ECLI:NL:RBROT:2026:1992

ECLI:NL:RBROT:2026:1992

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 20-02-2026
Datum publicatie 27-02-2026
Zaaknummer 11725563 RR FORM 25-37
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Regelrechter. Geldlening tussen twee vriendinnen. Gedaagde moet lening terugbetalen aan eiseres en mocht geen bedragen verrekenen met het geleende bedrag. Reconventionele vordering wordt ook afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11725563 RR FORM 25-37

datum uitspraak: 20 februari 2026

Vonnis van de regelrechter

in de zaak van

[eiseres] ,

woonplaats: [woonplaats] ,

eiseres,

die zelf procedeert,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [woonplaats] ,

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1. De procedure

Deze zaak wordt behandeld door de regelrechter op basis van het Tijdelijk besluit experiment regelrechter (hierna: Besluit).

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

het aanvraagformulier van [eiseres] dat de rechtbank op 28 mei 2025 heeft ontvangen, met bijlagen, en

de verklaring van [gedaagde] .

Op 23 januari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was [eiseres] aanwezig met haar vader. [gedaagde] heeft aangekondigd dat zij niet naar de zitting zou komen en is ook niet verschenen.

2. De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

[eiseres] en [gedaagde] waren vriendinnen van elkaar. [eiseres] heeft aan [gedaagde] € 1.300,00 geleend. Partijen hebben afgesproken dat [gedaagde] dit bedrag zou terugbetalen als het haar uitkomt. In april van 2024 hebben partijen een hoogoplopende ruzie gehad waarbij de politie is betrokken. Partijen hebben afgesproken dat [gedaagde] eventuele boetes die in rekening zouden worden gebracht aan [gedaagde] mocht verrekenen met het geleende bedrag dat [gedaagde] nog moest terugbetalen aan [eiseres] . [gedaagde] heeft foto’s gestuurd naar [eiseres] waaruit blijkt dat zij boetebedragen moest betalen van in totaal € 500,00. Op 29 september 2024 heeft [gedaagde] € 800,00 terugbetaald aan [eiseres] . Later heeft [eiseres] ontdekt dat [gedaagde] geen boetes heeft ontvangen voor het incident tussen partijen. [eiseres] heeft dan ook aan [gedaagde] gevraagd om het restant van de lening terug te betalen. Dit heeft [gedaagde] niet gedaan. In deze procedure eist [eiseres] dat [gedaagde] € 500,00 met rente terugbetaalt.

[gedaagde] erkent (nog) geen boetes te hebben gehad voor het incident, maar geeft aan dat de politieagent heeft aangegeven dat zij wel boetes zou krijgen. Verder voert [gedaagde] aan dat [eiseres] tijdens de ruzie haar armband van € 1.150,00 kapot heeft gemaakt.

De rechter wijst de vorderingen van [eiseres] toe. Hieronder wordt dit uitgelegd.

[gedaagde] moet € 500,00 betalen aan [eiseres]

De rechter oordeelt dat [gedaagde] aan [eiseres] € 500,00 moet terugbetalen. Dit is namelijk het deel van de lening dat nog niet is terugbetaald. [gedaagde] vindt dat zij dit (nog) niet hoeft te betalen, omdat zij door de opmerking van de politieagent nog wel een boete verwacht die zij volgens de afspraak tussen partijen mag verrekenen met het nog openstaande bedrag. Op 19 januari 2026 heeft [gedaagde] echter nog steeds geen boetes ontvangen. Vast staat dan ook dat er op dit moment geen bedragen kunnen worden verrekend met het geleende bedrag dat nog moet worden terugbetaald. [gedaagde] heeft ook onvoldoende onderbouwd dat zij nog een boete mag verwachten. Zij moet het geleende bedrag dan ook terugbetalen aan [eiseres] .

[eiseres] hoeft daarentegen niet de kapotte armband van [gedaagde] te vergoeden, omdat [eiseres] tijdens de zitting heeft tegengesproken dat zij de armband kapot heeft gemaakt. Het ligt dan op de weg van [gedaagde] om aan de hand van stukken of tijdens de zitting uit te leggen waarom [eiseres] de schade aan de armband wel moet vergoeden. Door niet te verschijnen heeft zij dat achterwege gelaten.

[gedaagde] moet ook rente betalen

[gedaagde] moet ook rente betalen over het openstaande bedrag vanaf 18 april 2025, omdat [eiseres] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat dit moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 15 Besluit). De regelrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 50,00 (artikel 238 lid 1 Rv). Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3. De beslissing

De regelrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 500,00 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 18 april 2025 tot de dag dat volledig is betaald;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 50,00;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.

64363

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand