RECHTBANK Rotterdam
Team Handel en haven
Zaaknummer: C/10/713240 / KG ZA 26-33
Vonnis in kort geding van 6 februari 2026
in de zaak van
[naam man] ,
wonende in [woonplaats 1] ,
eiser,
advocaat mr. G.A. Nandoe Tewarie,
tegen
[naam vrouw] ,
wonende in [woonplaats 2] (Spanje),
gedaagde,
advocaat mr. J.C.G.J. van der Linden.
Partijen worden hierna de man en de vrouw genoemd.
De zaak in het kort
Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Zij zijn sinds de echtscheiding al meer dan 10 jaar met elkaar verwikkeld in de verdeling van de (beperkte) huwelijksgemeenschap, te weten een woning in Nederland en een woning in Spanje. Na twee eerdere rechterlijke uitspraken, waarin partijen werden veroordeeld over te gaan tot verdeling van de gemeenschap en mee te werken aan verkoop van de woning in Rotterdam, is er een koper voor de woning in Rotterdam. In dit vonnis wordt de vrouw veroordeeld haar medewerking te verlenen aan de verkoop en de levering van deze woning. Wanneer zij dat niet doet, kan dit vonnis in de plaats van haar medewerking treden.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met producties,
De conclusie van antwoord- de mondelinge behandeling van 3 februari 2026,- de spreekaantekeningen van mr. Van der Linden.
2. De feiten
Partijen zijn gehuwd geweest. De echtscheiding is op 26 oktober 2015 ingeschreven in de registers.
Tussen partijen bestaan twee eenvoudige gemeenschappen, bestaande uit een
woning in Rotterdam, waar de man tot augustus 2025 heeft gewoond, en een woning in [woonplaats 2] (Spanje), waar de vrouw thans nog woont.
Bij beschikking van 16 december 2015 heeft het Gerechtshof Den Haag partijen gelast over te gaan tot verdeling door middel van verkoop van beide woningen.
Bij mondelinge uitspraak van 25 april 2025 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank partijen veroordeeld om mee te werken aan de verkoop van de woning in Rotterdam, waarbij de kosten van de verkoop (waaronder makelaarscourtage) door partijen bij helfte worden gedragen en de door de voorzieningenrechter aangewezen makelaar de vraag- en laatprijs bindend bepaalt.
Beide partijen hebben op enig moment ingestemd met een door een derde (hierna: de koper) op de woning in Rotterdam uitgebracht bod van € 475.000,-.
De overdracht van de woning aan de koper door middel van passering van de notariële leveringsakte stond gepland op eerst 29 december 2025 en vervolgens op 6 januari 2026. De vrouw is beide keren echter niet voor de notaris verschenen en heeft geweigerd om mee te werken aan de levering van de woning, althans daaraan voor de man onacceptabele voorwaarden gesteld.
3. Het geschil
Na eisvermindering vordert de man dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. de vrouw wordt veroordeeld tot nakoming van het vonnis van 25 april 2025 en van de beschikking van het Hof Den Haag van 16 december 2015, op straffe van een dwangsom,
II. de vrouw wordt veroordeeld om, indien een bod wordt gedaan dat boven of op de benoemde makelaar vastgestelde minimum laatprijs ligt, dit bod te accepteren en de koopovereenkomst te ondertekenen, met bepaling dat bij gebreke van medewerking van de vrouw binnen 24 uur na ontvangst van het schriftelijk bod, het te wijzen vonnis de toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening van de vrouw voor het aanvaarden van het bod zal vervangen,
III. de vrouw wordt veroordeeld om 24 uur na ontvangst van een schriftelijke oproep van de notaris om haar medewerking te verstrekken aan het verlijden van een daartoe strekkende akte van levering van de woning, waarbij de woning wordt overgedragen aan een derde (koper), ten overstaan van een door de man / koper aan te wijzen notaris, bij gebreke waarvan het te wijzen vonnis in de plaats zal treden van de door de notaris op te stellen akte van levering met betrekking tot de woning, voor zover het betreft het verlenen van toestemming van de vrouw tot die levering,
IV. althans de man vervangende toestemming wordt verleend voor het doen leveren van de woning, op straffe van een dwangsom,
V. de vrouw wordt veroordeeld in de proceskosten op basis van de werkelijke kosten van € 6.729,- vermeerderd met de vertaalkosten althans conform het liquidatietarief.
