RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11878276 CV EXPL 25-19474
datum uitspraak: 6 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stedin Netbeheer B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde 1] en [gedaagde 2],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagden,
die zelf procederen.
De partijen worden hierna ‘Stedin’, ‘ [gedaagde 1] ’ en ‘ [gedaagde 2] ’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van Stedin van 2 september 2025;
het antwoord van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] van 16 september 2025;
de brief van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] van 29 oktober 2025;
de repliek van Stedin van 10 december 2025, met een vermindering van eis;
de reactie van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] van 22 december 2025;
de door partijen ingediende bijlagen.
2. Het geschil
Stedin vordert, na een vermindering van haar eis, samengevat:
1. te bepalen dat zij gerechtigd is de gasaansluiting in de woning van [gedaagde 1] en
[gedaagde 2] , die zij huren van Woonstad, af te sluiten;
2. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen tot betaling van de hieraan verbonden
kosten van € 120,41;
3. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen tot betaling van € 75,00 aan incassokosten
en hen te veroordelen in de proceskosten.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] voeren verweer.
3. De beoordeling
afsluiting gasaansluiting en de kosten daarvan
Stedin schrijft in haar repliek dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] inmiddels toestemming hebben gegeven tot verwijdering van de gasaansluiting en dat een regeling is getroffen voor de kosten hiervan. Door de toestemming is Stedin gerechtigd om de gasaansluiting te verwijderen. De kantonrechter leidt hieruit af dat Stedin geen belang meer bij haar eerste vordering heeft. Dat blijkt ook wel uit het feit dat Stedin geprobeerd heeft om de zaak in te trekken voor de eerste zitting. Wat er af is gesproken over de kosten van verwijdering weet de kantonrechter niet, maar dat deze kosten voor rekening van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] komen lijkt op voorhand niet redelijk. Zij stellen namelijk de woning gasloos te hebben gehuurd van Woonstad en dit wordt niet weersproken. In dat geval zou Woonstad als eigenaar en verhuurder mogelijk de kosten moeten dragen. Hoe dan ook, heeft Stedin de vordering tot betaling van de kosten door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] gelet op de betwisting onvoldoende onderbouwd. Ook de tweede vordering wordt afgewezen.
incassokosten, proceskosten
De incasso- en proceskosten blijven voor rekening van Stedin. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben contact opgenomen met Stedin naar aanleiding van een brief over afsluiting, op of kort voor 12 februari 2025, zo blijkt uit het door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] overgelegde overzicht met contactmomenten over deze kwestie. Stedin betwist dit overzicht niet. Had Stedin zich verdiept in de feitelijke situatie, dan had zij [gedaagde 1] en [gedaagde 2] uit kunnen leggen dat er nog een gasaansluiting aanwezig was in hun woning en dat zij mee moesten werken aan afsluiting van die aansluiting. De kantonrechter gaat er basis van de gang van zaken zoals blijkt uit de stukken vanuit dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] dan eerder toestemming voor en medewerking aan de verwijdering zouden hebben gegeven. Dan hadden er geen incassokosten en proceskosten gemaakt hoeven worden. In plaats van de kwestie gedegen te bekijken, lijkt Stedin volstaan te hebben met het sturen van standaardbrieven. Stedin heeft weliswaar vlak voor de eerste zitting geprobeerd de zaak in te trekken, om alsnog kosten te voorkomen, maar [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hadden er belang bij hier niet mee in stemmen. Zij hebben namelijk belang bij een uitspraak over de kosten. Nergens blijkt namelijk uit dat Stedin afstand heeft gedaan van de aanspraak op die kosten. Het spreken over een betalingsregeling voor de kosten wijst er ook op dat Stedin nog wel aanspraak op die kosten maakt.
conclusie
De afsluiting van de gasaansluiting is inmiddels in gang gezet en de kosten blijven voor rekening van Stedin. Dit betekent dat de vordering van Stedin afgewezen wordt.
4. De beoordeling
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
bepaalt dat de door Stedin voor deze zaak gemaakte kosten voor haar rekening blijven.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.A. Hut en in het openbaar uitgesproken.
686