ECLI:NL:RBROT:2026:2019

ECLI:NL:RBROT:2026:2019

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 04-02-2026
Datum publicatie 02-03-2026
Zaaknummer C/10/706731 / HA ZA 25-805
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Incidenten tot verlening medewerking aan een opdracht tot taxatie en tot het afgeven van bankafschriften.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

vonnis

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/706731 / HA ZA 25-805

Vonnis in incident van 4 februari 2026

in de zaak van

[eiseres] , tevens in haar hoedanigheid van executeur en erfgenaam in de nalatenschap van mevrouw [naam] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident,

advocaat mr. L.A. Jansen te Oud-Beijerland,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident,

advocaat mr. P.M. Boiten te Dordrecht.

Partijen zullen hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 3 september 2025, met bijlagen;

de incidentele conclusie tot medewerking en tot afgifte bescheiden;

de conclusie van antwoord in het incident;

de akte wijziging van eis bodemprocedure van [eiseres] , met bijlagen.

2. De beoordeling in het incident

Wat is er gebeurd?

[gedaagde] was in gemeenschap van goederen gehuwd met mevrouw [naam] (hierna: [naam] ). [naam] heeft op 17 juli 2024 de echtscheidingsprocedure aanhangig gemaakt tegen [gedaagde] en is op 18 juli 2024 bij [eiseres] (de dochter van [naam] en [gedaagde] ) gaan wonen. [naam] is op [datum] 2025 overleden. [naam] heeft in haar testament [eiseres] tot enig erfgenaam benoemd.

De hoofdzaak

In de hoofdzaak heeft [eiseres] gevorderd dat de huwelijksgoederengemeenschap wordt verdeeld. Tevens heeft [eiseres] gevorderd dat [gedaagde] bankafschriften overlegt met het saldo per 1 januari 2024, zodat zij de aangifte inkomstenbelasting 2024 voor [naam] kan invullen.

De incidenten

[gedaagde] heeft bij incident gevorderd om [eiseres] te veroordelen tot het verlenen van medewerking aan het verstrekken van een opdracht tot taxatie van de woning gelegen aan de [adres] en hij heeft tevens gevorderd [eiseres] te veroordelen tot afgifte van bankafschriften van de bankrekeningen van [naam] over de periode van 1 januari 2024 tot en met 1 december 2025, op verbeurte van een dwangsom.

De beoordeling van het eerste incident: verlenen medewerking aan een opdracht tot taxatie

Nog los van de vraag of de eerste incidentele vordering van [gedaagde] , tot het verlenen van medewerking aan het verstrekken van een opdracht tot taxatie, bij incident kan worden ingesteld, heeft [gedaagde] zonder toelichting, die ontbreekt, onvoldoende onderbouwd wat de rol van de rechtbank is bij de taxatie van de woning. Partijen zien namelijk volgens hun processtukken allebei de noodzaak van de taxatie in en [eiseres] heeft in de dagvaarding aangegeven het eens te zijn met de door [gedaagde] voorgestelde taxateur (Spiering Makelaars). In de conclusie van antwoord in incident heeft [eiseres] bovendien aangegeven dat als [gedaagde] na de dagvaarding contact met haar had opgenomen, de woning dan al getaxeerd was geweest. Partijen kunnen daarom zelf de woning laten taxateren (zowel in de huidige staat als in de staat zonder de garage, het stuk tuin naast de garage en het pad tussen de woning van [gedaagde] en [eiseres] ). Onduidelijk is daarom wat de rol van de rechtbank daarbij is. De eerste incidentele vordering wordt daarom afgewezen.

De beoordeling van het tweede incident: afgifte bankafschriften

De rechtbank ziet ook geen grond om de tweede incidentele vordering tot het afgeven van de bankafschriften van de bankrekeningen van [naam] over de periode van 1 januari 2024 tot en met 1 december 2025 toe te wijzen. [eiseres] heeft namelijk op de rolzitting van 30 december 2025 een ‘akte wijziging van eis bodemprocedure’ ingediend en bij deze akte de bankafschriften van [naam] overgelegd met als peildatum 17 juli 2024 (datum aanvraag echtscheiding). Tevens is de rechtbank er ambtshalve mee bekend dat [eiseres] in een andere procedure, namelijk een procedure tussen [eiseres] en haar broers (zaaknummer: C/10/695601 HA ZA 25-222), de bankafschriften van de bankrekeningen van [naam] heeft overgelegd tot en met [datum] 2025. Aangezien uit die procedure volgt dat de broers van [eiseres] wel een goede band hebben met [gedaagde] , gaat de rechtbank ervan uit dat die bankafschriften ook [gedaagde] hebben bereikt, zodat [gedaagde] inmiddels over de bankafschriften tot en met [datum] 2025 moet beschikken.

[gedaagde] heeft voorts onvoldoende toegelicht waarom hij een belang heeft bij het verkrijgen van bankafschriften over de periode na [datum] 2025 tot en met 1 december 2025. [naam] is immers op [datum] 2025 overleden en [gedaagde] is volgens haar testament geen erfgenaam. Het is bovendien niet aannemelijk dat [gedaagde] een terechte vrees heeft dat er per [datum] 2025 minder te verdelen valt. Uit de akte eiswijzing van [eiseres] volgt namelijk dat zij niet langer het standpunt inneemt dat de bankrekeningen met gesloten beurzen moeten worden toebedeeld aan degene op wiens naam de bankrekeningen staan, maar dat zij eist dat de bankrekeningen van [naam] aan haar worden toebedeeld tegen de betaling van een bedrag van € 123.564,19 aan [gedaagde] wegens overbedeling. [eiseres] heeft voorts een beroep gedaan op verrekening van dit bedrag met het aan haar toekomende bedrag in het kader van de auto en de waarde van de onderneming. Gelet op de samenstelling van de huwelijksgoederengemeenschap zijn er geen aanwijzingen dat dit beroep op verrekening niet opgaat. Voor zover [eiseres] dus al zelfstandig tot verdeling is overgegaan, kan dit in de verrekening worden betrokken. Daaruit volgt dus niet dat [gedaagde] er een belang bij heeft om de bankafschriften na [datum] 2025 te ontvangen.

Gelet op het voorgaande ziet rechtbank dus niet in dat [gedaagde] nog een belang heeft bij de beoordeling van zijn tweede incidentele vordering, zodat deze ook wordt afgewezen.

De proceskosten in het incident worden gecompenseerd

Gelet op de familierelatie tussen partijen worden de proceskosten in dit incident gecompenseerd. De rechtbank ziet geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Dat betekent dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Vervolg hoofdzaak

[gedaagde] heeft nog niet gereageerd op de dagvaarding. Hij krijgt daarom nog een termijn van vier weken om een conclusie van antwoord te nemen. Er is geen uitstel hiervan meer mogelijk.

3. De beslissing

De rechtbank:

in het incident

wijst de incidentele vorderingen af;

compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

in de hoofdzaak

bepaalt dat [gedaagde] op de rolzitting van 4 maart 2026 mag reageren op de dagvaarding en dat hiervoor geen uitstel meer mogelijk is;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.

3120

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand