Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-284569-22
Datum uitspraak: 4 februari 2026
Datum zitting: 21 januari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres [adres 1], [postcode] [plaatsnaam].
Advocaat van de verdachte: mr. L.A.R. Newoor
Officier van justitie: mr. D.D.B. Reuter
Benadeelde partij: [benadeelde partij 1]
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat zij samen met anderen - samengevat – meerdere personen heeft opgelicht en heeft proberen op te lichten door middel van bankhelpdeskfraude.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
1
zij in of omstreeks de periode van 26 september 2022 tot en met 8 november 2022 te Rotterdam en/of Spijkenisse en/of Vlaardingen en/of Delfgauw en/of Dordrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
- in zaak Donau: [aangever 1] en/of
- in zaak Boompjes: [aangever 2] en/of
- in zaak Blokland: [aangever 3] en/of
- in zaak Jacob: [aangever 4] en /of
- in zaak Anjer: [aangever 5] en/ of
- in zaak Mia: [aangever 6] en/of
- in zaak Bentinck: [aangever 7]
- in zaak Karel: [aangever 8]
- in zaak Lepelaar: [aangever 9] en/of
- in zaak Roemer: [aangever 10],
(telkens) heeft bewogen tot de afgifte van enig(e) goed(eren) te weten (een) bankpas(sen) /pinpas(sen) behorende bij (een) rekeningnummer(s) van de ABNAMRO Bank en/ of ING Bank en/ of Rabobank, immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s)
- zich telefonisch jegens/aan die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4] en/of [aangever 5] en/of [aangever 6] en/of [aangever 10] en/of [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 9] voor te doen/voor te stellen als '[naam 1]' en /of '[naam 2]' en/of '[naam 3]' en/of '[naam 4]' en/of '[naam 5]' en/of [naam 6], althans een medewerkster van de ABNAMRO Bank en / of ING Bank en/ of Rabohank van de afdeling fraude en/of
- ( daarbij) in die hoedanigheid valselijk en/ of bedriegelijk aan die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/ of [aangever 3] en/ of [aangever 4] en/ of [aangever 5] en / of [aangever 6] en/ of [aangever 10] en/of [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 9] mede te delen – zakelijk weergegeven
- dat er (grote) (geld)bedragen werd(en) afgehaald van zijn en/of haar rekening en /of dat zijn en /of haar bankpas (direct) geblokkeerd moest worden en/of dat hij zijn en/of zij haar bankpas door midden moest knippen met de chip nog intact en/of
- dat een bankmedewerker de bankpas bij hem en/ of haar thuis zou komen ophalen en/of
- ( vervolgens) bij de woning van die [aangever 1] en/ of [aangever 2] en/ of [aangever 3] en/of [aangever 4] en/of [aangever 5] en /of [aangever 6] en/of [aangever 10] en /of [aangever 7] en /of [aangever 8] en/of [aangever 9] aan te bellen en aldaar zich (wederom) jegens die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en /of [aangever 4] en/of [aangever 5] en/of [aangever 6] en /of [aangever 10] en/of [aangever 7] en/of [aangever 8] en /of [aangever 9] voor te doen als een bankmedewerker die de bankpas/pinpas kwam ophalen;
2
zij in of omstreeks de periode van 9 februari 2023 tot en met 10 februari 2023 te
Zwijndrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
- in zaak Devel: [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of
- in zaak Hoofdland: [aangever 13] en/of
- in zaak Gershwin: [aangever 14] en/of
- in zaak Pergolesis: [aangever 15] en/of
- in zaak Volger: [aangever 16],
(telkens) heeft bewogen tot de afgifte van enig(e) goed(eren) te weten (een) bankpas(sen)/pinpas(sen) behorende bij (een) rekeningnummer(s) van de ABN AMRO Bank en/of ING Bank en/of Rabobank, immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s)
- zich telefonisch jegens/aan die [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13]
en/of [aangever 14] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16], voorgedaan/voorgesteld als '[naam 1]' en/of [naam 6], althans een medewerkster van de ABNAMRO Bank en/ of ING Bank en/of Rabobank van de afdeling fraude en/of
- ( daarbij) in die hoedanigheid valselijk en/of bedriegelijk aan die [aangever 11] en/of [aangever 12] en/ of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 15] en/of [aangever 16] mede te delen - zakelijk weergegeven - dat
- er (grote) (geld)bedragen werd(en) afgehaald van zijn en/of haar rekening en/of dat
zijn en/of haar bankpas (direct) geblokkeerd moest worden en/of dat hij zijn en/of zij haar bankpas door midden moest knippen met de chip nog intact en/of
- dat een bankmedewerker de bankpas bij hem en/of haar thuis zou komen ophalen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt vrijgesproken van feit 1 en veroordeeld voor feit 2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor beide feiten. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak feit 1
De rechtbank kan niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat de verdachte degene is geweest die de beschuldigingen onder feit 1 heeft begaan. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.
Bewezenverklaring feit 2
Bewezen is dat:
Feit 2
zij op 9 februari 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en haar mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
- in zaak Hoofdland: [aangever 13] en
- in zaak Gershwin: [aangever 14] en
- in zaak Pergolesis: [aangever 15] en
- in zaak Volger: [aangever 16],
telkens heeft bewogen tot de afgifte van enige goederen te weten bankpassen /pinpassen, immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s)
- zich telefonisch jegens/aan die [aangever 13] en [aangever 14] en [aangever 15] en [aangever 16], voorgedaan/voorgesteld als [naam 6], althans een medewerkster van de Bank van de afdeling fraude en
- daarbij in die hoedanigheid valselijk en/of bedriegelijk aan die [aangever 13] en [aangever 14] en [aangever 15] en [aangever 16] mede te delen - zakelijk weergegeven – dat – er geldbedragen werden afgehaald van zijn en/of haar rekening, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Bewijsmiddelen
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Verklaring van de verdachte
V: Vraag verbalisant
A: Antwoord verdachte
O: Opmerking verbalisant
O: De verdachte geeft aan de naam [naam 6] te hebben gebruikt.
V. Kan je ons vertellen hoe dat dan gaat?
A: Ik werkte door middel van een script, daar stonden die namen in.
V: Waren er bij de pogingen ook anderen aanwezig?
A: Ja, verschillende zijn niet altijd dezelfde mensen.
V: Wat was de bedoeling van het script?
A: Ik moest mensen overhalen om pasjes af te geven, daarna werden de passen opgehaald door mensen die boven mij stonden.
V: Uit de tap hoorden wij dat er 6 keer was gepoogd om mensen op te lichten op 9 februari 2023. Het nummer [telefoonnummer 1] is gebruikt bij deze oplichtingen. Wat kan je hier over verklaren?
A: Dat ben ik geweest.
V: Bij deze pogingen werd het volgend fictief verhaal voorgehouden, dat er geconstaneerd is dat er een frauduleuze overboeking heeft plaatsgevonden, met een bedrag van 920,- euro ten name van ene [naam 7]( fon). Wat kun je hierover verklaren?
A: Deze naam komt voor in het script. Deze komt vaker voor.
V: De verbalisant had vorige keer een gedeelte van de tap horen, wie hoor jij op dit geluidsfragment?
A: Dat ben ik.
V: Het onderzoeksteam heeft middels mastgegevens en eerdere informatie ook de locatie weten te achterhalen, waar vanuit gebeld is, namelijk het "Ibis hotel" aan de [adres 2]. Ben jij daar geweest?
A: Ik ben daar wel geweest.
V: Hoe kan het zo zijn dat de mast gegevens, datum en tijdstip dat je daar was wel vanuit het hotel was?
A: Dan zou het wel vanuit het hotel zijn geweest.
2. Proces-verbaal van de politie, aangifte [aangever 13]
Ik ben gebeld door een vrouw op mijn huistelefoonnummer [telefoonnummer 2]. De vrouw die zei dat ze van de bank was en dat er € 950,- van mijn rekening afgeschreven was. De vrouw vroeg mij of ik een pasje had van de bankrekening.
3. Proces-verbaal van de politie, aangifte [aangever 14]
Ik ben gebeld op mijn telefoonnummer [telefoonnummer 3]. Ik denk dat het donderdag 9 februari 2023 was. Die vrouw vertelde dat er iemand geprobeerd had om geld van mijn rekening te halen. De vrouw noemde een bedrag van € 950,-.
4. Proces-verbaal van de politie, aangifte [aangever 15]
Ik ben op 9 februari 2023 gebeld door een vrouw op mijn nummer [telefoonnummer 4].
5. Proces-verbaal van de politie, aangifte [aangever 16]
Ik ben op 9 februari 2023 gebeld door een vrouw die zei dat zij van de fraude helpdesk was. Zij vertelde mij dat er € 900,- en € 200,- van mijn rekening was afgeschreven. De vrouw vertelde dat ik mijn pasje niet meer kon gebruiken. De vrouw vroeg of er nog iemand anders een pasje van mijn rekening had.
6. Proces-verbaal van de politie
Het volgende hebben wij uit de tap kunnen constateren:
- Dat er uitgebeld werd met het telefoonnummer [telefoonnummer 5] voor deze oplichtingen (poging);
- Dat al deze gesprekken hebben plaatsgevonden op 9 februari 2023;
- Dat het constant dezelfde persoon is met een vrouwenstem;
- Dat zij steeds het woord "constaneren" foutief gebruikt in plaats van "constateren"
- Dat zij zichzelf voorstelt als [naam 6]/[naam 8];
- Dat het verhaal steeds is, verdachte transactie geweest een half uur geleden. Een overboeking van € 920,- euro naar ene "[naam 7]" (fonetisch).
Beller: [telefoonnummer 5]
Gebelde: [telefoonnummer 2]
Datum: 09-02-2023
[nummer 1] Zelfde [naam 9] doet zich voor als [naam 6]
tenaamstelling [naam 7] ( Fon)
[nummer 1] vraagt wat zij moet gaan doen voor SO.
Beller: [telefoonnummer 5]
Gebelde: [telefoonnummer 4]
Datum: 09-02-2023
[nummer 1] doet zich voor als [naam 6] fraude helpdesk.
Bewijsmotivering feit 2
De verdediging heeft aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte heeft geprobeerd de aangevers te bewegen tot afgifte van enig goed.
Zaak Devel
De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte aangeefster Van der Hooft heeft geprobeerd te bewegen tot afgifte van enig goed. Uit het dossier blijkt niet dat aan deze aangeefster is verteld dat er geldbedragen van haar rekening werden afgehaald. Uit het dossier volgt slechts dat de verdachte de aangeefster heeft gebeld, zich heeft voorgedaan als [naam 6] en heeft medegedeeld dat er iets mis was met de financiën. Deze mededeling is niet opgenomen in de beschuldiging. Dat betekent dat niet kan worden bewezen dat de verdachte de feitelijke gedragingen zoals ten laste gelegd ten aanzien van dit onderdeel van beschuldiging heeft begaan. De verdachte wordt hiervan partieel vrijgesproken.
Zaak Hoofdland, Gershwin, Persolesis en Volger
De verdachte heeft samen met anderen geprobeerd aangevers [aangever 13], [aangever 14], [aangever 15] en [aangever 16] op te lichten door hen te bewegen tot afgifte van hun bankpassen. De verdachte heeft verklaard dat er een script was dat zij moest volgen en dat het de bedoeling was dat degenen die werden gebeld hun bankpasje zouden afgeven. Uit de aangiften en tapgesprekken volgt dat de aangevers steeds zijn gebeld met de mededeling dat zij een bankmedewerkster genaamd [naam 6] spraken en dat er geldbedragen van hun rekening werden afgehaald. De verdachte heeft verklaard dat zij haar eigen stem herkent op de tapgesprekken en dat zij zichzelf heeft voorgedaan als '[naam 6]'. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van feit 2.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
Feit 2
medeplegen van een poging tot oplichting, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 79 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen, eventueel in combinatie met een voorwaardelijke taakstraf.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan vier pogingen tot oplichting door middel van bankhelpdeskfraude. De slachtoffers, veelal oudere mensen, zijn door de verdachte gebeld met de mededeling dat zij mogelijk slachtoffer waren geworden van fraude. De verdachte deed zich daarbij voor als een zogenaamde bankmedewerkster om het vertrouwen van de slachtoffers te winnen. Dat deze slachtoffers uiteindelijk niet zijn opgelicht is enkel te wijten aan hun eigen kordate handelen.
Bankhelpdeskfraude tast bij slachtoffers het gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens ernstig aan. Het is extra kwalijk dat juist mensen van hogere leeftijd doelbewust tot slachtoffer zijn gemaakt, vanwege hun grote kwetsbaarheid en afhankelijkheid.
Daarnaast ondermijnt bankhelpdeskfraude het vertrouwen dat rekeninghouders in het algemeen in het betalingsverkeer en het bankwezen mogen hebben. Dit vertrouwen is van groot belang voor het maatschappelijk en economisch verkeer. De verdachte heeft zich niet bekommerd om de gevolgen van haar handelen.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 29 oktober 2025 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Het strafblad van de verdachte leidt dus tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
In het rapport van de reclassering GGZ Inforsa van 3 november 2025 staat onder meer het volgende.
Volgens de reclassering is er (nog) geen sprake van een delictpatroon. De verdachte heeft stabiele huisvesting en heeft regelingen getroffen voor haar schulden. Er is geen sprake van middelen- of psychische problematiek. Ook ontvangt de verdachte ondersteuning van de gemeente Amsterdam in een vrijwillige kader. De reclassering ziet dit als beschermde factoren. Verder ziet de reclassering het sociaal netwerk van de verdachte niet langer meer als een risicofactor omdat zij daarvan afstand heeft genomen. De reclassering schat het risico op recidive als laag.
Bij een veroordeling adviseert de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. De reclassering vindt interventies of toezicht niet nodig. De reclassering ziet contra-indicaties voor het opleggen van een gevangenisstraf. De ingezette trajecten kunnen dan stagneren. Ook heeft de verdachte een zoon waar zij de volledige zorg voor draagt.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte heeft op de zitting verklaard dat zij samen woont met haar zoon van anderhalf jaar oud. Zij ontvangt momenteel een uitkering. De verdachte krijgt ondersteuning van een jongerencoach voor haar schulden. Zij is van plan om binnenkort te starten met een opleiding.
Straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. In het bijzonder houdt de rechtbank rekening met het feit dat de verdachte al 101 dagen in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Ook weegt de rechtbank de persoonlijke omstandigheden van de verdachte mee. Zij heeft verantwoordelijkheid genomen voor haar handelen en spijt betuigd. De verdachte lijkt de ernst en het kwalijke van haar handelen in te zien. Verder houdt de rechtbank rekening met de jeugdige leeftijd van de verdachte en de positieve ontwikkeling zij die zij de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. Daarom wordt aan de verdachte een gevangenisstraf van 101 dagen met aftrek van voorarrest opgelegd. De duur van deze gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis.
De rechtbank ziet geen aanleiding om daarnaast een voorwaardelijk strafdeel op te leggen gelet op het lage recidive-risico.
5. Vordering van de benadeelde partijen
Vordering [benadeelde partij 2]
heeft als benadeelde partij voor feit 1 € 475,- als vergoeding voor materiële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de officier van justitie
De benadeelde partij kan niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering, gelet op het verzoek om de verdachte vrij te spreken van feit 1.
Standpunt van de verdediging
De benadeelde partij moet niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, gelet op de bepleite vrijspraak van feit 1.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering, omdat de verdachte wordt vrijgesproken van feit 1.
De rechtbank veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten die de verdachte heeft gemaakt bij de verdediging van de vordering, omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.
6. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 45, 47 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.
7. Beslissingen
De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 1 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte feit 2, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 101 (honderdeneen) dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Vordering benadeelde partij
verklaart de [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering (feit 1);
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op € 0.
8. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. C. Sikkel, voorzitter,
en mrs. C.M. Derijks en N. Stolk, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.H. Karakus, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 4 februari 2026.