ECLI:NL:RBROT:2026:2034

ECLI:NL:RBROT:2026:2034

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 23-02-2026
Datum publicatie 02-03-2026
Zaaknummer ROT 26/611
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Proces-verbaal
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Beslaglegging op WW-uitkering. Het spoedeisend belang is onvoldoende aannemelijk gemaakt. Ter zitting is gebleken dat de openstaande vordering nog slechts €320 bedraagt. Ten overvloede merkt de voorzieningenrechter op dat het UWV als derdebeslagene de omvang van een beslag en de hoogte van de beslagvrije voet als gegeven moet aannemen. Bij een geschil hierover is de burgerlijke rechter bevoegd.

Uitspraak

[naam verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. N. Talhaoui),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV

(gemachtigde: mr. S. Roodenburg).

Inleiding

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over een beslaglegging op een uitkering op grond van de Werkloosheidwet (WW).

2. Met het bestreden besluit van 10 december 2025 heeft het UWV bepaald dat een gedeelte van verzoekers WW-uitkering wordt betaald aan een beslaglegger (Stroomopwaarts). Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 23 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van partijen.

4. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

5. Het treffen van een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als er sprake is een spoedeisend belang. Verzoeker heeft geen stukken overgelegd die het spoedeisend belang onderbouwen. Omdat op de zitting is gebleken dat de vordering van Stroomopwaarts op verzoeker nog slechts € 320,- bedraagt, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om het spoedeisend belang desondanks aan te nemen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is daarom niet voldoende aannemelijk geworden dat sprake is van een spoedeisend belang.

6. Ten overvloede merkt de voorzieningenrechter op dat het UWV, als derdebeslagene, de omvang van een beslag en de hoogte van de beslagvrije voet als gegeven moet aannemen. Bij een geschil hierover is de burgerlijke rechter bevoegd.

7. Gelet op het ontbreken van een spoedeisend belang zal de voorzieningenrechter het verzoek afwijzen.

8. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

9. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2026 door mr. S. Veling, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. H. Sabanovic

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand