ECLI:NL:RBROT:2026:1603

ECLI:NL:RBROT:2026:1603

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 09-02-2026
Datum publicatie 19-02-2026
Zaaknummer 25/015827 en 25/026322
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Bezwaarschrift ex 552a Sv. Beslag op grote hoeveelheid cosmeticaproducten (ex 94 Sv). Klagers NO tav reeds teruggegeven cosmeticaproducten. Tav het overige ongegrond. Niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter later oordelend de (merkvervalste) voorwerpen zal onttrekken aan het verkeer.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Strafrecht

Zittingsplaats Rotterdam

Raadkamernummers: 25/015827 ([klager 1])

25/026322 ([klager 2])

Datum: 9 februari 2026

Beslissing van de meervoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klager 1],

geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres 1], ([postcode]) [plaatsnaam],

en

[klager 2]

gevestigd te [adres 2],

beide voor deze zaak domicilie kiezende te [adres 3], ten kantore van hun advocaten mrs. I. Leenders en C.V. van der Voort,

hierna te noemen: de klagers.

Procedure

Het klaagschrift is op 14 april 2025 ter griffie van deze rechtbank ontvangen, waarna op 2 juli 2025 door de verdediging een aanvullend klaagschrift is ingediend.

Het Openbaar Ministerie heeft op 18 december 2025 zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt. Een aanvulling op dit standpunt is op 16 januari 2026 ontvangen.

De rechtbank heeft op 21 januari 2026 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld en heeft de gemachtigd raadslieden van de klagers, mrs. C.V. van der Voort en M. van Terwisga, en de officier van justitie mr. R.P. van der Pijl op zitting gehoord.

De klagers zijn, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.

Feiten

Op 27 maart 2025 en op 8 mei 2025 is te Rotterdam onder de klagers beslag gelegd op een grote hoeveelheid cosmeticaproducten.

Het beslag is gelegd op grond van artikel 94 Sv.

Dit beslag is gelegd in het kader van een strafrechtelijk onderzoek ter zake van merkvervalsing tegen de klagers.

Standpunt klagers

Het klaagschrift is ingediend door [klager 1] als privépersoon, en als bestuurder en enig aandeelhouder namens [klager 2] (hierna: de klagers) en strekt tot teruggave van alle in beslag genomen voorwerpen. De klagers stellen eigenaar te zijn van alle in beslag genomen voorwerpen en hebben hiervan geen afstand gedaan. Evenmin hebben zij die voorwerpen door enig strafbaar feit verkregen of onttrokken aan een rechthebbende.

Klagers hebben grote hoeveelheden pallets met beautyproducten in opslag, onder meer van Procter & Gamble, en verkopen deze producten aan afnemers in diverse landen in Europa. Klagers hebben bij diverse officiële distributeurs van Mielle Organics in de Verenigde Staten en Europa huis- en haarverzorgingsproducten besteld en geleverd gekregen. Klagers betwisten dat de inbeslaggenomen voorwerpen vals of vervalst zijn.

Ter terechtzitting is verzocht om de in beslag genomen voorwerpen genoemd in KVI-F-005-03 (inbeslagname 27 maart 2025) niet te vernietigen, aangezien deze producten slechts steekproefsgewijs zijn gecontroleerd.

Ten aanzien van de op 8 mei 2025 in beslaggenomen voorwerpen is aangevoerd dat deze goederen door klagers zijn aangeschaft via officiële distributeurs, te weten Global Foods Trading Sarl in Frankrijk en Global Foods Trading Ltd in Londen. Daarnaast hebben klagers originele producten gekocht bij handelaren in de Verenigde Staten, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.

Klagers worden bezwaard door de inbeslagneming en het voortduren daarvan, alsmede door het uitblijven van een last tot teruggave van die voorwerpen. Als gevolg van deze situatie leiden klagers economische schade, nu de goederen niet kunnen worden verkocht. Het belang van strafvordering verzet zich niet tegen teruggave van de in beslag genomen voorwerpen. Na acht maanden heeft het Openbaar Ministerie voldoende tijd gehad om een volledig onderzoek te verrichten.

Subsidiair wordt verzocht om aanhouding van de behandeling van het klaagschrift voor een termijn van één maand, teneinde de FIOD de gelegenheid te geven om alsnog de op 8 mei 2025 in beslag genomen voorwerpen te controleren op echtheid.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft ten aanzien van de inbeslagname op 27 maart 2025 deels geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klagers in het beklag, nu er door het Openbaar Ministerie reeds een beslissing is genomen tot teruggave van de niet merkvervalste producten. Ten aanzien van de overige in beslag genomen voorwerpen concludeert de officier van justitie tot ongegrondverklaring van het beklag. Uit onderzoek is gebleken dat er sprake is van merkvervalste producten en het is niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de voorwerpen zal onttrekken aan het verkeer.

Ten aanzien van de inbeslagname op 8 mei 2025 heeft de officier van justitie voor wat betreft de producten van het merk Creme of Nature geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de klagers in het beklag, omdat reeds een beslissing is genomen tot teruggave van deze voorwerpen. Ten aanzien van de overige voorwerpen concludeert de officier van justitie tot ongegrondverklaring van het beklag, nu het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, deze voorwerpen zal onttrekken aan het verkeer. Uit onderzoek is gebleken dat de producten van het merk Razac merkvervalst zijn. De onderzoeksresultaten van de merken ORS en Shea Moisture worden binnenkort verwacht. Ten aanzien van de merken Dark&Lovely en Queen Elisabeth heeft de officier van justitie – omdat hij geen contact heeft kunnen leggen met de merkhouders – ter terechtzitting toegezegd op korte termijn (na ontvangst van de overige onderzoeksresultaten en na de verhoren van klager op 30 januari en 2 februari a.s.) een beslissing te zullen nemen over het beslag.

Ontvankelijkheid

Door de officier van justitie is de teruggave gelast van een deel van de op 27 maart 2025 in beslag genomen niet merkvervalste cosmeticaproducten. Ook heeft de officier van justitie ter terechtzitting toegezegd dat de op 8 mei 2025 in beslag genomen cosmeticaproducten van het merk Creme of Nature zullen worden teruggegeven aan de klagers.

Nu deze lasten zijn gegeven, hebben de klagers ten aanzien van deze voorwerpen geen belang meer bij de behandeling van het beklag, omdat een rechterlijke last de klagers niet in een gunstiger positie kan brengen. Immers, zowel de beslissing van de officier van justitie als de last van de rechter moet na het geven ervan ten uitvoer worden gelegd. De tenuitvoerlegging is een feitelijke gebeurtenis die de strafrechter niet beoordeelt. Dat daadwerkelijke teruggave van het inbeslaggenomene nog niet heeft plaatsgevonden, maakt daarom niet dat de klagers alsnog belang hebben bij een oordeel van de rechtbank in deze zaak. De klagers zullen daarom ten aanzien van dit deel niet-ontvankelijk worden verklaard in het beklag.

Beoordeling

Bij de verdere beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een beklag als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak te treden.

In geval van een beklag tegen een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag dient de rechtbank eerst te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Als het strafvorderlijk belang voortduring van het beslag vordert, wordt geen teruggave gelast. Als geen strafvorderlijk belang aan teruggave in de weg staat, vindt teruggave plaats aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.

Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave als het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer dat voorwerp kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen, wanneer dat voorwerp kan dienen om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen of als niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van dat voorwerp zal bevelen.

Uit de zich in het raadkamerdossier bevindende processen-verbaal kan worden opgemaakt dat sprake is van een verdenking van merkvervalsing. Naar aanleiding van een aangifte van Proctor & Gamble (merkhouder van het merk Mielle) heeft er op 27 maart 2025 een doorzoeking plaatsgevonden op een bedrijfslocatie van de klagers. Uit onderzoek is gebleken dat een deel van de in beslag genomen cosmeticaproducten merkvervalst is.

Op basis van een aanvullend onderzoek naar de administratie van de klagers is voorts het vermoeden ontstaan dat de klagers betrokken zijn geweest bij het importeren van merkvervalste producten van elf merken die in opdracht van de klagers in een fabriek in Turkije zijn gemaakt. Naar aanleiding van deze bevindingen heeft er op 8 mei 2025 een tweede doorzoeking plaatsgevonden aan de [straatnaam 1] en de [straatnaam 2] te Rotterdam. Bij deze doorzoekingen zijn cosmeticaproducten aangetroffen van diverse merken waarvan het vermoeden bestaat dat deze goederen merkvervalst zijn. Het onderzoek naar de goederen met opschrift van de merken Razac en Creme of Nature is afgerond. Het onderzoek naar de overige goederen loopt nog; binnenkort zullen de onderzoeksresultaten daarvan bekend worden gemaakt.

Deze omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, rechtvaardigen de genoemde verdenking en wettigen de conclusie dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de in beslag genomen (merkvervalste) voorwerpen zal onttrekken aan het verkeer. Het strafvorderlijk belang verzet zich ten aanzien van deze goederen dan ook tegen opheffing van het beslag. Voor zover het onderzoek nog loopt naar een aantal goederen die mogelijk merkvervalst zijn, is de rechtbank ook voor deze goederen van oordeel dat het strafvorderlijk belang zich verzet tegen opheffing van het beslag. De officier van justitie heeft in raadkamer toegezegd voortvarend een beslissing te zullen nemen op het moment dat de resultaten van dit onderzoek beschikbaar zijn. Naar verwachting zal dit op korte termijn het geval zijn, zodat de rechtbank geen aanleiding ziet om de zaak hiervoor aan te houden. Gelet op het voorgaande zal het beklag ongegrond worden verklaard.

De rechtbank merkt ten slotte op dat gedurende het opsporingsonderzoek een beslissing over de mogelijke vernietiging van de in beslaggenomen voorwerpen (genoemd in KVI-F-005-03, inbeslagname 27 maart 2025) is voorbehouden aan het Openbaar Ministerie. De rechtbank zal in het kader van de onderhavige procedure hierover geen beslissing nemen.

Beslissing

De rechtbank:

Deze beslissing is gegeven door:

mr. J.M.L. van Mulbregt, voorzitter,

mrs. H.J. de Kraker en J.C. Oord, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. K. Dere, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2026.

Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.M.L. van Mulbregt

Griffier

  • mr. K. Dere

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?