ECLI:NL:RBROT:2026:1585

ECLI:NL:RBROT:2026:1585

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 23-01-2026
Datum publicatie 18-02-2026
Zaaknummer C/10/711981 / KG ZA 25-1252
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Kort geding. Overeenkomst tijdbevrachting schip. Vordering tot betaling vracht afgewezen. Tegenvordering tot opheffing gelegde derdenbeslagen toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team Handel en Haven

Zaaknummer: C/10/711981 / KG ZA 25-1252

Vonnis in kort geding van 23 januari 2026

in de zaak van

ANACO B.V.,

te Antwerpen, Belgë,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat: mr. R.L. Latten,

tegen

BENELUX BARGING B.V.,

te Zwijndrecht,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat: mr. R.A.D. Blaauw.

Partijen worden hierna Anaco en Benelux Barging genoemd.

De zaak in het kort

Anaco heeft een schip in tijdbevrachting gegeven aan Benelux Barging. In de periode voor de beëindiging van de overeenkomst van tijdbevrachting is er tussen partijen een geschil ontstaan over de betaling van facturen voor de huur (vracht) van de maand april 2025 en de periode 1 mei 2025 tot en met 14 mei 2025 en over onder meer de verschuldigdheid van forfaitaire vergoedingen. Op de laatste dag van de overeenkomst heeft Anaco het schip in bezit genomen en heeft zij ten aanzien van de zich aan boord bevindende lading olie een retentierecht uitgeoefend. Over de juridische gevolgen hiervan is tussen partijen een bodemprocedure aanhangig.

Vooruitlopend op de bodemprocedure heeft Anaco in kort geding alvast betaling van de facturen voor de vracht van april en mei 2025 gevorderd, omdat Benelux Barging de verschuldigdheid van deze facturen in de bodemprocedure heeft erkend. Benelux Barging beroept zich ten aanzien van deze facturen echter op een opschortingsrecht en meent dat daarom de vordering in kort geding moet worden afgewezen. De voorzieningenrechter volgt dat standpunt en wijst de vordering van Anaco af. De tegenvordering van Benelux Barging tot opheffing van de ten laste van haar gelegde derdenbeslagen wijst de voorzieningenrechter toe.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, met producties,

- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie, met producties,- de mondelinge behandeling van 9 januari 2026,- de spreekaantekeningen van mr. Latten,- de spreekaantekeningen van mr. Blaauw en mr. M. Wattel.

2. De feiten

Anaco heeft het binnenvaarttankschip MTS Tamanaco (hierna: Tamanaco) met ingang van 15 mei 2024 voor de duur van een jaar in tijdbevrachting gegeven aan Benelux Barging, die het schip vervolgens in ondertijdbevrachting heeft gegeven aan Verde Marine Energy B.V. (hierna: Verde Marine).

In de overeenkomst van tijdbevrachting (hierna: de overeenkomst) is onder meer het volgende bepaald:

de door Benelux Barging aan Anaco verschuldigde vracht bedraagt € 140.000 per maand (exclusief btw), met een betalingstermijn van 14 dagen,

bij beëindiging van de overeenkomst dient Benelux Barging de Tamanaco terug te leveren in dezelfde staat als bij het begin van de overeenkomst, waarbij Benelux Barging (onder meer) de kosten van schoonmaak en wachtgeld moet dragen.

Benelux Barging heeft in november 2024 Anaco meegedeeld dat zij de overeenkomst wenste te beëindigen. De overeenkomst is vervolgens geëindigd op 15 mei 2025.

In de periode voorafgaand aan de beëindiging van de overeenkomst is tussen Anaco en Benelux Barging een geschil ontstaan over de betaling van facturen voor de maand april 2025 en de periode 1 mei 2025 tot en met 14 mei 2025 in verband met onder meer de verschuldigdheid van forfaitaire vergoedingen.

Anaco heeft op 14 mei 2025 de Tamanaco in bezit genomen. Op dat moment bevond zich aan boord een lading gasolie. Anaco heeft zich met betrekking tot de lading gasolie beroepen op een retentierecht en zij heeft daarbij tevens aanspraak gemaakt op vergoeding van schoonmaakkosten en kosten voor wachturen.

Op 31 mei 2025 is Anaco met het dagvaarden van Benelux Barging een bodemprocedure gestart. Deze procedure is thans nog aanhangig.

Bij beschikking van 22 december 2025 heeft de voorzieningenrechter Anaco gemachtigd om de lading gasolie te laten verkopen door bunkertrader Lindsay Blee & Co Ltd. (hierna: LB) en daarbij onder meer bepaald dat de verkoop van de lading op marktconforme voorwaarden en tegen een marktconforme prijs moet plaatsvinden.

Na verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft Anaco op 23 juni 2025 conservatoir derdenbeslag laten leggen onder de Rabobank, onder Verde Marine en onder Sonan Bunkers B.V. De Rabobank heeft op 8 juli 2025 een derdenverklaring afgegeven waaruit volgt dat het beslag voor € 130.348,94 doel heeft getroffen. Sonan Bunkers heeft een derdenverklaring afgegeven waaruit volgt dat de overeenkomst tussen haar en Benelux Barging was beëindigd en er geen vergoedingen meer verschuldigd waren. Verde Marine heeft geen derdenverklaring afgegeven.

Na verkregen verlof heeft Anaco op 29 december en 30 december 2025 andermaal derdenbeslag laten leggen onder de Rabobank en Verde Marine.

3. Het geschil

In conventie vordert Anaco dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Benelux Barging wordt veroordeeld tot betaling van een voorschot van € 201.773,36, te vermeerderen met wettelijke (handels)rente en met veroordeling van Benelux Barging in de proceskosten (inclusief nakosten).

Benelux Barging voert verweer dat strekt tot afwijzing, met veroordeling van Anaco in de proceskosten.

In reconventie vordert Benelux Barging opheffing van de gelegde beslagen, met veroordeling van Anaco in de proceskosten. Anaco voert verweer.

4. De beoordeling

Tussen partijen is een bodemprocedure aanhangig waarin onder meer de verschuldigdheid van facturen voor een totaalbedrag van € 373.478,36 (onder meer vracht, forfaitaire vergoedingen, schoonmaakkosten, kosten voor wachturen en opslagkosten), een door Benelux Barging ingeroepen opschortingsrecht, verrekening, de uitoefening van een retentierecht ten aanzien van de lading gasolie en opheffing van de gelegde conservatoire derdenbeslagen in het geding zijn.

In deze kortgedingprocedure stelt Anaco nu dat Benelux Barging in haar conclusie van antwoord in de bodemprocedure heeft erkend een bedrag van € 201.773,36 aan Anaco verschuldigd te zijn. Dat bedrag betreft:

de factuur d.d. 30 april 2025 van € 140.000 voor de vracht van de maand april 2025,

de factuur d.d. 15 mei 2025 van € 64.438,36 voor de vracht over de periode van 1 tot en met 14 mei 2025 verminderd (volgens Anaco ten onrechte) met een bedrag van € 2.665.

Daarom is volgens Anaco dat bedrag in dit kort geding toewijsbaar, nu er voorts geen sprake is van een executierisico.

Anaco is voornemens om een toewijzend vonnis in deze procedure te executeren door het conservatoir derdenbeslag onder de Rabobank – dat doel heeft getroffen voor een (overigens niet toereikend) bedrag van € 130.348,94 – om te zetten in een executoriaal beslag.

Benelux Barging betwist dat Anaco een opeisbare vordering van € 201.773,36 op haar heeft, omdat zij in de bodemprocedure – kort gezegd – een beroep heeft gedaan op opschorting en verrekening.

