Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-185726-22
Datum uitspraak: 16 februari 2026
Datum zitting: 2 februari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres: [adres] , [postcode] , [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. M.M.J. Nuijten, raadsman te Haarlem,
Officier van justitie: mr. E. van Braak,
Benadeelde partij: [benadeelde] .
Kern van het vonnis
Bewezen is dat de verdachte in 2022 samen met een ander het slachtoffer van zijn pinpassen, telefoon en fiets beroofd en daarbij geweld heeft gebruikt, onder meer door hem te slaan, hem te dwingen zich uit te kleden en hem vervolgens naakt te filmen. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk en legt hierbij een aantal bijzondere voorwaarden op.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte van diefstal met geweld in vereniging.
De volledige tenlastelegging houdt in dat:
hij op of omstreeks 21 juli 2022 te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam
op de Steurweg en/of de Keizersmantelweg, in elk geval op de openbare weg
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
twee, althans een of meer, pinpas(sen) en/ of een mobiele telefoon en/ of een fiets, in
elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in
elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)
toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk
toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of
gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken,
of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf
hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
door
en/ of voor te houden en/ of
moest staan en/of dat hij niks tegen de politie mocht zeggen en dat hij, verdachte,
hem anders dood zou schieten, althans woorden van soortgelijke dreigende aard
en/of strekking, en/of
- die [slachtoffer] te dwingen de pincode van een van zijn bankpassen te geven.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld voor het tenlastegelegde feit, met uitzondering van het 2e, 3e, 4e, 8e en 9e gedachtestreepje.
Conclusie van de verdediging
De verdachte moet gedeeltelijk worden vrijgesproken, te weten van diefstal van de fiets. Daarnaast moet hij worden vrijgesproken van het 2e, 3e, 4e, 8e en 9e gedachtestreepje. Voor het overige heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld in vereniging op de openbare weg van twee pinpassen, een mobiele telefoon en een fiets.
De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.2.
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen.
1. Schriftelijk stuk, overgelegde verklaring van de verdachte
Ik ken [naam 1] uit de buurt. Ik had ruzie met hem. Toen ik hem zag gaf ik hem gelijk een klap. Toen hebben we gepraat en heb ik zijn spullen meegenomen. Ik beken de diefstal. Dat filmpje was ook dom.
2. Verklaring van de aangever [slachtoffer]
Op 21 juli 2022 in Rotterdam zag ik dat twee mannen naar mij toeliepen. Man 1 en man 2 sloegen mij meerdere keren in mijn gezicht. Man 1 pakte mij bij mijn pols en zei dat ik mij moest uitkleden. Ik trok al mijn kleren uit en man 2 filmde mij toen ik naakt was. Man 1 pakte twee pinpassen uit mijn portemonnee. Man 2 pakte mijn mobiele telefoon. Man 2 zei dat hij mijn fiets mee zou nemen.
3. Verklaring van de verdachte [medeverdachte]Op 21 juli 2022 was ik met [naam 2] en [naam 1] buiten. Er kwamen twee jongens aangerend naar het speeltuintje vlakbij metro Tussenwater. Die gaven [naam 1] een klap. Later zag ik beide jongens op de fiets van [naam 1] langsfietsen.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij op 21 juli 2022 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander, twee pinpassen en een mobiele telefoon en een fiets die aan [slachtoffer] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan van geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door
- die [slachtoffer] meermalen in het gezicht te slaan en
- die [slachtoffer] bij een pols te pakken en
- die [slachtoffer] te dwingen zich uit te kleden en
- die [slachtoffer] te filmen terwijl hij naakt was.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
diefstal, voorafgegaan van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Strafbaarheid van het feit en de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering en een taakstraf van 240 uur subsidiair 120 dagen hechtenis.
Standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt een gevangenisstraf op te leggen van niet meer dan 240 dagen waarvan elf dagen voorwaardelijk met aftrek van voorarrest en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Subsidiair verzoekt de verdediging een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen gelijk aan het voorarrest, en een voorwaardelijke taakstraf van 60 uur subsidiair 30 dagen hechtenis met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft kennelijk vanwege een uitstaande schuld van het slachtoffer hem naar een afgelegen plek laten lokken. Daar heeft hij samen met een ander het slachtoffer geslagen, hem gedwongen om zich uit te kleden en hem naakt gefilmd. Vervolgens hebben zij twee pinpassen en de mobiele telefoon van het slachtoffer afgepakt en zijn fiets meegenomen. De video van het naakte slachtoffer heeft de verdachte via sociale media verspreid.
Dit is een ernstig feit. De verdachte heeft een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit, de persoonlijke levenssfeer en het gevoel van veiligheid van het slachtoffer. Het moet voor het slachtoffer zeer beangstigend en vernederend zijn geweest om op deze wijze te zijn overvallen. Uit de onderbouwing van het verzoek tot schadevergoeding van het slachtoffer blijkt ook dat het feit gevoelens van angst heeft veroorzaakt bij het slachtoffer.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 16 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
Uit het reclasseringsadvies van 22 januari 2026 over de verdachte blijkt dat er sprake is van een gebrek aan stabiliteit op verschillende leefgebieden. Dat belemmert het vermogen van de verdachte om een duurzame gedragsverandering te realiseren en vergroot het risico op recidive. Tijdens het lopende reclasseringstoezicht als voorwaarde bij de schorsing van de voorlopige hechtenis is de verdachte ook opnieuw in aanraking gekomen met justitie. In deze periode is hij veroordeeld voor twee strafbare feiten. Positief is dat de verdachte actief ondersteuning zoekt bij de reclassering op de leefgebieden waar hij knelpunten ervaart. Daarnaast zijn er op korte termijn stappen gezet gericht op stabilisatie van het psychosociaal functioneren van de verdachte en zijn huisvestingssituatie. Desondanks is de reclassering van oordeel dat het risico op recidive - dat wordt ingeschat als gemiddeld - onverminderd aanwezig blijft, gelet op het gebrek aan stabiliteit op de overige leefgebieden en het tot op heden beperkte effect van psychosociale hulpverlening in het kader van zijn sombere gemoedstoestand. De reclassering constateert dat de noodzakelijke stabiliteit zich pas in een beginfase bevindt en nog onvoldoende is bestendigd. Om tot volledige stabilisatie te komen, acht de reclassering het noodzakelijk het huidige traject voort te zetten en de verdachte te blijven stimuleren tot het zetten van verdere stappen in positieve richting.
De reclassering adviseert bij een (deels) voorwaardelijke veroordeling de volgende bijzondere voorwaarden op te leggen: een meldplicht bij de reclassering, het volgen van een ambulante behandeling, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, zich inspannen voor een gestructureerde dagbesteding en beheersing van middelengebruik.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte wil een positieve wending geven aan zijn leven. Hij vindt dat hij baat heeft bij de begeleiding van de reclassering en wil graag dat deze begeleiding wordt voortgezet.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. In deze zaak is dat twee jaar, omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden. De redelijke termijn is gestart op 23 juli 2022, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van bijna drie jaar en zeven maanden verstreken, wat betekent dat de redelijke termijn is geschonden. Daarom wordt een wat lagere straf opgelegd.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. De LOVS oriëntatiepunten nemen voor een straatroof met licht geweld of een verbale bedreiging een gevangenisstraf van zes maanden als uitgangspunt. De rechtbank houdt in strafverzwarende zin rekening met het feit dat de verdachte het feit samen met een ander heeft gepleegd en dat de verdachte het slachtoffer naakt heeft gefilmd en deze video heeft verspreid. De rechtbank houdt in strafverminderende zin rekening met de schending van de redelijke termijn en de proceshouding van de verdachte. De verdachte heeft zijn verantwoordelijkheid genomen voor wat hij het slachtoffer heeft aangedaan en hij ziet inmiddels de ernst van het feit in en de gevolgen daarvan. Hij voelt zich ook verantwoordelijk voor het leed dat hij het slachtoffer heeft aangericht.
