Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 83-166502-22
Datum uitspraak: 25 februari 2026
Datum zitting: 11 februari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1999 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] te [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. V.P.J. Tuma,
Officier van justitie: mr. M. van der Zwan.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – samen met anderen een gewoonte heeft gemaakt van het witwassen van gelden en cryptovaluta en voorbereidingshandelingen heeft verricht voor de (inter)nationale verkoop van verdovende middelen. De gehele tenlastelegging luidt als volgt:
1.
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2015 tot en met 13 maart 2023, te Hoogland, gemeente Amersfoort en/of te Brummen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (van) een of meer voorwerpen, te weten:
- $58.495 in Bitcoin en/of $1.736 in Litecoin en/of $43.815 in Monero (ontvangen op de Binance account van die [verdachte] in de periode van 30-01-21 t/m 14-03-21)
- 4.893 EUR (te relateren aan laboratoriumleveranciers)
- 39.784 EUR (contante stortingen)
- circa $60.000 Bitcoin en/of Tether en/of Tron (beslag Exodus wallet)
- 43,5742 BTC (circa $1.192.283, ontvangen op de Exodus wallet)
- 511.935 USDT (circa $511.885, ontvangen op de Exodus wallet)
a. a) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding, de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op genoemde voorwerpen was/waren, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie genoemde voorwerpen voorhanden heeft/hebben gehad, en/of
b) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), dat bovenomschreven voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) van het plegen van dat feit een gewoonte heeft/hebben gemaakt, en/of terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) dat feit heeft/hebben gepleegd in de uitoefening van zijn/hun beroep en/of bedrijf;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2015 tot en met 13 maart 2023, te Hoogland, gemeente Amersfoort en/of te Brummen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,
(telkens) (van) een of meer voorwerpen, te weten:
- $58.495 in Bitcoin en/of $1.736 in Litecoin en/of $43.815 in Monero (ontvangen op de Binance account van die [verdachte] in de periode van 30-01-21 t/m 14-03-21)
- 4.893 EUR (te relateren aan laboratoriumleveranciers)
- 39.784 EUR (contante stortingen)
- circa $60.000 Bitcoin en/of Tether en/of Tron (beslag Exodus wallet)
- 43,5742 BTC (circa $1.192.283, ontvangen op de Exodus wallet)
- 511.935 USDT (circa $511.885, ontvangen op de Exodus wallet)
a. a) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding, de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op genoemde voorwerpen was/waren, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie genoemde voorwerpen voorhanden heeft/hebben gehad,
en/of
b) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf;
2.
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2015 tot en met 13 maart 2023 te Hoogland, gemeente Amersfoort en/of te Brummen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen
van cocaïne en/of MDMA en/of LSD en/of amfetamine (AMB-079), in elk geval (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door met [medeverdachte] en/of met een of meerdere (onbekend gebleven) personen berichten uit te wisselen en/of afspraken te maken over het afhandelen van bestellingen en/of invoer en/of uitvoer en/of vervoer en/of afleveren en/of verbergen en/of uithalen van middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of over het (financieel en/of technisch en/of logistiek) beheren en/of promoten van de (darkweb) single vendor shop Heineken Express en/of accounts/vendorshop HeinekenExpress op een of meer darkweb marktplaatsen en/of door het beheren van die (darknet) accounts en/of vendorshop HeinekenExpress (AMB-079), en/of
voorwerpen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen,
te weten:
- een of meer telefoon(s) en/of simkaarten (AMB-058, AMB-062), en/of
- een of meer laptop(s) ( [nummer proces-verbaal 3] , [nummer proces-verbaal 4] ), en/of
- een of meer USB-sticks ( [nummer proces-verbaal 5] ), en/of
- bitcoins en/of andere cryptovaluta ( [nummer proces-verbaal 9] , AMB-060, [nummer proces-verbaal 10] a+b) en/of
- een of meer (luchtkussen)enveloppen en/of gripzakjes en/of (ander) verpakkingsmateriaal (IBN-A007+a, IBN-A-008f), en/of
- handleidingen Heineken Express en/of modelformulieren communicatie met klanten en/of (sjablonen van) briefjes om bij een bestelling te voegen, en/of
- goederen verkregen via de labshop (waaronder 120 liter DMF en/of 377 liter kaliumcarbonaat en/of buchner trechters en/of filtreerpapier en/of bekerglazen en/of afzuigflessen en/of een volgelaatsmasker) (AMB-067)
voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit.
