RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11633778 CV EXPL 25-8754
datum uitspraak: 6 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
ONVZ Ziektekostenverzekeraar N.V.,
vestigingsplaats: Houten,
eiseres,
gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
Partijen worden hierna ‘ONVZ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 20 februari 2025, met bijlagen;
het antwoord, met bijlagen;
de akte van ONVZ van 13 november 2025, met bijlagen;
het proces-verbaal waarin de kantonrechter heeft bepaald om de mondelinge behandeling van 24 november 2025 geen doorgang te laten vinden en de procedure schriftelijk voort te zetten;
de repliek, met bijlagen;
de reactie van [gedaagde] , met bijlagen.
2. De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
[gedaagde] heeft een zorgverzekering bij ONVZ. Volgens ONVZ heeft hij in 2023 vijf maanden premie niet betaald. Zij eist daarom betaling van € 746,79, bestaande uit € 564,50 aan hoofdsom (premies juni 2023 en september tot en met december 2023), € 51,92 aan rente en € 130,37 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met rente en proceskosten. [gedaagde] is het hier niet mee eens. Volgens hem heeft ONVZ administratieve fouten gemaakt en ten onrechte zijn opzegging en overstap naar een andere verzekeraar geblokkeerd. De vordering van ONVZ wordt toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Premies
De kern van het geschil is de vraag of [gedaagde] een betalingsachterstand heeft. Als onderbouwing heeft ONVZ een overzicht overgelegd waarin alle in rekening gebrachte premies en ontvangen betalingen zijn verwerkt. Volgens [gedaagde] is echter alles betaald en hij wijst daarbij op zijn bankafschriften. Uit de toelichting van ONVZ is duidelijk geworden dat betalingen die [gedaagde] deed, werden afgeboekt op oudere openstaande posten. Het klopt dus dat hij in 2023 betalingen heeft gedaan, maar die zijn administratief ten behoeve van een eerdere periode verwerkt Het gevolg hiervan is dat de in deze procedure gevorderde maanden onbetaald zijn gebleven. Het kan zijn dat deze manier van afboeken voor enige verwarring heeft gezorgd, maar dat verandert niets aan de vaststelling dat de premies nog betaald moeten worden. De hoofdsom van € 564,50 wordt dan ook toegewezen.
Opzegging en overstap
Het verweer dat [gedaagde] de verzekering op 2 augustus 2023 heeft opgezegd, slaagt niet. Op grond van artikel 8 van de Zorgverzekeringswet kan een verzekeringnemer de verzekering niet opzeggen zolang er premie, rente of kosten verschuldigd zijn en de verzekeraar de verzekeringnemer heeft aangemaand. Omdat vaststaat dat er sprake was van een achterstand heeft ONVZ de overstap en opzegging terecht geweigerd.
Tegeneis?
[gedaagde] heeft in zijn laatste reactie een opsomming gegeven van misgelopen bedragen van in totaal € 1.789,12. Voor zover hij hiermee een tegeneis heeft willen instellen, is hij daarin niet-ontvankelijk. Een tegeneis moet namelijk op grond van de wet direct bij antwoord worden ingediend (artikel 137 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). Maar ook als hij wel op tijd was geweest zou hem dat niet hebben geholpen. De vordering zou dan namelijk worden afgewezen, omdat niet valt in te zien dat ONVZ onrechtmatig zou hebben gehandeld.
Incassokosten en rente
De incassokosten van € 130,37 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). De rente wordt ook toegewezen, omdat ONVZ genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Daarom zit in het totale bedrag dat [gedaagde] aan ONVZ moet betalen de wettelijke rente van € 51,92 die ONVZ heeft berekend tot 20 februari 2025 over de hoofdsom.
Proceskosten
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan ONVZ moet betalen op € 146,14 aan dagvaardingskosten, € 340,- aan griffierecht, € 288,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 144,-) en € 72,- aan nakosten. Dat is in totaal € 846,14. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat ONVZ dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan ONVZ te betalen € 746,79 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 564,50 vanaf 20 februari 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van ONVZ worden begroot op € 846,14;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
53954