classificeert als navulverpakkingen zonder nicotine. De staatssecretaris hanteert volgens verzoekster een onjuiste uitleg van het criterium ‘kan worden gebruikt voor het navullen van een elektronische sigaret’ door doorslaggevend gewicht toe te kennen aan de contextuele omstandigheden. De aangetroffen producten zijn diffuser-aroma’s die naar aard, samenstelling en functie niet geschikt zijn voor verdamping en inhalatie.

Wettelijk kader

8. De relevante wettelijke bepalingen staan in de bijlage bij deze uitspraak.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

9. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan gelet op artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. Daarom dient de voorzieningenrechter eerst te bepalen of er sprake is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.

10. Verzoekster heeft verzocht het bestreden besluit te schorsen totdat op het bezwaar is beslist. De staatssecretaris heeft toegezegd dat gedurende de bezwaarprocedure niet tot vernietiging van de in beslag genomen aroma’s zal worden overgegaan. In zoverre is aan het verzoek van verzoekster voldaan en is er dus geen spoedeisend belang.

11. Verder heeft verzoekster verzocht de NVWA op te dragen een monsteranalyse te laten doen naar de in beslag genomen aroma’s. Ook hierin is geen spoedeisend belang gelegen. Zoals op de zitting besproken, kunnen partijen de bezwaarfase benutten om hierover werkafspraken te maken. Verzoekster heeft op de zitting toegezegd bereid te zijn om voor de monsteranalyse zelf een deskundige in te schakelen en te betalen. De NVWA heeft aangegeven bereid te zijn met verzoekster hierover in bezwaar werkafspraken te maken. De voorzieningenrechter gaat er dus vanuit dat de NVWA verzoekster in bezwaar toegang tot de in beslag genomen aroma’s zal geven om in eigen beheer de monsteranalyse te laten uitvoeren.

12. Ook de stelling dat de in beslag genomen partij een economische waarde vertegenwoordigt, levert geen spoedeisend belang op. Niet gebleken is dat de bedrijfsvoering van verzoekster in gevaar komt als geen voorlopige voorziening wordt getroffen. Zoals op de zitting is toegelicht, heeft verzoekster twee winkels. Een van de winkels van verzoekster wordt niet getroffen door het bestreden besluit en in de andere winkel zijn ook andere producten die nog verkocht kunnen worden.

13. Indien er geen onomkeerbare situatie dreigt en evenmin sprake is van zware financiële belangen die nopen tot een voorziening kan niettemin toch nog enig spoedeisend belang worden aangenomen indien op voorhand – dus zonder enig onderzoek – door de voorzieningenrechter kan worden vastgesteld dat een bezwarende bestuurlijke maatregel evident onrechtmatig is en reeds om die reden geschorst zou moeten worden (ECLI:NL:CBB:2021:972, punt 4 en ECLI:NL:RBROT:2018:4721, punt 5). Een dergelijke situatie doet zich hier niet voor. De staatssecretaris is gelet op artikel 13e, eerste en derde lid, van de Trw bevoegd tot het nemen van het bestreden besluit indien de flesjes met aroma’s die verzoekster verhandelt kunnen worden aangemerkt als een navulverpakking zonder nicotine als bedoeld in de Trw. Of de flesjes met aroma’s ten onrechte als navulverpakking worden aangemerkt valt niet op voorhand vast te stellen en is onderwerp van de heroverweging in bezwaar door de staatssecretaris.

14. Gelet op het voorgaande wordt het verzoek bij gebrek aan spoedeisend belang afgewezen.

15. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E.C. Debets, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. Stijnen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2026.

De griffier is verhinderd

de uitspraak te ondertekenen

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

BIJLAGE

Wettelijk kader:

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 8:81, eerste lid

Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. (…)

Tabaks- en rookwarenwet

Artikel 1, eerste lid

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

aanverwant product: elektronische dampwaar, voor roken bestemd kruidenproduct, elektronisch verhittingsapparaat, nicotineapparaat en nicotineproduct zonder tabak, met uitzondering van nicotineproduct zonder tabak voor oraal gebruik;

elektronische dampwaar: elektronische sigaret, navulverpakking, elektronische sigaret zonder nicotine, navulverpakking zonder nicotine en patroon zonder nicotine;

navulverpakking zonder nicotine: een recipiënt die niet-nicotinehoudende vloeistof bevat die gebruikt kan worden voor het navullen van een elektronische sigaret;

niet-nicotinehoudende vloeistof: niet-nicotinehoudende vloeistof in een elektronische sigaret zonder nicotine, een navulverpakking zonder nicotine of een patroon zonder nicotine.

Artikel 2, tweede lid

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de volksgezondheid eisen gesteld aan de verpakkingseenheid en de buitenverpakking van tabaksproducten en aanverwante producten. De eisen hebben betrekking op:

a. de aanduidingen op de verpakkingseenheden en buitenverpakkingen;

b. de hoeveelheid of het aantal stuks dat is verpakt;(…)

Artikel 3, eerste lid

Het is verboden om nicotinehoudende vloeistof, niet-nicotinehoudende vloeistof, tabaksproducten en aanverwante producten in de handel te brengen, indien die producten niet aan de krachtens artikel 2, eerste, tweede en vijfde tot en met negende lid, gestelde eisen voldoen.

Artikel 13e, eerste lid en derde lid 1. Onze Minister kan de inbeslagneming van de op grond van artikel 3, eerste lid, en artikel 3a verboden producten gelasten.

(…)

3. Onze Minister kan de vernietiging van de op grond van artikel 3, eerste lid, en artikel 3a verboden producten gelasten.

Tabaks- en rookwarenregeling

Artikel 2.11, eerste lid Niet-nicotinehoudende vloeistof wordt uitsluitend in de handel gebracht in speciale navulverpakkingen met een volume van ten hoogste 10 ml, in elektronische sigaretten zonder nicotine of in patronen zonder nicotine, met dien verstande dat reservoirs van elektronische sigaretten zonder nicotine of patronen zonder nicotine een volume hebben van ten hoogste 2 ml.

Artikel 3.10, vierde en vijfde lid

4. Een verpakkingseenheid en een buitenverpakking van een elektronisch verhittingsapparaat, een elektronische sigaret zonder nicotine, een navulverpakking zonder nicotine en een patroon zonder nicotine bevat geen enkel element of kenmerk dat: a. (…)

b. (…)

c. verwijst naar een smaak of additieven, anders dan geur- of smaakstoffen, of het ontbreken daarvan;5. Een verpakkingseenheid en een buitenverpakking van nicotinehoudende en niet-nicotinehoudende vloeistoffen en van andere onderdelen van elektronische dampwaar bevatten geen aanduiding van andere dan de in de artikel 2.12 aangewezen smaakbepalende additieven.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?