ECLI:NL:RBROT:2026:1591

ECLI:NL:RBROT:2026:1591

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 16-02-2026
Datum publicatie 18-02-2026
Zaaknummer ROT 24/3281
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Wet WOZ. Partijen zijn op zitting overeengekomen dat de waarde kan worden vastgesteld op de door eiser voorgestane waarde. De rechtbank verhoogt de WOZ-waarde naar de door eiser voorgestane waarde. Er is sprake van een bijzonder geval, zodat de eerste zin van artikel 30a van de Wet WOZ geen toepassing vindt. Beroep gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres], gevestigd in Amsterdam, eiseres,

de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam, verweerder,

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 24/3281

gemachtigde: mr. A. Oosters,

en

gemachtigde: mr. A. Atwaroe.

Procesverloop

Met het besluit van 7 februari 2023 heeft verweerder de waarde van de onroerende zaak aan de [adres] (de woning) per de waardepeildatum van 1 januari 2022 vastgesteld op € 223.000,- op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Met deze waardevaststelling is aan eiseres ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Rotterdam voor het jaar 2023 opgelegd (de aanslag).

Met de uitspraak op bezwaar, gedagtekend 6 maart 2024 (het bestreden besluit), heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 7 februari 2023 ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Eiseres heeft nadere stukken ingediend.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 27 oktober 2025 op zitting behandeld. De zaak is gezamenlijk (niet gevoegd) behandeld met de zaken tussen partijen met de nummers ROT 24/3846, ROT 24/4254, ROT 24/4260, en ROT 24/4274). Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder, vergezeld door [naam].

Overwegingen

Inleiding

1. Eiseres is eigenaresse van de onroerende zaak, een bovenwoning. De woonoppervlakte is 102 m². Het bouwjaar is 1927.

2. Eiseres heeft aangevoerd dat de waarde te laag is vastgesteld, volgens haar bedraagt de waarde € 283.000,-. In het kader van de proceskosten stelt de gemachtigde van eiseres dat hij (althans zijn kantoor) een bijzonder geval is in de zin van de recente arresten van de Hoge Raad. De WOZ factor van artikel 30a van de Wet WOZ is daarom niet op hem van toepassing.

Waardebepaling

3. De WOZ-waarde van de woning is niet meer in geschil. Verweerder heeft ter zitting verklaard dat de waarde van de woning op de waardepeildatum vastgesteld kan worden op de door eiseres voorgestane waarde van € 283.000,-. De rechtbank ziet geen reden om partijen hierin niet te volgen.

4. Alleen de hoogte van de proceskostenvergoeding is nog in geschil. Verweerder stelt zich namelijk op het standpunt dat (het kantoor van de) gemachtigde geen bijzonder geval is als bedoeld in de door hem genoemde jurisprudentie.

Conclusie en gevolgen

5. Omdat partijen ter zitting op een hogere waarde zijn uitgekomen, is het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar. De rechtbank verhoogt op grond van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht de waarde van de woning per waardepeildatum van 1 januari 2022 tot een bedrag van € 283.000,-.

Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, de uitspraak op bezwaar vernietigt en zelf voorziet in de zaak, veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten die eiseres redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het beroep en het bezwaar. De rechtbank legt hieronder uit hoe deze zijn berekend.

De proceskosten

Artikel 30a Wet WOZ

De rechtbank stelt vast dat artikel 30a, eerste lid, van de Wet WOZ niet van toepassing is op de proceskostenveroordeling voor zover die betrekking heeft op de bezwaarprocedure, omdat het besluit van 7 februari 2023 is genomen voor de inwerkingtreding van die bepaling op 1 januari 2024.

Op grond van artikel 30a, tweede lid, van de Wet WOZ wordt het bedrag dat strekt tot vergoeding van de kosten die betrekking hebben op door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vermenigvuldigd met 0,25 indien het besluit genomen op grond van de Wet WOZ wordt vernietigd of gewijzigd, behoudens bijzondere omstandigheden. Er is sprake van een bijzonder geval als kennelijk geen sprake is van het volgende: aan de belanghebbende wordt rechtsbijstand verleend door een beroepsmatig optredende gemachtigde, dan wel een kantoor, waarvan het bedrijfsmodel erin bestaat dat (i) wordt opgetreden op basis van no cure no pay, (ii) daarbij zodanige afspraken met de cliënten worden gemaakt dat het bedrag van eventuele proceskostenvergoedingen aan de gemachtigde of aan het kantoor wordt afgedragen, en (iii) de procedures op een zodanige wijze worden gevoerd dat de daarin toegekende proceskostenvergoedingen de in redelijkheid gemaakte kosten ver overtreffen. De stelplicht en de bewijslast met betrekking tot feiten die meebrengen dat het om zo’n bijzonder geval gaat, rusten op de belanghebbende. De vraag of het bedrijfsmodel van een beroepsmatig optredende gemachtigde, dan wel een kantoor, kennelijk niet deze drie kenmerken heeft, moet worden beoordeeld naar de situatie op het moment waarop het desbetreffende rechtsmiddel is aangewend.

Eiseres heeft op 28 maart 2024 beroep ingesteld. De gemachtigde van eiseres heeft onbetwist gesteld dat het bedrijfsmodel van zijn kantoor vanaf 1 januari 2024 erin bestaat dat niet (meer) wordt opgetreden op basis van no cure no pay. Een belanghebbende betaalt € 99,- voor een beoordeling van het aanslagbiljet, € 250,- voor het voeren van een bezwaarprocedure en € 395,- voor het voeren van een beroepsprocedure. Deze vergoedingen zijn niet dusdanig laag dat kan worden gesproken van rechtsbijstandverlening op een grondslag die in wezen overeenkomt met rechtsbijstandverlening op basis van no cure no pay. Naar het oordeel van de rechtbank voldeed het bedrijfsmodel van het kantoor van de gemachtigde van eiseres daarom ten tijde van het instellen van beroep kennelijk niet aan het in overweging 5.4. onder (i) genoemde kenmerk. Dat betekent dat sprake is van een bijzonder geval en de eerste zin van artikel 30a, tweede lid, van de Wet WOZ geen toepassing vindt. Het bedrag dat strekt tot vergoeding van de kosten die betrekking hebben op door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand wordt dus niet vermenigvuldigd met 0,25.

Taxatierapport

Eiseres heeft bij aanvullend bezwaarschrift een taxatierapport met een taxatiematrix overgelegd. In beroep heeft eiseres een aangepaste taxatiematrix uit het taxatierapport overgelegd. Eiseres heeft verzocht om een vergoeding van de kosten voor het taxatierapport. In haar aanvullende bezwaarschrift had zij deze kosten op € 128,26 gesteld. Verweerder heeft erkend dat hij een vergoeding verschuldigd is voor het taxatierapport bij een gegrond beroep en heeft de hoogte daarvan niet bestreden. Gelet hierop stelt de rechtbank de vergoeding voor het taxatierapport vast op € 128,26.

Samenhang

Op grond van artikel 3, eerste lid, van het Bpb worden samenhangende zaken voor de vaststelling van de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand als één zaak beschouwd. Volgens artikel 3, tweede lid, van het Bpb, voor zover hier van belang, zijn samenhangende zaken door een of meer belanghebbenden ingestelde beroepen, die door de bestuursrechter gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig zijn behandeld, waarin rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1, onder a, is verleend door dezelfde persoon dan wel door een of meer personen die deel uitmaken van hetzelfde samenwerkingsverband en van wie de werkzaamheden in elk van de zaken nagenoeg identiek konden zijn.

In dit geval zijn er vijf zaken (ROT 24/3281, 24/3846, 24/4254, 24/4260 en 24/4274) die in de beroepsfase op hetzelfde onderwerp betrekking hebben en waarvan de werkzaamheden in elk van de zaken (nagenoeg) identiek zijn geweest. Ze zijn in beroep gezamenlijk en in samenhang met elkaar behandeld. De gemachtigde van eiseres heeft ter zitting verklaard dat deze zaken in beroep als samenhangend in de zin van artikel 3 van het Bpb beschouwd kunnen worden omdat hij tot zeer kort voor de zitting niet over een verweerschrift beschikte en in alle zaken één debat op de zitting heeft plaatsgevonden. De rechtbank merkt de zaken daarom aan als samenhangend in beroep.

De rechtbank stelt vast dat in bezwaar de gemachtigde van eiseres, per zaak verschillende, bezwaargronden naar voren heeft gebracht. De werkzaamheden konden dan in bezwaar niet nagenoeg identiek zijn. Ook zijn niet alle zaken op dezelfde hoorzitting behandeld. Daarom is in de bezwaarfase geen sprake van samenhangende zaken.

Volgens de Bijlage bij het Bpb, onder C2, wordt voor vier of meer samenhangende zaken een wegingsfactor van 1,5 toegepast. De proceskostenvergoeding voor de genoemde zaken voor de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in beroep bedraagt dan € 2.802,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactoren 1 en 1,5). Dit (totale) bedrag aan proceskosten wordt verdeeld over de vijf genoemde zaken, hetgeen neerkomt op een vergoeding van € 560,40 in deze zaak.

Conclusie ten aanzien van de proceskosten

De proceskostenvergoeding voor deze beroepszaak wordt dan in totaal € 2.020,66: voor de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in beroep € 560,40, voor de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in bezwaar € 1.332,- (2 x € 666,-) en voor het taxatierapport € 128,26.

De gemachtigde van eiseres heeft ter zitting verklaard dat het verzoek om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt ingetrokken.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- verhoogt de bij beschikking vastgestelde waarde van de woning tot een bedrag van € 283.000,-;

- bepaalt dat de betreffende aanslag onroerendezaakbelastingen dienovereenkomstig wordt verhoogd;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;

- bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 371,- moet vergoeden;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 2.020,66 aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Laukens, rechter, in aanwezigheid van mr. Y.W. Geerts, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2026.

De griffier is verhinderd

de uitspraak te ondertekenen

Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Den Haag waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Den Haag vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?