ECLI:NL:RBROT:2026:1772

ECLI:NL:RBROT:2026:1772

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 23-01-2026
Datum publicatie 23-02-2026
Zaaknummer 11858441 VZ VERZ 25-5839
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Verzoek om beslagvrijevoet te verhogen ex artikel 475fa Rv. Verzoek wordt afgewezen omdat op de zitting is gebleken dat het inkomen van verzoeker hoger is dan de aanvankelijk vastgestelde beslagvrije voet en ook hoger is dan de door verzoeker gestelde noodzakelijke maandelijkse kosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11858441 VZ VERZ 25-5839

datum uitspraak: 23 januari 2026 (bij vervroeging)

Beschikking van de kantonrechter

in de zaak van

[verzoeker] ,

woonplaats: [woonplaats] ,

verzoeker,

gemachtigde: mr. P.J. Arentshorst,

tegen

Professional Business Service Group B.V.,

vestigingsplaats: Assendelft,

verweerster,

gemachtigde: mr. R.J.G. Mengelberg.

De partijen worden hierna ‘ [verzoeker] ’ en ‘PBSG’ genoemd.

1. De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

het verzoekschrift, met bijlagen;

het verweerschrift, met bijlagen;

de brief van 10 december 2025 met een aanvullende productie;

de spreekaantekeningen van mr. Arentshorst.

Op 16 december 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: [verzoeker] , met mr. Arenthorst en namens PBSB de heer [persoon A] , [functie] , de heer [persoon B] , [functie] , met mr. Mengelberg.

2. De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

In opdracht van PBSG is executoriaal derdenbeslag gelegd onder de uitkering die [verzoeker] van het Pensioenfonds Metaal & Techniek en van de Sociale Verzekeringsbank ontvangt. De deurwaarder die het beslag heeft gelegd heeft de beslagvrije voet voor het jaar 2024 vastgesteld op € 2.134,- per maand. [verzoeker] verzoekt de kantonrechter om de beslagvrije voet te verhogen tot een bedrag van € 2.676,47 per maand. PBSG is het met dit verzoek niet eens.

De kantonrechter wijst het verzoek van [verzoeker] af, omdat tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [verzoeker] geen belang meer heeft bij het verzoek. Hierna zal deze beslissing worden toegelicht.

Beroep op de hardheidsclausule

Tussen partijen is niet in geschil dat de beslagvrije voet op zichzelf conform de artikelen 475da tot en met 475e Rv juist is vastgesteld. [verzoeker] is echter van mening dat zich omstandigheden voordoen op grond waarvan hij een beroep kan doen op de hardheidsclausule van artikel 475fa Rv. Deze omstandigheden betreffen een naheffing van de belastingdienst die hij nog moet betalen over het jaar 2024.

Op grond van artikel 475fa Rv kan de kantonrechter de vastgestelde beslagvrije voet voor een bepaalde termijn verhogen. Dat is mogelijk wanneer de toepassing van de artikelen 475da tot en met 475e Rv - aan de hand waarvan de beslagvrije voet is vastgesteld - als gevolg van een omstandigheid waarmee bij die vaststelling geen rekening is gehouden, tot een kennelijke onevenredige hardheid leidt. Uit de parlementaire geschiedenis bij artikel 475fa Rv volgt dat alleen in zeer uitzonderlijke, individuele situaties een beroep op deze hardheidsclausule kan worden gedaan. Als voorbeeld werd genoemd uitzonderlijke noodzakelijke extra kosten die de schuldenaar niet op andere wijze vergoed kan krijgen. Het beroep op de hardheidsclausule is dus niet bedoeld als standaardcompensatie voor groepen mensen die niet uitkomen met de beslagvrije voet. De beslagvrije voet kan van dien aard zijn dat een schuldenaar die te maken heeft met uitzonderlijk hoge en niet (deels) via andere wegen te verlagen kosten onder het bestaansminimum komt. In dat geval getuigt het onverkort vasthouden aan de beslagvrije voet van een kennelijk onevenredige hardheid en kan de rechter besluiten de beslagvrije voet te verhogen. Het verzoek tot toepassing van de hardheidsclausule moet in volle omvang getoetst worden, waarbij rekening wordt gehouden met alle omstandigheden van het geval.

[verzoeker] heeft geen belang meer bij zijn verzoek

[verzoeker] heeft een berekening gemaakt van zijn maandelijkse noodzakelijke uitgaven inclusief de te betalen naheffing. Volgens die berekening gaat het om € 2.676,47 aan maandelijkse noodzakelijke kosten.

Volgens de brief van 5 december 2025 van de deurwaarder die het derdenbeslag heeft overgenomen (zie productie 3 bij verweerschrift) wordt er geen beslagvrije voet meer gehanteerd omdat [verzoeker] ook nog andere inkomsten ontvangt, namelijk:

Stichting pensioenfonds ING € 1.031,00 netto per maand

Sociale Verzekeringsbank € 1.327,00 netto per maand

Nationale Nederland Levensverzekering Maatschappij NV € 684,00 netto per maand

Totaal € 3.042,00 netto per maand

Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verzoeker] naar aanleiding hiervan verklaard dat voornoemd totaal bedrag niet juist, omdat hij van de Sociale Verzekeringsbank een bedrag van € 1.238,96 per maand ontvangt. Het inkomen van [verzoeker] bedraagt volgens hem € 2.953,96 netto per maand.

Omdat dit inkomen van € 2.953,96 hoger is dan de aanvankelijk vastgestelde beslagvrije voet en ook hoger is dan de door [verzoeker] gestelde noodzakelijke maandelijkse kosten heeft [verzoeker] geen belang meer bij zijn verzoek. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

Ten overvloede wordt nog overwogen dat de door [verzoeker] aangevoerde omstandigheden niet kunnen leiden tot toepassing van de hardheidsclausule.

[verzoeker] moet de proceskosten betalen

De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker] , omdat hij ongelijk krijgt. De kantonrechter begroot de kosten die [verzoeker] aan PBSG moet betalen op € 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 678,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als deze beschikking wordt betekend.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad

Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv). Dat betekent dat de beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3. De beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek van [verzoeker] af;

veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, die aan de kant van PBSG worden begroot op € 678,-;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.

754

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand