ECLI:NL:RBROT:2026:1900

ECLI:NL:RBROT:2026:1900

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 13-02-2026
Datum publicatie 25-02-2026
Zaaknummer 10-241211-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte wordt veroordeeld voor zevenmaal diefstal uit een voertuig en driemaal diefstal door pinnen met een gestolen pinpas. De opgelegde straf is een gevangenisstraf van 180 dagen waarvan 71 dagen voorwaardelijk. De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf gevorderd, maar de rechtbank wijst deze vordering af en verlengt de proeftijd met één jaar. De vorderingen van twee benadeelde partijen worden gedeeltelijk toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-241211-25

Parketnummers vordering tenuitvoerlegging (TUL): 10-150129-25

Datum uitspraak: 13 februari 2026

Datum zitting: 30 januari 2026

Tegenspraak

Verdachte: [verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1979 in [geboorteplaats] ([geboorteland]),

ingeschreven op het adres: [adres], [postcode] [plaatsnaam],

gedetineerd in de [detentieadres].

Advocaat van de verdachte: mr. M. Kaplan

Officier van justitie: mr. E.M. Loppé

Benadeelde partijen: [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2]

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor zevenmaal diefstal uit een voertuig en driemaal diefstal door pinnen met een gestolen pinpas. De opgelegde straf is een gevangenisstraf van 180 dagen waarvan 71 dagen voorwaardelijk. De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf gevorderd, maar de rechtbank wijst deze vordering af en verlengt de proeftijd met één jaar. De vorderingen van twee benadeelde partijen worden gedeeltelijk toegewezen.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat – op diverse dagen uit verschillende auto’s goederen heeft gestolen. Tussen deze goederen zaten pinpassen, waarmee hij door contactloos te betalen geldbedragen heeft gepind.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) staat in bijlage 1.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De verdachte heeft openheid van zaken gegeven en erkent de feiten.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte zevenmaal verschillende goederen uit auto’s heeft gestolen en dat hij driemaal met gestolen pinpassen geldbedragen heeft gepind. De volledige bewezenverklaring is hieronder vermeld in paragraaf 2.3.2.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen. Als hoger beroep wordt ingesteld, zal het vonnis worden aangevuld met een bijlage met daarin de inhoud van de bewijsmiddelen.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

Feit 1:

hij op 1 september 2025 te Spijkenisse,

uit het voertuig voorzien van kenteken [kenteken 1],

meerdere passen en meerdere cadeaubonnen en een Ray-Ban

zonnebril en een Versaci zonnebril en een JBL box die geheel aan [slachtoffer 1]

toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Feit 2:

hij op 1 september 2025 te Spijkenisse

meerdere geldbedragen die geheel aan [slachtoffer 1] toebehoorden

heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte die weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van een valse sleutel, te weten een pinpas op naam van voornoemde [slachtoffer 1]

tot welk gebruik hij, verdachte onbevoegd en niet gerechtigd was door

meermalen deze pinpas aan te bieden bij het contactloos betalen voor de aankoop van een of meer goederen, terwijl hiervoor geen toestemming was gegeven;

Feit 3:

hij

op 2 september 2025 te Spijkenisse,

uit het voertuig voorzien van kenteken [kenteken 2],

een geldbedrag en meerdere navullingen car-parfum en een

strippenkaart voor de pont en ramenkrabber en fleecedeken die geheel aan [slachtoffer 2]

toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Feit 4:

hij op 2 september 2025 te Spijkenisse,

uit het voertuig voorzien van kenteken [kenteken 3],

een portemonnee inhoudende een bankpas en rijbewijs

die geheel aan [slachtoffer 3] toebehoorde heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Feit 5:

hij op 2 september 2025 te Spijkenisse

meerdere geldbedragen die geheel aan [slachtoffer 3] toebehoorden heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl die weg te nemen

geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse

sleutel, te weten een pinpas op naam van voornoemde [slachtoffer 3] tot welk gebruik hij,

verdachte onbevoegd en niet gerechtigd was door meermalen deze pinpas aan te bieden bij het contactloos betalen voor de aankoop van een of meer goederen, terwijl hiervoor geen toestemming was gegeven;

Feit 6:

hij in de periode tussen 28 augustus 2025 en 1 september 2025 te Spijkenisse,

uit het voertuig voorzien van kenteken [kenteken 4], meer kalibratiekoffers die geheel aan

Drager Nederland B.V toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Feit 7:

hij in de periode tussen 6 september 2025 en 7 september 2025 te Spijkenisse,

uit het voertuig voorzien van kenteken [kenteken 5], een JBL Boombox 3 en passen en tassen en een laptop en een toegangssleutel die geheel of ten dele aan [benadeelde partij 2] en Stichting Pameijer toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Feit 8:

hij in de periode tussen 5 september 2025 en 6 september 2025 te Spijkenisse,

uit het voertuig met kenteken [kenteken 6], passen en een Breitling horloge en een iPhone en

jassen die geheel aan [slachtoffer 4] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Feit 9:

hij tussen 26 oktober 2025 en 27 oktober 2025 te Spijkenisse,

uit het voertuig met kenteken [kenteken 7],

een portemonnee inhoudende passen en een geldbedrag die geheel aan [slachtoffer 5] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Feit 10:

hij op 27 oktober 2025 te Spijkenisse en Hoogvliet

meerdere geldbedragen die aan [slachtoffer 5] toebehoorden heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van meerdere valse sleutels, te weten meerdere pinpassen op naam van voornoemde [slachtoffer 5] tot welk gebruik hij, verdachte onbevoegd en niet gerechtigd was door meermalen deze pinpassen aan te bieden bij het contactloos betalen voor de aankoop van een of meer goederen, terwijl hiervoor geen toestemming was gegeven;

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1, feit 3, feit 4, feit 6, feit 7, feit 8 en feit 9:

diefstal;

Feit 2, feit 5 en feit 10:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van twee jaren. Daarnaast moeten de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden opgelegd.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest dat hij tot aan de datum van de uitspraak heeft ondergaan. Een deels voorwaardelijke gevangenisstraf kan eventueel fungeren als stok achter de deur.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere auto-inbraken op verschillende avonden. Hij heeft daarbij verschillende goederen weggenomen en de auto’s overhoop gehaald. Deze goederen heeft hij weggegooid, verkocht of geprobeerd te verkopen. Met de gestolen pinpassen heeft hij onder andere bij tankstations goederen afgerekend en contant geld gepind. Voor de gedupeerden heeft dit niet alleen veel overlast veroorzaakt, er is door sommige gedupeerden ook schade geleden. De verdachte heeft kennelijk alleen oog gehad voor zijn eigen financiële gewin en zich geen rekenschap gegeven van de gevolgen van zijn handelen voor de gedupeerden. De rechtbank rekent dit de verdachte aan.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 18 december 2025 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Rapport van de reclassering

In het rapport van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering van 27 januari 2026 staat het volgende. Bij de verdachte is sprake van een patroon in het plegen van vermogensdelicten. Hij kampt met overmatig middelengebruik en psychosociale problematiek. De verdachte is depressief en kan daardoor geen structuur aanbrengen in zijn leven. Wel heeft hij een zelfstandige huurwoning, bijstandsuitkering en staat hij onder bewind. De verdachte geeft aan hulp nodig te hebben. Het recidiverisico wordt gemiddeld tot hoog ingeschat en kan alleen worden ingeperkt door het behandelen van het middelengebruik en bijstand van een coach ten aanzien van praktische zaken. De verdachte heeft momenteel al een toezichthouder die na detentie direct met hem aan de slag kan gaan. De eerste intake bij Fivoor voor ambulante behandeling betreffende overmatig middelengebruik en zijn gedragingen daardoor, staat gepland in februari. De volgende bijzondere voorwaarden worden geadviseerd: meldplicht bij reclassering, ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname, dagbesteding, aflossing schulden, beheersing middelengebruik en ambulante begeleiding.

Overige persoonlijke omstandigheden

Het behoud van de huurwoning van de verdachte is geregeld tot 28 februari 2026 door middel van bijzondere bijstand. De verdachte heeft twee kinderen die hij al jaren niet meer heeft gezien. Daar heeft hij het moeilijk mee waardoor zijn depressieve klachten zijn ontstaan. Daarin vindt volgens de verdachte ook het middelengebruik een oorzaak. De verdachte wil zijn leven beteren en geeft aan daarbij hulp nodig te hebben. Hij is zeer gemotiveerd om aan zichzelf te werken.

Oplegging straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Ook houdt de rechtbank rekening met het feit dat de verdachte op de zitting verantwoordelijkheid voor zijn handelen heeft genomen en heeft ingezien dat hij zijn problemen met verdovende middelen moet oplossen. Daarom wordt een gevangenisstraf van 180 dagen opgelegd. De gevangenisstraf wordt gedeeltelijk voorwaardelijk opgelegd, omdat het noodzakelijk is dat de verdachte zo snel mogelijk ondersteuning krijgt bij zijn problematiek en hij het inmiddels geplande intakegesprek bij Fivoor kan bijwonen. Alleen op die manier kan het recidivegevaar worden ingeperkt. Van deze gevangenisstraf worden daarom 71 dagen voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

Het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht op de dag van de uitspraak op 13 februari 2026. Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis.

De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen. De bijzondere voorwaarden zijn: meldplicht bij reclassering, ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname, dagbesteding, aflossing schulden, beheersing middelengebruik en ambulante begeleiding.

5. Voorlopige hechtenis

De rechtbank heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis gelijk is aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf.

6. Vordering van de benadeelde partij

Vordering [benadeelde partij 2]

heeft als benadeelde partij voor feit 7 een bedrag van € 4.307,50 als vergoeding voor materiële schade en € 500,= als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 281,95, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Een deel van de gevorderde schade bestaat uit goederen die niet in de beschuldiging worden genoemd en is niet nader onderbouwd.

Standpunt van de verdediging

De vordering van de benadeelde partij kan slechts gedeeltelijk worden toegewezen. Dit geldt voor de gevorderde JBL Boombox en bijpassende oplader. Voor het overige dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het onder 7 gepleegde strafbare feit. Het gedeelte van de vordering dat ziet op de JBL Boombox en bijpassende oplader wordt toegewezen, omdat deze voldoende is onderbouwd en wordt erkend. De JBL Boombox wordt toegewezen tot een bedrag van

€ 277,00 zoals met een factuur onderbouwd. Ook zal de bijbehorende oplader worden vergoed. De rechtbank zal de vergoeding van de kosten van de bankpas, de ov-chipkaart, het rijbewijs en de id-kaart van Verbaas ook toewijzen omdat de verdachte heeft bekend de tas van de benadeelde partij te hebben weggegooid. Dit betekent dat de verdachte € 596,75 als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

Het overige deel van de vordering van de benadeelde partij, heeft de verdediging betwist en is niet met nadere stukken onderbouwd. De beoordeling van dit deel van de vordering vraagt om een nadere uitwisseling van standpunten en mogelijk om bewijslevering. De behandeling van dit deel van de vordering van de benadeelde partij levert een onevenredige belasting van het strafproces op. De rechtbank verklaart de benadeelde partij daarom in dit deel niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Immateriële schade

De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in deze vordering, omdat het rechtstreekse verband tussen de gevorderde schade en het strafbare feit (onvoldoende) is komen vast te staan. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 7 september 2025.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal vijf dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Vordering [benadeelde partij 1]

heeft als benadeelde partij voor feit 9 en 10 een bedrag van € 420,00 als vergoeding voor materiële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 420,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van de onder 9 en 10 gepleegde strafbare feiten. De verdediging heeft de vordering niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vordering wordt daarom toegewezen. Dit betekent dat de verdachte € 420,00 als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 27 oktober 2025.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 4 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

7. Vordering tot tenuitvoerlegging

Vordering

De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van één maand, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om verlenging van de proeftijd.

Oordeel van de rechtbank

De nu bewezen feiten zijn tijdens de proeftijd gepleegd. Door het plegen van het de feiten heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen.

De rechtbank ziet echter af van de tenuitvoerlegging, omdat het van belang wordt geacht dat de verdachte zo snel mogelijk hulp krijgt en aan de slag kan gaan met de bijzondere voorwaarden. Bij toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging kan de verdachte niet naar de gemaakte afspraak bij Fivoor en komt ook zijn huisvesting op het spel te staan. De vordering wordt daarom afgewezen. Het is wel nodig de proeftijd te verlengen met één jaar.

8. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van honderdtachtig (180) dagen;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat eenenzeventig (71) dagen, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op twee (2) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

1. de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Leger des Heils reclassering op het adres Triathlonstraat 3 Rotterdam;

2. de verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door Forensische Polikliniek Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op verslaving- en psychosociale problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Indien er sprake is van een terugval in overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van de verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie en/of stabilisatie noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat de verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;

3. de verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;

4. de verdachte meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;

5. de verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en cocaïne gebruik. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek, ademonderzoek en speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;

6. de verdachte zich gedurende de proeftijd laat begeleiden door Coach Welzijn 25 of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de begeleiding nodig vindt. De begeleiding is gericht op praktische zaken zoals het nakomen van afspraken en hulp met het aangaan van activiteiten, huishouden en het vinden van een 'gezond' netwerk;

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden die hierboven zijn genoemd en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis gelijk is aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf. Dit is op de datum van de einduitspraak: 13 februari 2026;

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 10-150129-25)

verlengt de proeftijd van de bij vonnis van 19 mei 2025 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf met 1 jaar;

Vorderingen benadeelde partijen

[benadeelde partij 2] (feit 7)

veroordeelt de verdachte, aan de [benadeelde partij 2] (feit 7), te betalen een bedrag van € 596,75 als vergoeding van materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 7 september 2025 tot de dag van volledige betaling;

verklaart de [benadeelde partij 2]niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering (feit 7); bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor feit 7 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 2] aan de staat € 596,75 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 7 september 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 5 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

[benadeelde partij 1] (feit 9 en 10)

veroordeelt de verdachte, aan de [benadeelde partij 1] (feit 9 en 10), te betalen een bedrag van € 420,00 als vergoeding van materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 27 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor feit 9 en 10 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 1] aan de staat € 420,00 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 27 oktober 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 4 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

10. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.L.M. Boek, voorzitter,

en mrs. H.C. van Vuren en N.R. Rietveld, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. I. Bezemer, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 13 februari 2026.

Mrs. Boek en Van Vuren zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage 1 – volledige tenlastelegging

1

hij

op of omstreeks 1 september 2025 te Spijkenisse,

uit het voertuig voorzien van kenteken [kenteken 1],

een of meerdere passen en/of een of meerdere cadeaubonnen en/of een Ray-Ban

zonnebril en/of en Versaci zonnebril en/of een JBL box, in elk geval enig goed,

dat/ die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander

toebehoorde(n) heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2

hij

op of omstreeks 1 september 2025 te Spijkenisse

een of meerdere geldbedragen, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/ die geheel of ten

dele aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander toebehoorde(n)

heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/ of

die weg te nemen geldbedragen/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van een valse sleutel, te weten een pinpas op naam van voornoemde [slachtoffer 1]

tot welk gebruik hij, verdachte onbevoegd en/of niet gerechtigd was door

meermalen althans eenmaal deze pinpas te gebruiken/aan te bieden bij het

contactloos betalen voor de aankoop van een of meer goederen, terwijl hiervoor

geen toestemming was gegeven;

3

hij

op of omstreeks 2 september 2025 te Spijkenisse,

uit het voertuig voorzien van kenteken [kenteken 2],

een geldbedrag en/of een of meerdere navullingen car-parfum en/of een

strippenkaart voor de pont en/ of ramenkrabber en/ of fleecedeken, in elk geval enig

goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander

toebehoorde(n) heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

4

hij

op of omstreeks 2 september 2025 te Spijkenisse,

uit het voertuig voorzien van kenteken [kenteken 3],

een portemonnee inhoudende een bankpas en rijbewijs, in elk geval enig goed,

dat/ die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander

toebehoorde(n) heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

5

hij

op of omstreeks 2 september 2025 te Spijkenisse

een of meerdere geldbedragen, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/ die geheel of ten

dele aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich

de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en / of die weg te nemen

geldbedragen/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse

sleutel,

te weten een pinpas op naam van voornoemde [slachtoffer 3] tot welk gebruik hij,

verdachte onbevoegd en/of niet gerechtigd was

door meermalen althans eenmaal deze pinpas te gebruiken /aan te bieden bij het

contactloos betalen voor de aankoop van een of meer goederen, terwijl hiervoor

geen toestemming was gegeven;

6

hij

in of omstreeks de periode tussen 28 augustus 2025 en 1 september 2025 te

Spijkenisse,

uit het voertuig voorzien van kenteken [kenteken 4],

een of meer kalibratiekoffers, in elk geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan

[naam] en/of Drager Nederland B.V., in elk geval aan een ander toebehoorde (n)

heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

7

hij

in of omstreeks de periode tussen 6 september 2025 en 7 september 2025 te

Spijkenisse,

uit het voertuig voorzien van kenteken [kenteken 5],

een JBL Boombox 3 en/of een of meer passen en/of een of meer tassen en /of een

laptop en/of een toegangssleutel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele

aan [benadeelde partij 2] en/ of Stichting Pameijer, in elk geval aan een ander toebehoorde(n)

heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

8

hij

in of omstreeks de periode tussen 5 september 2025 en 6 september 2025 te

Spijkenisse,

uit het voertuig met kenteken [kenteken 6],

een of meer passen en/ of een Breitling horloge en/ of een iPhone en/ of een of meer

jassen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4], in elk geval

aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

9

hij

in of omstreeks tussen 26 oktober 2025 en 27 oktober 2025 te Spijkenisse,

uit het voertuig met kenteken [kenteken 7],

een portemonnee inhoudende een of meer passen en/of een geldbedrag, in elk

geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een

ander toebehoorde(n) heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

10

hij

op of omstreeks 27 oktober 2025 te Spijkenisse en/of Hoogvliet

een of meerdere geldbedragen, in elk geval enig( e) goed( eren), dat/ die geheel of ten

dele aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander toebehoorde(n)

heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich

de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/ of die weg te nemen

geldbedragen/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van meerdere

althans een valse sleutel(s), te weten meerdere althans een pinpas(sen) op naam

van voornoemde [slachtoffer 5] tot welk gebruik hij, verdachte onbevoegd en/of niet

gerechtigd was door

meermalen althans eenmaal deze pinpas(sen) te gebruiken/aan te bieden bij het

contactloos betalen voor de aankoop van een of meer goederen, terwijl hiervoor

geen toestemming was gegeven.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?