RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11992692 VV EXPL 25-741
datum uitspraak: 6 februari 2026
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser] , die handelt onder de naam [bedrijf 1],
woonplaats: Den Haag,
eiser,
gemachtigde: mr. E. Fransen,
tegen
[gedaagde] , die handelt onder de naam [bedrijf 2],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de conceptdagvaarding in kort geding van [eiser] , met bijlagen;
de e-mails van de gemachtigde van [eiser] van 30 januari 2026.
Op 2 februari 2026 heeft een zitting plaatsgevonden, waarbij beide partijen niet zijn verschenen.
2. De beoordeling
De dagvaarding is nietig
[gedaagde] is niet in deze procedure verschenen. Er wordt echter geen verstek tegen hem verleend (artikel 139 Rv). De dagvaarding voldoet namelijk op een groot aantal punten niet aan de wettelijke vereisten. Het gaat daarbij in elk geval om de volgende formele gebreken (artikel 45 en 11 Rv):
de dagvaarding is niet door middel van een deurwaardersexploot betekend aan [gedaagde] ;
het adres van de rechtbank is niet in de dagvaarding opgenomen;
de rechtsgevolgen wanneer [gedaagde] niet in de procedure verschijnt zijn niet in de dagvaarding vermeld;
de datum en het tijdstip van de zitting zijn niet in de dagvaarding vermeld.
De kantonrechter geeft [eiser] niet de gelegenheid om deze gebreken te herstellen. De gebreken zijn namelijk van zo’n aard dat kan worden aangenomen dat de dagvaarding door de gebreken [gedaagde] niet heeft bereikt. Zelfs als deze dagvaarding [gedaagde] wel zou hebben bereikt, kan door de aard van de gebreken, niet van hem worden verwacht dat hij op basis van deze dagvaarding verschijnt. De conclusie is dat de kantonrechter de dagvaarding nietig verklaart (artikel 65, 120 en 121 Rv).
[eiser] moet de proceskosten betalen
De proceskosten komen voor rekening van [eiser] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [eiser] aan [gedaagde] moet betalen op € 0,-, omdat [gedaagde] niet in de procedure is verschenen.
3. De beslissing
De kantonrechter:
verklaart de dagvaarding nietig;
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 0,-.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.
44487