Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10/111777-22
Datum uitspraak: 19 januari 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[naam 1] (de ter beschikking gestelde),
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
verblijvende in [naam instelling] te [plaats] (de instelling),
raadsman mr. H. Weisfelt, advocaat te ’s-Gravenhage.
1. Inleiding
Bij vonnis van deze rechtbank van 3 november 2022 is de terbeschikkingstelling van [naam 1] gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen.
De (gemaximeerde) terbeschikkingstelling is gelast ter zake van brandstichting, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 10 januari 2023.
Bij beslissing van deze rechtbank van 16 december 2024 is de terbeschikkingstelling verlengd met een jaar.
2. Procesverloop
De rechtbank heeft op 26 november 2025 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 19 januari 2026 behandeld. De officier van justitie mr. J.B. Wooldrik, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsman, en als deskundige S.R.J. Oremus, werkzaam bij de instelling, zijn gehoord.
3. Adviezen
Advies instelling
De instelling adviseert in het rapport, gedateerd 10 november 2025, de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar.
Bij de ter beschikking gestelde is sprake van een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis en alcohol (beiden in remissie). De psychotische stoornis is onder controle doordat hij abstinent is en ook goed reageert op medicijnen als hij ontregelt.
Zonder het kader van de tbs-maatregel wordt het risico op gewelddadig gedrag ‘uit zorg’ ingeschat als hoog. De inschatting van dit risico is gebaseerd op het gegeven dat er een patroon van probleemgedrag is in de voorgeschiedenis, dat de stoornis in het gebruik van middelen zonder toezicht weer op kan bloeien en dat zijn vaardigheden om een stabiele woon- en werksituatie voor zichzelf te creëren nog onvoldoende ontwikkeld zijn.
De ter beschikking gestelde heeft een gemaximeerde terbeschikkingstelling die tot uiterlijk 10 januari 2027 van kracht is. Deze tijd zal zeker nog nodig zijn om de resocialisatie vorm te geven. Er is sprake van een positieve ontwikkeling in de afgelopen periode. Met het toezicht en de begeleiding in de instelling functioneert de ter beschikking gestelde goed. Hij is actief en probeert zo veel mogelijk bezig te zijn. Hij is gemotiveerd voor werk en het behandelteam is van mening dat het trainen van arbeidsvaardigheden, een zeer belangrijke pijler is in zijn behandeling. Gezien het feit dat hij nu geruime tijd abstinent is, er geen psychotische klachten zijn en hij werkt aan het reguleren van zijn gevoelens en gedrag, is het team van mening dat het tijd is om te starten met onbegeleid verlof. De aanvraag daarvoor is inmiddels geschreven en zal worden ingediend bij het AVT. Er wordt de komende periode toegewerkt naar onbegeleid verlof zodat hij kan werken buiten de kliniek met als doel het vergroten van arbeidsvaardigheden, het leren omgaan met autoriteit, door te zetten en conflicten op een adequate manier op te lossen. Er wordt een werkplek gezocht die hem daarin kan begeleiden. Als het hem lukt om ook deze stap goed te doorlopen, dan kan hij in het voorjaar van 2026 in het kader van een transmuraal verlof uitstromen naar een FPA in de regio Rotterdam of zelfs naar een beschermde woonvorm (RIBW). In dat geval zou het traject binnen de tijd die de TBS-maatregel biedt positief afgerond kunnen worden.
Op de terechtzitting gegeven advies
De deskundige [naam 2] , als GZ-psycholoog verbonden aan de instelling, heeft het verlengingsadvies op de zitting toegelicht. Zij heeft onder meer verklaard – zakelijk weergegeven – dat de aanvraag voor onbegeleid verlof inmiddels is goedgekeurd. Gelet op de korte termijn die nog resteert, is ook tegelijk een machtiging aangevraagd voor het transmurale verlof, maar die is nog niet verleend. De planning is om in april a.s. alvast opnieuw transmuraal verlof aan te vragen, zodat die hopelijk in april ook wordt verleend. Aanstaande vrijdag is de intake bij FPA De Kijvelanden gepland. Daar zal worden bekeken waar hij vervolgens naar toe kan gaan, naar een RIBW of dat er een zorgmachtiging moet worden aangevraagd. In overleg met de ter beschikking gestelde wordt ook nagedacht over de mogelijkheden voor werken buiten de kliniek.
4. Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde heeft zich niet verzet tegen verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar. Zijn raadsman heeft bepleit om de terbeschikkingstelling te verlengen met zes maanden en de behandeling van de zaak voor het overige aan te houden, om ervoor te zorgen dat ook bij het AVT de druk erop blijft en het verdere traject kan worden afgerond binnen het kader van de terbeschikkingstelling en het aanvragen van een zorgmachtiging niet nodig hoeft te zijn.
5. Beoordeling
Op grond van het advies van de instelling en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar wordt verlengd.
Verlenging met een kortere duur, zoals door de raadsman is verzocht, is wettelijk (op grond van in artikel 38d, lid 2, van het Wetboek van Strafrecht) niet mogelijk.
De ter beschikking gestelde doet het heel goed, na toch wel een moeizaam begin. Als hij op deze manier het traject voortzet, kunnen er komend jaar meer mooie stappen worden gezet in het kader van zijn resocialisatietraject. De rechtbank heeft er vertrouwen in dat zijn behandelaren van de instelling het traject zo voortvarend mogelijk zullen doen voortzetten, om dit samen met hem af te ronden, met aandacht voor een geschikte woonplek, een geschikte werkplek en passende nazorg.
6. Beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 1 (één) jaar.
Deze beslissing is genomen door
mr. M.K. Asscheman-Versluis, voorzitter,
en mrs. B. Vaz en L.F.M. Venderbos, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.K. van Zanten, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.