ECLI:NL:RBROT:2026:1805

ECLI:NL:RBROT:2026:1805

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 20-02-2026
Datum publicatie 24-02-2026
Zaaknummer ROT 23/6902
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Wabo. Beroep tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor het legaliseren van een bestaande ligger gelegen onder een achtergevel van de woning van vergunninghouder. Eisers zijn het daar niet mee eens. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het betoog van eiseres dat de aanvraag afwijkt van de feitelijke situatie en constructiemaatvoering en dat is afgeweken van een eerdere omgevingsvergunning uit 2018 slaagt niet. Het college heeft aannemelijk mogen achten dat aan het Bouwbesluit 2012 is voldaan. Dit betekent dat de omgevingsvergunning in stand blijft.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 februari 2026 in de zaak tussen

Vereniging van Eigenaren [naam VvE] , uit [plaats] , eiseres

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 23/6902

(gemachtigde: [persoon A] ),

en

(gemachtigde: mr. S.B.H. Fijneman).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [persoon B] , uit Rotterdam, vergunninghouder.

1. Deze uitspraak gaat over de verlening van een omgevingsvergunning door het college aan vergunninghouder voor het legaliseren van een bestaande stalen ligger in de woning van vergunninghouder. Eiseres is het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning. Zij betoogt dat in het bouwkundig rapport dat ten grondslag ligt aan de aanvraag verkeerde uitgangspunten zijn gehanteerd die niet overeenkomen met de feitelijke situatie en dat op basis van dat rapport niet aannemelijk is gemaakt dat is voldaan aan het Bouwbesluit 2012, zodat het college de aanvraag om omgevingsvergunning had moeten weigeren. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het in stand laten van de omgevingsvergunning door het college.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het betoog van eiseres dat de aanvraag afwijkt van de feitelijke situatie ter plaatse en dat ook wat betreft de constructieberekeningen de feitelijke maatvoering ten onrechte niet als uitgangspunt is genomen en is afgeweken van de omgevingsvergunning uit 2018 heeft betrekking op handhaving wat in de onderhavige procedure niet aan de orde is. Voor het overige heeft het college aannemelijk mogen achten dat aan het Bouwbesluit 2012 is voldaan. Dit betekent dat de omgevingsvergunning in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 24 april 2023 (het primaire besluit) heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het legaliseren van een bestaande stalen ligger gelegen onder de achtergevel ter hoogte van de serre van de woning gelegen aan de [adres] in Rotterdam (het perceel).

Met het besluit van 8 september 2023 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiseres is het college bij het primaire besluit gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Vergunninghouder heeft ook schriftelijk gereageerd.

Partijen hebben nadere stukken ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 13 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, vergezeld door drs. ing. [persoon C] en dr. mr. [persoon D] , de gemachtigde van het college, vergezeld door mr. P.J. Dudok en ing. [persoon E] (de bouwkundige) en vergunninghouder.

Beoordeling door de rechtbank

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

3. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (de Wabo).

De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 28 maart 2023. Dat betekent dat in dit geval het recht zoals dat gold vóór 1 januari 2024, waaronder de Wabo, van toepassing blijft.

Totstandkoming van het bestreden besluit

4. Vergunninghouder heeft zijn woning op het perceel verbouwd. Het college heeft aan vergunninghouder voor deze verbouwingen eerder een omgevingsvergunning van 25 april 2023 en een omgevingsvergunning van 11 september 2019 verleend. Naar aanleiding van een uitspraak van deze rechtbank van 20 januari 2023, met zaaknummer ROT 21/2589 op het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar handhavingsverzoek tegen vergunninghouder, heeft vergunninghouder op 28 maart 2023 een aanvraag ingediend voor het legaliseren van een stalen ligger ter hoogte van ‘de oude serre’ in de woonkamer op de begane grond van de woning van vergunninghouder.

Het college heeft voor deze aanvraag een omgevingsvergunning verleend voor de activiteit ‘bouwen’ (artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo).

Eiseres vertegenwoordigt de belangen van de twee eigenaren van de woningen die naast de woning van vergunninghouder zijn gelegen. Eiseres is het niet eens met de verbouwing en zij stelt ten gevolge hiervan schade te hebben geleden in de vorm van scheuren in de mandelige muur.

Toetsingskader

5. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.

Besluit van 14 oktober 2025

6. Het college heeft met een besluit van 14 oktober 2025 aan vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor een technische bouwactiviteit (artikel 5.1, tweede lid, onder a, van de Omgevingswet), waarbij een gewijzigd aangebrachte staalconstructie is gelegaliseerd.

Tussen partijen is in geschil of dit besluit een besluit in de zin van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb is.

Op grond van artikel 6:19, eerste lid, heeft het beroep van rechtswege mede betrekking op een besluit tot onder meer wijziging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben.

Op de zitting heeft het college toegelicht dat het besluit van 14 oktober 2025 losstaat van het bestreden besluit en verwijst daarbij naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 13 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3871. Daarin heeft de Afdeling in het hoger beroep van eiseres tegen de uitspraak van deze rechtbank van 20 januari 2023 (zaaknummer ROT 21/2589) in rechtsoverweging 9 e.v. geoordeeld dat het aanbrengen van een dragende houten balk in de muur van de achtergevel ter hoogte van het nieuwe keukenkozijn niet zonder omgevingsvergunning kan worden verricht omdat het hierbij gaat om een verandering van een bouwwerk zoals bedoeld in artikel 3, aanhef en onderdeel 8, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht. Volgens het college gaat het daarbij dus niet om de stalen ligger waar het in onderhavige procedure om gaat. Het college stelt dat vergunninghouder naar aanleiding van deze uitspraak een aanvraag heeft ingediend die heeft geleid tot het besluit van 14 oktober 2025. Eiseres is het hier niet mee eens omdat er volgens haar gelet op de gehele stalen constructie, technisch bezien sprake is van samenhang.

In het licht van voornoemde uitspraak van de Afdeling oordeelt de rechtbank op basis van de stukken dat het bestreden besluit ziet op de stalen ligger ter hoogte van ‘de oude serre’ in de woonkamer en niet op de dragende houten balk in de muur van de achtergevel ter hoogte van het nieuwe keukenkozijn. Of er technisch sprake is van samenhang, maakt dit niet anders. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de omgevingsvergunning van 14 oktober 2025 het bestreden besluit niet wijzigt, zodat zich geen situatie voordoet als bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, van de Awb. Dat betekent dat deze omgevingsvergunning niet wordt meegenomen in onderhavige procedure.

Bouwbesluit 2012

7. Eiseres betoogt dat in het rapport van 23 maart 2023 van bouwkundig adviesburo baas b.v. (bouwkundig rapport) dat ten grondslag ligt aan het bestreden besluit verkeerde uitgangspunten zijn gehanteerd die niet overeenstemmen met de feitelijke situatie. Eiseres vindt, anders dan het college, dat de feitelijke situatie een rol speelt, omdat het hier gaat om een legaliserende situatie. Verder betoogt eiseres dat het bouwplan niet aannemelijk maakt dat wordt voldaan aan het Bouwbesluit 2012. Eiseres heeft het college voldoende aanknopingspunten gegeven om te twijfelen aan het bouwkundig rapport. Samengevat gaat het daarbij om de volgende punten:

B1. Het aangrijpingspunt van de stalen ligger op het spant is op de blauwdruktekening van pagina 5 van het bouwkundig rapport onjuist ingetekend. In werkelijkheid ligt het aangrijpingspunt op circa 80 centimeter van de achterste spantkolom. Dit heeft gevolgen voor de berekening.

B2. In de berekening (pagina 6 van het bouwkundig rapport) is uitgegaan van een ontoegankelijk dak met een dakhelling van meer dan 20 graden. Dat is onjuist, want het dak is geheel toegankelijk. De permanente en variabele belasting op het dak ontbreken daarmee onterecht in de berekening.

B3. De variabele vloerbelasting voor de 1e en 2e verdieping zijn niet meegenomen in de berekening, terwijl dat voor het balkon wel is gedaan.

B4. Ten onrechte wordt er vanuit gegaan dat er onder de voetplaat metselwerk van 1 meter diep aanwezig is, zodat er geen sprake is van afdoende spreiding van de belasting.

B5. In de berekening is gerekend met een scharnierende verbinding, terwijl lasverbindingen niet kunnen scharnieren. Deze ligger is berekend alsof er sprake is van een vrij liggende balk. Dit betekent dat de berekening foutief is en er geen waarde aan kan worden toegekend.

B6. De lasverbindingen tussen de HEB200-balk en de HEB300-balk zijn gebrekkig en daardoor is het niet aannemelijk dat de lasconstructie in het geval van een calamiteit of brand gedurende een uur standhoudt.

C1. De locatie van de ligger stemt niet overeen met de eerder verleende omgevingsvergunning van 2018.

C2. De dikte van de dragende muren is met de omgevingsvergunning van 2018 220 millimeter en met de omgevingsvergunning van 2023 200 millimeter. De berekening klopt dan ook niet.

D. Eiseres betwijfelt of er sprake is van een HEB200-balk. Het kan ook een HEA200-balk zijn.

Eiseres stelt voorts op basis van het door haar overgelegde rapport van 12 december 2023 van ConstructieShop.nl dat de gehele constructie nader moet worden onderzocht. Uit de herberekening blijkt dat de belasting van de mandelige muur 113,9 kN is in plaats van de in het bouwkundig rapport van adviesburo baas b.v. dat ten grondslag heeft gelegen aan de omgevingsvergunning van 2018 gehanteerde waarde van 109 kN. Verder is een norm van 70kN voor de draagkracht van de houten palen in plaats van 100 kN meer op zijn plaats in verband met het hoog risicogebied voor paalrot.

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, bijvoorbeeld in de uitspraak van 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2998, dient het college een besluit te nemen op de aanvraag zoals die voorligt. Voor het antwoord op de vraag welke maten het college bij de beoordeling van de aanvraag diende te hanteren, is derhalve de aanvraag en de daarin opgenomen maatvoering bepalend. De omgevingsvergunning is verleend op basis van de aanvraag van 28 maart 2023. Van de aanvraag maakt het bouwkundig rapport, waarin onder meer constructie- en draagkrachtberekeningen zijn neergelegd, onderdeel uit. Niet in geschil is dat het college bij de verlening van de omgevingsvergunning aangesloten heeft bij de maatvoering van de stalen ligger zoals is opgenomen in die aanvraag en het bouwkundig rapport. Zoals de Afdeling heeft overwogen is niet van belang of de daarin gehanteerde maatvoering al dan niet in overeenstemming is met de werkelijke maten, omdat de aanvraag en de daarin gehanteerde maatvoering bepalend is voor het antwoord op de vraag of het college terecht overeenkomstig die aanvraag omgevingsvergunning heeft verleend (zie de uitspraak van 18 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2206. Dit uitgangspunt gaat naar het oordeel van de rechtbank ook op voor het gebruik van materialen, zoals het gebruik van de HEB200-balk (D). Het betoog van eiseres dat de aanvraag afwijkt van de feitelijke situatie ter plaatse (zie B1, B2, B4, B6, C1 en C2) en dat ook wat betreft de constructieberekeningen de feitelijke maatvoering ten onrechte niet als uitgangspunt is genomen en is afgeweken van de omgevingsvergunning uit 2018 slaagt niet. De rechtbank oordeelt dat wat eiseres naar voren brengt betrekking heeft op handhaving wat in de onderhavige procedure niet aan de orde is. Dat uit de omgevingsvergunning van 14 oktober 2025 zou volgen dat er aan het bestreden besluit gebreken kleven, leidt, wat daar van zij, niet tot een andere conclusie.

De rechtbank overweegt ten aanzien van B3, B5 en het aanvullend beroep, waarin eiseres de berekeningen betwist als volgt. Voorop staat dat het gaat om een aanvraag voor de activiteit ‘bouwen van een bouwwerk’ zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo. Artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo is het toetsingskader voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen van een bouwwerk’. Toetsen aan artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo houdt in dat het college uitsluitend moet beoordelen of zich één van de in dat artikel opgenomen weigeringsgronden voordoet. Als dat niet het geval is, moet de gevraagde vergunning worden verleend. Als dat wel zo is, dan moet het de gevraagde vergunning worden geweigerd. Het college heeft daarbij geen ruimte om een belangenafweging te maken.