2. Ontvankelijkheid van de officier van justitie
Verjaring vanwege minderjarigheid verdachte
De officier van justitie beschuldigt de verdachte, onder meer, van het plegen van strafbare feiten gedurende een periode dat de verdachte nog minderjarig was. De verdachte is geboren op 23 november 1999. Dit betekent dat de verdachte meerderjarig is geworden op 23 november 2017. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of het recht van het Openbaar Ministerie om de verdachte te vervolgen voor de strafbare feiten die de verdachte volgens het Openbaar Ministerie zou hebben gepleegd in de periode tussen 1 januari 2015 en 23 november 2017 niet reeds is vervallen in verband met de wettelijke verjaringstermijnen. De rechtbank overweegt in dit kader als volgt.
In artikel 70 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is de verjaringstermijn vermeld voor verschillende soorten feiten. Kortgezegd en voor zover hier relevant, betreft dit:
Uit artikel 77d Sr, in relatie gelezen met artikel 77a Sr, volgt dat de verjaringstermijn van het recht tot strafvordering, genoemd in artikel 70 Sr, ten aanzien van misdrijven tot de helft van de daar bedoelde duur wordt ingekort in het geval van vervolging van minderjarigen.
In deze zaak wordt de verdachte beschuldigd van het medeplegen van opzetwitwassen en/of gewoontewitwassen (feit 1 primair), schuldwitwassen (feit 1 subsidiair) en het plegen van voorbereidingshandelingen ten aanzien van de misdrijven in artikel 10 lid 4 en 5 van de Opiumwet (feit 2). Op opzetwitwassen staat een maximumstraf van zes jaren, op gewoontewitwassen acht jaren, op schuldwitwassen twee jaren en op voormelde voorbereidingshandelingen zes jaren.
Het voorgaande brengt voor de beschuldigingen – voor zover deze gepleegd zijn gedurende de periode dat de verdachte nog minderjarig was – met zich dat ten aanzien van het opzetwitwassen en de voorbereidingshandelingen sprake is van een verjaringstermijn van zes jaren, ten aanzien van het gewoontewitwassen een termijn van tien jaren en ten aanzien van het schuldwitwassen een termijn van drie jaren.
De verjaringstermijn ving – conform artikel 71 Sr – voor deze feiten aan op de dag na die waarop het feit zou zijn gepleegd. Nu uit het dossier niet duidelijk is geworden op welke concrete strafbare handelingen in de periode 1 januari 2015 tot 23 november 2017 acht moet worden geslagen, gaat de rechtbank bij de verjaringstermijn zowel uit van de eerste datum: de start van de tenlastegelegde periode als van de tweede datum: de dag waarop de verdachte meerderjarig is geworden. Dit brengt met zich dat de verjaringstermijn liep, voor zover die zouden zijn gepleegd tijdens de minderjarigheid van de verdachte:
De rechtbank stelt verder vast dat de doorzoekingen op 13 maart 2023 de eerste daad van vervolging betroffen en dat hiernaast geen andere stuitingshandelingen zoals bedoeld in artikel 72 Sr hebben plaatsgevonden.
Het voorgaande brengt met zich dat – voor zover de tenlastelegging ziet op de periode tussen 1 januari 2015 en 23 november 2017 – het Openbaar Ministerie wegens verjaring niet langer het recht heeft om de verdachte te vervolgen voor het vermeende schuldwitwassen. Voor het opzetwitwassen, en de voorbereidingshandelingen heeft het Openbaar Ministerie niet langer het recht om de verdachte te vervolgen tussen 1 januari 2015 en 13 maart 2017. Het Openbaar Ministerie heeft dit recht wel ten aanzien van de periode tussen 1 januari 2015 en 23 november 2017 met betrekking tot het gewoontewitwassen.
Conclusie
De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van het schuldwitwassen dat vermeend heeft plaatsgevonden tussen 1 januari 2015 en 23 november 2017 en het opzetwitwassen en de voorbereidingshandelingen die vermeend plaats hebben gevonden tussen 1 januari 2015 en 13 maart 2017.
3. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor alle feiten. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft partiele vrijspraak bepleit voor de beschuldigingen. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring
Bewezen is dat:
1.
hij in de periode van 1 mei 2017 tot en met 13 maart 2023, in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, van voorwerpen, te weten:
- $58.495 in Bitcoin en $1.736 in Litecoin en $43.815 in Monero (ontvangen op het Binance account van die [verdachte] in de periode van 30-01-21 t/m 14-03-21)
- 39.784 EUR (contante stortingen)
- circa $60.000 Bitcoin en/of Tether en/of Tron (beslag Exodus wallet)
a. a) de herkomst heeft verhuld en heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op genoemde voorwerpen was/waren, en heeft verhuld wie genoemde voorwerpen voorhanden heeft/hebben gehad, en
b) heeft verworven en voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededaders wisten, dat bovenomschreven voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf,
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededaders van het plegen van dat feit een gewoonte heeft/hebben gemaakt;
2.
hij in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2021, in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk verkopen en vervoeren,
van cocaïne en MDMA en LSD en amfetamine, vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- voorwerpen, stoffen, en betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededaders, wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door met meerdere (onbekend gebleven) personen berichten uit te wisselen en afspraken te maken over het afhandelen van bestellingen en uitvoer en vervoer van middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en over het (financieel, technisch en logistiek) beheren en promoten van de (darkweb) single vendor shop Heineken Express en accounts op darkwebmarktplaatsen en door het beheren van die accounts en de vendorshop HeinekenExpress, en
voorwerpen en betaalmiddelen, te weten:
- een telefoon, en
- laptops, en
- USB-sticks, en
- cryptovaluta, en
- ( luchtkussen)enveloppen en gripzakjes en ander verpakkingsmateriaal, en
- handleidingen van Heineken Express en modelformulieren communicatie met klanten en (sjablonen van) briefjes om bij een bestelling te voegen
voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededaders wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit.
Bewijsmiddelen en motivering feit 2
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de beschuldigingen conform de bewezenverklaring van feit 2 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
1. Verklaring van de verdachte
2. Proces-verbaal van de politie, Onderzoek telefoon Samsung Galaxy S22 [verdachte]
3. Proces-verbaal van de politie, Nader onderzoek Samsung telefoon [verdachte]
4. Proces-verbaal van de politie, Onderzoek laptop HP Envy [verdachte]
5. Proces-verbaal van de politie, Onderzoek Asus-laptops en Nokia telefoon
6. Proces-verbaal van de politie, Onderzoek USB-sticks [verdachte]
7. Proces-verbaal van de politie, Onderzoek goederen gerelateerd aan drugs
8. Proces-verbaal van de politie, Forensisch onderzoek vingerafdrukken
9. Proces-verbaal van de politie, Bevindingen Binance-gegevens
10. Proces-verbaal van de politie, Onderzoek HeinekenExpress BTC-cluster
11. Proces-verbaal van de politie, Onderzoek crypto in Samsung telefoon [verdachte]
Bewijsoverwegingen labshop en periode
De rechtbank overweegt hierbij dat de verdachte wordt vrijgesproken van het voorhanden hebben van goederen via de labshop voor de (inter)nationale verkoop van verdovende middelen. Het kan namelijk niet zonder meer worden uitgesloten dat deze goederen bestemd waren voor het legaal produceren van research chemicals, zijnde psychoactieve stoffen die niet op de Opiumwet-lijsten geplaatst zijn.
Voor wat betreft de bewezenverklaarde periode stelt de rechtbank vast dat het dossier voor een bewezenverklaring van het strafbare feit voor 1 januari 2019 geen bewijsmiddelen bevat.
Bewijsmiddelen feit 1
De bewezenverklaring van feit 1 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
12. Verklaring van de verdachte
U houdt mij het zaaksdossier voor en vraagt mij naar mijn betrokkenheid bij HeinekenExpress.
Ik ben tussen 2019 en 2021 betrokken geweest bij HeinekenExpress. Ik verrichtte technische werkzaamheden. Ik werkte met anderen samen. Ik schreef ook handleidingen en soms was ik verantwoordelijk voor het afhandelen van orders en het versturen van enveloppen. Ik wist dat HeinekenExpress zich bezighield met de handel in drugs.
U vraagt mij wat mijn betrokkenheid was bij de Binance-rekening die volgens de FIOD cryptovaluta ontving van het HeinekenExpress-cluster.
Ik heb dat Binance-account gemaakt en in beheer gehad. Ik weet denk ik wel waar de crypto vandaan kwam. Ik had het vermoeden dat het van HeinekenExpress kwam. Ik kreeg vanuit HeinekenExpress ook de opdrachten om de crypto die op dat account binnenkwam door te sturen en dat deed ik dan ook. Dat geld stond er altijd maar heel kort op. Ik gebruikte het mailadres deslindeman@gmail.com. Ik wist wel dat dit niet in de haak was.
U vraagt mij naar de Exodus-wallet die is gevonden op mijn telefoon.
Ik heb mensen ontmoet via HeinekenExpress en voor hen deed ik nog dingen. Ik moest een van die mensen helpen met een Bitcointransactie. Ik heb op mijn telefoon ingelogd op die wallet. Ik heb geadviseerd om een katvanger te gebruiken.
U vraagt mij of ik wist dat deze situatie met de Exodus-wallet geen zuivere koffie was.
Ja, ik wist dat het niet klopte.
U vraagt mij naar de contante stortingen die op mijn ING-rekening plaatsvonden.
Ik leerde in die tijd dus veel mensen kennen uit het HeinekenExpress-circuit. Toen is mij vaak gevraagd om contant geld op mijn rekening te storten. Ik kreeg het geld in handen, stortte dat op mijn eigen rekening en stuurde dat geld dan in opdracht weer door naar anderen. Het waren telkens bedragen van € 1.000,- tot € 1.500,-. Ik heb niet gevraagd waar het geld vandaan kwam, maar ik wist wel dat het niet goed zat.
13. Proces-verbaal van de politie
17 februari 2022
Het volgende bitcoindepositadres van Binance werd gebruikt door HeinekenExpress:
[adres 2] .
Aan dit depositadres was het mailadres [mailadres] gekoppeld.
Het account heeft nagenoeg geen balans.
Ik zie dat er vanaf 30 januari 2021 t/m 26 maart 2021 $58.495 in Bitcoin is gestort op dit Binance account.
Ik zie dat er vanaf 24 februari 2021 t/m 12 maart 2021 $1.736 in Litecoin is gestort op dit Binance account.
Ik zie dat er vanaf 17 februari 2021 t/m 14 maart 2021 $43.815 in Monero is gestort op dit Binance account.
14. Proces-verbaal van de politie
lk zag dat er vanaf het HeinekenExpress cluster volgens een bepaald patroon Bitcoin werd overgemaakt naar het bc1ql9 cluster. Wat opviel is dat er vanuit het bc1ql9 cluster vanaf 28 juli 2022 op wekelijkse basis een transactie plaatsvond naar het adres [adres 3] .
15. Proces-verbaal van de politie
Op 13 maart 2023 is bij [verdachte] een Samsung Galaxy S22 in beslag genomen. Ik heb de telefoon bekeken en zag dat er een Exodus Wallet op stond. Toen ik deze opende zag ik Bitcoin (BTC), Tether (USDT) en Tron (TRX) ter waarde van ongeveer 60.000 US Dollar op de wallet staan. Aan de Exodus-wallet was het adres [adres 3] verbonden.
16. Proces-verbaal van de politie
Er is onderzoek gedaan naar de bankrekening met rekeningnummer [rekeningnummer] van [verdachte] . Ik zag in de bankmutaties dat € 39.784,- was gestort op de ING rekening van [verdachte] in de periode van 11 mei 2017 tot en met 24 juni 2022.
Bewijsmotivering feit 1
Aanleiding strafzaak
Uit onderzoek van de politie bleek dat ‘HeinekenExpress’ verdovende middelen, waaronder MDMA, LSD, cocaïne en amfetamine, verkocht op verschillende darkwebmarktplaatsen en via een single vendor shop (eigen website). Deze verdovende middelen werden vervolgens via reguliere postbedrijven internationaal verzonden.
Klanten betaalden HeinekenExpress met cryptovaluta. Door middel van Chainalysis (cryptovaluta analyse software), is een cluster van cryptovaluta adressen geïdentificeerd dat gekoppeld kan worden aan HeinekenExpress. Vervolgens is in kaart gebracht waar de cryptovaluta vanaf dit cluster naartoe werd gestuurd, waardoor ook de verdachte in beeld is gekomen.
Chainalysis
De verdediging heeft aangevoerd dat het onderzoek naar de cryptovaluta adressen door middel van Chainalysis onvoldoende betrouwbaar is om als dragend bewijs te dienen voor de bedragen in de beschuldiging. De rechtbank verwerpt dit verweer. In de jurisprudentie van witwaszaken wordt de clusteringheuristiek die door Chainalysis wordt gebruikt geaccepteerd als betrouwbare onderzoeksmethode. De verdediging heeft geen concrete aanknopingspunten aangevoerd op basis waarvan in deze zaak tot een andere conclusie zou moeten worden gekomen. De rechtbank ziet dan ook geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de bevindingen van het Chainalysis-onderzoek.
Binance-rekening met Bitcoin, Litecoin en Monero
De verdachte heeft ter zitting bekend dat hij in opdracht van HeinekenExpress een Binance-account heeft aangemaakt en beheerd. Aan dit Binance-account was het cryptovaluta adres eindigend op -fHg7 gekoppeld. Vanuit het HeinekenExpress-cluster werd cryptovaluta gestort op dit adres. Op dit account is in de periode tussen 30 januari 2021 en 14 maart 2021 ongeveer $ 100.000,- aan Bitcoin, Litecoin en Monero gestort. Niet kan worden vastgesteld hoeveel van deze cryptovaluta afkomstig is uit het HeinekenExpress-cluster.
Hoewel het aannemelijk is dat de cryptovaluta (on)middellijk afkomstig is uit de verkoop van verdovende middelen, kan – mede gelet op de verklaring van de verdachte ter terechtzitting – niet worden uitgesloten dat in ieder geval een deel van de cryptovaluta een andere (illegale) herkomst heeft. Mede hierom kan geen specifiek gronddelict worden geïdentificeerd waaruit de volledige cryptosom afkomstig is. Desondanks is er vanwege het verband met HeinekenExpress wel sprake van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen. De verdachte heeft geen verklaring gegeven op basis waarvan op enige wijze aannemelijk is geworden dat de cryptovaluta een legale herkomst had, te meer nu hij zelf heeft verklaard te hebben geweten dat het ‘niet goed zat’. Het witwasvermoeden is daarom niet ontzenuwd. Gelet hierop wordt uitgesloten dat de cryptovaluta een legale herkomst had.
De rechtbank verwerpt hiermee ook het verweer van de verdediging dat de verdachte niet zou hebben geweten dat de cryptovaluta uit misdrijf afkomstig was. De verdachte heeft naar eigen zeggen deze Binance-rekening op verzoek aangemaakt voor HeinekenExpress – een groep waar hij onderdeel van was, waarvan hij wist dat die handelde in verdovende middelen en van wie hij betaald kreeg in cryptovaluta. Naar eigen zeggen maakte hij daarnaast handleidingen hoe de site moest worden gebruikt, was hij troubleshooter voor de website(s) en verzond hij soms zelf de verdovende middelen. De verdachte heeft hiermee op zijn minst bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de cryptovaluta afkomstig was uit enig misdrijf.
De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van het witwassen van de cryptovaluta op de Binance-rekening.
Exodus-wallet
Tijdens de doorzoeking van de woning van de verdachte is een telefoon in beslag genomen met daarop een Exodus cryptowallet met daarin ongeveer $ 60.000,- aan cryptovaluta op een adres eindigend op -rcd6. Wederom kan worden vastgesteld dat deze wallet cryptovaluta ontving van HeinekenExpress, maar kan niet worden vastgesteld hoeveel dit is geweest. Net als bij het Binance-account is sprake van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen, gelet op het verband met HeinekenExpress. De verdachte heeft eerst geen verklaring gegeven. Eerst op zitting heeft hij verklaard dat hij toegang had gekregen tot deze Exodus wallet om een know-your-customer (KYC) probleem met een cryptotransactie op te lossen voor iemand die hij kende uit hetzelfde circuit als waarin de leden van HeinekenExpress zich bevonden. De oplossing die de verdachte had aangeboden, was om een katvanger te gebruiken om de exchange die vroeg om deze informatie te misleiden. Deze verklaring is niet controleerbaar. Het witwasvermoeden is dus niet ontzenuwd. Gelet hierop wordt uitgesloten dat de cryptovaluta een legale herkomst had.
De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte niet wist dat deze cryptovaluta uit misdrijf afkomstig was. De rechtbank verwerpt dit verweer. De verdachte heeft bekend dat hij wist dat het niet klopte. Een en ander doet de rechtbank concluderen dat de verdachte ook hier minst genomen de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de cryptovaluta uit misdrijf afkomstig was.
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het witwassen van de cryptovaluta die aanwezig was in de Exodus-wallet op het moment van inbeslagname.
Tot aan maart 2023 is in deze Exodus-wallet in totaal ongeveer 1.6 miljoen aan cryptovaluta binnengekomen. De verdachte wordt er ook van beschuldigd dat hij dit bedrag heeft witgewassen. De rechtbank zal de officier van justitie niet volgen in deze beschuldiging. Hoofdzakelijk is daarbij van belang dat uit het dossier niet is gebleken gedurende welke periode de verdachte daadwerkelijk toegang had tot deze Exodus-wallet en hoeveel van deze 1.6 miljoen aan cryptovaluta binnen die periode zou zijn binnengekomen in de wallet. De verdachte heeft zelf ontkend dat hij van deze 1.6 miljoen aan cryptovaluta op de hoogte was. Enkel kan worden vastgesteld dat de verdachte toegang had tot de wallet op het moment dat daar de voornoemde $ 60.000,- aan cryptovaluta in zat. De verdachte zal daarom van het witwassen van deze 1.6 miljoen aan cryptovaluta worden vrijgesproken.
Contante stortingen
In totaal werd er tussen mei 2017 en juni 2022 € 39.784,90 aan contant geld op de ING-rekening van de verdachte gestort. De verdachte heeft hierover verklaard dat hij dit geld in opdracht van mensen uit het HeinekenExpress-circuit heeft gestort, niet heeft gevraagd waar het geld vandaan kwam, maar wel wist dat het niet goed zat. De verdachte kreeg daarnaast opdrachten om het geld op zijn rekening te storten en vervolgens door te boeken, of moest aan anderen vragen of zij datzelfde wilden doen tegen een betaling van € 50,-.
Gelet op de omstandigheden waaronder deze contante stortingen plaatsvonden en de context van de onderhavige zaak is er volgens de rechtbank sprake van een gerechtvaardigd witwasvermoeden. De verdachte heeft geen verklaring gegeven die duidt op een legale herkomst van deze stortingen. Het witwasvermoeden is dus niet ontzenuwd. Gelet hierop wordt uitgesloten dat de gelden een legale herkomst hadden. De verdachte heeft bekend dat hij wist dat het niet goed zat. Een en ander doet de rechtbank concluderen dat de verdachte ook hier minst genomen de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het geld dat de verdachte contant heeft gestort uit misdrijf afkomstig was.
Laboratoriumleveranciers
De verdachte wordt ervan beschuldigd dat hij in de periode tussen april 2022 en juli 2022 € 4.893,- heeft witgewassen door in totaal dit bedrag uit te geven aan laboratoriumgereedschap en precursoren. De verdachte heeft zelf verklaard dat hij dit geld had ontvangen om spullen te kopen waarmee research chemicals, zijnde psychoactieve stoffen die niet op de Opiumwet-lijsten geplaatst zijn, geproduceerd zouden worden. De verdachte wilde niet verklaren van wie hij de gelden had ontvangen. De rechtbank concludeert dat er, gelet op de context van de onderhavige zaak, sprake is van een gerechtvaardigd witwasvermoeden. Desalniettemin vindt de verklaring van de verdachte in zoverre voldoende ondersteuning in de rest van het dossier, dat niet zonder meer kan worden uitgesloten dat deze gelden een (op dat moment) legale herkomst hadden.
De verdachte zal dus worden vrijgesproken van het witwassen van dit geldbedrag.
Gewoonte
De verdachte heeft op verschillende manieren, met opmerkelijke frequentie van handelen en gedurende een periode van enkele jaren een aanzienlijk geldbedrag witgewassen. Om deze redenen is in de visie van de rechtbank door de verdachte een gewoonte gemaakt van het witwassen.
4. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie-uitsluitingsgrond
Door de verdediging is subsidiair aangevoerd dat, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt van het witwassen van de voornoemde crypto, deze crypto uit eigen misdrijf afkomstig moet zijn geweest, maar dat geen handeling is verricht die gericht is op het verhullen van de illegale herkomst van deze cryptovaluta. Volgens de verdediging moet hierdoor de kwalificatie-uitsluitingsgrond worden toegepast en moet voor dit deel van de bewezenverklaring ontslag van alle rechtsvervolging volgen.
De rechtbank stelt voorop dat noch de tekst van de artikelen 420bis en 420ter Sr noch de wetsgeschiedenis eraan in de weg staan dat iemand die een in die bepaling omschreven gedraging verricht, ten aanzien van een voorwerp dat afkomstig is uit enig door hemzelf begaan misdrijf, wordt veroordeeld wegens witwassen. Dit betekent echter niet dat elke gedraging die deze artikelen is omschreven, onder alle omstandigheden de kwalificatie witwassen rechtvaardigt. Uit de wetsgeschiedenis volgt namelijk dat, in het geval het witwassen de opbrengsten van eigen misdrijf betreft, van de witwasser een handeling wordt gevergd die erop is gericht om zijn criminele opbrengsten veilig te stellen. Gelet hierop moet worden aangenomen dat het enkele verwerven of voorhanden hebben van een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit een door verdachte begaan misdrijf niet als witwassen kan worden gekwalificeerd, indien geen gedraging uit het bewijs volgt die een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat door eigen misdrijf verkregen voorwerp gericht karakter heeft.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is het aannemelijk geworden dat de onder feit 1 bewezenverklaarde cryptovaluta afkomstig zijn uit een door verdachte zelf (in vereniging) begaan misdrijf, namelijk de verboden handel in verdovende middelen, en is bewezen verklaard dat de verdachte deze cryptovaluta heeft witgewassen door deze voorhanden te hebben gehad. De vervolgvraag is of de verdachte ook verhullende handelen heeft verricht ten opzichte van deze cryptovaluta.
Deze vraag beantwoordt de rechtbank negatief ten aanzien van de (omgerekend) ongeveer $ 60.000,- aan cryptovaluta die in de Exodus-wallet op de telefoon van de verdachte is aangetroffen. De rechtbank heeft met betrekking tot deze cryptovaluta niet kunnen vaststellen dat de verdachte één of meer handelingen heeft verricht die gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van deze cryptovaluta. Het enkele voorhanden hebben van deze cryptovaluta is in dat kader onvoldoende.
Dit is anders ten opzichte van de (omgerekend) ongeveer $ 100.000,- aan Bitcoin, Litecoin en Monero die op de Binance-rekening zijn binnengekomen. Ten aanzien hiervan is er sprake geweest van verhullende handelingen. Op het moment dat de Binance-rekening tijdens het politieonderzoek werd geraadpleegd, stond er nagenoeg geen saldo meer op. Deze $ 100.000,- aan cryptovaluta was in de periode voorafgaand aan de controle reeds doorgeboekt naar verschillende andere cryptoadressen. Mede gelet op de versluierde aard van deze cryptogeldstromen, ziet de rechtbank dit als gericht op het verhullen van de criminele herkomst van deze cryptovaluta. Het verweer wordt ten opzichte van dit deel van de bewezenverklaring dan ook verworpen.
Conclusie
De kwalificatie-uitsluitingsgrond is van toepassing op de bewezenverklaarde handeling van het voorhanden hebben van de $ 60.000,- aan crypto in de Exodus wallet. Dit onderdeel kan niet gekwalificeerd worden en levert daarom geen strafbaar feit op. Met betrekking tot dit deel van de bewezenverklaring zal de verdachte worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
1. Medeplegen van gewoontewitwassen;
2. Medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen, stoffen en betaalmiddelen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
5. Straffen
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en daaraan verbonden een proeftijd voor de duur van 2 jaren.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft, mede gelet op de gevoerde bewijsverweren, verzocht om het onvoorwaardelijke deel van een eventuele gevangenisstraf te beperken tot de duur van het voorarrest.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft gedurende een periode van twee jaar in samenwerking met anderen een behoorlijk bedrag aan crypto en gelden witgewassen en voorbereidingshandelingen verricht voor de internationale handel in verdovende middelen via het darkweb. De verdachte verrichtte in het kader van deze handel met name technische werkzaamheden, maar heeft zelf ook verdovende middelen voorhanden gehad en verstuurd. Mede door het optreden van de verdachte konden de verdachte en zijn (onbekend gebleven) medeverdachten gedurende deze periode in anonimiteit handelen en hun inkomsten verbergen. Met zijn gedragingen heeft de verdachte indirect personen blootgesteld aan de zeer ernstige gezondheidsrisico’s van verdovende middelen. Van de handel in verdovende middelen is bovendien algemeen bekend dat dit steeds meer gepaard gaat met andere, zwaardere vormen van criminaliteit. De rechtbank rekent de verdachte dit alles aan.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 16 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Reclasseringsrapport
De reclassering heeft een rapport opgesteld over de verdachte d.d. 6 februari 2026. Kortgezegd stelt de reclassering dat de verdachte een belaste voorgeschiedenis heeft, maar zich desondanks op dit moment in een stabiele situatie bevindt.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 13 maart 2023, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van ongeveer 35 maanden verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden met 11 maanden. De rechtbank zal deze overschrijding van de redelijke termijn compenseren door middel van strafvermindering.
Oplegging straffen
Straffen
Gelet op de ernst van de strafbare feiten kan geen andere strafsoort worden toegepast dan een gevangenisstraf. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd, zoals dit tot uitdrukking komt in de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf.
De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden (480 dagen) in beginsel passend en geboden. Tegelijkertijd ziet de rechtbank dat de bewezenverklaarde feiten hebben plaatsgevonden in een uiterst kwetsbare periode van het leven van de verdachte en dat de verdachte op het moment dat hij werd aangehouden al geruime tijd was gestopt met zijn criminele handelen. Hierbij houdt de rechtbank ook rekening met de jonge leeftijd van de verdachte ten tijde van de bewezenverklaarde handelingen. Sindsdien is de verdachte bovendien niet meer in aanraking gekomen met justitie voor andere strafbare feiten en heeft hij stappen gezet om zijn leven te beteren. De verdachte heeft werk gevonden en is bezig met een opleiding. De rechtbank acht het niet opportuun om deze positieve ontwikkelingen te doorbreken door de verdachte terug naar de gevangenis te sturen.
De rechtbank zal het onvoorwaardelijke deel van deze gevangenisstraf daarom beperken tot de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, zijnde 255 dagen. Het restant van de gevangenisstraf zal de rechtbank voorwaardelijk opleggen, met daaraan verbonden een proeftijd voor de duur van twee jaren. Het voorwaardelijke strafdeel heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. Dit betekent dat de verdachte niet terug naar de gevangenis hoeft, tenzij hij gedurende de proeftijd weer de fout in gaat.
Daarnaast acht de rechtbank een taakstraf voor de duur van 180 uren passend. Vanwege de voornoemde overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank deze taakstraf echter verminderen tot 150 uren.
Samenvatting
De rechtbank zal aan de verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 480 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 225 dagen voorwaardelijk, en daaraan verbonden een proeftijd voor de duur van twee jaren. Daarnaast wordt aan de verdachte opgelegd een taakstraf voor de duur van 150 uren.
6. In beslag genomen voorwerpen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd worden verklaard.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft gesteld zich te zullen refereren aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Onder de verdachte is een hoeveelheid Bitcoin en Tether (USDT) met (na omzetting) een geschatte waarde van € 43.496,79 in beslag genomen. Dit betreft een deel van de cryptovaluta die in de Exodus-wallet zat op het moment dat deze in beslag werd genomen.
De verdachte is ontslagen van alle rechtsvervolging ten opzichte van het witwassen van deze cryptovaluta, zodat er geen grond bestaat om deze cryptovaluta verbeurd te verklaren. De verdachte heeft echter verklaard dat deze cryptovaluta niet van hem zijn. De rechtbank beslist daarom tot de bewaring van de in beslag genomen cryptovaluta ten behoeve van de rechthebbende, waarbij wordt opgemerkt dat op basis van het dossier en de terechtzitting thans geen persoon als rechthebbende kan worden aangemerkt.
7. Voorlopige hechtenis
De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 22 november 2023 geschorst tot aan de einduitspraak in eerste aanleg. Gelet op de op te leggen straf zal de rechtbank het geschorste bevel voorlopige hechtenis opheffen.
8. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht en artikel 10a van de Opiumwet.
9. Beslissingen
De rechtbank:
Voorvragen
verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van feit 1 primair (voor zover dit ziet op opzetwitwassen) en feit 2, voor zover tenlastegelegd voor de periode tussen 1 januari 2015 en 13 maart 2017;
verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van feit 1 subsidiair voor zover dit ziet op schuldwitwassen voor de periode tussen 1 januari 2015 en 23 november 2017.
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het onder feit 1, gedachtestreepje 4 bewezenverklaarde witwassen van de cryptovaluta geen strafbaar feit oplevert en ontslaat de verdachte ten opzichte van dat onderdeel van alle rechtsvervolging;
stelt voor het overige vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 4.2 genoemde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 480 dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 150 uren, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 dagen;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, te weten 225 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd. Dit brengt met zich dat de verdachte in het kader van deze strafzaak niet terug gaat in detentie, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaren, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande algemene voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
In beslag genomen voorwerpen
beveelt de bewaring van de inbeslaggenomen cryptovaluta ten behoeve van de rechthebbende;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst.
10. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. H. van den Heuvel, voorzitter,
en mrs. J.F. Koekebakker en D.F. Smulders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.S. Westhof, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 25 februari 2026.
Mr. D.F. Smulders is niet in staat om dit vonnis mede te ondertekenen.