De vrouw voert verweer.
4. De beoordeling
De vrouw is de verplichting om mee te werken aan de verkoop van de woning in Rotterdam niet nagekomen
Vast staat dat partijen al in 2015 door het hof zijn gelast om de woningen in Rotterdam en in Spanje te verkopen en dat vervolgens de voorzieningenrechter in 2025 partijen expliciet heeft veroordeeld om mee te werken aan de verkoop van de woning in Rotterdam. Beide uitspraken zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Zowel de man als de vrouw zijn dus verplicht om deze uitspraken na te komen.
Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is de vrouw de verplichting om mee te werken aan de verkoop van de woning in Rotterdam niet nagekomen. Gebleken is namelijk dat de vrouw op momenten dat haar medewerking werd verlangd, zoals bij de notariële levering die gepland stond op (eerst) 29 december 2025 en (later) op 6 januari 2026, zich op wilsgebreken heeft beroepen ten aanzien van de met de koper gesloten overeenkomst. Omdat de notaris er hierdoor niet van overtuigd was dat de vrouw uit vrije wil akkoord is gegaan met het sluiten van de koopovereenkomst en omdat de vrouw ook geweigerd heeft om in persoon de leveringsakte te ondertekenen, heeft de notaris geweigerd om mee te werken aan het passeren van de leveringsakte. De notariële levering van de woning heeft daardoor nog steeds niet plaatsgevonden.
Actuele stand van zaken
De actuele stand van zaken is nu, zo is tijdens de mondelinge behandeling naar voren gekomen, dat de koper de uitspraak in deze procedure afwacht en dan gaat beslissen of hij wel of niet de koopovereenkomst zal ontbinden en aanspraak zal maken op het boetebeding, of dat hij, bij een positieve uitspraak, alsnog de levering van de woning wenst. Verder is er een notaris in Eindhoven bereid gevonden om mee te werken aan de notariële levering van de woning, mits er in deze procedure een duidelijke uitspraak wordt gedaan. De notariële levering van de woning kan dan plaatsvinden op 9 maart 2026.
De vorderingen
De vrouw heeft geen eenduidig verweer gevoerd tegen de vorderingen van de man. Bij monde van haar advocaat heeft zij er enerzijds op gewezen dat zij sinds de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in 2025 veel druk en intimidatie heeft ervaren bij
– naar de voorzieningenrechter begrijpt – de totstandkoming van de koopovereenkomst en dat zij vanwege de in haar ogen te lage verkoopsom van de woning niet heeft meegewerkt, en nog steeds niet vrijwillig wil meewerken, aan de notariële levering van de woning. Anderzijds geeft de vrouw aan dat het verlenen van vervangende toestemming de enige manier is om deze kwestie op te lossen.
Partijen zijn nu al meer dan 10 jaar verwikkeld in de afwikkeling van hun echtscheiding. De woning in Rotterdam is, ondanks de gesloten koopovereenkomst, nog altijd niet geleverd en dus niet definitief verkocht. Er moet nu echt iets gaan gebeuren. De koper lijkt nog bereid te zijn om de woning af te nemen en daarom is nu spoed vereist, en dus aanwezig, om tot daadwerkelijke levering van de woning te komen.
Gelet hierop wordt, ervan uitgaande dat de koper nog altijd bereid is tot afname van de woning, vordering III toegewezen zoals hieronder in 5.2 vermeld. De gevorderde reële executie – vordering in de plaats van toestemming/medewerking van de vrouw aan de levering – wordt eveneens toegewezen. Uit alles wat er sinds april 2025 is gebeurd, en het hierboven beschreven onduidelijke verweer van de vrouw, wordt afgeleid dat medewerking van de vrouw verre van zeker is. De man, maar ook de vrouw gelet op de mogelijk te verbeuren boete, heeft er dan ook belang bij dat de levering hoe dan ook kan doorgaan.
Omdat er rekening mee moet worden gehouden dat de koper alsnog de koopovereenkomst wenst te ontbinden, wordt ook vordering II toegewezen zoals hieronder in 5.1 vermeld. Mocht die situatie zich voordoen, dan kan met deze veroordeling de woning in Rotterdam opnieuw te koop worden gezet en wordt reeds op voorhand vervangende toestemming verleend indien de vrouw niet meewerkt aan de totstandkoming van de koopovereenkomst. Vervolgens kan dan met de in 5.2 vermelde veroordeling overgegaan worden tot notariële levering van de woning.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van de man desgevraagd erkend dat bij toewijzing van vorderingen II en III, vorderingen I en IV overbodig zijn. Vorderingen I en IV worden daarom bij gebrek aan belang afgewezen.
Partijafspraken over de verdere afwikkeling
Naast de verkoop van de woning in Rotterdam moet ook altijd nog de woning in Spanje verkocht worden en moet er, naar het zich laat aanzien, een bodemprocedure gestart worden om de verkoopopbrengsten van beide woningen te verdelen. Deze laatste twee kwesties maken geen onderdeel uit van onderhavige kortgedingprocedure, maar dat neemt niet weg dat partijen daar buiten rechte wel afspraken over kunnen maken.
Op de mondelinge behandeling hebben partijen met het volgende ingestemd:
de netto verkoopopbrengst van de woning in Rotterdam wordt in depot gestort bij de notaris totdat in de nog te starten bodemprocedure een uitvoer bij voorraad verklaard eindvonnis is gewezen,
de man start een bodemprocedure om te komen tot verdeling van de verkoopopbrengsten van de woningen in Rotterdam en in Spanje.
Deze afspraak wordt in de beslissing opgenomen.
De vrouw wordt in de proceskosten veroordeeld
In zaken als deze, waarin partijen een affectieve relatie met elkaar hebben gehad, is het uitgangspunt dat de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Omdat de vrouw de uitspraak van het hof in 2015 en van de voorzieningenrechter in 2025 niet is nagekomen (zie 4.1 en 4.2), ziet de voorzieningenrechter nu aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken en de vrouw te veroordelen in de proceskosten van de man. Het gaat te ver om, zoals door de man gevorderd, de daadwerkelijk door de man gemaakte proceskosten te vergoeden, maar de vrouw wordt wel in de proceskosten overeenkomstig het liquidatietarief veroordeeld.
De proceskosten van de man worden begroot op:
- kosten dagvaarding € 125,57
- griffierecht € 341,00
- salaris advocaat € 760,00
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
€ 1.415,57.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
veroordeelt de vrouw om, indien een bod wordt gedaan dat boven of op de door de aangewezen makelaar (Ruseler Makelaardij in Rotterdam) vastgestelde minimum laatprijs ligt, dit bod te accepteren en de koopovereenkomst te ondertekenen, waarbij dit vonnis in de plaats treedt (in de zin van artikel 300 lid 1 BW) van de toestemming/wilsverklaring/ handtekening van de vrouw indien de vrouw niet binnen 24 uur na ontvangst van het schriftelijk bod haar medewerking verleent aan de totstandkoming van de koopovereenkomst,
veroordeelt de vrouw om 24 uur na ontvangst van een schriftelijke oproep van de notaris, haar medewerking te verlenen aan het verlijden van een daartoe strekkende notariële akte van levering van de woning, waarbij de woning wordt overgedragen aan een derde (de koper) ten overstaan van een door de man / koper aan te wijzen notaris, bij gebreke waarvan dit vonnis in de plaats treedt (in de zin van artikel 300 lid 1 BW) van de voor die levering vereiste toestemming en/of handtekening van de vrouw,
veroordeelt de vrouw in de proceskosten van € 1.415,57 van de man, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als de vrouw niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
verstaat dat partijen zijn overeengekomen dat de netto-verkoopopbrengst van de woning in Rotterdam in depot blijft bij de notaris totdat in een door de man te starten bodemprocedure, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, over de verdeling is beslist of partijen in of buiten rechte overeenstemming over die verdeling hebben bereikt,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2026.2438/2009