Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-118982-25
Datum uitspraak: 2 maart 2026
Datum zitting: 16 februari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1987 in [gebpoorteplaats]
ingeschreven op het adres [adres 1], [postcode] te [plaatsnaam].
Advocaat van de verdachte: mr. V. Poelmeijer
Officier van justitie: mr. H.H. Balk
Kern van het vonnis
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het vervoeren, afleveren en verwerken van bijna 160 kilo cocaïne. Deze cocaïne zat deels verpakt in de buik van dode vissen en deels in doorzichtige zakken in koffers. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 32 maanden.
1. Tenlastelegging
1 subsidiair
De officier van justitie beschuldigt primair de verdachte ervan dat hij - samengevat – samen met anderen 159,53 kilo cocaïne heeft bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd dan wel aanwezig heeft gehad, of althans dat hij medeplichtig hieraan is geweest.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1 primair hij in of omstreeks de periode van 25 juli 2024 tot en met 8 augustus 2024 te Rotterdam,althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,(meermalen) (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,ongeveer 159,53 kilo, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of één of meer tot op heden onbekend gebleven verdachte(n) in of omstreeks de periode van 25 juli 2024 tot en met 8 augustus 2024 te Rotterdam, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,(meermalen) (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,ongeveer 159,53 kilo, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
tot welk misdrijf, hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 25 juli 2024 tot en met 8 augustus 2024 te Diemen en/of Hazerswoude-Dorp en/of Rotterdam, althans in Nederland(meermalen) (telkens) opzettelijk behulpzaam was bij het plegen van bovengenoemd misdrijf en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en /of inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van bovengenoemd misdrijf door:-met één of meer medeverdachte(n) te chatten over het huren van een vriesaanhanger en/of over andere zaken/taken die betrekking hebben op het gepleegde misdrijf,-een voertuig (met kenteken [kenteken 1]) te huren,
-met voornoemd voertuig bevroren vissen met daarin verstopt één of meer pakket(ten) cocaïne op te halen bij Lelieveld Transport B.V.,-met voornoemd voertuig bevroren vissen met daarin verstopt één of meer pakket(ten) cocaïne te vervoeren naar de [adres 2], althans de nabije omgeving van die straat,-één of meer pakket(ten) cocaïne te verwijderen uit bevroren vissen en/of-één of meer (andere) werkzaamhe(i)d(en) te verrichten.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor feit 1 primair. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit . Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring, bewijsmiddelen en motivering
Bewezen is dat:
Feit 1 primair
hij in de periode van 25 juli 2024 tot en met 8 augustus 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen opzettelijk heeft verwerkt en afgeleverd en vervoerd, ongeveer 159,53 kilo, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Proces-verbaal van de politie
Op 8 augustus 2024 werd een onderzoek ingesteld naar het pand aan de [adres 2]. [medeverdachte 1] verklaarde dat hij het pand huurde. Op de begane grond werden diverse dozen met bevroren vissen aangetroffen. Tevens werd op de begane grond een met water gevuld bassin met daarin vissen aangetroffen. Op de eerste verdieping werden achter een schot diverse koffers aangetroffen. In deze koffers werden diverse doorzichtige tassen met daarin wit poeder aangetroffen. Uit onderzoek bleek dat in de buik van alle grote vissen een pakket zat met wit poeder. In totaal werden 68 grote vissen met daarin pakketten met wit poeder aangetroffen.
2. Proces-verbaal van de politie
Tijdens de doorzoeking in het pand aan de [adres 2] op 8 augustus 2024 zijn de volgende sporen veiliggesteld en voorzien van een SIN:
Zak 1 aangetroffen in vis SIN: AARY8531NL;
Zak 2 aangetroffen in vis SIN: AARY8532NL;
Zak 3 aangetroffen in vis SIN: AARY8533NL;
Zak 1 uit koffer 1 SIN: AARY8526NL;
Zak 2 uit koffer 2 SIN: AARY8527NL;
Zak 3 uit koffer 3 SIN: AARY8528NL;
Zak 4 uit koffer 4 SIN: AARY8529NL; en
Zak 5 uit koffer 5 SIN: AARY8530NL.
3. Proces-verbaal van de politie
Tijdens de doorzoeking in het pand aan de [adres 2] op 8 augustus 2024 zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:
65 geprepareerde diepgevroren vissen voorzien van zo’n 860 gram bruto witte substantie. 3 pakketjes uit de vissen zijn voor monstering meegegaan met de FO; en
20 zakken van zo’n 5 kilo per stuk afkomstig uit de 5 aangetroffen koffers op de eerste verdieping in de verborgen ruimte. 5 zakken zijn veiliggesteld door de FO op sporen en monsterneming.
4. Deskundigenverslag
Het spoor met kenmerk AARY8526NL (poeder en brokvormig, wit, uit 4980 gram;
aantal bemonsteringen in onderzoek: een) bevat cocaïne.
5. Deskundigenverslag
Het spoor met kenmerk AARY8527NL (poeder en brokvormig, wit, uit 4998 gram;
aantal bemonsteringen in onderzoek: een) bevat cocaïne.
6. Deskundigenverslag
Het spoor met kenmerk AARY8528NL (poeder en brokvormig, wit, uit 4964 gram;
aantal bemonsteringen in onderzoek: een) bevat cocaïne.
7. Deskundigenverslag
Het spoor met kenmerk AARY8531NL (poeder en brokvormig, wit, uit 795 gram; aantal
bemonsteringen in onderzoek: een) bevat cocaïne.
8. Deskundigenverslag
Het spoor met kenmerk AARY8532NL (poeder en brokvormig, wit, uit 1015 gram;
aantal bemonsteringen in onderzoek: een) bevat cocaïne.
9. Deskundigenverslag
Het spoor met kenmerk AARY8533NL (poeder en brokvormig, wit, uit 766 gram; aantal
bemonsteringen in onderzoek: een) bevat cocaïne.
10. Deskundigenverslag
Het spoor met kenmerk AARY8529NL (poeder en brokvormig, wit, uit 4154 gram; aantal
bemonsteringen in onderzoek: vijf) bevat cocaïne.
11. Deskundigenverslag
Het spoor met kenmerk AARY8530NL (poeder en brokvormig, wit, uit 4994 gram; aantal
bemonsteringen in onderzoek: een) bevat cocaïne.
12. Proces-verbaal van de politie
Tijdens de doorzoeking aan het pand aan [adres 2] op 8 augustus 2024 zijn de volgende sporen veiliggesteld en voorzien van een SIN:
Werkhandschoen SIN: AARD1695NL;
Werkhandschoen SIN: AARD1694NL; en
Handgrepen en ritsen koffer 4 SIN: AARM9976NL.
13. Proces-verbaal van de politie
Op 8 augustus 2024 kwam ik voor forensisch onderzoek aan op [adres 2]. Ik zag een opzetzwembad staan. Ik zag dat in dit opzetzwembad enkel de restanten van vermoedelijk vis aanwezig was. Ik zag naast het opzetzwembad een vuilniszak die was gevuld met verpakkingsmateriaal en enkele zwarte latex handschoenen. Dit verpakkingsmateriaal was soortgelijk aan de verpakking van de witte poedersubstantie dat in de vissen aanwezig was. Er kwam eveneens een visgeur van dit verpakkingsmateriaal af.
Achter het opzetzwembad en op de balustrade van het trapgat zag ik meerdere werkhandschoenen en een mes liggen. Ik heb een werkhandschoen achter het opzetzwembad bemonsterd en voorzien van SIN: AARD1695NL. In de ruimte die was ingericht als woonkamer zag ik meerdere koffers op de vloer liggen. Ik zag dat een koffer open stond en hierin vier plastic zakken aanwezig waren welke waren voorzien van een witte poedersubstantie. Ik zag dat achter de dubbele wand vier koffers aanwezig waren. Ik zag dat in elke koffer meerdere plastic zakken aanwezig waren welke waren voorzien van een witte poedersubstantie. Ik heb de handgrepen en ritsen van koffer 4, voorzien van SIN: AARM9976NL. Verder zag ik werkhandschoenen op een kartonnen doos nabij dubbele wand, SIN AARM9964NL. Deze handschoen is bemonsterd en voorzien van SIN: AARD1694NL.
14. Deskundigenverslag
SIN
Spoor
DNA kan afkomstig zijn van:
Bewijskracht
AARD1695NL; AARM9958NL
Werkhandschoen
Minimaal vier personen:
- [medeverdachte 1]
- [medeverdachte 3]
- Minimaal twee andere personen
- Meer dan 1 miljard
- Meer dan 1 miljard
AARH6215NL; AARY8526NL
Zak 1 uit koffer 1
Minimaal drie personen:
- [medeverdachte 2]
- [medeverdachte 3]
- Minimaal één andere persoon
- Meer dan 1 miljard
- Meer dan 1 miljard
AARH6223NL;
AARY8530NL
Zak 5 uit koffer 5
Minimaal één persoon:
- [medeverdachte 3]
- Meer dan 1 miljard
AARM9976NL
Handgrepen en ritsen koffer 4
Minimaal één persoon:
- [medeverdachte 2]
- Meer dan 1 miljard
15. Deskundigenverslag
SIN
Spoor
DNA kan afkomstig zijn van:
Bewijskracht
AARD1694NL;
AARM9964NL
Werkhandschoen
Minimaal drie personen:
- [verdachte]
- Minimaal twee andere personen
- Ongeveer 230 miljoen
16. Proces-verbaal van de politie
Bij de doorzoeking van de [adres 2] werd een kapotte iPhone 8 aangetroffen, voorzien van het IMEI-nummer [IMEI-nummer]. Aan dit IMEI-nummer was het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 1] gekoppeld. Ik zag dat deze in gebruik is geweest bij een persoon die fictief de naam [naam 1] gebruikt. Op deze telefoon stonden de volgende berichten in een groepsgesprek, genaamd “[naam groep]”, tussen de gebruikers “[naam 1]”, “[naam 2]” en “[naam 3]”:
Afzender
Inhoud
Datum en tijd
[naam 2]
Bus Moet zonder STICKERS !
24-7-2024
12:58:21 (UTC+2)
[naam 2]
Dat de geur niet naar buiten gaat omgeving
25-7-2024
15:23:18 (UTC+2)
[naam 3]
Ik heb wat rond gebeld, het verhaal:
Het moet een vriezaanhager zijn dus geen bus. Een vriezaanhanger die kan je gewoon in het stopcontact opladen en dan blijft ie aan. ( geen koelhanger maar een vriezaanhager) De bus gaat uit gewoon net als de accu v
26-7-2024 16:21:46(UTC+2)
[naam 3]
https://www.coolpinguin.nl/assortiment/vriesaanhanger/?gad_source=1&gbraid=0AAAAACQplUtrjkjlRHSdKKVi-pW0qX8Op
26-7-2024
16:32:44
(UTC+2)
[naam 3]
400 voor 8 dagen orzo was t alleen ik wacht ff op die andere ik
kan dat ding niet rijden ga wel mee mee samen moeten we ff
gaan moeten denk ooo ff zware auto huren voor die wagen
26-7-2024
16:52:15
(UTC+2)
[naam 2]
Aanhanger ook al gereserveerd?
29-7-2024
13:44:19 (UTC+2)
[naam 3]
Ik rij morgen even fysiek naar die plek toe om t te regelen en dat ding even te zien ook
29-7-2024
13:45:55 (UTC+2)
[naam 3]
Geregeld
maandag tussen 8.00 en 11.00 kunnen we m ophalen. Is toch die
van Leiden geworden. Was het beste kwa rijbewijs B, zelf
ophalen etc.
We hebben m van a.s maandag tot de maandag daar op.
Als lukt moeten we daar maandag 8.00 voor de deur staan
30-7-2024
15:18:36 (UTC+2)
[naam 3]
We gaan nu die kant op rijden alvast
6-8-2024
09:55:18 (UTC+2)
[naam 3]
We wachten snelweg ergens ontbijten
6-8-2024
09:55:46 (UTC+2)
Opmerking verbalisant: Ik zag bij de vervoersbewegingen van het kenteken [kenteken 1] dat het voertuig op 06-08-2024 rond 09:47 uur 2 minuten stil stond aan de Kapoeasweg te Amsterdam en vervolgens via de A10 de A4 op reed, om vervolgens om 10:40 uur tot en met 12:41 uur stil te staan aan de Rooseveltstraat nabij de Mac Donalds te Leiden. Ik zag dat het voertuig zich vervolgens verplaatste richting de Duitslandlaan te Hazerswoude-Dorp waar het voertuig omstreeks 13:06 uur aankwam.
[naam 3]
Rijden nu weg hier weer morgen de rest
7-8-2024
08:25:34(UTC+2)
Opmerking verbalisant: Ik zag bij de vervoersbewegingen van het kenteken [kenteken 1] dat het voertuig vanaf 06-08-2024 14:30 uur tot en met 07-08-2024 08:22:20 uur zich bevond aan [adres 2]. Ik zag dat het voertuig zich verplaatst richting Amsterdam. Ik zag dat het voertuig om 09:14:47 uur zich bevond aan de Van der Boechorststraat te Amsterdam ter hoogte van de [straatnaam 2] (het adres van [medeverdachte 4]). Ik zag dat het voertuig vervolgens naar een parkeerplaats aan de Diemerpoldderweg reed en daar van 07-08-2024 09.35:56 tot en met 08-08-2024 08:31:50 uur bleef staan. Volgens de website google.nl/maps is de parkeerplaats op 8 minuten loopafstand van het adres van [verdachte].
[naam 2]
Ik hoor was echt poeder geen glans geen structuur
7-8-2024
08:33:35(UTC+2)
[naam 3]
Zijn der 9.30
8-8-2024
08:48.09UTC+2)
Opmerking verbalisant: Ik zag bij de vervoersbewegingen van het kenteken [kenteken 1] dat het voertuig op 08-08-2024 08:47.20 uur zich bevond aan de Van der Boechorststraat te Amsterdam ter hoogte van de [straatnaam 2] (het adres van [medeverdachte 4]). Ik zag dat het voertuig om 09:48 uur aankwam aan de [adres 2].
[naam 2]
Oké meld me als jullie vertrekken
8-8-2024
13:20:34UTC+2)
[naam 1]
Yes
8-8-2024
13:20:45(UTC+2)
Opmerking verbalisant: Ik zag bij de vervoersbewegingen van het kenteken [kenteken 1] dat het voertuig op 08-08-2024 13:19.50 aankwam bij de Duitslandlaan te Hazerswoude-Dorp.
[naam 3]
Pakbon kan gelijk weg toch?
8-8-2024
13:31:31(UTC+2)
[naam 2]
Even bij je houden tot je op locatie ben en dan weg
8-8-2024
13:33:12(UTC+2)
[naam 2]
Is altijd goed als je word aangehouden om te laten zien
8-8-2024
13:33:21(UTC+2)
[naam 3]
Onderweg 14.10 op locatie
8-8-2024
13:40:54(UTC+2)
Opmerking verbalisant: Ik zag bij de vervoersbewegingen van het kenteken [kenteken 1] dat het voertuig op 08-08-2024 vanaf 13:39:07 uur vertrok vanaf de Duitslandlaan te Hazerswoude- Dorp en reed in de richting van de [adres 2] waar het voertuig om 14:12:46 uur aankwam.
17. Proces-verbaal van de politie
Uit analyse van de historische verkeersgegevens van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 2] is het volgende gebleken:
Op 6 augustus 2024 om 14:56:46 uur werd er een data-sessie (IMS) gestart. De mobiele telefoon straalde op dat moment de zendmast [adres 4] aan. De [adres 2] valt in het gebied en de zendrichting van deze zendmast.
Op 7 augustus 2024 om 18:14:13 uur werd er een data-sessie (internet) gestart. De mobiele telefoon straalde op dat moment de zendmast [adres 4] aan.
Op 8 augustus 2024 om 14:04:25 uur werd er een data-sessie (internet) gestart. De mobiele telefoon straalde op dat moment de zendmast [adres 5] aan. De [adres 2] valt in het gebied en de zendrichting van deze zendmast.
18. Proces-verbaal van de politie
Tijdens de doorzoeking in het pand aan de [adres 2] op 8 augustus 2024 werd een koelaanhangwagen aangetroffen met kenteken [kenteken 2]. Uit onderzoek is gebleken dat deze koelaanhangwagen verhuurd werd door het bedrijf Coolpinguin B.V. Van het bedrijf Coolpinguin B.V. werden de offerteaanvraag en de opdracht ontvangen. De offerteaanvraag staat op naam van [medeverdachte 4]. De huurder wil gebruik maken van een vriesaanhanger, vanaf 5 augustus 2024 tot en met 12 augustus 2024. Als locatie staat vermeld het adres [straatnaam 2] 134 in Amsterdam. Als e-mailadres staat vermeld [e-mailadres].com opgegeven en als telefoonnummer [telefoonnummer 3]. De opdracht staat op naam van [naam club], t.a.v. [medeverdachte 4], [straatnaam 2] 134, 1081 GN Amsterdam. Het betreft de verhuur van een koel/vriesaanhanger van 5 augustus 2024 tot en met 12 augustus 2024.
19. Proces-verbaal van de politie, verklaring [medeverdachte 3]
Mijn telefoonnummer is [telefoonnummer 4].
20. Proces-verbaal van de politie
Uit analyse van de historische verkeersgegevens van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 4] is gebleken dat dit telefoonnummer tussen de periode 5 augustus 2024 en 8 augustus 2024 meerdere malen zendmasten heeft aangestraald die in het gebied en de zendrichting van de [adres 2] vallen.
21. Proces-verbaal van de politie
Het uitgeleverde huurdossier van Diks Autoverhuur bestaat uit een contract voor de huur van een vrachtwagen en een factuur. Op het contract is de [verdachte] als enige bestuurder opgenomen. Uit de factuur blijkt dat de [verdachte] het voertuig met kenteken [kenteken 1] op 6 augustus 2024 uur heeft opgehaald en op 8 augustus 2024 weer heeft ingeleverd bij Diks Autoverhuur.
22. Proces-verbaal van de politie
Op 16 juni 2025 werd aan de [adres 1] te Diemen een mobiele telefoon van het merk Apple type iPhone 13 in beslag genomen (goednummer 6976681). Ik onderzocht de gegevens uit de mobiele telefoon. Ik zag dat deze in gebruik is geweest bij de [verdachte].
23. Proces-verbaal van de politie
Tijdens het onderzoek aan de mobiele telefoon die in beslag is genomen in het pand aan de [adres 2] (telefoon 1) en de telefoon die in beslag is genomen bij [verdachte] (telefoon 2) valt mij het volgende op:
In beide telefoons staat [naam 4], de partner van [verdachte], als telefooncontact.
Beide telefoons hebben vijf overeenkomstige Bluetooth registraties.
Op telefoon 1 staan chatgesprekken via Signal van gebruikers met de namen [naam 1] en [naam 2] en op telefoon 2 is op internet gezocht naar [naam 1] en [naam 2].
Op telefoon 1 is op internet gezocht naar “duim wond gat” en op telefoon 2 staat een chatgesprek van [verdachte] waarin hij aangeeft dat zijn duim nog steeds niet goed is.
Op telefoon 1 is één uitgaand gesprek gevonden met Diks Autoverhuur op 5 augustus 2024 om 16:19 uur en op telefoon 2 zijn vier uitgaande gesprekken gevonden met Diks Autoverhuur op 5 augustus 2024 tussen 16:16 uur en 16:24 uur.
Op telefoon 1 staat een chatgesprek waarin de volgende link wordt gedeeld naar een Mercedes koelwagen van Diks Autoverhuur en op telefoon 2 is op internet gekeken naar een Mercedes koelwagen van Diks Autoverhuur.
Bewijsmotivering
Uit de bewijsmiddelen volgt dat op 8 augustus 2024 in het pand aan de [adres 2] cocaïne is aangetroffen. Deze cocaïne zat deels in de buik van dode vissen en deels in doorzichtige zakken in koffers in een verborgen ruimte. De vissen met cocaïne zijn in twee partijen op 6 respectievelijk 8 augustus 2024 opgehaald en naar de [adres 2] gebracht. Daar is een deel van de vissen opengesneden om de cocaïne uit de vissen te halen.
De vraag die voorligt is of de verdachte hierbij betrokken is geweest.
Voor het vervoer van de vissen met cocaïne is een vrachtwagen gebruikt en deze vrachtwagen werd gehuurd door de verdachte in de betreffende periode.
In het pand is verder een iPhone 8 aangetroffen. De gebruiker van deze iPhone 8 is iemand met de fictieve naam “[naam 1]”. Op de telefoon is een chatgesprek gevonden tussen [naam 1] en personen met de namen “[naam 3]” en “[naam 2]”. Uit deze chats volgt onder meer dat de vissen met cocaïne in twee delen op 6 en 8 augustus 2024 zijn opgehaald door [naam 1] en [naam 3] en naar de [adres 2] in Rotterdam zijn gebracht. De vraag is of verdachte degene is die de naam [naam 1] gebruikt. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend gelet op de vele kenmerkende overeenkomsten tussen de inhoud van de aangetroffen iPhone 8 in de [straatnaam 1] en de (privé)telefoon van de verdachte. Zo staat in beide telefoons onder meer de naam en het bijbehorende telefoonnummer van de partner van verdachte, zijn in beide telefoons op dezelfde datum en in hetzelfde tijdsbestek uitgaande telefoongesprekken naar Diks Autoverhuur aangetroffen (en links naar een Mercedes koelwagen op de website van Diks Autoverhuur) en gaat het in beide telefoons over een wond aan een duim. Opvallend is in dit verband ook dat op de iPhone 8 chatgesprekken staan via Signal van gebruikers met de namen “[naam 1]” en “[naam 2]” en op de privé-telefoon van de verdachte op internet is gezocht naar “[naam 1]” en “[naam 2]’. Desgevraagd heeft de verdachte voor deze overeenkomsten geen geloofwaardige verklaring gegeven.
Daarnaast komen ook de historische verkeersgegevens van beide telefoons voor een belangrijk deel overeen. Door de verdediging is aangevoerd dat de historische verkeersgegevens van beide telefoons niet geheel overeenkomen met elkaar en dat dit erop wijst dat de verdachte [naam 1] niet kan zijn. De rechtbank gaat hier niet in mee. Dat de historische verkeersgegevens van de twee telefoons niet de hele periode geheel overeenkomen kan meerdere logische verklaringen hebben. Zo valt bijvoorbeeld uit het dossier op te maken dat deze verkeersgegevens verschillen op 3 augustus 2024 zoals de verdediging ook opmerkt. Echter, uit de chatgeschiedenis van de iPhone8 van “[naam 1]” blijkt dat er die dag niet via die telefoon chats worden gewisseld zodat de verdachte die telefoon die dag mogelijk ook niet bij zich hoefde te hebben. Het voorwaardelijke verzoek van de verdediging om in geval van een bewezenverklaring een nader proces-verbaal te doen opmaken met betrekking tot de zendmastgegevens van de verdachte wordt dan ook afgewezen. Uit de chatgesprekken in combinatie met de reisbewegingen van de vrachtwagen valt af te leiden dat de verdachte met de vrachtwagen het vervoer van de vissen met cocaïne op 6 en 8 augustus 2024 heeft verzorgd.
Uit forensisch onderzoek volgt dat er een aanmerkelijke kans is dat het DNA van de verdachte is aangetroffen op een werkhandschoen in het pand. Dit duidt erop dat de verdachte in het pand is geweest en naar alle waarschijnlijkheid heeft geholpen met het halen van cocaïne uit de vissen.
De verdachte heeft verklaard dat hij de vrachtwagen heeft gehuurd op verzoek van een vriend die hem wilde gebruiken en dat zijn DNA op de handschoen kan worden verklaard door het feit dat deze vriend en gebruiker van de vrachtwagen bij hem thuis was en een handschoen van de verdachte meenam. De rechtbank acht deze verklaring, gelet op de bewijsmiddelen en hetgeen zij hiervoor heeft overwogen, onaannemelijk.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte dit feit heeft gepleegd samen met de medeverdachten [medeverdachte 2], [verdachte] en in mindere mate [medeverdachte 4]. Ieder had een eigen aandeel en een eigen rol in het geheel. [medeverdachte 4] heeft de vriesaanhangwagen gehuurd die in het pand is aangetroffen, [medeverdachte 3] is betrokken geweest bij het uithalen van de cocaïne uit de vissen en het opslaan van de cocaïne in zakken in koffers. [medeverdachte 2] is eveneens betrokken geweest bij het opslaan van de cocaïne in zakken in de koffers.
Het bewijs voor de aangetroffen hoeveelheid cocaïne volgt uit het volgende. De bij elkaar opgetelde gewichten zoals die volgen uit de NFI-rapporten ten aanzien van de koffers, is als volgt:
Zak 1 uit koffer 1 met SIN AARY8526NL bevat netto 4.980 gram;
Zak 2 uit koffer 2 met SIN AARY8527NL bevat netto 4.998 gram;
Zak 3 uit koffer 3 met SIN AARY8528NL bevat netto 4.964 gram;
Zak 4 uit koffer 4 met SIN AARY8529NL bevat netto 4.154 gram; en
Zak 5 uit koffer 5 met SIN AARY8530NL bevat netto 4.994 gram.
In totaal gaat het om 24.090 gram cocaïne. Er bevonden zich nog twintig soortgelijke hoeveelheden in de loods. Ten voordele van de verdachte is uitgegaan van de laagste gemeten hoeveelheid en dat geëxtrapoleerd naar het aantal koffers, dus 20 x 4.154 gram, neerkomend op 83.080 gram. Deze twee hoeveelheden bij elkaar opgeteld komt neer op een gewicht van 107.170 gram (24.090 + 83.080 gram) cocaïne die in de koffers is aangetroffen.
De bij elkaar opgetelde gewichten zoals die volgen uit de NFI-rapporten ten aanzien van de vissen, is als volgt:
De zak uit vis 1 met SIN AARY8531NL bevat netto 795 gram;
De zak uit vis 2 met SIN AARY8532NL bevat netto 1.015 gram; en
De zak uit vis 3 met SIN AARY8533NL bevat netto 766 gram.
In totaal gaat het om 2.576 gram cocaïne. Er bevonden zich nog 65 vissen met inhoud in de loods. Ten voordele van de verdachte is uitgegaan van de laagste gemeten hoeveelheid en dat geëxtrapoleerd naar het aantal vissen, dus 65 vissen x 766 gram, neerkomend op 49.790 gram cocaïne. Deze twee hoeveelheden bij elkaar opgeteld komt neer op een gewicht van 52.366 gram (2.576 gram en 49.790 gram) cocaïne die in de vissen is aangetroffen.
In totaal gaat het dus om 107.170 gram + 52.366 gram = 159.536 gram (dus 159,53 kilo) cocaïne.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verdachte als medepleger betrokken is geweest bij het verwerken, afleveren en vervoeren van ongeveer 159,53 kilo cocaïne.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
Feit 1 primair
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor feit 1, primair, worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar, met aftrek van voorarrest.
Standpunt van de verdediging
Bij het bepalen van de hoogte van de straf moet rekening gehouden worden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de ondergeschikte rol die de verdachte had in het geheel.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het vervoeren, afleveren en verwerken van bijna 160 kilo cocaïne. Dit is een ernstig feit. Cocaïne is zeer verslavend en schadelijk voor de volksgezondheid. Daarnaast brengt de handel in cocaïne veel andere vormen van criminaliteit met zich. De verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan het faciliteren, het in stand houden en verder uitbreiden van het drugsgebruik en de drugshandel en de daaraan verwante maatschappelijke problemen.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 6 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte is zelfstandig ondernemer en geeft bokslessen in de sportschool. De verdachte heeft geen schulden. De verdachte woont samen met zijn vrouw en heeft drie kinderen, onder wie een baby van een halfjaar oud.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. De rechtbank neemt in strafverminderende zin mee dat de verdachte een relatief kleine rol heeft gehad in het uit het dossier volgende grotere geheel van de invoer in en de hierop volgende geplande uitvoer uit Nederland van een grotere partij cocaïne, waar de aangetroffen cocaïne onderdeel van uitmaakte, en hij maar relatief kort hierbij betrokken was. Al met al wordt een gevangenisstraf van 32 maanden opgelegd, met aftrek van voorarrest.
5. Voorlopige hechtenis
De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 1 augustus 2025 geschorst voor onbepaalde tijd.
Indien de rechtbank komt tot een veroordeling heeft de verdediging primair verzocht om het geschorste bevel op te heffen in verband met het ontbreken van gronden. Subsidiair heeft de verdediging verzocht om bij een veroordelend vonnis de schorsing van de voorlopige hechtenis in stand te laten. De officier van justitie heeft zich niet verzet tegen het in stand laten van de schorsing van de voorlopige hechtenis gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
De rechtbank wijst het verzoek om het geschorste bevel op te heffen af, omdat de ernstige bezwaren en de recidivegrond ook nu nog aanwezig zijn. De rechtbank wijst het verzoek tot het in stand laten van de schorsing van de voorlopige hechtenis toe, omdat de persoonlijke belangen van de verdachte zwaarder wegen dan de strafvorderlijke belangen.
6. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.
7. Beslissingen
De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte feit 1 primair, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 32 (tweeëndertig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.
8. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.F. Koekebakker, voorzitter,
en mrs. C.M. Derijks en N.A. Nowotny, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.E. Kroon, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 2 maart 2026.
Mr. J.F. Koekebakker is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.