De in geding zijnde weigeringsgrond is opgenomen in artikel 2.10, eerste lid, onder a, van de Wabo. Op grond van dat artikel wordt de aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen van een bouwwerk’ geweigerd als de aanvraag en de daarbij verstrekte gegevens en bescheiden het naar het oordeel van het bevoegd gezag niet aannemelijk maken dat het bouwen van een bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, voldoet aan het Bouwbesluit 2012.

De toets aan het Bouwbesluit 2012 die het college moet uitvoeren is een aannemelijkheidstoets. Het college komt beoordelingsruimte toe bij de beantwoording van de vraag of het op basis van de door aanvrager overgelegde stukken aannemelijk is dat wordt voldaan aan de voorschriften van het Bouwbesluit. Dit betekent dat op het moment van aanvraag niet al hoeft vast te staan dat aan het Bouwbesluit wordt voldaan (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 30 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3319).

In het verweerschrift en op zitting is het college verder ingegaan op de door eiseres hiervoor onder B1 t/m D naar voren gebrachte punten. Volgens het college maken deze punten niet dat daaraan de conclusie kan worden gekoppeld dat niet is voldaan aan de aannemelijkheidstoets. De bouwkundige heeft ten aanzien van de punten B3 en B5 toegelicht dat met de berekeningen zoals weergegeven in het bouwkundig rapport aannemelijk is gemaakt dat voldaan wordt aan het Bouwbesluit 2012. Ten aanzien van de belasting op het dak en de variabele vloerbelasting wordt opgemerkt dat de veranderlijke belasting laag is, omdat dit toevallige belasting betreft. De vloer spant af naar de wanden die er lood rechtop staan. Verder heeft het eigen gewicht de overhand én omdat de utility check laag is (0,26), is dit door de bouwkundige akkoord bevonden. Wat betreft het scharnier wordt opgemerkt dat een scharnier aanhouden in een berekening terwijl er enige inklemming (en dus moment) aanwezig is, de standaard is voor constructieve berekeningen. De toevallige inklemming werkt juist gunstig.Het door eiseres overgelegde rapport van ConstructieShop.nl van 12 december 2023 (dat eiseres reeds in hoger beroep bij de Afdeling met zaaknummer ECLI:NL:RVS:2025:3871 in de handhavingszaak heeft overgelegd) bevat geen specifieke reactie op het bestreden besluit en de bijgevoegde stukken, maar richt zich op de totale verbouwing waarin het bouwkundig rapport dat ten grondslag ligt aan de omgevingsvergunning van 2018 leidend is en de wijze waarop de verbouwing volgens ConstructieShop.nl had moeten worden uitgevoerd. Met het rapport van ConstructieShop.nl heeft eiseres geen deskundig tegenrapport verstrekt op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat met het bouwkundig rapport niet aannemelijk is gemaakt dat wordt voldaan aan het Bouwbesluit. Hierbij is van belang dat het bouwkundig rapport inhoudelijk is getoetst door een bouwkundige en dat die bouwkundige het bouwplan positief heeft beoordeeld. Op basis hiervan heeft het college aannemelijk mogen achten dat de stalen ligger voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012.

Niet in geschil is dat de overige weigeringsgronden in artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo niet aan de orde zijn, zodat het college de omgevingsvergunning had moeten verlenen.

Heeft het college zorgvuldig gehandeld?

8. Voor zover eiseres betoogt dat het college onzorgvuldig heeft gehandeld omdat het college niet in overleg is getreden met eiseres, oordeelt de rechtbank dat uitgangspunt is dat er wordt overlegd met de aanvrager bij een aanvraag om omgevingsvergunning, zoals het college terecht heeft gesteld. Dit leidt ertoe dat er geen sprake is van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel (artikel 3:2 van de Awb).

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en de omgevingsvergunning in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M.J. Smits, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Regenboog, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 3:2

Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Artikel 2.1

1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit:

a. het bouwen van een bouwwerk,

[…].

Artikel 2.10

1. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, wordt de omgevingsvergunning geweigerd indien:

a. de aanvraag en de daarbij verstrekte gegevens en bescheiden het naar het oordeel van het bevoegd gezag niet aannemelijk maken dat het bouwen van een bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, voldoet aan de voorschriften die zijn gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2 of 120 van de Woningwet;

[…].

[…].

Artikel 6:19

1. Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben.

[…].

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?