Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-148224-24
Datum uitspraak: 23 februari 2026
Datum zitting: 9 februari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1995 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres: [adres 1] , [postcode 1] [woonplaats] ,
gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I.] .
Advocaat van de verdachte: mr. C. Willekes.
Officier van justitie: mr. W.A.J.A. Welten.
Benadeelde partijen: [benadeelde 1] , [benadeelde 2] .
Advocaten van de benadeelde partijen: mr. J.J. van Horen, mr. L.A.R. Newoor.
Leeswijzer
De officier van justitie beschuldigt de verdachte van vijf feiten. Samengevat ziet de beschuldiging voor feit 1 op het stalken van zijn ex-vriendin [slachtoffer 1] . Feit 2 ziet op dwang zodat zij contact met hem moest onderhouden en zich niet op het platform KIK zou begeven of contact zou zoeken met personen via KIK. Subsidiair is dat ten laste gelegd als een poging. Feit 3 ziet op doxing door haar naam en adresgegevens openbaar te maken op KIK. De beschuldiging voor de feiten 4 en 5 ziet op mevrouw [slachtoffer 2] . Het gaat dan voor feit 4 ook om doxing en voor feit 5 om bedreiging.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in hoofdstuk 1.
De beschuldiging is voor een deel niet bewezen. De bewezenverklaring, de motivering daarvan en de bespreking van de bewijsverweren, de bewijsmiddelen en de argumenten die tot vrijspraak hebben geleid staan in hoofdstuk 2.
De feiten en de verdachte zijn strafbaar. Deze beslissingen staat in hoofdstuk 3.
De rechtbank legt aan de verdachte een taakstraf van honderdtwintig uur met aftrek van voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met bijzondere voorwaarden op. In hoofdstuk 4 wordt uitgelegd waarom deze straffen worden opgelegd.
De benadeelde partijen hebben ieder een vordering tot schadevergoeding ingediend. De vorderingen worden deels toegewezen. In hoofdstuk 5 wordt deze beslissing uitgelegd.
In hoofdstuk 7 staan alle beslissingen.
1. Tenlastelegging
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) na wijziging ter zitting houdt in dat
1.
hij in de periode van 23 december 2023 tot en met 19 april 2024 te Dordrecht en/of Steenbergen, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door:- veelvuldig te bellen naar die [slachtoffer 1] en/of- e-mails naar die [slachtoffer 1] te sturen en/of- (dreigende) berichten te sturen via Snapchat en/of platform KIK en/of- berichten te sturen via platform KIK onder de naam van die [slachtoffer 1] en/of- zich bij de woning van die [slachtoffer 1] op te houden,met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;(art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht)
2.
hij in of omstreeks 18 april 2024 tot en met 19 april 2024 te Dordrecht en/of Steenbergen, althans in Nederland, een ander, te weten [slachtoffer 1] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten contact met hem, verdachte, te onderhouden en/of zich niet begeven op het platform KIK en/of geen contact te zoeken met personen via het platform KIK, door:- dreigend de woorden toe te voegen: “als jij met mensen van kik praat dood ik jou letterlijk" en/of "wollah ik steek je dood" en/of "ik ga chaos zetten bij je als je nu niet praat met me" en/of “als ik jou nog 1x op kik zie wollah ik zweer het op allah ik sta bij je dochters school om er voor goed een eind aan te maken” en/of “jouw moeder en broer gaan hier de dupe van worden” , althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of- te zeggen dat hij die [slachtoffer 1] gaat exposen en/of- te dreigen seksueel getinte video’s te verspreiden;(art 284 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
hij in of omstreeks de periode van 18 april 2024 tot en met 19 april 2024 te Dordrecht en/of Steenbergen, althans in Nederland, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf, een ander, te weten [slachtoffer 1] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander en/of derden, wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten contact met hem, verdachte, te onderhouden en/of zich niet begeven op het platform KIK en/of geen contact te zoeken met personen via het platform KIK,- die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen: “als jij met mensen van kik praat dood ik jou letterlijk" en/of "wollah ik steek je dood" en/of "ik ga chaos zetten bij je als je nu niet praat met me" en/of “als ik jou nog 1x op kik zie wollah ik zweer het op allah ik sta bij je dochters school om er voor goed een eind aan te maken” en/of “jouw moeder en broer gaan hier de dupe van worden” , althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of- te dreigen dat hij die [slachtoffer 1] gaat exposen en/of seksueel getinte video’svan die [slachtoffer 1] gaat verspreiden;, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair: (art 284 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
4.
hij op of omstreeks 17 april 2024 en/of 18 april 2024 te Dordrecht en/of Steenbergen, althans in Nederland, een of meer persoonsgegevens van een ander/of een derde, te weten:- de naam van [slachtoffer 2] en/of- de adresgegevens van die [slachtoffer 2] platform Kik, heeft verspreid en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld, met het oogmerk om die [slachtoffer 2] :- vrees aan te (laten)jagen- ernstige overlast aan te (laten) doen;(art 285d lid 1 Wetboek van Strafrecht)
2. Bewijs / Vrijspraak
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de feiten 1, 2 subsidiair, 3, 4 en 5 en dat de verdachte moet worden vrijgesproken van feit 2 primair. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1, 2 primair en 4. De verdediging heeft zich ten aanzien van de feiten 2 subsidiair, 3 en 5 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte heeft geprobeerd om zijn ex-vriendin te dwingen iets niet te doen (feit 2 subsidiair), zich in twee gevallen schuldig heeft gemaakt aan doxing (feiten 3 en 4) en een persoon heeft bedreigd (feit 5). De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van de feiten 2 subsidiair, 3, 4, en 5 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Verklaring van de verdachte
Het kan kloppen dat ik in livestreams op KIK op 17 april 2024 de naam en adresgegevens van [slachtoffer 1] heb gedeeld. Ik heb die informatie in mijn naam gezet. Het zou kunnen dat ik tegen haar heb gezegd: als ik jou nog 1x op kik zie wollah ik zweer het op allah ik sta bij je dochters school om er voorgoed een eind aan te maken.
Het zou kunnen dat ik op 17 april 2024 de voicemail van [slachtoffer 2] heb ingesproken en dat ik toen “jij en je kind gaan dood” heb gezegd.
Ik heb een grijs masker op gehad toen ik op KIK was.
2. Proces-verbaal van de politie, verklaring van aangeefster [slachtoffer 1]Ik doe aangifte tegen [verdachte] .
Op 17 april 2024 heeft [voornaam verdachte] zijn account op KIK aangepast.
Ook heeft [voornaam verdachte] hierbij mijn persoonsgegevens geplaatst waaronder mijn volledige
naam en mijn adres.
Op 18 april 2024 heeft [voornaam verdachte] een nieuw account aangemaakt waarin weer mijn volledige personalia zijn vermeld.
In een aantal filmpjes is er een persoon zichtbaar met een masker op. Ik herken
de stem van [voornaam verdachte] in de gesproken berichten. Deze berichten zijn verstuurd van het account wat op mijn naam aangemaakt is, [slachtoffer 1] . Vanaf ditzelfde account zijn ook streams gemaakt met het gezicht van [voornaam verdachte] er op.
Op 18 april 2024 stuurde [voornaam verdachte] mij een privé bericht op KIK. De inhoud was onder andere de volgende letterlijke tekst :"Als ik jou nog 1x op kik zie wollah ik zweer het op Allah ik sta bij je dochters school om er voorgoed een eind aan te maken. Jouw moeder en broer gaan ook de dupe hier van worden.
Ik stuur die seksfilmpje naar je vader alles.” Eerder had [voornaam verdachte] al aangegeven een seksfilmpje van mij te hebben.
3. Proces-verbaal van de politieDoor mij werd onderzoek gedaan naar de inhoud van de GSM die bij de verdachte [verdachte] in beslag was genomen.
Op de telefoon werd het useraccount met de username [gebrukersnaam] aangetroffen.
Deze username hoorde bij de account met de naam: [slachtoffer 1] aka [alias] .
Dit is het account wat gebruikt is bij de livestreams waarvan video-opnamen van de applicatie Kik-messenger zijn gemaakt.
Op de telefoon werd in de call-log op 17-4-2024 een tweetal keren een contact met het
telefoonnummer [gsm-nummer] gekoppeld aan de naam [voornaam slachtoffer 2] vastgelegd.
Een van de eerder genoemde 41 chats via Kik Mesenger heeft een starttijd (18-4-2024 22:49: 17 (UTC+0). In deze chat had de verdachte [verdachte] onder de usernnaam [gebrukersnaam] een chat met aangeefster [slachtoffer 2] onder de usernaam: [gebruikersnaam] .
In de telefoon van de verdachte [verdachte] werd verder onder Conversation- lnstantmessages de KIK privé chat aangetroffen van 18 april 2024 tussen [alias] (zijnde [slachtoffer 1] ) en [slachtoffer 1] aka [alias] (zijnde verdachte [verdachte] ).
De betreffende chat is als bijlage 2 bij dit proces-verbaal gevoegd.
Bijlage 2
18-4-2024. From: [gebrukersnaam] [slachtoffer 1] aka [alias] (owner)
Wollah ik heb filmpje gemaakt dat ik je neuk
Als ik je nog 1x op kik zie.
Ik expose alles van je.
Als ik jou nog 1x op kik zie wollah ik zweer het op allah ik sta bij je dochters school om er eens en voorgoed een eind aan te maken.
Jouw moeder en broer gaan ook de dupe hier van worden
Ik stuur die seksfilmpje naar je vader alles.
4. Schriftelijk stukBeslagene: [verdachte]
Goednummer: [beslagnummer 1]
Object: telefoon
5. Proces-verbaal van de politieBVH-nummer: [nummer]
Ik zag dat er door aangever twee videobestanden waren aangeleverd. Ik zag dat dit video-opnamen waren van enkele minuten waarin een live uitzending (stream) te zien is van de applicatie Kik-Messenger. Ik zag dat deze stream kennelijk door middel van schermopname is opgenomen op een smartphone. Ik zag aan de tijd links bovenin het scherm van deze smartphone dat deze stream kennelijk aan het uitzenden was om 21.06 uur en om 21.29 uur.Ik heb vervolgens een onderzoek ingesteld in de veiliggestelde gegevens van voornoemd toestel.Ik zag dat de applicatie Kik-Messenger werd gebruikt op 17 april 2024 tussen 21.06 uur en 21.34 uur. De tijdstippen van de aangeleverde video-opnamen vallen binnen deze periode. Verder zag ik dat er op 17 april 2024 te 21.24 uur door de gebruiker van het toestel twee screenshots zijn gemaakt van deze stream op Kik-Messenger. Ik heb één van deze twee screenshots met bijbehorende gegevens hieronder ingevoegdOp deze screenshot is te zien dat de camera van het toestel tijdens het maken van deze screenshot actief is. Dit is te zien aan het groene kleine rondje rechts bovenin het scherm. Gelet op het vorenstaande heb ik het zeer sterke vermoeden dat de uitzending (stream) via de applicatie Kik- Messenger in de aangeleverde videobestanden is uitgezonden door middel van bovengenoemd toestel.
6. Proces-verbaal van de politie, verklaring van aangeefster [slachtoffer 2]Ik doe aangifte van bedreiging en doxing tegen [verdachte] .
Op 17 april 2024 zag ik dat ik was gebeld om 14:54 uur en dat de voicemail was ingesproken.
Voordat ik wist wie een bericht had ingesproken hoorde ik dat dit [voornaam verdachte] was.
Ik hoorde [voornaam verdachte] dingen zeggen als :"Jij en je kind gaan dood".
Ik heb u dit bericht toegestuurd en verzoek u deze bij mijn aangifte te voegen.
Ik heb een account op KIK. Op 17 april 2024 zag ik dat op een account die op naam van [voornaam slachtoffer 1] stond een live stream gestart was waarop [voornaam verdachte] met een masker en geld op zijn hoofd een en ander roept. Ik hoorde dat [voornaam verdachte] onder andere mijn naam en mijn straat noemde. Hierbij gaf hij een verkeerd huisnummer op.
Op 18 april 2024 zag ik dat [voornaam verdachte] met de eerder genoemde stream weer mijn persoonsgegevens deelde, ditmaal met mijn juiste huisnummer. Dit deed hij door middel van mijn persoonsgegevens als status te vermelden in deze stream.
Ik heb dit filmpje zelf opgenomen. Ik herkende [voornaam verdachte] aan zijn stem. Ook herkende ik het trainingspak wat hij droeg. Bij het account waarop de stream te zien was, stond de status van [voornaam slachtoffer 1] wat [voornaam verdachte] dus had opgemaakt.
Verder is [voornaam verdachte] zonder masker op, op een later moment onder hetzelfde account weer in beeld gekomen. Dit was het moment dat [voornaam verdachte] mijn juiste adresgegevens had doorgegeven.
7. Proces-verbaal van de politieOp 17 april 2024 werd om 14:54 uur, een voicemail ontvangen.
Dit audiobestand werd door mij uitgeluisterd en in dit rapport verwerkt.
Ik hoorde het volgende: “jou en jouw kind gaan dood”.
8. Proces-verbaal van de politieNaar aanleiding van de aangifte van [slachtoffer 2] waarin zij verklaart: "Verder
is [voornaam verdachte] zonder masker op, op een later moment onder hetzelfde account weer in
beeld gekomen. Dit was het moment dat [voornaam verdachte] mijn juiste adresgegevens had
doorgegeven", wordt door mij het navolgende opgemerkt.
Door mij werd contact opgenomen met de aangeefster [slachtoffer 2] . Op mijn vraag of van het moment waarop [voornaam verdachte] zonder masker op hetzelfde account weer in beeld gekomen nog op enige wijze iets was vastgelegd verklaarde zij dat ze bij de aangifte een print-screen had bijgevoegd. Ze gaf aan dat op deze print-screen het
voorhoofd was te zien van [voornaam verdachte] . Zij gaf verder aan een filmpje te hebben van hetzelfde account waarmee de eerder genoemde filmpjes waren verzonden. De aangeefster stuurde mij een filmpje waarop de verdachte [verdachte] te zien was. Aangeefster gaf aan dat onder zijn gezicht de naam [voornaam slachtoffer 1] zichtbaar was. Ze gaf verder aan dat wanneer men in een gesprek komt en in het beeld verschijnt het eerste woord van het account zichtbaar wordt.
Door mij werd aan de aangeefster gevraagd hoe [slachtoffer 1] aan de
filmpjes van [voornaam verdachte] was gekomen. Zij verklaarde dat deze van haar afkomstig waren en met [voornaam slachtoffer 1] waren gedeeld.
9. Proces-verbaal van de politieIk stelde een onderzoek in waarbij ik de volgende fotografische opnamen heb gemaakt:
Foto 1.
21:07 uur.
De verdachte [verdachte] hield een "livestream" waarbij hij de adresgegevens van de aangeefster [slachtoffer 1] deelde.
Foto 6.
21:29 uur.
De verdachte [verdachte] maakte gegevens van de aangeefster [slachtoffer 1] openbaar via “livestream”.
Bewijsmotivering
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor feit 4. Aangevoerd is dat met betrekking tot de doxing van aangeefster [slachtoffer 1] – feit 3 – uitgebreid onderzoek is gedaan in de telefoon van de verdachte om aan te tonen dat de verdachte die berichten heeft gestuurd. Dergelijk onderzoek ontbreekt als het gaat om feit 4, de doxing van aangeefster [slachtoffer 2] . Daardoor is er onvoldoende bewijs voor een veroordeling.
De rechtbank verwerpt dat verweer en overweegt in aanvulling op de bewijsmiddelen dat de aangeefster de verdachte aan zijn stem heeft herkend. Nog belangrijker is dat de verdachte met hetzelfde account, kort nadat de gegevens van [slachtoffer 2] zijn gedeeld, herkenbaar in beeld is gekomen. Dat blijkt uit bewijsmiddel 8. Om die redenen komt de rechtbank, ondanks dat voor dit feit niet hetzelfde onderzoek is uitgevoerd als voor feit 3 is gedaan, tot een veroordeling.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
2. subsidiair
hij in de periode van 18 april 2024 tot en met 19 april 2024 in Nederland, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf, een ander, te weten [slachtoffer 1] , door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander en/of derden, wederrechtelijk heeft gedwongen iets niet te doen, te weten zich niet begeven op het platform KIK en geen contact te zoeken met personen via het platform KIK, door- die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen: “als ik jou nog 1x op kik zie wollah ik zweer het op Allah ik sta bij je dochters school om er voor goed een eind aan te maken” en “jouw moeder en broer gaan hier de dupe van worden”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en- te dreigen dat hij die [slachtoffer 1] gaat exposen en seksueel getinte video’svan die [slachtoffer 1] gaat verspreiden;terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3.
hij op 17 april 2024 en/of 18 april 2024 in Nederland, persoonsgegevens van een ander, te weten:- de naam van [slachtoffer 1] en - de adresgegevens van die [slachtoffer 1] platform KIK, heeft verspreid, met het oogmerk om die [slachtoffer 1] :- ernstige overlast aan te (laten) doen;
4.
hij op 17 april 2024 en/of 18 april 2024 in Nederland, persoonsgegevens van een ander, te weten:- de naam van [slachtoffer 2] en - de adresgegevens van die [slachtoffer 2] platform Kik, heeft verspreid, met het oogmerk om die [slachtoffer 2] : - ernstige overlast aan te (laten) doen;
5
hij op 17 april 2024 in Nederland, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "jij en je kind gaan dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
2.3.4. Vrijspraak van de feiten 1 en 2 primair
De beschuldiging is ten aanzien van feit 2 primair is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.
Feit 1 waarvan de verdachte wordt beschuldigd is niet bewezen. In de beschuldiging staat dat de verdachte wederrechtelijk stelselmatig en opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de aangeefster [slachtoffer 1] doordat hij haar veelvuldig heeft gebeld, haar e-mailberichten heeft gestuurd, haar (dreigende) berichten heeft gestuurd via Snapchat en KIK en dat hij zich bij haar woning heeft opgehouden.
Uit het dossier blijkt dat de verdachte berichten via Snapchat heeft gestuurd naar de aangeefster. Echter, die berichten vallen ruim buiten de in de beschuldiging genoemde periode.
Verder blijkt uit de bellijsten dat de verdachte op 23 december 2023 drieëntwintig keer heeft gebeld naar het telefoonnummer van de aangeefster. In de week daarna is te zien dat hij bijna dagelijks een aantal keer per dag heeft gebeld, maar aanzienlijk minder dan de in de aangifte gestelde tien tot twintig keer per dag. In januari 2024 heeft hij nog op twee momenten gebeld naar de aangeefster.
Uit de bij de aangifte gevoegde schermafbeeldingen blijkt dat de verdachte op 26 februari 2024 e-mailberichten naar de aangeefster heeft gestuurd. Zichtbaar is ook dat de aangeefster daarop reageert met een kort bericht waarin zij hem vraagt om haar met rust te laten. Op 6 april 2024 heeft de verdachte vervolgens een mailbericht gestuurd waarin hij de aangeefster vraagt of zij hem zou willen bellen.
De aangeefster heeft ook verklaard dat de verdachte zich meermalen bij haar huis heeft opgehouden. Over een incident op 17 april 2024 is de begeleidster van de organisatie voor begeleid wonen waar de aangeefster verblijft, gehoord. Zij heeft verklaard over de aanwezigheid van de verdachte die dag. Later die dag en de dag daarna heeft de verdachte berichten gestuurd naar de aangeefster via KIK en heeft hij op dat platform haar naam en adresgegevens gedeeld.
De rechtbank overweegt dat op basis van het dossier geen afgebakend moment aan het begin van de in de beschuldiging genoemde pleegperiode valt af te leiden waarop het voor de verdachte duidelijk moet zijn geweest dat hij moest ophouden met contact zoeken met de aangeefster. Dat blijkt wel duidelijk uit het e-mailbericht van 26 februari 2024 van de aangeefster waarin zij hem vraagt om haar met rust te laten. De gedragingen van de verdachte van na die datum zijn – als die worden beoordeeld naar de intensiteit, duur en frequentie daarvan – onvoldoende om te oordelen dat de verdachte stelselmatig een inbreuk heeft gemaakt op de levenssfeer van de aangeefster.
De verdachte wordt dus ook van feit 1 vrijgesproken.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 2 subsidiair
poging een ander door bedreiging met geweld en met een feitelijkheid, gericht tegen die ander en derden, wederrechtelijk dwingen iets niet te doen;
Feit 3
het verschaffen, verspreiden of anderszins ter beschikking stellen van persoonsgegevens van een ander of een derde met het oogmerk om die ander vrees aan te jagen dan wel aan te laten jagen, ernstige overlast aan te doen dan wel aan te laten doen of hem in de uitoefening van zijn ambt of beroep ernstig te hinderen dan wel ernstig te laten hinderen;
Feit 4
het verschaffen, verspreiden of anderszins ter beschikking stellen van persoonsgegevens van een ander of een derde met het oogmerk om die ander vrees aan te jagen dan wel aan te laten jagen, ernstige overlast aan te doen dan wel aan te laten doen of hem in de uitoefening van zijn ambt of beroep ernstig te hinderen dan wel ernstig te laten hinderen;
Feit 5
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straffen
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten 1, 2 subsidiair, 3, 4, en 5 worden veroordeeld tot een taakstraf van tweehonderdveertig uur met aftrek van vier dagen voorarrest en drie maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Die voorwaarden en het toezicht daarop dienen dadelijk uitvoerbaar te worden verklaard. Ook moet de vrijheidsbeperkende maatregel van 38v van het Wetboek van Strafrecht, inhoudende een contact- en een locatieverbod worden opgelegd. Bij overtreding dient twee weken hechtenis aan de verdachte te worden opgelegd.
Standpunt van de verdediging
De verdediging kan zich vinden in de door de officier van justitie geëiste combinatie van een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden. De verdachte kan zich ook vinden in de voorgestelde voorwaarden. Wel dient bij de hoogte van de straf rekening te worden gehouden met de bepleite vrijspraak. De verdediging heeft zich verzet tegen oplegging van de 38v maatregel omdat een contact- en locatieverbod ook als bijzondere voorwaarden kunnen worden opgelegd.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vier strafbare feiten. Nadat de relatie met zijn ex-vriendin was geëindigd, is de onderlinge verhouding tussen hen sterk verslechterd. De verdachte heeft geprobeerd om zijn ex-vriendin te dwingen om geen gebruik meer te maken van het platform KIK of contact te hebben met andere gebruikers van KIK. Daarnaast heeft hij zich twee keer schuldig gemaakt aan doxing door de namen en adresgegevens van zijn ex-vriendin en een kennis bij wie hij enige tijd heeft verbleven via het KIK platform te verspreiden. Daarnaast hij die kennis ook bedreigd.
De verdachte heeft geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn daden genomen. Hij heeft als verklaring voor zijn eigen gedrag naar anderen gewezen. Hij zou uit onmacht hebben gehandeld, omdat hij zelf zou worden lastiggevallen door zijn ex-vriendin of personen die door haar zouden zijn ingeschakeld. Het baart de rechtbank zorgen dat de verdachte niet lijkt in te zien dat zijn handelingen forse invloed hebben gehad en, gelet op de slachtofferverklaringen, nog steeds hebben op de levens en (veiligheids)gevoelens van de slachtoffers.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 5 februari 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor bedreigingen.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering Nederland van 29 september 2025 staat – onder meer – het volgende.
De verdachte is een veelpleger met een fors delictverleden, meestal binnen de relationele sfeer. Sinds zijn voorgeleiding in mei 2024 is hij regelmatig in beeld bij de politie. Er zijn risico’s op het gebied van het psychosociaal functioneren. De verdachte is bekend met agressieregulatieproblematiek (hij zelf benoemt de pieken in zijn suiker door diabetes als oorzaak) en vertoont narcistische trekken, wat het risico op grensoverschrijdend gedrag vergroot. Door chronische gezondheidsproblemen ontbreekt structuur in zijn dagelijks leven. Positief te noemen is dat de verdachte beschikt over stabiele huisvesting en momenteel een nieuwe relatie heeft. Dat zijn beschermende factoren, maar dat heeft niet geleid tot het uitblijven van politie-/justitiecontacten.
De recidivekans wordt als hoog ingeschat, mede vanwege het patroon van herhaald delictgedrag en het uitblijven van gedragsverandering ondanks eerdere justitiële interventies. Hoewel de verdachte aangeeft bereid te zijn zich aan voorwaarden te houden, is begeleiding binnen een strafrechtelijk kader noodzakelijk om het risico op herhaling te beperken.
Overige persoonlijke omstandigheden
De voorlopige hechtenis van de verdachte is door de rechter-commissaris op 2 mei 2024 geschorst. In de periode tot aan de inhoudelijke behandeling is niet gebleken van nieuwe meldingen ten aanzien van deze slachtoffers.
Oplegging straf
Straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een onvoorwaardelijke taakstraf passend. Bij het bepalen van de duur van de taakstraf houdt de rechtbank ook rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Verder houdt zij rekening met het feit dat zij – anders dan de officier van justitie – de belaging niet bewezen vindt en met artikel 63. Daarom wordt een taakstraf van 120 uur opgelegd.
Gelet op de ernst van de strafbare feiten en het strafblad van de verdachte is daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Verder houdt zij rekening met het feit dat zij – anders dan de officier van justitie – de belaging niet bewezen vindt en met artikel 63. Daarom wordt een gevangenisstraf van 2 maanden opgelegd. De gevangenisstraf wordt voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.De bijzondere voorwaarden zijn: een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandeling, een contactverbod met beide aangeefsters en een locatieverbod zonder elektronische monitoring voor twee straten in Dordrecht.
De officier van justitie heeft, naar aanleiding van het advies van de reclassering, gevorderd dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar worden verklaard omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank wijst die vordering. De verdachte wordt weliswaar veroordeeld voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, maar dat misdrijf kan niet zonder meer worden gekarakteriseerd als een geweldsmisdrijf en dus als een misdrijf dat was gericht tegen of gevaar heeft veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. De feiten en omstandigheden zoals die uit het dossier naar voren komen en die een rol hebben gespeeld bij het bewezenverklaarde zijn weliswaar zorgwekkend, maar mede gelet op de ruim anderhalf jaar geschorste voorlopige hechtenis van de verdachte (zonder nieuwe meldingen ten aanzien van deze slachtoffers) bestaat er onvoldoende grond om te oordelen dat er ernstig rekening mee gehouden moet worden dat die verbale agressie zal escaleren naar fysieke agressie tegen de aangeefsters.
Vrijheidsbeperkende maatregel (38v Wetboek van Strafrecht)
De officier van justitie heeft gevorderd om een vrijheidsbeperkende maatregel, inhoudende een contact- en een locatieverbod met de aangeefsters, op te leggen. De rechtbank wijst die vordering af omdat het contact- en locatieverbod ook als bijzondere voorwaarden zullen worden opgenomen. Tevens speelt mee dat in de anderhalf jaar dat de voorlopige hechtenis van de verdachte geschorst is geweest, zich geen incidenten hebben voorgedaan die zien op de aangeefsters.
5. Vordering van de benadeelde partijen
Vordering [benadeelde 1]
heeft als benadeelde partij voor de feiten 1, 2 en 3 € 7.500,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Vordering [benadeelde 2]
heeft als benadeelde partij voor de feiten 4 en 5 € 504,90 als vergoeding voor materiële schade, € 1.250,- als vergoeding voor immateriële schade en € 1.000,- voor toekomstige schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1.250,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij kan niet-ontvankelijk worden verklaard in het restant van de vordering.
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] kan integraal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] moet worden afgewezen omdat vrijspraak is bepleit voor belaging en ook omdat het geestelijk letsel onvoldoende is onderbouwd.
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] moet worden afgewezen voor zover het de materiële kosten en de toekomstige schade betreft omdat die posten onvoldoende zijn onderbouwd. De vordering van de benadeelde partij moet worden gematigd tot maximaal
€ 500,- waar het de immateriële schade betreft.
Oordeel van de rechtbank
Vordering [benadeelde 1]
5.5.1.1. Immateriële schade
De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft als gevolg van de strafbare feiten 2 subsidiair en 3 rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij is namelijk op andere wijze in haar persoon aangetast. Uit de bijgevoegde bewijsstukken blijkt voldoende dat zij onder behandeling is voor psychisch letsel.
Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 1.000,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Bij die beslissing is mede betrokken de vrijspraak voor feit 1. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 1.000,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
5.5.1.2. Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 19 april 2024.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 10 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Vordering [benadeelde 2]
5.5.2.1. Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van de onder 4 en 5 gepleegde strafbare feiten. De vordering wordt toegewezen, omdat deze voldoende is onderbouwd en de verdediging de vordering onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft als gevolg van de strafbare feiten 4 en 5 rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij is namelijk op andere wijze in haar persoon aangetast.
Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 1.000,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 1.000,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
Toekomstige schade
Uit de toelichting op zitting blijkt dat deze post is gevorderd voor het geval zich na de uitspraak in eerste aanleg en voor de behandeling in hoger beroep nieuwe schadeposten hebben geopenbaard. Dat is nu niet het geval zodat de benadeelde partij voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente over de materiële schade toe vanaf de datum vonnis en over de immateriële schade vanaf 18 april 2024.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 15 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
6. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 45, 57, 63, 284, 285 en 285d van het Wetboek van Strafrecht.
7. Beslissingen
De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 primair heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 2 subsidiair, 3, 4 en 5, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 2 (twee) maanden;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat de 2 (twee) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
1. de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres [adres 2] , [postcode 2] [plaats] , telefoonnummer [telefoonnummer] ;
2. de verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door FZZ (Forensische Zorg Zeeland) of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling;
3. de verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met:
4. de verdachte zich gedurende de proeftijd niet bevindt in de [naam locatie 1] of op het [naam locatie 2] in Dordrecht;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd onder 1 tot en met 4 en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 120 (honderdtwintig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur per dag, zodat 112 (honderdtwaalf) uur taakstraf moet worden verricht;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 56 dagen;
Vorderingen benadeelde partijen
veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 2 subsidiair en feit 3), te betalen een bedrag van € 1.000,- (duizend euro), als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 19 april 2024 tot de dag van volledige betaling;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij [benadeelde 1] gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor de feiten 2 subsidiair en 3 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 1] aan de staat € 1.000,- te betalen, en de wettelijke rente vanaf 19 april 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 10 (tien) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij [benadeelde 1] of aan de staat heeft vergoed;
veroordeelt de verdachte, aan de benadeelde partij [benadeelde 2] (feiten 4 en 5), te betalen een bedrag van € 1.504,90 (duizend vijfhonderdvier euro en negentig cent), en de wettelijke rente over € 504,90 (materiële schade) vanaf 23 februari 2026 tot de dag van volledige betaling en de wettelijke rente over € 1.000,- (immateriële schade) vanaf 18 april 2024 tot de dag van volledige betaling;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij [benadeelde 2] gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor de feiten 4 en 5 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 2] aan de staat € 1.504,90 te betalen, en de wettelijke rente over € 504,90 vanaf 23 februari 2026 tot aan de dag van de gehele betaling en de wettelijke rente over € 1.000,- vanaf 18 april 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 15 (vijftien) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij [benadeelde 2] of aan de staat heeft vergoed.
8. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. I. Bouter, voorzitter,
en mrs. E. Boersma en M.S. Polet, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.G. Polke, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 23 februari 2026.
Mr. Boersma is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.