Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 71/101673-25
Datum uitspraak: 27 februari 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2007,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] [woonplaats] ,
raadsman mr. R. El Bellaj, advocaat te Tilburg.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzittingen van 30 januari 2026 en 27 februari 2026.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de vordering nadere omschrijving tenlastelegging, waarbij de oorspronkelijke opgave van het feit als bedoeld in artikel 261, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering op vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de nader omschreven tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. G. Sannes heeft gevorderd:
- het locatieverbod komt te vervallen;
- tijdens het social media verbod kan het gebruik daarvan in opbouw plaatsvinden met uitdrukkelijke toestemming van de jeugdreclassering; - de verdachte werkt mee aan de inhoudelijke controle van zijn gegevensdragers, indien en zolang de jeugdreclassering dit nodig vindt, ook wanneer dit inhoudt dat het digitale onderzoek door een externe deskundige (waaronder een ambtenaar van de politie) kan worden verricht, waarbij het aantal controles wordt gemaximeerd op 6 keer per jaar; - de verdachte werkt mee aan een aanvullend coachtraject, als en zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht; - een uitbreiding van het geadviseerde contactverbod naar 20 personen;
4. Vrijspraak
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde, onder A en B onder het eerste gedachtestreepje. De verdachte heeft een video geplaatst waarop een kind met een mes snijdende bewegingen maakt bij de keel van een knuffelbeer, met op de achtergrond een vlag van IS, terwijl geroepen wordt ‘takbir’, ondersteund door een nasheed waarin in het Arabisch de daden van strijders worden bezongen. Volgens de tekst van de nasheed belijden en verheffen de strijders het ‘ware monotheïsme van mijn Heer’ en zijn zij op alle manieren gereed voor en bereid tot de gewapende strijd tegen degenen die ‘schandalige daden’ begaan. Deze verheerlijking en reclame voor de jihadstrijder maakt naar de visie van de officier van justitie dat de verdachte indirect heeft opgeruid tot het plegen van een terroristisch misdrijf. Daarbij heeft de verdachte ook het oogmerk gehad die video te verspreiden, temeer nu de video door iedereen kon worden bekeken en zodoende bijgedragen aan de Elektronische Jihad van Islamitische Staat (IS).
Beoordeling
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het ten laste gelegde onder het laatste gedachtestreepje onder B van de tenlastelegging (te weten de video met de vliegjes) niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.
Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het overig ten laste gelegde (te weten de video met de knuffelbeer), evenmin tot een bewezenverklaring van opruiing leidt. De rechtbank overweegt in dit verband het volgende.
In het artikel 131 Sr en het aanverwante “verspreidingsdelict” artikel 132 Sr, is opruiing tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag strafbaar gesteld. Bij artikel 132 Sr gaat het erom dat de dader aan de inhoud van een opruiend geschrift of afbeelding ruchtbaarheid wil geven. Voor een bewezenverklaring van opruiing moet, zo volgt uit de jurisprudentie, aan vier vereisten worden voldaan:
1. Er moet zijn aangezet tot iets ongeoorloofds;
2. Er moet sprake zijn van opzet;
3. Vereist is verder dat de uitlating in het openbaar is gedaan. Van belang is hierbij te vermelden dat het internet kan worden aangemerkt als een openbare plaats, mits het publiek toegang heeft tot de internetpagina waarop de teksten zijn weergegeven;
4. De uitlating moet bovendien mondeling of bij geschrift of afbeelding zijn gedaan.
De tweede ten laste gelegde video betreft een video van een kind met een mes in de hand, die naar een knuffelbeer rent, de knuffelbeer vastpakt bij het hoofd en snijdende bewegingen maakt bij de keel van de knuffelbeer. Op de achtergrond is een IS-vlag te zien en wordt door een man ‘Takbir!’ geroepen. Takbir betekent ‘Maak God groot!’ Verder wordt een nasheed afgespeeld waarin de jihad en jihadstrijders worden verheerlijkt. De nasheed betreft een Arabischtalig lied waarin de daden van strijders worden bezongen.
Hoewel de video, zeker tegen de achtergrond van onderhavig dossier, zonder meer bedenkelijk kan worden genoemd, is de rechtbank van oordeel dat de inhoud van de video – hoe moreel verwerpelijk deze ook is – voornamelijk shockeert, maar op zichzelf niet als opruiend kan worden beoordeeld. In de video wordt niet direct of indirect opgeroepen tot het plegen van (terroristische) misdrijven. De beelden bevatten geen oproep of instructies tot het plegen van geweld. Het opruiende karakter ontbreekt. De verdachte dient daarom te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.
Conclusie
Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
5. In beslag genomen voorwerpen
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen telefoon verbeurd te verklaren.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van de in beslag genomen telefoon gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling
De in beslag genomen telefoon behoort toe aan de verdachte. Nu de verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde zal een last worden gegeven tot teruggave van de telefoon aan de verdachte.
6. Bijlage
De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
7. Beslissing
De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- gelast de teruggave aan de verdachte van:
2. 1 STK Telefoontoestel
(Omschrijving:
[beslagnummer] /
iPhone 12, Apple);
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. L. Feraaune, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. W.M. Stolk en K.T.F. Chocolaad-De Bos, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. M.J.A. Batenburg en V.E. Scholtens, griffiers,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 februari 2026.
Bijlage
Tekst nader omschreven tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij
op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks periode 1Januari 2024 tot en
met 22 april 2025 te Tilburg en/of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met één of meer ander(en) en/of alleen,
(telkens)
A
in het openbaar, bij geschrift en/of hij afbeelding, tot
een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of
vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, en/of
enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag
heeft opgeruid,
door:
- het verspreiden van bericht(en) en/of afbeelding(en) en/of video(s) via
TikTok en/of Instagram en of Telegram waarin wordt opgeroepen tot het
gewelddadig jihadisme en/of het martelaarschap wordt verheerlijk, te
weten:
- een video (geplaatst op het Telegramaccount [accountnaam]
), waarin een IS-vlag te zien is en een kind dat met een
mes een knuffelbeer onthoofd, terwijl op de achtergrond een man
Takbir!’ roept en een nashid wordt afgespeeld waarin de jihad en
jihadstrijders worden verheerlijkt
(telegram-cloud-document- [documentnaam 1]
)
B
een geschrift en/of afbeelding,
waarin tot een terroristisch misdrijf en/of een misdrijf ter voorbereiding
of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf en/of tot enig
strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag
wordt opgeruid, heeft verspreid, of om verspreid te worden in voorraad
heeft gehad,
terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden
had(den) om te vermoeden dat in het/de geschrift(en) en/of de
afbeelding(en) zodanige opruiing voorkomt,
door:
- het verspreiden van bericht(en) en/of afbeelding(en) en/of video(s)
waarin wordt opgeroepen tot het gewelddadig jihadisme en/of het
martelaarschap wordt verheerlijk via TikTok en/of Instagram, te weten:
- een video (geplaatst op het Telegramaccount [accountnaam]
), waarin een IS-vlag te zien is en een kind dat met een
mes een kntiffelbeer onthoofd, terwijl op de achtergrond een man
‘Takbir!’ roept en een nashid wordt afgespeeld waarin de jihad en
jihadstrijders worden verheerlijkt
(telegram-clotid-document [documentnaam 2]
);
- het verzamelen en/of opnemen en/of maken en/of bewerken en/of
verspreiden van video’s bevattende IS-propaganda en/of video’s waarin
wordt opgeroepen tot het gewelddadig jihadisme en/of het
martelaarschap wordt verheerlijkt, te weten:
- een door verdachte opgenomen video waarin verdachte een
vlieg onthoofdt, met op de achtergrond een nashid waarin de
jeugd wordt opgeroepen tot het verspreiden van de religie en
waarin wordt gezonden dat de vijanden met afkeer zullen kijken
naar het verheffen van de islam
( [naam bestand]
, p. 1412).
(art 131 lid 2 en art. 132 lid 3 Wetboek van Strafrecht)