Anaco heeft op 14 mei 2025 de Tamanaco in bezit genomen omdat de vracht voor de maand april 2025 niet zou zijn betaald, maar Benelux Barging had tot en met 14 mei 2025 om 23.59 uur om de vracht te betalen. Zij was daartoe toen ook in staat, nu het geld al klaarstond. Benelux Barging was nog niet in verzuim op het moment van inbezitname van de Tamanaco door Anaco. Ten aanzien van de terugleveringsverplichting van Benelux Barging van de Tamanaco was Anaco dus in schuldeisersverzuim. Ook ten aanzien van het schoonmaken van het schip was Benelux Barging op 14 mei 2025 niet in verzuim. Als er al een verplichting bestond de Tamanaco schoongemaakt terug te leveren (hetgeen wordt betwist), dan leidt de niet-nakoming daarvan niet tot verzuim omdat in de overeenkomst daarvoor een kostenbeding is opgenomen.

Benelux Barging lijdt schade door het handelen van Anaco. Zo heeft Verde Marine haar aansprakelijk gesteld en schadevergoeding gevorderd (vergoeding voor de waarde van de lading gasolie, inkomstenderving en juridische kosten), worden er vanwege de beslagen nagenoeg geen inkomsten genoten, hebben grote klanten de relatie met Benelux Barging beëindigd en heeft Anaco zich niet aan de beschikking van 22 december 2025 gehouden door de lading olie niet via LB maar op eigen houtje te verkopen tegen een niet-marktconforme prijs. De vermogensschade van Benelux Barging dient door Anaco vergoed te worden. Die schade overstijgt de in beginsel verschuldigde vracht voor april en mei 2025 aanzienlijk en Benelux Barging doet ter zake een beroep op opschorting.

In conventie

Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande uit een veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De voorzieningenrechter zal daarbij niet alleen moeten onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. In de afweging van de belangen van partijen moet de voorzieningenrechter mede betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling mocht de bodemrechter anders beslissen.

Niet aannemelijk dat Benelux Barging in verzuim verkeerde

Partijen zijn het erover eens, zo is tijdens de mondelinge behandeling door partijen bevestigd, dat de crux in deze zaak gelegen is in de vraag wie als eerste in verzuim was..

Gegeven de factuurdatum van 30 april 2025 en de overeengekomen betalingstermijn van 14 dagen, is tussen partijen op zichzelf niet in geschil dat op uiterlijk 14 mei 2025 de vracht voor de maand april betaald moest zijn. Er is geen tijdstip voor die betaling genoemd. In die zin heeft Benelux Barging terecht aangevoerd dat de betalingstermijn die dag nog niet was verstreken op het moment dat Anaco de Tamanaco in bezit nam.

Anaco stelt echter dat op grond van artikel 6:80 lid 1 sub b BW de gevolgen van niet-nakomen reeds ingetreden waren voordat de vordering opeisbaar was. Bij Anaco bestond de vrees dat de Tamanaco stiekem weggedirigeerd zou worden om de gasolie elders te lossen waardoor er geen lading meer aan boord zou zijn waarop Anaco een retentierecht zou kunnen uitoefenen. Benelux Barging had ondanks redelijke verzoeken daartoe immers eerder niet ondubbelzinnig willen toezeggen dat zij de facturen zou betalen., Daarom heeft [persoon A] van Anaco op 14 mei 2025 in de ochtend [persoon B] van Benelux Barging gebeld. Anaco stelt dat [persoon A] uit dat telefoongesprek heeft afgeleid en heeft mogen afleiden dat de vracht voor de maand april niet zou worden betaald en dat er daarmee sprake was van een ‘anticipatory breach’ in de zin van voormeld artikel. Benelux Barging heeft het schip op 14 mei 2025 naar een andere plaats gebracht en reageerde niet op vragen van Anaco. Ook de kapitein reageerde niet en het AIS- en Tresco-systeem werden uitgeschakeld. Hierop heeft Anaco de Tamanaco in bezit genomen en een retentierecht uitgeoefend op de lading olie die aan boord was, aldus Anaco.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter partijen expliciet bevraagd over het bewuste telefoongesprek op 14 mei 2025. Daarbij is naar voren gekomen dat partijen tijdens dat telefoongesprek in ieder geval hebben gesproken over de verschuldigdheid van schoonmaakkosten. Volgens [persoon A] heeft [persoon B] tijdens het telefoongesprek gezegd dat hij niet wilde instaan voor de schoonmaakkosten. [persoon B] heeft ter zitting verklaard dat door [persoon A] geschreeuwd werd, dat hij geen kans had om iets te zeggen en dat hij niets heeft gezegd over de betaling van de verschuldigde vracht. Op de vraag van de voorzieningenrechter of [persoon B] in dat telefoongesprek ook gezegd heeft dat hij de verschuldigde vracht niet zou gaan betalen, heeft [persoon A] geantwoord dat [persoon B] dat niet heeft gezegd.

Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is in deze procedure niet aannemelijk geworden dat Benelux Barging reeds in verzuim was op het moment dat Anaco de Tamanaco in bezit nam. Benelux Barging had de verschuldigdheid van de vracht nooit betwist. [persoon A] heeft expliciet verklaard dat [persoon B] in het telefoongesprek niet heeft gezegd dat de vracht niet zou worden betaald. Uit het telefoongesprek heeft Anaco, naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter, dus niet mogen afleiden dat de vrachtbetalingsverplichting niet zou worden nagekomen. Ook uit het betalingsgedrag van Benelux Barging heeft Anaco dit niet mogen afleiden, nu Anaco tijdens de mondelinge behandeling heeft erkend dat tot dan toe alle vorderingen werden betaald maar steeds pas op de 13e of de 14e dag van de maand (punt 6 spreekaantekeningen) en Anaco er dus in redelijkheid rekening mee moest houden dat op de dag van 14 mei 2025 nog een betaling van Benelux Barging zou volgen. De omstandigheid dat ten tijde van de beslaglegging niet het volledige bedrag van de vracht op de rekening stond is, gelet op de sedert 14 mei inmiddels verstreken tijd, geen aanwijzing dat Benelux Barging niet over het geld beschikte, nog daargelaten dat Anaco op 14 mei 2025 niet bekend was met het banksaldo.

Ook uit het verdere gedrag van Benelux Barging op die dag kon Anaco niet met voldoende duidelijkheid afleiden dat Benelux Barging de vracht niet zou betalen. Anaco kan worden toegegeven dat dat gedrag vraagtekens oproept, maar er bestond tussen partijen een geschil over andere kwesties dan de vracht en het lossen van de lading stond Benelux Barging in beginsel vrij, Anaco had niets bedongen dat daaraan in de weg stond; in het bijzonder was niets afgesproken over zekerheid.

Anaco is dus naar voorshands oordeel het eerst in verzuim geraakt.

Er is in deze kortgedingprocedure dus niet ‘slechts’ sprake van incasso van een in de bodemprocedure erkende vordering zoals door Anaco gesteld. Het gaat om een vordering waarvan het aannemelijk is dat Benelux Barging zich ter zake van de vrachtvorderingen voor de maanden april en mei op goede gronden op een opschortingsrecht heeft beroepen vanwege de door haar geleden schade als gevolg van de acties van Anaco. Op dit moment is dan ook niet aannemelijk dat de vorderingen van Anaco aangaande de vracht voor de maanden april en mei 2025 in de bodemprocedure onverkort zullen worden toegewezen. Nog daargelaten of deze vordering spoedeisend is, is zij dus in kort geding niet toewijsbaar.

Het voorgaande brengt mee dat de vordering van Anaco wordt afgewezen.

Anaco wordt in de proceskosten in conventie veroordeeld

Als de in het ongelijk gestelde partij wordt Anaco in de proceskosten veroordeeld. De proceskosten van Anaco worden begroot op:

griffierecht € 7.062,00

salaris advocaat € 1.107,00

nakosten € 178,00 plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing

Totaal € 8.347,00.

In reconventie

De opheffing van een conservatoir beslag kan onder meer worden bevolen, indien op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen zijn verzuimd, summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag, of, als het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid is gesteld.

Volgens artikel 705 lid 2 Rv moet het beslag worden opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht blijkt. Dit brengt mee dat het in de eerste plaats op de weg ligt van degene die de opheffing vordert om met inachtneming van de beperkingen van de voorzieningenprocedure aannemelijk te maken dat de door de beslaglegger gepretendeerde vordering ondeugdelijk of onnodig is (HR 14 juni 1996, NJ 1997/481). Er zal beslist moeten worden aan de hand van wat door beide partijen naar voren is gebracht en summierlijk met bewijsmateriaal is onderbouwd. Die beoordeling kan niet geschieden los van de in een zodanig geval vereiste afweging van de wederzijdse belangen. Daarbij moet worden beoordeeld of het belang van de beslaglegger bij handhaving van het beslag op grond van de door deze naar voren gebrachte omstandigheden zwaarder moet wegen dan het belang van de beslagene bij opheffing van het beslag. Hierbij geldt dat een conservatoir beslag naar zijn aard ertoe strekt om te waarborgen dat, zo een vooralsnog niet vaststaande vordering in de bodemprocedure wordt toegewezen, verhaal mogelijk zal zijn, terwijl de beslaglegger bij afwijzing van de vordering zal kunnen worden aangesproken voor de door het beslag ontstane schade.

Opgemerkt wordt dat Anaco in haar verzoekschrift tot het leggen van conservatoir derdenbeslag de voorzieningenrechter ten onrechte niet heeft geïnformeerd over het door Benelux Barging gedane beroep op opschorting. Dit plaatst de vordering zoals gepresenteerd in het verzoekschrift in een ander daglicht.

Daar komt nog bij dat, zoals hiervoor reeds in conventie is overwogen, het aannemelijk is dat Benelux Barging zich ter zake van de vrachtvorderingen terecht op dat opschortingsrecht heeft beroepen vanwege de schade die zij stelt te hebben geleden als gevolg van de inbezitname van de Tamanaco op 14 mei 2025. Weliswaar betreft het geschil in de bodemprocedure meer dan alleen deze vorderingen, maar het betreft wel een aanzienlijk deel van het in de bodemprocedure gevorderde bedrag. Bovendien worden ook de overige vorderingen van Anaco in de bodemprocedure mogelijk geraakt door het opschortingsrecht en/of het beroep op verrekening. Dit maakt de kans van slagen van de vorderingen van Anaco in de bodemprocedure onzeker.

Vast staat voorts dat Anaco de beschikking van 22 december 2025 niet heeft nageleefd doordat zij, anders dan in de beschikking staat vermeld, de lading olie niet via LB (en mogelijk ook niet tegen een marktconforme prijs) heeft verkocht. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Anaco haar handelwijze uitgebreid toegelicht. Wat hier verder ook van zij, de voorzieningenrechter acht, mede gelet op de belangen van Benelux Barging, hetgeen hiervoor in conventie en in 4.16 is overwogen voldoende reden om de beslagen op te heffen. Belangen aan de zijde van Anaco die voldoende zwaarwegend zijn om tot een ander oordeel te komen zijn niet aannemelijk geworden.

Gelet op al deze omstandigheden ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de gelegde conservatoire derdenbeslagen op te heffen.

Uit praktische overwegingen en ter voorkoming van executiegeschillen ziet de voorzieningenrechter af van een veroordeling van Anaco tot opheffing van de gelegde derdenbeslagen. In plaats daarvan heft de voorzieningenrechter de beslagen onder de Rabobank en Verde Marine zelf, met onmiddellijke ingang, op. Het opleggen van een dwangsom kan dan achterwege blijven.

Anaco wordt in de proceskosten in reconventie veroordeeld

Als de in het ongelijk gestelde partij wordt Anaco in de proceskosten veroordeeld. De proceskosten van Anaco worden begroot op € 553,50 aan salaris advocaat.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie:

wijst de vordering af,

veroordeelt Anaco in de proceskosten van € 8.347,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Anaco niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

in reconventie:

heft op het op 29 december 2025 ten laste van Anaco onder de Rabobank gelegde beslag,

heft op het op 30 december 2025 ten laste van Anaco onder Verde Marine gelegde beslag,

wijst het meer of anders gevorderde af,

in conventie en in reconventie:

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken door mr. M. de Geus op 23 januari 2026.2438/106

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?