ECLI:NL:RBROT:2026:1566

ECLI:NL:RBROT:2026:1566

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 16-02-2026
Datum publicatie 18-02-2026
Zaaknummer C/10/709190 / JE RK 25-2215
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/709190 / JE RK 25-2215

Datum uitspraak: 16 februari 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. R.W. de Gruijl, kantoorhoudende in Rotterdam,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats 1] ,

[persoon A] en [persoon B],

hierna de gezinshuisouders,

wonende te [woonplaats 2] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 29 oktober 2025;

de toetsing door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van het besluit tot verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing van 8 januari 2026, ingediend door de GI op 15 januari 2026;

de ongedateerde brief van de moeder, ingekomen op 15 januari 2026;

de verslagen van de begeleide bezoeken door Coach-Point van 14 januari 2026, 31, 27, 17 en 6 december 2025, 20 en 5 november 2025, ingediend door de advocaat van de moeder op 30 januari 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder en haar advocaat mr. V. de Roo, die heeft waargenomen voor mr. R.W. de Gruijl;

- twee vertegenwoordigers van de GI, te weten [persoon C] en [persoon D] .

De vader en de gezinshuisouders zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij wel juist zijn opgeroepen.

[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben de kinderrechter een brief geschreven.

2. De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .

[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verblijven in een gezinshuis.

Bij beschikking van 19 februari 2025 is de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 22 februari 2026.

Bij beschikking van het gerechtshof Den Haag van 22 oktober 2025 is de bestreden beschikking van 19 februari 2025 bekrachtigd.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een gezinsgerichte voorziening te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De GI heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en als volgt nader toegelicht.

[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verblijven in het gezinshuis op een stabiele en veilige plek. De omgang tussen [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en de moeder wordt begeleid door Coach-Point. Het contact tussen [voornaam minderjarige 2] en de moeder verloopt goed en liefdevol. Het contact tussen de moeder en [voornaam minderjarige 1] verloopt moeizamer. [voornaam minderjarige 1] laat pubergedrag zien. Zo komt het bijvoorbeeld voor dat [voornaam minderjarige 1] met een vriendje telefonisch contact heeft tijdens het bezoek met de moeder. [voornaam minderjarige 1] en de moeder blokkeren elkaar ook soms in het contact. De GI wil het contact tussen de moeder en de kinderen verbeteren. De moeder wil daar ook hulp voor. De moeder is van plan om naar Groningen te verhuizen. Het komende jaar zal bekeken moeten worden wat daarvan voor [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] de gevolgen zijn. [voornaam minderjarige 1] staat op de wachtlijst van Eleos voor hulpverlening om te leren omgaan met de gebeurtenissen die zij in het verleden heeft meegemaakt, zoals de uithuisplaatsing.

De vorige jeugdbeschermers hebben de Raad verzocht om onderzoek te doen naar een gezagsbeëindigende maatregel. Dit onderzoek lijkt nog niet gestart te zijn.

Namens en door de moeder is ter zitting geen verweer gevoerd tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] en de verlenging van de machtiging uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] . Wel is verzocht om de duur van de machtiging uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2] te beperken om de mogelijkheden van een stapsgewijze terugplaatsing van [voornaam minderjarige 2] bij de moeder te onderzoeken en om de GI de opdracht te geven om te onderzoeken of de omgang kan worden uitgebreid en onbegeleid kan plaatsvinden. De moeder heeft de afgelopen periode hard gewerkt en haar doelen behaald. Met haar andere vijfjarige dochter gaat het goed bij de moeder thuis. Onvoldoende is onderzocht of [voornaam minderjarige 2] bij de moeder kan worden teruggeplaatst. De moeder kan zich niet neerleggen bij het perspectiefbesluit dat [voornaam minderjarige 2] niet bij de moeder zal opgroeien. De band tussen hen is goed en de omgang tussen hen verloopt ook goed. De moeder staat open voor iedere vorm van hulpverlening om dit mogelijk te maken, zoals een gezinsopname bij Yulius en weekendopvang. Daarnaast moet er meer communicatie zijn tussen de moeder en de gezinshuisouders.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat de ontwikkeling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] nog steeds ernstig wordt bedreigd en dat zij in een zorgelijke opvoedsituatie bij de ouders zijn opgegroeid. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] zijn blootgesteld aan de relatieproblematiek en de strijd tussen de ouders en stiefouders. Daar komt bij dat er zorgen blijven bestaan over de opvoedvaardigheden van de moeder ondanks de jarenlange ingezette hulpverlening. Zo heeft het KSCD (Kennis- en Servicecentrum voor Diagnostiek) onderzoek gedaan en op 15 januari 2024 een rapport uitgebracht. Gebleken is dat de moeder (te) snel wordt overvraagd en dat haar leerbaarheid als opvoeder zeer beperkt is. De moeder heeft een kwetsbare persoonlijkheid, beperkte cognitieve mogelijkheden en veerkracht, een laag zelfbeeld en heeft moeite om haar emoties te reguleren. Het dagelijks opvoeden van

