Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 71/119573-25
Datum uitspraak: 27 februari 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 2010,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] [woonplaats] ,
raadsman mr. M. Jonk , advocaat te Amsterdam.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzittingen van 28 januari 2026 en 27 februari 2026.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de vordering nadere omschrijving tenlastelegging, waarbij de oorspronkelijke opgave van het feit als bedoeld in artikel 261, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering op vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de nader omschreven tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. G. Sannes heeft gevorderd:
4. Waardering van het bewijs
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het ten laste gelegde is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen. De verdediging heeft geen verweer gevoerd. Dit feit zal daarom zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
Bewezenverklaring
Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
1
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 15 december 2024 tot en met 26 maart 2025 te Amsterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en) en/of alleen, (telkens)
A
in het openbaar, bij geschrift en/of bij afbeelding, tot een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, en/of enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag heeft opgeruid, door:
- het verspreiden van bericht(en) en/of afbeelding(en) en/of video(‘s) via TikTok waarin wordt opgeroepen tot het gewelddadig jihadisme en/of het martelaarschap wordt verheerlijkt, te weten:
- een video (geplaatst op het TikTokaccount [accountnaam 1] ), met als inhoud een logo van Ahlut-tawhid media en de tekst “At-Tawbah verse (29)”. Op de achtergrond speelt een Arabische koranrecitatie waarvan de tekst is vertaald naar het Engels en waarin wordt opgeroepen te strijden tegen de ongelovigen (video [naam bestand 1] , p. 364, p. 359) en/of
- een video van [accountnaam 2] (herplaatst op het TikTokaccount [accountnaam 1] ), met als inhoud beelden van een demonstratie en een persoon met een naambordje voor zich met de naam “ [naam] ” en de tekst “Fight! Because you are our victory! Fight in every country!”. Op de achtergrond speelt een nashid die oproep tot strijd tegen het ongeloof en het herstellen van de eer en heerlijkheid uit het verleden ( [naam bestand 3] , p. 365-366, p. 361) en/of
- een video (herplaatst op het TikTokaccount van [accountnaam 1] ), met als inhoud een stilstaand beeld in grijstinten met een Engelse tekst die meeloopt met een Arabischtalige Koranrecitatie waarin wordt opgeroepen tot strijd” ( [naam bestand 2] , p. 366, p. 361)
B
een geschrift en/of afbeelding, waarin tot een terroristisch misdrijf en/of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf en/of tot enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid, heeft verspreid,
terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat in het/de geschrift(en) en/of de afbeelding(en) zodanige opruiing voorkomt,
door:
- een video (geplaatst op het TikTokaccount [accountnaam 1] ), met als inhoud een logo van Ahlut-tawhid media en de tekst “At-Tawbah verse (29)”. Op de achtergrond speelt een Arabische koranrecitatie waarvan de tekst is vertaald naar het Engels en waarin wordt opgeroepen te strijden tegen de ongelovigen (video [naam bestand 1] , p. 364, p. 359) en/of
- een video van [accountnaam 2] (herplaatst op het TikTokaccount [accountnaam 1] ), met als inhoud beelden van een demonstratie en een persoon met een naambordje voor zich met de naam “ [naam] ” en de tekst “Fight! Because you are our victory! Fight in every country!”. Op de achtergrond speelt een nashid die oproep tot strijd tegen het ongeloof en het herstellen van de eer en heerlijkheid uit het verleden ((88).mp4, p. 365-366, p. 361) en/of
- een video (herplaatst op het TikTokaccount van [accountnaam 1] ), met als inhoud een stilstaand beeld in grijstinten met een Engelse tekst die meeloopt met een Arabischtalige Koranrecitatie waarin wordt opgeroepen tot strijd” ( [naam bestand 2] , p. 366, p. 361).
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de redengevende inhoud van het voorgaande en op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende tot bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.
5. Strafbaarheid feit
Het bewezen feit levert op:
De eendaadse samenloop van
medeplegen van in het openbaar, bij afbeelding, tot enig strafbaar feit opruien, terwijl het strafbare feit waartoe wordt opgeruid een terroristisch misdrijf inhoudt , meermalen gepleegd;
en
medeplegen van een afbeelding waarin tot enig strafbaar feit wordt opgeruid, verspreiden, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat in de afbeelding zodanige opruiing voorkomt, terwijl het strafbare feit waartoe wordt opgeruid een terroristisch misdrijf inhoudt, meermalen gepleegd.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Het feit is dus strafbaar.
6. Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.
7. Motivering straf
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feit waarop de straf is gebaseerd
De toen 14-jarige verdachte heeft zich op het sociale mediaplatform TikTok schuldig gemaakt aan opruiing en verspreiding tot opruiing tot een terroristisch misdrijf. De verdachte heeft video’s herplaatst en verspreid, waarin wordt opgeroepen tot (het deelnemen aan) de gewelddadige jihadistische strijd en het martelaarschap wordt verheerlijkt. Met zijn handelen heeft de verdachte het risico genomen dat hij anderen hiertoe aanzet. De rechtbank vindt dit zorgelijk, omdat de verdachte door deze video’s te herplaatsen en verspreiden een bijdrage heeft geleverd aan de propagandamachine van IS.
De door de verdachte gepleegde strafbare feiten zijn daarom zeer ernstig met een groot gevaarzettend karakter. Terrorisme wordt internationaal gezien als één van de ernstigste misdrijven. Het raakt rechtstreeks de openbare orde en de veiligheid en stabiliteit van een samenleving en haar burgers. Hoewel de verdachte zelf geen geweld heeft gebruikt, heeft hij wel een actieve rol gespeeld in de verspreiding van het jihadistisch gedachtegoed van Islamitische Staat (IS). Dit gewelddadige gedachtengoed heeft geen plaats in de Nederlandse samenleving.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
Uit de justitiële documentatie van 11 december 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.
Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting
De Raad heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 20 januari 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De Raad adviseert aan de verdachte een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met een proeftijd van twee jaar, met algemene en bijzondere voorwaarden en de voorwaarden en het toezicht dadelijk uitvoerbaar te verklaren. De (bijzondere) voorwaarden houden in: het meewerken aan de begeleiding van het Landelijk Steunpunt Extremisme (LSE), het meewerken aan een aanvullend coachingstraject, het volgen van onderwijs volgens rooster, een contactverbod met de medeverdachten, het in opbouw toegang verkrijgen tot sociale media, het vermijden van het in aanraking komen met extremistisch materiaal en dat er extremistische materiaal op zijn digitale gegevensdragers komt en het meewerken aan de controle van de gegevensdragers.
Er worden voornamelijk beschermende factoren gezien. De verdachte komt uit een stabiel en betrokken gezin, hij volgt onderwijs en dit verloopt goed. De verdachte toont een positieve en meewerkende houding en wil verantwoordelijkheid nemen voor zijn gedrag. De kans op herhaling wordt laag geschat en wordt nog meer verkleind bij het voortzetten van de passende begeleiding. Daarom is het advies om de reeds ingezette hulpverlening van het LSE voort te zetten. Hierdoor kan de verdachte zich op een positieve manier en onder objectieve begeleiding verdiepen in de Islam en de verantwoordelijkheden die daarbij horen. Ondanks de beschermende factoren en het lage risico op herhaling is de Raad van mening dat de ontwikkeling van de verdachte langere tijd gevolgd moet worden, ook gezien de aard van de verdenking.
De Raad heeft ter terechtzitting aangevuld dat het advies is gebaseerd op de eerdere dagvaarding, waarop een zwaardere verdenking ten laste was gelegd. Met name een voorwaardelijk strafdeel is noodzakelijk, omdat het belangrijk is dat de reeds ingezette positieve lijn zich voortzet. Daarom is het belangrijk dat de kaders die ten tijde van de schorsing zijn gegeven, worden behouden.
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam (hierna: de jeugdreclassering) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 16 januari 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De jeugdreclassering adviseert voortzetting van de begeleiding en van het traject van het LSE. De verdachte voelt zich vertrouwd bij de begeleiding van het LSE en hij werkt nog aan zijn doelen . Eventueel aanvullende laagdrempelige hulpverlening zal met de verdachte en zijn ouders moeten worden afgestemd. Deze hulp zou zich kunnen richten op het versterken van de verdachte op de gebieden van school, werk, dagbesteding, sport en financiën. Hoewel de reclassering een proeftijd van één jaar mogelijk acht, kan zij zich vinden in het advies van de Raad om de ontwikkeling van de verdachte voor langere tijd te volgen. Daarbij zal de verdachte de komende periode zijn vrijheden weer gaan opbouwen met betrekking tot social mediagebruik, wat ook goed moet worden gevolgd, evenals zijn ontwikkeling en zoektocht ten aanzien van religie en geloofsovertuigingen. Een golfbeweging en/of terugval is niet geheel uit te sluiten.
De jeugdreclassering heeft ter terechtzitting aangevuld dat – hoewel de zorgen worden onderkend – gezien de positieve ontwikkelingen en medewerking van de verdachte tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis gedacht kan worden aan het opleggen van een kortere proeftijd.
Het Terrorisme, Extremisme en Radicaliseringsteam (TER-team) van Reclassering Nederland (hierna te noemen: de reclassering) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 1 december 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De TER concludeert dat de verdachte beseft dat hij verkeerd bezig is geweest en zich heeft laten beïnvloeden door het gedachtegoed van anderen. Er is sprake geweest van een zoektocht naar hoe hij het geloof moet belijden. De verdachte wilde ergens bij horen en was in die zin niet voor rede vatbaar. Er is geen sprake van het aanhangen van een ideologie die geweld rechtvaardigt. Het risico op extremistisch geweld wordt laag geschat.
Deze adviezen zijn ter zitting toegelicht door de betreffende deskundigen.
De GZ-psycholoog [persoon A] en forensisch milieuonderzoeker [persoon B] (NIFP) hebben een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 11 november 2025. Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in.
Bij de verdachte is geen sprake van een psychische stoornis of verstandelijke handicap. Wel is sprake van een kwetsbare ontwikkeling op het gebied van sociale vaardigheden en de ontwikkeling van een eigen identiteit, waardoor hij meer dan gemiddeld vatbaar is voor beïnvloeding door anderen. Zijn kwetsbaarheid en beïnvloedbaarheid waren enigszins van invloed op zijn gedragskeuzes ten tijde van het ten laste gelegde. Vanuit gedragsdeskundig oogpunt is echter geen aanleiding om de verdachte het ten laste gelegde verminderd toe te rekenen. Het risico op extremistisch geweld wordt laag geschat. Het is wel van belang dat de verdachte begeleiding krijgt om (online) meer weerbaar te worden en risico’s in te schatten, zijn identiteit te versterken en zijn sociale vaardigheden te vergroten. Zonder die begeleiding wordt het risico op negatieve beïnvloeding matig geschat, met begeleiding is het risico laag. De begeleiding kan het beste vorm krijgen in een individueel traject geboden door het LSE. Daarnaast kan hij baat hebben bij een laagdrempelig coachtingstraject van een jongerencoach. Deze begeleiding kan worden opgelegd als bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijke straf.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Toerekeningsvatbaarheid
De conclusies van de deskundigen van het NIFP worden gedragen door hun bevindingen. De rechtbank neemt die conclusies over en maakt die tot de hare. Bij de verdachte was ten tijde van het ten laste gelegde geen sprake van een psychische stoornis en/of verstandelijke handicap, waardoor hij werd beïnvloed. Er zijn daarom geen aanwijzingen voor een verminderde toerekenbaarheid.
Strafoplegging
Gezien de ernst van het feit kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. De rechtbank zal echter afzien van het opleggen van een onvoorwaardelijke jeugddetentie. De rechtbank neemt hierbij een aantal omstandigheden in overweging. Uit de rapportages komt naar voren dat de verdachte mede gelet op zijn jonge leeftijd impulsief en beïnvloedbaar is. De verdachte staat echter niet achter het extremistische gedachtegoed en is niet intrinsiek gemotiveerd voor geweld. Hij lijkt een meeloper te zijn geweest. Gedurende de schorsingsperiode heeft de verdachte zich goed aan de voorwaarden gehouden en is ingezet op stevige begeleiding. Het is van belang dat deze positieve lijn wordt voortgezet. De kans op herhaling wordt door de deskundigen op matig en zelfs laag ingeschat bij voortzetting van de begeleiding. De rechtbank zal daarom in plaats van een onvoorwaardelijke jeugddetentie een taakstraf in de vorm van een werkstraf opleggen, met aftrek van voorarrest.
De rechtbank zal een deel van de voorgenomen werkstraf voorwaardelijk opleggen. Daaraan zal – mede gelet op de goed verlopen schorsingsperiode – een proeftijd worden gekoppeld voor de duur van één jaar. Het voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Ook zal de rechtbank niet alle geadviseerde voorwaarden opleggen, maar deze beperken tot de meldplicht, het meewerken aan de begeleiding door het LSE, het meewerken aan een aanvullend coachingstraject en een contactverbod met de medeverdachten in deze zaak. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen aanleiding het contactverbod uit te breiden met andere personen die in het dossier worden genoemd. Niet is gebleken dat de verdachte zelf contact met hen heeft gehad. Ook het verbod op sociale media, het vermijden van extremistisch materiaal en de daaraan verbonden controle aan alle gegevensdragers acht de rechtbank niet langer noodzakelijk gelet op de positieve ontwikkeling die de verdachte heeft laten zien en de lage kans op herhaling.
Dadelijke uitvoerbaarheid
De rechtbank ziet in hetgeen hiervoor is overwogen geen aanleiding om over te gaan tot dadelijke uitvoerbaarheid van de voorwaarden en het reclasseringstoezicht. Gelet op het matig/lage recidiverisico kan niet worden gezegd dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam. Dit betekent dat niet is voldaan aan de wettelijke eisen voor de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden.
Alles afwegend acht de rechtbank een werkstraf voor de duur van 100 uren met aftrek van de tijd doorgebracht in voorlopige hechtenis met een proeftijd van een jaar en de hierna te noemen bijzondere voorwaarden en de hieronder besproken verbeurdverklaring, passend en geboden.
8. In beslag genomen voorwerpen
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen telefoon verbeurd te verklaren.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van de in beslag genomen telefoon gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling
Het in beslag genomen goed, te weten een iPhone 15, zal worden verbeurd verklaard, omdat het bewezen feit met behulp van dit voorwerp is begaan.
9. Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 33, 33a, 47, 55, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 131 en 132 van het Wetboek van Strafrecht.
10. Bijlage
De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
11. Beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 100 (honderd) uren;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 12 (twaalf) uren te verrichten werkstraf resteren;
bepaalt dat deze taakstraf, groot 12 (twaalf) uren, subsidiair 6 dagen vervangende jeugddetentie, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op één (1) jaar;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met:
- gedurende de proeftijd zijn medewerking zal verlenen aan begeleiding van het LSE, zolang de jeugdreclassering dit nodig acht;
- gedurende de proeftijd zijn medewerking zal verlenen aan een aanvullend coachingstraject, zolang de jeugdreclassering dit nodig acht;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor het feit:
1. STK Telefoontoestel
(Omschrijving: [beslagnummer] ; Iphone 15);
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. L. Feraaune, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. W.M. Stolk en K.T.F. Chocolaad-de Bos, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. M.J.A. Batenburg en V.E. Scholtens, griffiers,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 februari 2026.
Bijlage
Tekst nader omschreven tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1
hij
op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks periode 15 december 2024
tot en met 26 maart 2025 te Amsterdam en/of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met één of meer ander(en) en/of alleen,
(telkens)
A
in het openbaar, bij geschrift en/of bij afbeelding, tot
een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of
vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, en/of
enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag
heeft opgeruid,
door:
- het verspreiden van bericht(en) en/of afbeelding(en) en/of video(‘s) via
TikTok waarin wordt opgeroepen tot het gewelddadig jihadisme en/of
het martelaarschap wordt verheerlijk, te weten:
- een video (geplaatst op het TikTokaccount [accountnaam 1] ), met als
inhoud een logo van Ahlut-tawhid media en de tekst “At-Tawbah
verse (29)”. Op de achtergrond speelt een Arabische
koranrecitatie waarvan de tekst is vertaald naar het Engels en
waarin wordt opgeroepen te strijden tegen de ongelovigen (video
[naam bestand 1] , p. 364, p. 359) en/of
- een video van [accountnaam 2] (herplaatst op het TikTokaccount
[accountnaam 1] ), met als inhoud beelden van een demonstratie en een
persoon met een naambordje voor zich met de naam “ [naam]
” en de tekst “Fight! Because you are our victory! Fight in
every country!”. Op de achtergrond speelt een nashid die oproep
tot strijd tegen het ongeloof en het herstellen van de eer en
heerlijkheid uit het verleden ( [naam bestand 3] , p. 365-366, p. 361) en/of
- een video (herplaatst op het TikTokaccount van [accountnaam 1] ), met
als inhoud een stilstaand beeld in grijstinten met een Engelse
tekst die meeloopt met een Arabischtalige Koranrecitatie waarin
wordt opgeroepen tot strijd” ( [naam bestand 2] , p. 366, p. 361)
B
een geschrift en/of afbeelding,
waarin tot een terroristisch misdrijf en/of een misdrijf ter voorbereiding
of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf en/of tot enig
strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag
wordt opgeruid, heeft verspreid,
terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden
had(den) om te vermoeden dat in het/de geschrift(en) en/of de
afbeelding(en) zodanige opruiing voorkomt,
door:
- een video (geplaatst op het TikTokaccount [accountnaam 1] ), met als
inhoud een logo van Ahlut-tawhid media en de tekst “At-Tawbah
verse (29)”. Op de achtergrond speelt een Arabische
koranrecitatie waarvan de tekst is vertaald naar het Engels en
waarin wordt opgeroepen te strijden tegen de ongelovigen (video
[naam bestand 1] , p. 364, p. 359) en/of
- een video van [accountnaam 2] (herplaatst op het TikTokaccount
[accountnaam 1] ), met als inhoud beelden van een demonstratie en een
persoon met een naambordje voor zich met de naam “ [naam]
” en de tekst “Fight! Because you are our victory! Fight in
every country!”. Op de achtergrond speelt een nashid die oproep
tot strijd tegen het ongeloof en het herstellen van de eer en
heerlijkheid uit het verleden ( [naam bestand 3] , p. 365-366, p. 361) en/of
- een video (herplaatst op het TikTokaccount van [accountnaam 1] ), met
als inhoud een stilstaand beeld in grijstinten met een Engelse
tekst die meeloopt met een Arabischtalige Koranrecitatie waarin
wordt opgeroepen tot strijd” ( [naam bestand 2] , p. 366, p. 361).
(art. 131 lid 2 en art. 132 lid 3 Wetboek van Strafrecht)