ECLI:NL:RBROT:2026:2044

ECLI:NL:RBROT:2026:2044

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 10-02-2026
Datum publicatie 02-03-2026
Zaaknummer 11934440 VZ25-6573
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Verzoek om schadevergoeding in verband met slecht bewind afgewezen. Geen schade ontstaan door toedoen bewindvoerder.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 11934440 VZ25-6573

registernummer: BM38133

uitspraak: 10 februari 2026

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, inzake een verzoek ex artikel 1:445 lid 5 jo artikel 1:362 BW

in de zaak van

[betrokkene]

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

die zelf procedeert,

tegen

[naam] , die handelt onder de naam [bewindvoerder] ,

vestigingsplaats: [plaats] ,

verweerder,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘betrokkene’ en ‘de bewindvoerder’ genoemd.

1. De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

het verzoek, met bijlagen, ontvangen op 14 oktober 2025;

de reactie van de bewindvoerder van 3 november 2025.

2. Het geschil

Het vermogen van betrokkene is bij beschikking van 29 januari 2021 op grond van problematische schulden onder bewind gesteld. Het bewind is op verzoek van betrokkene per 15 november 2022 opgeheven. Betrokkene stelt dat er door toedoen van een medewerker van de bewindvoerder tijdens het bewind een huurachterstand is ontstaan. Hierdoor werd hij door de verhuurder gedwongen de huurachterstand te betalen en is zijn huurovereenkomst ontbonden, waardoor hij dakloos kan raken. Hij wenst hiervoor gecompenseerd te worden via een fixe schadevergoeding en een rectificatie.

De bewindvoerder vindt dat het verzoek moet worden afgewezen. Hij voert aan dat betrokkene niet meewerkte aan het bewindstraject. Hij liet nog altijd parkeerboetes ontstaan en had een onjuist beeld van zijn schuldenlast en budget. Het lukte niet om met betrokkene in gesprek te gaan over het budget. Het budget was hierdoor lange tijd onstabiel waardoor de vaste lasten niet altijd betaald konden worden.

De kantonrechter ziet naar aanleiding van de overlegde stukken geen reden om een mondelinge behandeling te houden en zal de zaak op de stukken afdoen.

3. De beoordeling

In artikel 1:444 van het Burgerlijk Wetboek staat dat een de bewindvoerder tegenover de betrokkene aansprakelijk is, als hij in de zorg van een goed bewindvoerder tekortschiet, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend. Van aansprakelijkheid is slechts sprake als de bewindvoerder keuzes maakt die een redelijk handelend bewindvoerder in vergelijkbare omstandigheden niet gemaakt zou hebben. Volgens artikel 1:445, vijfde lid, samen met artikel 1:362 van het Burgerlijk Wetboek, kan de kantonrechter bepalen hoeveel schade er is door slecht bewind. De kantonrechter kan de voormalige bewindvoerder dan verplichten deze schade te vergoeden.

Betrokkene heeft ter onderbouwing van zijn standpunt dat hij door toedoen van de bewindvoerder schade heeft geleden gesteld dat zijn huurovereenkomst is ontbonden en hij hierdoor zijn woning kan kwijtraken. Hij verwijt dit aan de bewindvoerder. Betrokkene heeft een overzicht van Bazuin&Partners (hierna: “Bazuin”) overgelegd waarin de huurbetalingen aan de verhuurder en de aflossingen aan Bazuin staan.

Uit dit overzicht blijkt dat de bewindvoerder gedurende het bewind elke maand de aflossing aan Bazuin heeft betaald en alleen in de maanden februari 2022 en oktober 2022 geen huur aan de verhuurder heeft overgemaakt. Dit gaat dus om twee maanden onbetaalde huur. In de andere maanden is tijdens het bewind de huur steeds betaald. Het bewind is vervolgens op 15 november 2022 geëindigd. Vanaf toen was betrokkene zelf weer verantwoordelijk voor de betaling van de huur aan de verhuurder en de aflossingen aan Bazuin. De bewindvoerder heeft in de ‘overdrachtsbrief’ van 17 november 2022, die betrokkene in deze procedure heeft overgelegd, aan betrokkene meegedeeld dat de laatste huurbetaling op 26 september 2022 had plaatsgevonden. Betrokkene wist dus dat de huur voor de maand november 2022 nog niet was betaald. Uit het eerder genoemde overzicht blijkt dat betrokkene in de periode november 2022 tot en met januari 2023 geen enkele huur heeft betaald en dat hij sinds november 2022 evenmin aflossingen heeft betaald. Het ligt dus voor de hand dat dit voor de verhuurder de reden is geweest om een procedure tot ontbinding en ontruiming van de huurwoning te starten en de betalingsachterstand op te eisen. Betrokkene heeft dan ook onvoldoende gesteld om de conclusie te kunnen rechtvaardigen dat door toedoen van de bewindvoerder schade is ontstaan.

Het verzoek om schadevergoeding en rectificatie wordt daarom afgewezen.

4. De beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.J. Frikkee en in het openbaar uitgesproken.

426

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand