ECLI:NL:RBROT:2026:2273

ECLI:NL:RBROT:2026:2273

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 24-02-2026
Datum publicatie 05-03-2026
Zaaknummer ROT 25/3992
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Varia, toegekende urgentieverklaring. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college het zoekprofiel niet hoeft aan te passen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 februari 2026 in de zaak tussen

[naam eiser] , uit [plaats] , eiser

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/3992

(gemachtigde: mr. K.M. van der Boor),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen, het college

(gemachtigde: mr. P.J. Remmelts).

1.

Deze uitspraak gaat over een besluit van het college om het zoekprofiel bij de urgentieverklaring van eiser niet aan te passen. Eiser is het niet eens met het zoekprofiel. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het zoekprofiel van de urgentieverklaring.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college het zoekprofiel niet hoeft aan te passen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.

De vrouw van eiser heeft een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring op grond van medische noodzaak. Het college heeft deze aanvraag met een besluit van 16 juli 2024 (het primaire besluit) toegewezen. Met het bestreden besluit van 3 april 2025 op het bezwaar van eiser heeft het college het zoekprofiel bij de urgentieverklaring aangepast.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eiser heeft aanvullende gronden ingediend als reactie op het verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 10 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, bijgestaan door [persoon A] , de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college.

Na de zitting heeft de rechtbank het onderzoek geschorst om het college in de gelegenheid te stellen nadere stukken in te dienen. Het college heeft hiervan gebruik gemaakt en op 3 december 2025 nadere stukken ingediend. Eiser heeft op 17 december 2025 op deze stukken gereageerd.

De rechtbank heeft op 8 december 2025 aan partijen laten weten voldoende te zijn voorgelicht om een uitspraak te doen en dat zij geen nadere zitting nodig acht. Partijen hebben laten weten geen nadere zitting te wensen. De rechtbank heeft het onderzoek daarna gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het besluit

Eiser bewoont met zijn vrouw en vier kinderen een benedenwoning met twee slaapkamers in Vlaardingen. Op 7 juni 2024 heeft de vrouw van eiser een aanvraag gedaan voor een urgentieverklaring op grond van de medische noodzaak. In de woning is veel schimmel aanwezig. De vrouw heeft last van eczeem, astma en allergieën. De dochter ontwikkelt nu ook vergelijkbare klachten.

Op 16 juli 2024 heeft de arts van het team Sociaal Medische Advisering (arts SMA) een advies uitgebracht over de situatie van eiser en zijn gezin. Uit het advies volgt dat een aparte slaapkamer en een benedenwoning niet noodzakelijk zijn. Wel adviseert de arts SMA een woning met centrale verwarming en adequate ventilatiemogelijkheden. De woning moet gesaneerd zijn of saneerbaar zijn zodat overmatige blootstelling aan stof vermeden wordt. Vanwege bijkomende medische beperkingen van de vrouw en medische beperkingen van eiser adviseert de arts SMA een gelijkvloerse woning zonder trappen. Het college heeft een urgentieverklaring verleend met een daaraan gekoppeld zoekprofiel.

Met het bestreden besluit heeft het college het zoekprofiel aangepast. De benedenwoning en flatwoning zonder lift zijn aan het zoekprofiel toegevoegd. Ook is de maximum huurprijs komen te vervallen. Het college stelt zich op het standpunt dat de woonruimtetypering is gekozen om te voorkomen dat een wooncarrière kan worden gemaakt. Het college is van mening dat er geen grond is om het zoekprofiel verder uit te breiden. Het zoekprofiel is als volgt komen vast te staan:

- Benedenwoning, flatwoning met lift, flatwoning zonder lift op de begane grond- De woning is gelijkvloers- Minimaal 4 en maximaal 6 slaapkamers- Regio Rotterdam en urgentieregio Waterweg

Toetsingskader

4. De toepasselijke wettelijke regels staan in de bijlage bij deze uitspraak. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden.

Heeft het college in redelijkheid tot het zoekprofiel kunnen komen?

Eiser voert aan dat het college zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het vastgestelde zoekprofiel voldoende is om een passende woning te vinden. Eiser wil een eengezinswoning toegevoegd zien aan het zoekprofiel en de voorwaarde van een gelijkvloerse woning wil hij uit het zoekprofiel verwijderd zien. Eiser stelt zich op het standpunt dat het college ten onrechte geen waarde heeft toegekend aan het feit dat binnen het huidige zoekprofiel een zeer gering aanbod van woningen is. Hij is van mening dat hij met deze aanpassingen beter in staat is om (binnen een redelijke termijn) een geschikte woning te vinden. Daarbij komt dat de concurrentie groot is. Eiser doet een beroep op een uitspraak van deze rechtbank. De woningen die eiser op de website van Woonnet Rijnmond te zien krijgt en die voldoen aan het zoekprofiel bevinden zich op meer dan een uur reizen van de school van de kinderen. Eiser heeft ter zitting benadrukt dat hij een flatwoning binnen het zoekprofiel ook zou accepteren, maar dat deze niet worden aangeboden. Het belang van het toevoegen van een eengezinswoning aan het zoekprofiel is gelegen in het vinden van een nieuwe woning, niet in de medische noodzaak. Eiser stelt zich op het standpunt dat de voorwaarde dat de woning gelijkvloers is niet volgt een medische noodzaak. Zijn huisarts heeft verklaard dat hij en zijn gezin niet bekend zijn met loop problemen of problemen bij het traplopen.

Uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling volgt dat gemeenten op grond van de Huisvestingswet 2014 verantwoordelijk zijn voor een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van de schaars beschikbare sociale huurwoningen. Hierbij geldt als uitgangspunt dat iedere urgent woningzoekende een woning krijgt toegewezen die aansluit op zijn of haar situatie. De vraag wanneer een woning passend is hangt af van de situatie van de aanvrager. Vast staat dat niet iedere sociale huurwoning passend is voor iedere urgent woningzoekende. Het is tegen deze achtergrond dat het college het beperkt aantal woningen dat beschikbaar komt, toekent aan woningzoekenden die dat type woning het hardst nodig hebben. Het toekennen van een eengezinswoning aan een huishouden waarbij een flatwoning of benedenwoning op medische gronden voldoende is, betekent dat een gezin waarbij medische noodzaak bestaat voor een eengezinswoning (nog) langer moet wachten op passende woonruimte.

De rechtbank is van oordeel dat het college in redelijkheid de eengezinswoning niet heeft toegevoegd aan het zoekprofiel. In het geval van eiser is de medische noodzaak voor een eengezinswoning niet aanwezig. Uit het advies van de arts SMA volgt dat een eengezinswoning medisch gezien niet noodzakelijk is. Het huisvestingsprobleem kan worden opgelost met het onderliggende zoekprofiel. Dat de arts SMA schrijft dat een traplift in een eengezinswoning het probleem ook zou oplossen maakt nog niet dat de eengezinswoning op zichzelf ook noodzakelijk is. Eiser heeft geen omstandigheden aangevoerd die maken dat de eengezinswoning op medische gronden toegevoegd had moeten worden aan het zoekprofiel.

De rechtbank is van oordeel dat het college in redelijkheid het vereiste van een gelijkvloerse woning in het zoekprofiel heeft kunnen opnemen. Uit de aanvraag blijkt dat de vrouw zelf de voorkeur heeft uitgesproken voor een gelijkvloerse woning. Als antwoord op de vraag, “Welk type woning heeft u minimaal nodig om uw woonprobleem op te lossen?” antwoord zij, “Het liefst begane grond. Omdat mevrouw reumatische klachten heeft. Traplopen is moeilijk.” Op de vraag, “Maakt u nu al gebruik van hulpmiddelen om u beter te kunnen verplaatsen in of buiten de woning?” antwoord zij, “Als mevrouw lange stukken moet lopen dan ondersteunt haar partner haar.” Op basis van deze informatie is het begrijpelijk dat de arts SMA een gelijkvloerse woning adviseert. Dat de huisarts van het gezin verklaart dat hij het gezin nooit heeft gesproken, behandeld of doorverwezen voor problemen met lopen of traplopen maakt het voorgaande niet anders. Het is mogelijk dat zij zich nooit met dergelijke problematiek bij de huisarts hebben gemeld. Daarnaast heeft de arts SMA in de toelichting van 17 januari 2025 verklaard hoe hij tot de conclusie is gekomen dat een gelijkvloerse woning noodzakelijk is. De arts SMA schrijft dat het algemene uitgangspunt bij ernstige astma is dat een woning wordt geadviseerd waarin traplopen niet is vereist. De rechtbank overweegt daarbij dat de arts SMA specifiek wordt ingeschakeld voor adviezen op het gebied van wonen en meer specifiek voor het adviseren bij het vaststellen van een zoekprofiel op medische gebied.

De rechtbank heeft in de uitspraak waar eiser een beroep op doet het zoekprofiel uitgebreid omdat het in dat geval onevenredig uitpakte voor de betrokkene. De rechtbank acht voldoende aannemelijk dat het aanbod dat past bij het voor eiser vastgestelde zoekprofiel ook beperkt is. De rechtbank is echter van oordeel dat het zoekprofiel in zijn geval niet onevenredig beperkend is. In het bezwaarschrift heeft eiser aangevoerd dat twee geschikte woningen zijn aangeboden op 12 december 2024 en 15 december 2024, maar dat deze ruim een uur reistijd hebben naar de school van de kinderen. Eiser heeft ter zitting toegelicht dat zijn kinderen in Vlaardingen op school zitten, maar dat het belang van een nieuwe woning prevaleert boven het belang van de kinderen om dichtbij de school te wonen. Eiser had dus op deze woningen kunnen reageren. Daarnaast heeft het college aangetoond dat tussen 4 augustus 2025 en 7 augustus 2025 een woning is aangeboden die voldoet aan het zoekprofiel van eiser en die hij had kunnen huren als hij had gereageerd, hij was dan op plaats één terecht gekomen. Dat eiser hier niet op heeft gereageerd dient voor zijn rekening en risico te komen. Uit de door eiser aangehaalde uitspraak blijkt niet dat het college in die zaak heeft aangetoond dat de betrokkene had kunnen reageren op woningen die zij vervolgens toegewezen had gekregen. Om die reden is de situatie van eiser niet gelijk aan de situatie die zich voordeed in de hiervoor genoemde uitspraak.

Had het college de hardheidsclausule moeten toepassen?

6. Eiser voert aan dat het college het zoekprofiel had moeten uitbreiden door de hardheidsclausule toe te passen. Het beperkte zoekprofiel rechtvaardigt het toevoegen van een eengezinswoning aan het zoekprofiel. De belangen van de kinderen zijn onvoldoende meegewogen bij de besluitvorming. Hierdoor is sprake van een motiveringsgebrek en is het bestreden besluit ook in strijd met artikel 3 van het IVRK.

De rechtbank is van oordeel dat het college in redelijkheid geen toepassing heeft hoeven geven aan de hardheidsclausule. Zoals hiervoor onder 5.5. overwogen is het zoekprofiel niet onevenredig beperkend. Hoewel eiser veel concurrentie heeft bij het vinden van een woning, geldt dit voor alle woningzoekenden. Niet valt in te zien waarom zijn situatie zich onderscheidt van de vele andere woningzoekenden (die wegens medische noodzaak moeten verhuizen) in Rotterdam. Eiser stelt terecht dat het college de belangen van de kinderen niet zichtbaar meeweegt bij de motivering van het besluit. De rechtbank is echter van oordeel dat dit niet leidt tot een motiveringsgebrek. Eiser heeft geen concrete aanknopingspunten naar voren gebracht waaruit zou moeten volgen dat de toekenning van de urgentieverklaring en het zoekprofiel in strijd is met de belangen van de kinderen. Hoewel de woonsituatie van eiser en zijn gezin niet ideaal is, is het gezin niet dakloos. De eventuele reistijd naar de school – voor zover die al zou bestaan nadat eiser een woning heeft gevonden – is geen omstandigheid die het college in dusdanige mate dient mee te wegen. Gesteld noch gebleken is dat het onmogelijk is voor de kinderen om van school te wisselen. Bovendien heeft eiser ter zitting verklaard dat het vinden van een nieuwe woning belangrijker is dan het beperken van de reistijd naar de school. Eiser heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat de sociale ontwikkeling van zijn kinderen in gevaar is wanneer zij langer moeten reizen naar school.

De tweede fase van de urgentieverklaring

7. Eiser heeft ter zitting toegelicht dat hij volgens de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024 (de Verordening) in de tweede fase van de urgentieverklaring zou moeten zitten. Gedurende de tweede fase dragen de corporaties in gezamenlijkheid verantwoordelijkheid voor het aanbieden van woonruimte aan van de houder van de urgentieverklaring. Hiertoe doen zij de houder één directe aanbieding van een in de voorkeursurgentieregio, genoemd in de huisvestingsverklaring, gelegen woonruimte, welke past binnen de urgentie geldende slaapkamertal en woonruimtetype. Tot aan de zitting heeft eiser nog geen aanbieding gekregen. Daarnaast zet eiser vraagtekens bij de werking van zijn urgentieverklaring. Hij heeft het gevoel dat hij op de website van Woonnet Rijnmond minder woningen te zien krijgt wanneer hij is ingelogd dan wanneer hij niet is ingelogd en de website bezoekt. Dit terwijl sommige van de woningen die hij dan niet meer ziet wel aan het zoekprofiel voldoen.

De rechtbank ziet in de Verordening geen grondslag om de actieve bemiddeling waar eiser op wijst op te dragen aan het college. Het is dus in juridische zin niet mogelijk om aan het college een verplichting op te leggen om in het profiel of in een apart besluit op te nemen dat er actiever bemiddeld moet worden. Het voorgaande geldt ook voor de werking van de urgentieverklaring op de website van Woonnet Rijnmond. Eiser heeft zijn zorgen ter sprake gebracht tijdens de zitting waar de gemachtigde van het college aanwezig was. De rechtbank gaat ervan uit dat de gemachtigde deze zorgen kenbaar maakt bij de juiste personen zodat deze kunnen controleren of de urgentieverklaring en het betreffende zoekprofiel op de juiste wijze zijn ingevoerd.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het zoekprofiel niet wordt gewijzigd. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Blokhuis, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2026.

De rechter is verhinderd deze

uitspraak te ondertekenen

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Bijlage I bij de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024:

Artikel 2.5. Hardheidsclausule

1. Het bestuursorgaan dat belast is met het beslissen op aanvragen om een urgentieverklaring is, indien strikte toepassing van deze verordening zou leiden tot weigering van een urgentieverklaring, bevoegd om toch een urgentieverklaring toe te kennen indien:

a. weigering van een urgentieverklaring leidt tot een schrijnende situatie; en,

b. sprake is van bijzondere, bij het vaststellen van de verordening onvoorziene, omstandigheden die gelet op het doel van de verordening redelijkerwijs toch tot een grond voor de verlening van een urgentieverklaring zouden kunnen zijn.

2. Het in het eerste lid bedoelde bestuursorgaan registreert de gevallen waarin met toepassing van het in het eerste lid bepaalde een urgentieverklaring wordt verleend. De registratie bevat ten minste de datum waarop de urgentieverklaring wordt verleend en de specifieke omstandigheden van het geval die leiden tot de verlening van de urgentieverklaring. De registraties worden besproken in het in artikel 2.5.2 van de verordening bedoelde overleg.

Artikel 3.3. Het woonruimtetype

1. In het zoekprofiel wordt het woonruimtetype opgenomen dat nodig is voor de oplossing van het huisvestingsprobleem.

2. Het woonruimtetype bevat in ieder geval de volgende elementen:

a. het slaapkamertal van de woonruimte

b. de typering van de woonruimte;

c. de huurprijs waarbij woonruimte passend wordt geacht voor het huishoudinkomen van aanvrager.

3. De typering van de woonruimte wordt dusdanig gekozen dat de houder met de urgentieverklaring geen wooncarrière kan maken, tenzij het maken van wooncarrière uitsluitend het gevolg is van het afhankelijk zijn van een woonruimtetype dat noodzakelijk is voor het oplossen van het huisvestingsprobleem. Onder wooncarrière wordt verstaan: het verhuizen naar een type woonruimte dat naar de maatstaf van een redelijk handelend woningzoekende als gewilder beschouwd moet worden.

4. De typering van de woonruimte wordt dusdanig gekozen dat sprake is van een standaard woonruimtetype. Dit betekent: alle woonruimtetypen met uitzondering van eengezinswoningen en benedenwoningen. Hiervan kan door het bestuursorgaan worden afgeweken indien bijzondere omstandigheden daarvoor aanleiding zijn.

5. Indien de toepasselijke urgentiegrond of de samenstelling van het ingevolge artikel 2.1.1 van de verordening aangewezen deel van de woonruimtevoorraad daartoe naar het oordeel van het bestuursorgaan dat op de aanvraag om urgentieverklaring beslist aanleiding geeft, kan naast het in het vorige lid bedoelde woonruimtetype een tweede woonruimtetype in het zoekprofiel worden opgenomen. Dit tweede woonruimtetype is alleen van toepassing in de tweede fase van de urgentie en bovendien op woonruimte gelegen in de gemeente van het college van burgemeester en wethouders dat de urgentieverklaring verleend heeft.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?