ECLI:NL:RBROT:2026:1560

ECLI:NL:RBROT:2026:1560

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 17-02-2026
Datum publicatie 18-02-2026
Zaaknummer 12018284 VV EXPL 25-777
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Kort geding. Schorsing concurrentie- en relatiebedingen wordt afgewezen. Overtreding bedingen onvoldoende aannemelijk.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 12018284 VV EXPL 25-777

datum uitspraak: 17 februari 2026

Vonnis in kort geding van de kantonrechter

in de zaak van

COOLBLUE B.V.,

vestigingsplaats: Rotterdam,

eiseres,

gemachtigde: mr. L.S. van Dis,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [woonplaats] ,

gedaagde,

gemachtigde: mr. A.H.C. Heere.

De partijen worden hierna ‘Coolblue’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1. De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

de dagvaarding van 6 januari 2026, met bijlagen 1 t/m 10;

het antwoord, met bijlagen 1 t/m 3;

de mail van mr. Heere met bijlage 4;

de spreekaantekeningen van mr. Van Dis.

Op 30 januari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig:

van Coolblue [persoon A] (legal counsel) en [persoon B] (manager legal) met mr. Van Dis;

[gedaagde] met mrs. Heere en De Laive;

[persoon C] (tolk Duits).

2. De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

Deze zaak gaat in de kern om de vraag of [gedaagde] als ex-werknemer van Coolblue zijn concurrentie- en relatiebedingen overtreedt met zijn nieuwe baan bij een ander bedrijf. Coolblue stelt dat [gedaagde] werkt voor concurrent JD en de bedingen overtreedt. Zij eist dat [gedaagde] wordt veroordeeld zich te houden aan de bedingen en zijn werk bij JD of een daaraan verbonden (rechts)persoon te staken voor de duur van de bedingen en te bepalen dat [gedaagde] een dwangsom verbeurt als hij dat niet doet. Coolblue eist ook dat [gedaagde] wordt veroordeeld een contractuele boete te betalen en inzage te geven in bepaalde documenten over zijn werk bij (een groepsmaatschappij van) JD en dat hij wordt veroordeeld een voorschot op schadevergoeding te betalen voor zijn overtreding van de bedingen. [gedaagde] is het niet met Coolblue eens. Hij wil dat de vorderingen van Coolblue worden afgewezen. De kantonrechter geeft [gedaagde] gelijk. Hierna wordt uitgelegd waarom dit de uitkomst is van de zaak.

Onvoldoende aannemelijk dat [gedaagde] het concurrentiebeding heeft overtreden of overtreedt

[gedaagde] wordt niet veroordeeld zijn werk bij JD te staken voor de duur van het concurrentiebeding, omdat onvoldoende aannemelijk is dat [gedaagde] het concurrentiebeding heeft overtreden of overtreedt met zijn nieuwe baan.

[gedaagde] is in december 2021 gestart bij Coolblue als Buyer (in het Nederlands: inkoper) van witgoed. In juni 2024 is hij Senior Buyer geworden. Hij beschikt vanwege zijn werk over concurrentiegevoelige informatie. Niet in geschil is dat [gedaagde] vanwege zijn werk bij Coolblue gebonden is aan een schriftelijk overeengekomen concurrentiebeding en een relatiebeding. In de stukken worden deze bedingen non-competition clause en non-solicitation clause genoemd. De bedingen hebben de bedoeling Coolblue te beschermen tegen concurrentie tijdens en tot en met zes maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst tussen [gedaagde] en Coolblue. De reikwijdte van het concurrentiebeding was eerst alleen beperkt tot de Benelux, maar bij de promotie tot Senior Buyer is daar Duitsland bij gekomen.

Dat [gedaagde] beschikt over dan wel kennis heeft van concurrentiegevoelige informatie blijkt ook wel uit zijn email van 11 september 2025 die hij vanuit zijn zakelijke mailbox naar zijn privémailadres heeft gestuurd, waarin onder andere marges, omzetpercentages en strategieën van Coolblue staan genoemd. [gedaagde] heeft zijn baan bij Coolblue eind september 2025 opgezegd per 1 november 2025.

[gedaagde] is per 3 november 2025 op basis van een jaarcontract in de functie van Category Manager in dienst getreden bij IntelliPro Group Netherlands B.V. die als payrollorganisatie voor JD Express Investment (Hongkong) Limited optreedt. In de door hem overgelegde arbeidsovereenkomst staat onder 1.4:

“The Employee is assigned exclusively to perform services for the employer for the client’s project – JD France.(…).”

JD is in ieder geval in Nederland een concurrent van Coolblue. Dat staat niet ter discussie. De vraag is echter of [gedaagde] met zijn nieuwe baan waarbij hij exclusief werkzaamheden zal verrichten voor JD France, het concurrentiebeding heeft overtreden of overtreedt.

Coolblue vindt dat [gedaagde] het concurrentiebeding overtreedt. Zij baseert dat op de inhoud van de mail van 11 september 2025 en verder op een telefoontje naar het kantoor van JD in Nederland en een check op het bestaan van een zakelijk mailadres van [gedaagde] bij JD.

Volgens Coolblue blijkt uit de mail van 11 september 2025 dat [gedaagde] in die periode aan het solliciteren was bij JD in Nederland en dat hij zichzelf op basis van concurrentiegevoelige informatie over Coolblue en de Duitse markt heeft willen verkopen aan JD. Verder licht Coolblue toe dat zij heeft gebeld naar het kantoor van JD in Nederland en heeft gevraagd naar [gedaagde] . De telefonist heeft geantwoord dat [gedaagde] niet beschikbaar was op dat moment; daar blijkt uit dat [gedaagde] bekend is bij JD, aldus Coolblue. Ook bestaat volgens Coolblue een mailadres op naam van [gedaagde] dat eindigt op ‘@JD.com’. Zij stelt dan ook dat [gedaagde] werkt voor JD in Nederland.

[gedaagde] is het niet eens met Coolblue. Hij licht toe dat hij in juli 2025 werd benaderd voor een baan bij JD Nederland. Hij heeft zijn leidinggevenden hierover geïnformeerd en vervolgens dit aanbod afgeslagen nadat zijn leidinggevenden hem hadden medegedeeld dat Coolblue hem zou houden aan zijn concurrentiebeding. De informatie in de mail van 11 september 2025 is een nadere uitwerking van een mail van augustus 2025, die hij naar zichzelf had gemaild. De informatie in de mail bevat geen bedrijfsgeheimen en [gedaagde] heeft die informatie alleen voor zichzelf genoteerd om aan de hand daarvan in een sollicitatiegesprek met JD volgens de STAR-methode concrete voorbeelden te kunnen geven, uiteraard zonder de namen van leveranciers e.d. te noemen. De namen heeft hij slechts genoteerd om de concrete casus weer bij zichzelf naar boven te roepen, aldus [gedaagde] .

Na het afslaan van het aanbod voor JD Nederland, heeft JD [gedaagde] in september 2025 nogmaals benaderd, deze keer voor de Franse markt. Omdat [gedaagde] nog vastzat aan een huurcontract voor zijn woning in Nederland, wilde hij niet meteen naar Frankrijk verhuizen en is om fiscale redenen gekozen voor een constructie waarbij hij een arbeidsovereenkomst heeft met een payrollorganisatie en een vaste werkplaats in Nederland. Hij is gedetacheerd bij JD Express Investment (Hongkong) Limited en feitelijk werkzaam voor project JD France, aldus [gedaagde] . Dit blijkt ook uit zijn arbeidsovereenkomst waarin uitdrukkelijk staat dat hij uitsluitend voor JD France zal werken en het hem verboden is activiteiten voor de Nederlandse markt te ontplooien. Verder heeft [gedaagde] een aantal mails overgelegd waarin zijn werkzaamheden voor JD France worden genoemd.

Coolblue voert in reactie aan dat het verhaal van [gedaagde] dat hij werkt aan een project voor JD in Frankrijk ongeloofwaardig is en noemt daarvoor ook een aantal redenen. Wat daar ook van zij, Coolblue voert zelf geen concrete aanwijzingen aan waaruit overtreding van het concurrentiebeding kan worden afgeleid. Uit de mail van 11 september 2025 volgt dat niet. En het telefoontje en mailadres zijn ook weinigzeggend. Coolblue stelt te weinig tegenover de gemotiveerde en onderbouwde toelichting van [gedaagde] dat hij uitsluitend werkzaam is voor JD op de Franse markt. Het is daarom onvoldoende aannemelijk geworden dat [gedaagde] het concurrentiebeding heeft overtreden of overtreedt. Het beding heeft immers de strekking Coolblue te beschermen tegen concurrentie in de Benelux en Duitsland, niet in Frankrijk. Coolblue is niet actief op de Franse markt. De enkele omstandigheid dat [gedaagde] werkt vanuit Nederland maakt niet dat de strekking van het concurrentiebeding wordt overtreden. Dat het volgens Coolblue mogelijk is dat producten die voor de Franse markt worden ingekocht vervolgens op de Belgische markt worden gebracht, maakt evenmin dat sprake is van een overtreding van het concurrentiebeding. Het is niet meer dan een mogelijkheid en bovendien heeft Coolblue in het concurrentiebeding geen indirecte concurrentie opgenomen.

Onvoldoende aannemelijk dat [gedaagde] het relatiebeding heeft overtreden of overtreedt

Coolblue licht onweersproken toe dat sprake is van een markt met internationaal opererende merken. Ook is niet in geschil dat [gedaagde] in zijn werk bij Coolblue relaties heeft opgebouwd met leveranciers die Coolblue tegen concurrentie wil beschermen met het relatiebeding. Verder is duidelijk dat het één van [gedaagde] taken in zijn nieuwe baan als Category Manager is om relaties op te bouwen en onderhouden. Dat volgt uit de functieomschrijving in de arbeidsovereenkomst en de toelichting van [gedaagde] zelf. Uit het voorgaande volgt genoegzaam het belang van Coolblue om [gedaagde] aan het relatiebeding te houden.

[gedaagde] acht zich aan het relatiebeding gehouden en vooralsnog is onvoldoende aannemelijk dat [gedaagde] het relatiebeding heeft overtreden. [gedaagde] betwist dat hij in het kader van zijn nieuwe baan contacten heeft (gehad) met relaties van Coolblue. Hij licht toe dat hij ter voorkoming van ieder misverstand zich vooralsnog alleen heeft gericht op de website (een van zijn andere taken als Category Manager) en geen enkele externe contacten heeft gehad. Coolblue betwist dit, maar zij onderbouwt op geen enkele manier dat [gedaagde] wel contact heeft gehad met haar relaties. Dat had wel op haar weg gelegen.

Geen boete

Coolblue eist dat [gedaagde] wordt veroordeeld een contractuele boete te betalen van € 4.000,00 plus € 1.000,00 voor iedere dag dat hij het concurrentiebeding heeft overtreden en overtreedt. Die eis wordt afgewezen, omdat overtreding van het concurrentiebeding onvoldoende aannemelijk is geworden.

Geen buitengerechtelijke kosten

De buitengerechtelijke kosten van € 635,25 worden afgewezen. Coolblue eist deze kosten in verband met de contractuele boete van € 4.000,00, maar het voorlopig oordeel is dat die boete niet is verschuldigd. Daarom zijn deze kosten ook niet toewijsbaar.

Geen voorschot op schadevergoeding

Het geëiste voorschot op schadevergoeding van € 50.000,00 wordt eveneens afgewezen. Coolblue heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van overtreding van de concurrentie- en relatiebedingen en ook niet gesteld, laat staan onderbouwd, dat en in hoeverre Coolblue schade daarvan ondervindt.

Geen inzage in documenten

De eis tot inzage in bepaalde documenten op verbeurte van een dwangsom wordt afgewezen, omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor toewijzing (artikel 194 Rv). Coolblue heeft geen belang meer bij deze eis en/of onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de gevraagde documenten bestaan. [gedaagde] heeft een deel van de gevraagde documenten en informatie al aangeleverd tijdens deze procedure. Hij heeft de arbeidsovereenkomst overgelegd waarin zijn functiebeschrijving staat. Ook heeft hij een aantal mails van JD overgelegd waarin zijn taken worden omschreven. Coolblue heeft verder gevraagd om inzage in – kort samengevat – al het schriftelijk verkeer tussen [gedaagde] en leveranciers en tussen [gedaagde] en (de groep van) JD over Coolblue of over leveranciers, een en ander zoals bedoeld in het relatiebeding, maar [gedaagde] heeft gemotiveerd betwist dat dergelijk schriftelijk verkeer bestaat (zie ook r.o. 2.12). Bij deze stand van zaken kan niet worden aangenomen dat deze documenten bestaan.

Proceskosten

Coolblue krijgt ongelijk. Zij moet daarom de proceskosten betalen. Die kosten bestaan aan de kant van [gedaagde] uit € 865,00 aan gemachtigdensalaris en € 144,00 aan nakosten. Dit is bij elkaar € 1.009,00. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis door een deurwaarder uitgereikt moet worden.

Uitvoerbaar bij voorraad

Dit vonnis wordt wat de proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat als deze zaak aan een hogere rechter wordt voorgelegd, in afwachting van de uitspraak van die hogere rechter afgedwongen kan worden dat voldaan wordt aan de proceskostenveroordeling.

3. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vorderingen van Coolblue af;

veroordeelt Coolblue in de proceskosten, aan de kant van [gedaagde] begroot op € 1.009,00;

verklaart dit vonnis wat de proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. J.J. Willemsen en in het openbaar uitgesproken.

34286

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?