ECLI:NL:RBROT:2026:2284

ECLI:NL:RBROT:2026:2284

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 30-01-2026
Datum publicatie 05-03-2026
Zaaknummer C/10/712466 / JE RK 25-2694
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing.’

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/712466 / JE RK 25-2694

Datum uitspraak: 30 januari 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant,

gevestigd te Etten-Leur, hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift van de GI, met bijlagen, ontvangen op 12 december 2025;

de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 december 2025, met zaaknummer C/02/442977 / JE RK 25-2228.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

- twee vertegenwoordigers van de GI, [naam 1] en [naam 2] .

De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader juist is opgeroepen.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.

Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van [naam 3] , tolk in de Arabische taal.

2. De feiten

De moeder heeft het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij zijn vader.

De kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft bij beschikking van 10 februari 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 10 februari 2026.

De kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft bij beschikking van 21 augustus 2025 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de vader zonder gezag tot 10 februari 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader zonder gezag te verlengen voor de duur van zes maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De GI handhaaft het verzoek en licht dit als volgt toe. Er zijn zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige] in de thuissituatie bij de vader. De vader toont onvoldoende betrokkenheid. Er is sprake van een gesloten systeem en het is moeilijk om zicht te krijgen op het welzijn en de veiligheid van [minderjarige] . Ook zijn er signalen dat de vader met enige regelmaat drinkt en [minderjarige] hierdoor wordt belast. Hoewel de moeder ervoor openstaat om [minderjarige] te begeleiden, is zij op dit moment daartoe onvoldoende in staat. De moeder is zich niet bewust van de problematiek die er bij [minderjarige] speelt en het is belangrijk dat de moeder hiervoor passende begeleiding ontvangt. De zorgen worden bevestigd door de mentor van [minderjarige] . De mentor geeft aan dat er onvoldoende betrokkenheid is vanuit de ouders en dat [minderjarige] meer sturing nodig heeft. [minderjarige] heeft hechting en acceptatie nodig vanuit zijn ouders, om zo verder te kunnen ontwikkelen en op zijn eigen benen te kunnen staan. De komende tijd wordt onderzocht of een begeleid wonen traject of kamertraining eventueel beter aansluit bij wat [minderjarige] nodig heeft. Gezien de zorgen, vindt de GI een uithuisplaatsing voor de duur van zes maanden passend. Zo kan gedurende deze periode gekeken worden welke woonplek voor [minderjarige] het meest geschikt is.

Door de moeder wordt geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. De moeder belt regelmatig met de kinderen, en heeft dan met name contact met de oudere broer van [minderjarige] . [minderjarige] vertelt de moeder dat het goed met hem gaat en hij blij is dat hij bij zijn vader woont. De moeder wil het liefst [minderjarige] wat vaker zien, om zo op de hoogte te blijven van zijn schoolgang en hem in de gaten te houden. De moeder vindt het fijn als er minder strikte afspraken worden gemaakt en zij eerder op vrije wijze met [minderjarige] kan afspreken. De moeder wil graag dat het goed gaat met [minderjarige] en zij staat ervoor open om in overleg te gaan met de jeugdbescherming, om samen te bepalen wat er voor [minderjarige] op dit moment nodig is.

5. De beoordeling

De ondertoezichtstelling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan (artikel 1:260 BW). De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Er bestaan zorgen over de opvoedsituatie van [minderjarige] bij de vader thuis. Er zijn signalen dat de vader overmatig alcohol gebruikt en het lijkt erop dat [minderjarige] hierdoor wordt belast. Ook zijn er zorgen over eventueel fysiek geweld, waarbij [minderjarige] wordt blootgesteld aan een corrigerende tik van de vader. Sinds juli 2025 is er opvoedondersteuning vanuit Saeda bij de vader thuis ingezet. [minderjarige] heeft sinds september 2025 een coach, waarmee hij wekelijks contact heeft. De vader heeft een gesloten houding richting de hulpverlening, waardoor de hulpverlening moeilijk met de vader in contact komt. Ook de communicatie tussen de ouders verloopt niet goed. De vader toont een bedreigende houding richting de moeder en dit heeft meermaals tot telefonische ruzies geleid. Bemiddeling vanuit Saeda is nodig geweest om de ouders te laten samenwerken. Het contact tussen de moeder en [minderjarige] verloopt wisselvallig. De moeder slaagt er op dit moment niet in om haar ouderrol te vervullen en er voldoende voor [minderjarige] te kunnen zijn. De mentor van [minderjarige] heeft aangegeven dat beide ouders onvoldoende betrokkenheid tonen en er niet in slagen om [minderjarige] emotionele en fysieke steun te geven in zijn dagelijkse leven. Volgens de mentor heeft [minderjarige] meer begeleiding nodig om zo zijn schoolwerk goed te kunnen bijhouden.

Gelet op de zorgen vindt de kinderrechter het belangrijk dat de jeugdbescherming betrokken blijft. De zorgen over het alcoholgebruik van de vader in combinatie met zijn gesloten houding leiden ertoe dat er zorgen bestaan over de thuissituatie van [minderjarige] . Ook lijkt het erop dat [minderjarige] onvoldoende steun en betrokkenheid vanuit zijn ouders ontvangt en hij hier last van heeft. Het is belangrijk dat de hulpverlening in de thuissituatie van de vader en de individuele hulpverlening van [minderjarige] worden voortgezet. Daarbij is het nodig dat aan de samenwerking tussen ouders wordt gewerkt en de moeder hiervoor ondersteuning ontvangt. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar.

De machtiging tot uithuisplaatsing

Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, BW). De schoolgang en sociale activiteiten van [minderjarige] spelen zich af bij de vader in Bergen op Zoom. De moeder van [minderjarige] woont in Dordrecht en middels een omgangsregeling is bepaald wanneer contact tussen hen plaatsvindt. Gezien deze omstandigheden, is het belangrijk dat [minderjarige] bij zijn vader kan blijven wonen. De zorgen die zich in de thuissituatie van de vader afspelen, moeten de komende periode worden onderzocht. Het is belangrijk dat [minderjarige] zich veilig voelt en op een onbelaste manier zijn leven kan leiden. Er moet wel worden bekeken of de thuissituatie van de vader op den duur hieraan voldoende waarborg biedt. De kinderrechter acht de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing in het belang van [minderjarige] .

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 10 februari 2027;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader zonder gezag tot 10 augustus 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2026 door mr. N. Doorduijn, kinderrechter, in aanwezigheid van R.J.S. Mulder als griffier, en op schrift gesteld op 11 februari 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?