Al met al wordt een gevangenisstraf van twaalf maanden opgelegd. Een deel van deze gevangenisstraf, te weten zes maanden, wordt voorwaardelijk opgelegd. Het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf is korter dan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf ook de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen. De leefsituatie van de verdachte is nog verre van stabiel en ondanks het reclasseringstoezicht heeft de verdachte twee nieuwe strafbare feiten gepleegd.
5. In beslag genomen voorwerpen
Standpunt van de officier van justitie
De in beslag genomen telefoon met goednummer [goednummer 1] kan aan de verdachte worden teruggegeven en de telefoon met goednummer [goednummer 2] moet worden onttrokken aan het verkeer, omdat de eerdergenoemde video van het slachtoffer op deze telefoon is aangetroffen.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft teruggave aan de verdachte bepleit van beide in beslaggenomen telefoons.
Oordeel van de rechtbank
Verbeurdverklaring
Als bijkomende straf voor het feit wordt de in beslag genomen telefoon met goednummer [goednummer 2] (Apple, wit met roze zijkant) verbeurdverklaard. Die telefoon behoort aan de verdachte toe. Het strafbare feit is met behulp van deze telefoon gepleegd.
Teruggave
De rechtbank beslist tot de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen telefoon met goednummer [goednummer 1] (Apple, wit).
6. Voorlopige hechtenis
De rechtbank heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst tot de einduitspraak in deze zaak.
7. Vordering van de benadeelde partij
Vordering [benadeelde]
heeft als benadeelde partij van het strafbare feit € 55,- als vergoeding voor materiële schade en € 1.200,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk met zijn mededader worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 455,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De immateriële schade kan hierbij voor hetzelfde bedrag worden toegewezen als in de zaak van de medeverdachte, te weten € 400,-. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van de schade. De benadeelde partij kan voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.
Standpunt van de verdediging
De vordering moet worden afgewezen of de benadeelde partij moet niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, omdat geen van de gevorderde posten is onderbouwd.
Oordeel van de rechtbank
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het gepleegde strafbare feit. De vordering wordt toegewezen tot een bedrag van € 25,- voor de weggenomen fiets, omdat daarvoor voldoende is gesteld, en de verdediging de vordering op dat punt met onvoldoende argumenten heeft weersproken. De vordering wordt voor het overige afgewezen, omdat uit het strafdossier niet blijkt dat er een causaal verband is tussen het gepleegde strafbare feit en de gevorderde schade aan het scherm van de telefoon en dit door de benadeelde partij ook niet is onderbouwd. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 25,- als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij heeft namelijk licht lichamelijk letsel opgelopen en is op andere wijze in zijn persoon aangetast.
Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 1.200,-. De aard en de ernst van de normschending brengen mee dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde partij zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Dat het misdrijf een (psychische) impact heeft gehad op de benadeelde partij blijkt ook uit de onderbouwing van de vordering. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van
€ 1.200,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
Hoofdelijke veroordeling
De verdachte heeft het strafbare feit waarvoor de schadevergoeding wordt toegekend samen met een mededader gepleegd. Zij zijn daarom beiden hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoeding. Als de mededader de schadevergoeding (voor een deel) heeft betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 21 juli 2022.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling van de verdachte worden toegepast voor de duur van maximaal 12 dagen indien de schadevergoeding door de verdachte niet wordt betaald. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
8. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straffen en maatregel zijn gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 33, 33a, 36f en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
9. Beslissingen
De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat 6 (zes) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op twee (2) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd onder 1 tot en met 5 en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
Beslag
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst;
Vordering benadeelde partij
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, aan de benadeelde partij [benadeelde] , te betalen een bedrag van € 1.225,-, bestaande uit € 25,- als vergoeding van materiële schade en € 1.200,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 21 juli 2022 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door een mededader (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
wijst af het door de benadeelde partij meer of anders gevorderde;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor het feit de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde] aan de staat € 1.225,- te betalen, en de wettelijke rente vanaf 21 juli 2022 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 12 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.
10. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.J.P. van Essen, voorzitter,
en mrs. H. van den Heuvel en N.A. Nowotny, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I.C.M.A. Bals, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 16 februari 2026.