Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10/740319-11
Datum uitspraak: 19 januari 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[naam 1] (de ter beschikking gestelde),
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
verblijvende in [naam instelling] te [plaats]
(de instelling),
raadsman mr. A.R. Ytsma, advocaat te Haarlem.
1. Inleiding
Bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 24 december 2013 is de terbeschikkingstelling van [naam 1] gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van doodslag. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 9 januari 2017.
Bij beslissing van deze rechtbank van 9 januari 2024 is de terbeschikkingstelling laatstelijk verlengd met twee jaar.
2. Procesverloop
De rechtbank heeft op 19 november 2025 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 19 januari 2026 behandeld. De officier van justitie mr. J.B. Wooldrik, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsman, en als deskundige [naam 2] , werkzaam bij de instelling, zijn gehoord.
3. Adviezen
Advies instelling
De instelling adviseert in het rapport, gedateerd 10 november 2025, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.
Bij de ter beschikking gestelde is sprake van zwakbegaafdheid, een (andere
gespecificeerde) persoonlijkheidsstoornis met afhankelijke, narcistische en antisociale trekken en een stoornis in het gebruik van cocaïne, amfetamine en cannabis (in remissie onder toezicht).
Bij beëindiging van de terbeschikkingstelling wordt het risico op recidive als hoog ingeschat. Behandeling heeft nog niet geleid tot een dusdanige verbetering dat verwacht wordt dat er voldoende afname van het risico op delictgerelateerd gedrag is in een context zonder sterk gekaderde hulpverlening. Het recidiverisico bij voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging wordt ingeschat als matig tot hoog.
Sinds eind mei 2025 beschikt de kliniek over een machtiging onbegeleid verlof voor de ter beschikking gestelde die sindsdien stapsgewijs is opgebouwd. Sinds medio juli 2025 werkt de ter beschikking gestelde extern bij een werkgever. De delictrisicofactoren zijn tot op heden aanwezig, maar in mindere mate. Dit wordt toegeschreven aan de huidige structuur om hem heen. Met name impulsief en ondoordacht gedrag blijft actueel en heeft geleid tot tijdelijke beperkingen in de verlofvrijheden. Hij staat niet open voor medicatie, maar volgens het behandelteam zou hij baat kunnen hebben bij medicatie die hem kunnen remmen in zijn impulsieve gedragingen. Daarnaast ligt de focus van de behandeling op (in)stabiliteit in relaties. Onderliggend blijft de ter beschikking gestelde de behandeling onnodig vinden, en ziet hij delictfactoren ook anders dan het behandelteam. Hoewel hij snapt dat er in intieme relaties risico’s kunnen liggen, ziet hij het delict als zelfverdediging in plaats van acting-out agressie. De problematiek lijkt hardnekkig, en er zal getoetst moeten worden hoe hij zich in de komende periode verhoudt tot eventueel ontwikkelende relaties. Positief is dat hij een vaste dagstructuur heeft in de vorm van werken en sporten en er geen sprake meer is geweest van enig middelengebruik (ook niet in periodes van spanning).
Gelet op het behandelverloop tot op heden is de inschatting dat op de lange termijn zorg en
toezicht noodzakelijk blijven om het recidiverisico te matigen. Het is van belang dat met kleine, overzichtelijke en duidelijke stappen wordt toegewerkt naar een uitbreiding van vrijheden, zodat de kans op overvraging en het risico op recidive beperkt blijft. Dit is in de afgelopen twee jaar ingezet, met begeleide en vervolgens onbegeleide vrijheden. De komende twee jaar zal het onbegeleide verlof worden voortgezet en verder worden toegewerkt naar transmuraal verlof, vermoedelijk op de transmurale voorziening van de kliniek. Proefverlof of voorwaardelijke beëindiging is nog niet aan de orde. Gelet hierop wordt verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar nodig geacht.
Op de terechtzitting gegeven adviezen
De deskundige [naam 2] , als gezondheidszorg psycholoog verbonden aan de instelling, heeft het verlengingsadvies op de zitting toegelicht. Zij heeft onder meer verklaard – zakelijk weergegeven – dat de start van het onbegeleide verlof wat moeizaam verliep door de spanningen die de ter beschikking gestelde ervoer als gevolg van de tegenslag bij het verstrekken van de machtiging hiervoor. Toen hebben de verloven ook stil gelegen. Destijds heeft hij de spanningen bespreekbaar gemaakt en hij deelt steeds meer. Het gaat nu goed. Er wordt goed gemonitord wat hij doet tijdens zijn verloven, omdat het van belang is dat hij zich goed aan de afspraken houdt en dit goed in de gaten wordt gehouden. Er wordt dus heel erg gelet op details. Hij heeft een nog prille relatie. Door middel van systeemgesprekken wordt daarop toezicht gehouden. De ervaring is dat wanneer een relatie vordert het ingewikkeld wordt en daarom wil de instelling goed monitoren hoe dat verloopt. Omdat hij het wel goed doet, wordt aan de andere kant ook toegewerkt naar de stap naar buiten, dus naar het transmurale verlof. De verwachting is dat daarbij een tussenstap nodig is, namelijk dat hij eerst zal gaan verblijven in de transmurale voorziening van de kliniek (de woning van de kliniek waar meerdere patiënten wonen). De ter beschikking gestelde zal gaan resocialiseren in Groningen. Daar staat hij ook achter. Verwacht wordt dat in het komende jaar de stap naar buiten kan worden genomen. Begin februari a.s. zal de machtiging voor de onbegeleide landelijke verloven worden aangevraagd en naar verwachting zal die dan in maart a.s. verkregen worden, zodat dit verlof dan kan worden ingezet. De inschatting is dat, wanneer dat goed verloopt, in de zomer van dit jaar de machtiging voor het transmurale verlof zal worden aangevraagd. Deze stappen moeten geleidelijk worden genomen. Als de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd wordt met één jaar, moeten deze stappen sneller worden genomen en dan is er sneller kans op terugval. Er wordt daarom gepersisteerd bij het advies tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
4. Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De terbeschikkinggestelde en de raadsman hebben verlenging van de terbeschikkingstelling bepleit met één jaar, zodat er over een jaar kan worden getoetst of de behandeling kan worden voortgezet in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.
5. Beoordeling
Op grond van het advies van de instelling en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van en/of ziekelijke stoornis in de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd.
De behandeling is in de afgelopen periode goed gegaan. Het vervolgtraject moet plaatsvinden in kleine stapjes om te voorkomen dat er een terugval komt. In de komende periode moeten er nog stappen worden gezet, namelijk het onbegeleid netwerkverlof en het toewerken naar transmuraal verlof. Naar inschatting van de deskundige zal, na het verkrijgen van de machtiging daarvoor, het onbegeleide netwerkverlof worden ingezet in maart 2026 en zal, als dat goed verloopt, in de zomer de machtiging voor transmuraal verlof worden aangevraagd. Gelet hierop stelt de rechtbank de duur van de verlenging op één jaar zodat op de volgende verlengingszitting, die rond januari 2027 zal zijn, bekeken kan worden of de terbeschikkingstelling eventueel – op termijn – voorwaardelijk kan worden beëindigd. Of dat mogelijke is hangt af van het verdere verloop van het resocialisatietraject.
De totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging gaat door de verlenging een periode van vier jaar te boven. Verlenging is niettemin mogelijk, omdat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.
6. Beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 1 (één) jaar.
Deze beslissing is genomen door
mr. M.K. Asscheman-Versluis, voorzitter,
en mrs. B. Vaz en L.F.M. Venderbos, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.K. van Zanten, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.