RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 maart 2026 in de zaak tussen
[verzoeker], uit Hellevoetsluis, verzoeker
de burgemeester van Voorne aan Zee,
Samenvatting
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 26/1263
(gemachtigde: mr. J. Pearson),
en
(gemachtigden: [naam 1] en [naam 2]).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [naam stichting] uit Spijkenisse, de verhuurder
(gemachtigde: mr. M.E. Verheijen).
De burgemeester heeft de woning van verzoeker gesloten op grond van de Opiumwet. Verzoeker heeft verzocht dit besluit te schorsen. De voorzieningenrechter wijst dit verzoek in deze uitspraak af.
Procesverloop
Met een besluit van 30 januari 2026 heeft de burgemeester verzoekers woning gesloten voor de duur van drie maanden.
Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De burgemeester heeft zich bereid verklaard de woning niet te sluiten voordat uitspraak is gedaan in deze procedure.
De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 23 februari 2026 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de burgemeester, vergezeld door [naam 3].
Beoordeling door de voorzieningenrechter
De aanleiding voor de sluiting
2. In een bestuurlijke rapportage van de politie van 6 januari 2026 is het volgende vermeld. Politiemedewerkers hebben op 29 december 2025 de woning aan [adres] betreden. Daarbij zijn een vuurwapen en munitie aangetroffen, alsmede 9,2 gram methamfetamine. Na een verdere doorzoeking in de woning is een bus deodorant, met daaraan negen hagelpatronen bevestigd, aangetroffen.
Waar gaat het in deze zaak om?
3. De burgemeester heeft, nadat verzoeker een zienswijze heeft ingebracht, op grond van de bestuurlijke rapportage besloten de woning te sluiten voor de duur van drie maanden, in afwijking van het uitgangspunt van zes maanden dat volgt uit het beleid van de burgemeester. Verzoeker is het niet eens met de sluiting van zijn woning. Hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat de woning open blijft totdat is beslist op zijn bezwaarschrift.
Spoedeisend belang
4. Omdat de woningsluiting tot gevolg zal hebben dat verzoeker tijdelijk geen gebruik meer kan maken van zijn woning, is er voldoende spoedeisend belang om het verzoek in behandeling te nemen.
Heeft de burgemeester de woning mogen sluiten?
5. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een eventuele bodemprocedure niet.
6. Partijen zijn het erover eens dat de burgemeester, gelet op wat de politie heeft aangetroffen in de woning, bevoegd was om tot sluiting over te gaan. De bevoegdheid tot het toepassen van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is een discretionaire bevoegdheid. Dit betekent dat het aan de burgemeester is om de betrokken belangen af te wegen bij zijn besluit om deze bevoegdheid te gebruiken. Verzoeker heeft aangevoerd dat de sluiting in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Bij de beoordeling daarvan wordt een onderscheid gemaakt tussen de geschiktheid, de noodzakelijkheid en de evenwichtigheid van de sluiting.
7. Ter zitting heeft de gemachtigde van verzoeker zich op het standpunt gesteld dat de sluiting geen geschikt middel is omdat het beoogde doel van de sluiting niet wordt bereikt. Er zijn namelijk geen klachten over overlast ingediend en er bestaat geen risico dat de veiligheid van omwonenden in gevaar komt. Daarnaast stelt verzoeker zich op het standpunt dat de sluiting niet noodzakelijk is omdat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat de woning deel uitmaakt van de keten van drugshandel. Er is geen loop naar de woning en geen verstoring van de openbare orde.
8. De voorzieningenrechter volgt verzoeker niet in dit betoog. Het sluiten van de woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet heeft als doel het beëindigen van de geconstateerde overtreding van de Opiumwet, het tenietdoen van de gevolgen daarvan en/of het voorkomen van verdere overtredingen van de Opiumwet, steeds in of vanuit de woning. In beginsel is het sluiten van een woning een geschikt middel om dit doel te bereiken. In wat verzoeker heeft aangevoerd, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor een ander oordeel. De voorzieningenrechter ziet ook geen aanleiding voor het oordeel dat de sluiting niet noodzakelijk is en dat de burgemeester met een minder ingrijpend middel had moeten volstaan. De burgemeester heeft de situatie kunnen aanmerken als een ernstig geval. Allereerst is in de woning een aanzienlijke hoeveelheid harddrugs aangetroffen. Daarnaast is er een vuurwapen aangetroffen. Volgens verzoeker gaat het om een sportgeweer, maar dat doet er niet aan af dat de politie het wapen in beslag heeft genomen, kennelijk omdat het ging om een verboden vuurwapen. Voorts blijkt uit een aanvullende bestuurlijke rapportage van 17 februari 2025 dat verzoeker tweemaal eerder in aanraking is gekomen met de politie in verband met het bezit van harddrugs en eenmaal wegens het bezit van een vuurwapen. Onder deze omstandigheden heeft de burgemeester de sluiting naar voorlopig oordeel noodzakelijk mogen achten. Dat niet is gebleken dat er meldingen van overlast zijn gedaan of dat sprake is geweest van loop naar de woning, maakt dat niet anders.
9. Verzoeker heeft ook aangevoerd dat de sluiting niet evenwichtig is. Hij zal zijn woning niet kunnen gebruiken en zijn woning waarschijnlijk ook definitief kwijtraken. Verzoeker is een kwetsbaar persoon. Verzoeker zit momenteel in een WSNP-traject. De sluiting zal ook voor dit traject gevolgen hebben omdat hij zijn inkomen (een bijstandsuitkering) zal kwijtraken.
10. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid moeten de voor bewoners nadelige gevolgen van een sluiting worden afgewogen tegen de doelen die de burgemeester met de sluiting wil bereiken. Deze doelen houden doorgaans verband met de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester een sluiting noodzakelijk acht. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid is onder meer de mate van verwijtbaarheid van belang.
11. Naar voorlopig oordeel heeft de burgemeester niet van de sluiting hoeven afzien omdat de gestelde gevolgen daarvan voor verzoeker te ernstig zijn. Hierbij is van belang dat geen sprake is van verminderde verwijtbaarheid. Verzoeker heeft erkend dat hij verantwoordelijk is voor de aanwezigheid van de aangetroffen zaken. Ook is hij, zoals hiervoor al is vermeld, al eerder in aanraking geweest met de politie in verband met harddrugs en een vuurwapen. Verzoeker had dus beter moeten weten. Niet gebleken is dat verzoeker een bijzondere binding met de woning heeft, bijvoorbeeld wegens medische redenen. Voor wat betreft de mogelijkheid dat verzoeker zijn woning definitief zal kwijtraken, wordt nog het volgende overwogen. Ter zitting is namens de verhuurder verklaard dat de huurovereenkomst eerder al ontbonden is, wegens een huurachterstand. Verzoeker is ook veroordeeld tot ontruiming van de woning. De voor 1 juli 2025 geplande ontruiming is niet doorgegaan wegens het WSNP-traject. Volgens de verhuurder geven de aangetroffen harddrugs en het vuurwapen aanleiding opnieuw een vordering tot ontruiming in te dienen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter nuanceert deze verklaring van de verhuurder het beeld dat verzoeker zijn woning zal kwijtraken als gevolg van de sluiting door de burgemeester.
Conclusie en gevolgen
12. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de burgemeester de woning mag sluiten. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Veling, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2026.
de griffier is verhinderd te tekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: