Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-320749-24
Datum uitspraak: 4 februari 2026
Datum zitting: 21 januari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2002 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres [adres 1], [postcode] [plaatsnaam],
gedetineerd in [detentieadres].
Advocaat van de verdachte: mr. W. de Deugd
Officier van justitie: mr. M.L.M. Kuiper
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden voor het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de invoer van 43,9 kilogram cocaïne.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zich met anderen heeft beziggehouden met voorbereidingshandelingen met betrekking tot cocaïne.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
hij in of omstreeks de periode van 6 tot 7 mei 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen, en/of- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of- het opzettelijk vervaardigen van 45,9 kilogram cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of- een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, en/of- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door:-onbevoegd het terrein van Rhenus Deep Sea Terminal, te Maasvlakte, te betreden en/of- met één of meer mededader(s) contacten te onderhouden en/of informatie over container [containernummer] uit te wisselen en/of informatie te ontvangen over voornoemde container en/of-één of meer (organisatie)telefoons bestemd voor communicatie met mededader(s) voorhanden te hebben.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het ten laste gelegde feit.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het ten laste gelegde feit.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het treffen van voorbereidingshandelingen voor de invoer van cocaïne. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Proces-verbaal van Team Bijzondere Bijstand Douane
Op maandag 6 mei 2024, omstreeks 09:45 uur, werd ik gebeld dat er door
speurhondengeleiders van Douane Rotterdam Haven in een container voorzien van
uniek containernummer [containernummer], vermoedelijk verdovende middelen waren
aangetroffen. Nadat de pakketten waren verwijderd, zagen en telden wij in totaal 44 pakketten. Ik selecteerde willekeurig 6 pakketten van de 44 pakketten, 5 pakketten voor monstername, 1 pakket om te testen. Wij zagen op het pakket met witte substantie de reactievloeistof direct blauw opkleuren, hetgeen duidt op de aanwezigheid van vermoedelijk cocaïne. Nettogewicht 44 pakketten: 999,5 x 44 = 43,9 kilogram.
1
± 3 gram vermoedelijke cocaïne
D013884NL
2
± 3 gram vermoedelijke cocaïne
D013885NL
3
± 3 gram vermoedelijke cocaïne
D013886NL
4
± 3 gram vermoedelijke cocaïne
D013887NL
5
± 3 gram vermoedelijke cocaïne
D013888NL
2. Deskundigenverslag
Op 16 mei 2024 werd onderzoek verricht naar de ontvangen verzegelde plastic zak met daarin: D013884NL een plastic zakje met wit, korrelig materiaalD013885NL een plastic zakje met wit, korrelig materiaalD013886NL een plastic zakje met wit, korrelig materiaalD013887NL een plastic zakje met wit, korrelig materiaalD013888NL een plastic zakje met wit, korrelig materiaal
Het materiaal van alle SIN-nummers bevat cocaïne. Deze substantie is vermeld op lijst I, behorende bij de Opiumwet.
3. Proces-verbaal van Team Bijzondere Bijstand Douane
Op dinsdag 7 mei 2024, omstreeks 03:55 uur, hield ik, op het terrein van het
bedrijf Rhenus Deep Sea Terminal gelegen aan [adres 2] verdachte aan. De speurhond gericht op menselijke geur had een spoor wat leidde naar het hekwerk. De melding was langs het hek waar een gat in het hekwerk zat. Ik ben door het gat gekropen en zag langs het hekwerk de verdachte op zijn
buik liggen. Hierna hield ik de verdachte aan.
4. Proces-verbaal van Douane Rotterdam Haven
Ook hoorden wij dat er op moment van aanhouding een geluid gehoord was van mogelijk een mobiele telefoon, die niet bij de verdachten waren aangetroffen. Wij voerden daarna een zoekslag uit aan de Rhenus Deep Sea Terminal zijde van het hek.
Omstreeks 07:14 uur, ter hoogte van het open geknipte gat in het hek zag ik een smartphone op z’n kop in de modder onder een struik liggen.
5. Proces-verbaal van HARC Team Rotterdam
Door mij is een onderzoek ingesteld naar de inhoud van een mobiele telefoon. De telefoon betreft een: Iphone 8. In het geheugen van deze telefoon werd een afbeelding, zijnde een Selfie, aangetroffen van een manspersoon. De selfie van deze manspersoon is vergeleken met de politiefoto van verdachte en deze vormden een gelijkenis.
Ook werd door mij een afbeelding aangetroffen waarop een aantal, opgestapelde, containers te zien zijn. Op één van deze containers is het containernummer: [containernummer] af te lezen.
Ook werd door mij een screenshot aangetroffen van een Google Maps locatie, zijnde de
Antarcticaweg te Maasvlakte Rotterdam, alwaar tevens het bedrijf RHENUS is gevestigd.
Ook werden er diverse chat gesprekken gevonden waarbij één van deze chatgesprekken duidelijk gaat over het wél of niet open krijgen van een container, dat er een zegel moet worden opengeknipt en dat iemand een “bak” niet open krijgt. Dit chatgesprek was van 6 mei 2024 04:50 (UTC+2).
Chatgesprek tussen [persoon 1] en [persoon 2] op 6 mei 2024 te 04:50 (UTC + 2), aangetroffen op de Iphone 8.
[persoon 2]
Je krijgt bak nie open
[persoon 1] (owner)
Broer kk ding gaat nii open
[persoon 2]
Die filmpje gezien?
[persoon 1] (owner)
Ja bro
[persoon 2]
Neem op
Stuur foto
[persoon 1] (owner)
[persoon 2]
Is daar zegel
Als we zegel is moet je open knippen
[persoon 1] (owner)
Jaa
We hebben slijptol nodig
Laat driver
komen
[persoon 2]
Heb je alles geprobeerd?
Stuur film
[persoon 1] (owner)
Ik moet loes
[persoon 2]
Van wat er aan de hand is
[persoon 1] (owner)
Laat driver
6. Proces-verbaal van HARC Team Rotterdam
In de telefoondata, onder "Device Locations" (locatie geschiedenis), is te zien dat deze iPhone 8 op 6 mei 2024, tussen 03:00 uur en 05:30 uur zijn GPS locatie uitstraalt op én rond het bedrijf Rhenus aan de Antarcticaweg. In het geheugen van deze telefoon zijn de volgende foto's aangetroffen waar bij de datum en tijdstippen van belang voor dit onderzoek zijn:
• [bestand 1] / 6-5-2024, 03:45:01 (UTC+2) / Foto gestapelde containers met
containernummer: [containernummer] (container waar de cocaïne in is gevonden).
• [bestand 2]/ 6-5-2024, 04:47:39 (UTC+2) / Foto sluitingen van een container.
• [bestand 3] / 6-5-2024, 05:00: 10 (UTC+2) / Foto container terrein.
• [bestand 4] / 6-5-2024, 05:07:30 (UTC+2) / Selfie van [verdachte].
Uit bovenstaande blijkt dat de selfie van [verdachte] genomen is op het tijdstip dat ook de containerfoto's zijn genomen én de telefoon waarmee de foto's zijn genomen zijn GPS locatie uitstraalde op het terrein van Rhenus aan de Antarcticaweg.
Op 6 mei 2024, omstreeks 06:00 uur, straalt deze telefoon zijn GPS-locatie uit in de omgeving van de woning van verdachte [verdachte] (minder dan 500 meter).
Op 7 mei 2024 straalt deze telefoon zijn GPS locatie uit om:
• 02:10 uur: Europaweg (N15)
• 02:20 uur: Op het terrein van Rhenus, Antarcticaweg, Maasvlakte.
• 02:40 uur: Op het terrein van Rhenus, Melding insluipers Rhenus.
• 03:55 uur: Op het terrein van Rhenus, Aanhouding [verdachte].
• 07:55 uur: Op het terrein van Rhenus, Aantreffen telefoon iPhone 8.
7. Eigen waarneming van de rechtbankDe rechtbank toont de selfie aan verdachte, welke is aangetroffen op de Iphone 8. De rechtbank benoemt dat de foto donker is, maar dat de neus, de wangen en de stand van de lippen van de manspersoon op de selfie grote gelijkenis vertoont met deze specifieke uiterlijke kenmerken van verdachte.
Bewijsmotivering
De rechtbank gaat er op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen vanuit dat verdachte tezamen met anderen op 6 en 7 mei 2024 voorbereidings- en bevorderingshandelingen heeft verricht die zien op de invoer van 43, 9 kilogram cocaïne.
De verdachte is op 7 mei 2024 om 03:55 uur samen met anderen aangehouden op het terrein van Rhenus naar aanleiding van een melding om 02:40 uur over insluipers op het haventerrein. De verdachte is aangetroffen bij een gat, dat is gemaakt in het hek dat het terrein omheint. Een dag eerder, op 6 mei 2024, is in een container met nummer [containernummer] (hierna: de container) 43,9 kilogram cocaïne aangetroffen. Enkele uren na aanhouding van de verdachte wordt bij het gat in het hek in de omgeving waar verdachte is aangehouden een telefoon aangetroffen, die tijdens de aanhouding van de verdachte overging en die toen ook werd gehoord door de betrokken verbalisanten.
Uit onderzoek blijkt dat deze telefoon op 6 mei 2024 tussen 03:00 uur en 05:30 uur zijn GPS locatie uitstraalt op én rond het bedrijf Rhenus aan de Antarcticaweg. Ook zijn in de telefoon foto’s aangetroffen waarover door de verbalisanten is geverbaliseerd. Eén van die foto’s, gedateerd 6 mei 2024, betreft een selfie van een manspersoon, gelijkend op de verdachte. De specifieke kenmerken van gelijkenis van het gezicht van de verdachte met die van de manspersoon van de selfie zijn tijdens de zitting door de rechtbank waargenomen. Ook de aangestraalde GPS-locaties in de telefoon wijzen naar betrokkenheid van de verdachte. Zo is ook de locatie dichtbij de woning van verdachte aangestraald en volgen de diverse GPS-locaties van de telefoon de route van en naar het Rhenus-terrein. Ten slotte is de telefoon in de directe nabijheid van de plek waar de verdachte is aangehouden aangetroffen. Voornoemde omstandigheden bevestigen dat de verdachte deze telefoon zowel op 6 mei 2024 als op 7 mei 2024 in gebruik heeft gehad.
Uit de volgende omstandigheden volgt dat deze telefoon is te linken aan het aantreffen van de 43,9 kilogram cocaïne in de container. Op de telefoon is een foto te zien van opgestapelde containers, waarop het nummer van de container waarin de cocaïne is gevonden zichtbaar is en er is een foto van google-Maps van het haventerrein. Ook blijkt uit deze telefoon dat via Google Maps naar de locatie van het haventerrein is gezocht. Daarnaast bevat de telefoon een chatgesprek, dat heeft plaatsgevonden op 6 mei 2024, met tekst die ziet op het wel of niet open krijgen van een container, waarbij ook een foto van die container met nummer [containernummer] wordt gezonden en om een driver wordt gevraagd.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij in de periode van 6 tot 7 mei 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, te weten
- het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen,
van 43,9 kilogram cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
- een ander gelegenheid en inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, door:
- onbevoegd het terrein van Rhenus Deep Sea Terminal, te Maasvlakte, te betreden en
- met een mededader contact te onderhouden en informatie over container [containernummer] uit te wisselen en informatie te ontvangen over voornoemde container en
- één telefoon bestemd voor communicatie met een mededader voorhanden te hebben.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, een ander gelegenheid en inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De officier van justitie vordert een gevangenisstraf van vijftien maanden.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht toepassing te geven aan artikel 63 Strafrecht.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorbereiden van de invoer van 43,9 kilogram cocaïne in de Rotterdamse haven. De rol van de verdachte bij de invoer is die van een zogenaamde uithaler. Alhoewel de rol van de verdachte als uithaler substantieel kleiner is dan van degenen die dergelijke transporten organiseren, is hij niettemin een belangrijke en onmisbare schakel voor de georganiseerde criminaliteit. Met zijn handelen heeft de verdachte dan ook een bijdrage geleverd aan de internationale drugshandel. Harddrugs vormen een groot gevaar voor de volksgezondheid. De handel in harddrugs gaat bovendien vaak direct dan wel indirect gepaard met andere vormen van (zware) criminaliteit, met alle gevolgen van dien. Dit alles vergroot de gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Voor de havens, de haventerreinen, de bedrijven werkzaam in de containersector, douane, politie en justitie leveren de activiteiten rondom deze cocaïnetransporten daarnaast een enorme kostenpost op.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 16 december 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
In het rapport van reclassering Nederland van 17 april 2025 staat onder meer het volgende.
Door de ontkennende houding van de verdachte kan de reclassering geen verbanden leggen tussen de beschuldigingen en mogelijke criminogene risicofactoren. De reclassering ziet mogelijke risicofactoren gelegen in de financiën, het psychosociaal functioneren, het sociale netwerk en de houding van de verdachte. De reclassering vindt het positief dat de verdachte in het laatste jaar zit van zijn opleiding en dat hij werkt als freelancer. Hij is inwonend bij zijn moeder en hij heeft een goede band met zijn familie.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij op dit moment in voorlopige hechtenis verblijft voor een ander strafbaar feit. Na detentie kan hij wonen bij zijn moeder en ook zijn opleiding en werk als freelancer weer oppakken. Hij heeft nog steeds een goede band met zijn familie en heeft inmiddels een vriendin.
Straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met het volgende.
De reactie moet voldoende afschrikwekkend zijn voor de verdachte en voor anderen die al dan niet tegen geldelijke beloning en/of op verzoek van derden overwegen om soortgelijke strafbare feiten te plegen. Bij het bepalen van de duur van de gevangenisstraf wordt gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. De LOVS oriëntatiepunten vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf.
Verder is de rol van de verdachte van belang. Binnen een organisatie die op deze schaal cocaïne invoert, is de uithaler of koerier niet de persoon die de grote winst van een transport opstrijkt. Een organisatie die achter een dergelijk transport zit, maakt juist misbruik van mensen die makkelijk beïnvloedbaar zijn en biedt een uithaler zoals de verdachte een manier om snel een aardig bedrag te verdienen of een schuld af te lossen. Daarbij is de uithaler degene die de grootste risico’s loopt en die uiteindelijk ook achter de tralies belandt. De hoeveelheid verdovende middelen die uit de haven wordt gehaald, kan een kleine of een grote hoeveelheid blijken te zijn, maar dat maakt voor de aard van de werkzaamheden op zich geen groot verschil. De rechtbank betrekt deze omstandigheden bij haar beoordeling.
Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de eerdere veroordeling door de politierechter voor artikel 138aa Sr met eenzelfde pleegdatum. Gezien de samenhang van die zaak met de onderhavige zaak had afdoening van deze zaken op één zitting in de rede gelegen. Artikel 63 Sr is van toepassing. Al met al wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden opgelegd.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.
5. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 47 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 10a van de Opiumwet.
6. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2.3.3 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3.1 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 6 (zes) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.
7. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. C. Sikkel, voorzitter,
en mrs. C.M. Derijks en N. Stolk, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.H. Karakus, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 4 februari 2026.
Mr. Derijks is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.