RECHTBANK ROTTERDAM
Strafrecht
Zittingsplaats Rotterdam
Parketnummer : 10/115147-23
V.i. nummer : 89/000035-52
Raadkamernummer : 25/032757
Datum : 21 januari 2026
Beslissing van de meervoudige raadkamer op het bezwaar op grond van artikel 6:6:8 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[veroordeelde],
geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres 1], [postcode 1] [plaatsnaam ],
thans gedetineerd in [detentieadres],
voor deze zaak domicilie kiezende te [adres 2], [postcode 2] [plaatsnaam ], ten kantore van zijn raadsvrouw mr. S. Ben Ahmed,
hierna te noemen: de veroordeelde.
Feiten
De meervoudige kamer van deze rechtbank heeft de veroordeelde bij vonnis van 29 augustus 2023 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar.
Bij beslissing van 3 april 2025 heeft het Openbaar Ministerie beslist tot voorwaardelijke invrijheidstelling van de veroordeelde met ingang van 30 april 2025.
Het Openbaar Ministerie heeft op 5 december 2025 beslist de voorwaardelijke invrijheidstelling van de veroordeelde te herroepen voor de duur van 120 dagen. Een kennisgeving van deze beslissing is op 8 december 2025 aan de veroordeelde betekend.
Procedure
Het bezwaar tegen de beslissing van het Openbaar Ministerie is op 10 december 2025 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 21 januari 2026 het bezwaar in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de veroordeelde, zijn raadsvrouw mr. S. Ben Ahmed, en de officier van justitie mr. N. van der Meij in raadkamer gehoord.
Bezwaar
De veroordeelde kan zich niet verenigen met de beslissing van het Openbaar Ministerie om zijn voorwaardelijke invrijheidstelling gedeeltelijk te herroepen.
Namens de veroordeelde is in het bezwaarschrift aangevoerd dat hij voldoende heeft meegewerkt aan de gestelde voorwaarden. De omgeving van de begeleid wonen locatie (Mutatio Zorg) was voor de veroordeelde echter niet passend.
Bij de behandeling van het bezwaarschrift in raadkamer heeft de veroordeelde het voorgaande bevestigd en toegelicht dat hij niet terug wilde naar Mutatio Zorg, omdat hij zich daar door de medebewoners niet veilig voelde. De veroordeelde is van plan om in de toekomst naar Turkije te emigreren.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het bezwaar ongegrond dient te worden verklaard, omdat het Openbaar Ministerie in redelijkheid tot zijn beslissing tot herroeping de voorwaardelijke invrijheidstelling heeft kunnen komen. Uit het reclasseringsadvies blijkt dat de veroordeelde de voorwaarden niet heeft nageleefd. Gedurende de periode van de herroeping zal een nieuw plan van aanpak worden opgesteld en dient te zijner tijd opnieuw te worden getoetst of en onder welke condities de veroordeelde voorwaardelijk in vrijheid kan worden gesteld.
Beoordeling
Op grond van artikel 6:6:9, eerste lid, Sv dient de rechtbank te onderzoeken of het Openbaar Ministerie bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn beslissing heeft kunnen komen. Dit is dus een zogenaamde marginale toetsing.
Bij beslissing van 3 april 2025 heeft het Openbaar Ministerie beslist tot de voorwaardelijke invrijheidstelling van de veroordeelde, waarbij onder andere de volgende bijzondere voorwaarden zijn gesteld: een meldplicht bij Fivoor Reclassering, een ambulante behandeling door Fivoor met de mogelijkheid tot een kortdurende klinische opname, begeleid wonen bij Mutatio Zorg, een inspanningsverplichting voor het verkrijgen en behouden van dagbesteding, het meewerken aan middelencontroles en het tonen van een open, gemotiveerde en meewerkende houding met betrekking tot het toezicht en de bijzondere voorwaarden.
Uit het reclasseringsadvies van 3 december 2025 blijkt dat de veroordeelde de hierboven genoemde voorwaarden niet heeft nageleefd. Zo blijkt uit de rapportage dat de veroordeelde drugs blijft gebruiken, maar daarbij weigert om zijn medewerking te verlenen aan middelencontroles. Verder is de veroordeelde gestopt met het innemen van zijn medicatie, wilde hij niet meewerken aan een kortdurende klinische opname en weigerde hij terug te keren naar de begeleid wonen locatie van Mutatio Zorg.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het Openbaar Ministerie bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn beslissing heeft kunnen komen. Het bezwaar zal daarom ongegrond worden verklaard. De rechtbank acht het van belang dat de veroordeelde de komende periode – in het kader van een nieuw op te stellen plan van aanpak – in gesprek zal gaan met de reclassering en/of Fivoor over mogelijk te stellen voorwaarden bij een nieuwe voorwaardelijke invrijheidstelling.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het bezwaar ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door:
mr. J.M.L. van Mulbregt, voorzitter,
mrs. H.J. de Kraker en J.C. Oord, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K. Dere, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.