haar drie kinderen is emotioneel een te zware taak voor de moeder en vraagt van haar dat zij voldoende kan mentaliseren en haar emoties kan begrijpen en reguleren. Ondanks de inzet van alle intensieve hulpverlening lukt dit de moeder onvoldoende. Bij stress is moeder onvoldoende emotioneel bereikbaar voor haar kinderen, omdat zij emotioneel teveel in beslag wordt genomen door haar persoonlijke problematiek. Daar komt bij dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] kind-eigen problematiek hebben. [voornaam minderjarige 1] heeft moeite met visueel of ruimtelijk redeneren en om keuzes te maken en worstelt met haar zelfbeeld en sociale contacten. [voornaam minderjarige 2] heeft een pittig karakter, is vaak zelfbepalend, kan soms dwingend zijn en heeft moeite om haar gevoelens goed te uiten.

Vanwege de zorgen zijn [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] uit huis geplaatst en verblijven zij sinds 11 maart 2024 in het gezinshuis. In het gezinshuis doen [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] het goed en hebben zij zich positief ontwikkeld. Zij hebben baat bij de rust, structuur en voorspelbaarheid die het gezinshuis biedt. Ondanks de inzet van Coach-Point verloopt de omgang met de moeder wisselend. Zo heeft de moeder moeite om de omgang met [voornaam minderjarige 1] goed te laten verlopen, zoals door de GI ter zitting is toegelicht.

Gelet op al het voorgaande kan de ernstige ontwikkelingsbedreiging niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] voor de duur van een jaar. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter ziet geen aanleiding om de duur van de machtiging uithuisplaatsing voor [voornaam minderjarige 2] te beperken, zoals namens en door de moeder is verzocht. Daarbij houdt de kinderrechter er rekening mee dat de GI op 29 mei 2024 heeft bepaald dat het perspectief van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] niet meer bij de moeder ligt en dat het Gerechtshof Den Haag bij beschikking van 22 oktober 2025 heeft bepaald dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in het gezinshuis een veilige, stabiele woonplek hebben, waar zij de verzorging, opvoeding en hulpverlening krijgen die zij nodig hebben om zich zo goed als mogelijk te kunnen ontwikkelen, dat het van belang is dat de moeder aan hen emotionele toestemming geeft om daar te blijven wonen en dat zij zich inzet voor een structurele en veilige omgang met hen. Daarom zal de kinderrechter ook de machtiging uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] voor de door de GI verzochte duur verlengen. Naar het oordeel van de kinderrechter is het de komende periode belangrijk dat wordt gewerkt aan de (on)begeleide omgang met de moeder en indien mogelijk en aan een uitbreiding hiervan indien dit in het belang is van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] en dat er wordt gekeken naar de communicatie tussen de moeder en het gezinshuis.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot 22 februari 2027;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een gezinsgerichte voorziening tot 22 februari 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2026 door mr. D.G.J. Roset , kinderrechter, in aanwezigheid van D. van der Aa als griffier, en op schrift gesteld op 18 februari 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?