ECLI:NL:RBROT:2026:2386

ECLI:NL:RBROT:2026:2386

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 11-03-2026
Datum publicatie 10-03-2026
Zaaknummer ROT 25/6962
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de weigering om openbaarmaking van de gesprekken tussen verkeersleiders en piloten via radio en telefonie (verkort aangeduid als R/T) op een aantal gespecificeerde vluchten. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestuur van Luchtverkeersleiding Nederland de openbaarmaking niet heeft kunnen weigeren op basis van artikel 8.8 van de Wet open overheid (Woo) en wel heeft kunnen weigeren op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo. De gevraagde R/T hoeft als gevolg van deze uitspraak niet openbaar te worden gemaakt.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de meervoudige kamer van 11 maart 2026 in de zaak tussen

Vereniging Bewoners Tegen Vliegtuigoverlast (BTV), uit Rotterdam, eiseres

het bestuur van Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL)

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/6962

(gemachtigden: A.B. Blokhuizen en mr. N. Krol),

en

(gemachtigde: mr. A. Brandenburg).

1. Deze uitspraak gaat over de weigering om openbaarmaking van de gesprekken tussen verkeersleiders en piloten via radio en telefonie (verkort aangeduid als R/T) op een aantal gespecificeerde vluchten. BTV is het daar niet mee eens.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat LVNL de openbaarmaking niet heeft kunnen weigeren op basis van artikel 8.8 van de Wet open overheid (Woo) en wel heeft kunnen weigeren op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo. BTV krijgt dus gedeeltelijk gelijk, namelijk voor zover het de primaire juridische grondslag van de weigering van de gevraagde R/T betreft. Alleen in zoverre is het beroep gegrond. De gevraagde R/T hoeft als gevolg van deze uitspraak niet openbaar te worden gemaakt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. BTV heeft op 6 januari 2025 op grond van de Woo verzocht om openbaarmaking – in de vorm van de geluidsopnames dan wel volledige transcripties – van een deel (de eerste twaalf minuten) van R/T voor tien gespecificeerde vluchten waarvan negen vluchten vanaf Rotterdam The Hague Airport (RTHA). Het gaat BTV in ieder geval om het deel van de R/T waarin toestemming wordt gevraagd en/of verkregen om af te wijken van de voorgeschreven route.

Bij besluit van 20 februari 2025 (primair besluit) heeft LVNL de openbaarmaking geweigerd op grond van artikel 5, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo.

Met het bestreden besluit van 1 augustus 2025 op het bezwaar van BTV heeft LVNL de openbaarmaking primair geweigerd op grond van artikel 8.8 van de Woo in samenhang met artikel 7.1, vierde lid, van de Wet luchtvaart en subsidiair op grond van artikel 5.1, tweede lid aanhef, onder i en onder e, van de Woo. Met dit besluit heeft LVNL ook een tweede Woo-verzoek van 27 mei 2025 van BTV afgewezen, op grond van artikel 4:6, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

BTV heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

LVNL heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en heeft hierbij niet de door BTV verzochte R/T in het geding gebracht.

De rechtbank heeft het beroep op 29 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van BTV, en voor LVNL zijn gemachtigde en [naam]

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt aan de hand van de door BTV ingediende beroepsgronden of het bestreden besluit in stand kan blijven.

4. Voor de toepasselijke wettelijke bepalingen verwijst de rechtbank naar de bijlage. Deze bijlage maakt deel uit van de uitspraak.

Beroepsgronden

5. BTV betwist dat artikel 8.8 van de Woo van toepassing is. Verder voert zij aan dat de motivering onjuist is voor de afwijzing van haar verzoek op grond van artikel 5.1, tweede lid aanhef onder i, van de Woo, dat deze uitzonderingsgrond niet van toepassing is en dat er geen belangenafweging heeft plaatsgevonden.

6. Partijen zijn het erover eens dat BTV met instemming van LVNL rechtstreeks beroep heeft ingesteld tegen de afwijzing van haar tweede Woo-verzoek op grond van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb. BTV voert tegen dit onderdeel echter afzonderlijk geen beroepsgronden aan, zodat de rechtbank dit bij haar beoordeling verder buiten beschouwing laat.

Artikel 8:8 van de Woo van toepassing?

7. Op grond van artikel 8.8 van de Woo zijn onder meer artikel 4.1 (het artikel dat de openbaarmaking op verzoek regelt) en artikel 5.1, eerste en tweede lid (uitzonderings-gronden voor openbaarmaking) niet van toepassing op informatie waarvoor een bepaling geldt die is opgenomen in de bijlage bij de Woo. De bijlage bij de Woo vermeldt onder andere artikel 7.1 van de Wet luchtvaart. Op grond van artikel 7.1, vierde lid, van de Wet luchtvaart zijn gegevens niet openbaar die zijn ontvangen of verzameld door of namens bestuursorganen op grond van de artikelen 4, 5 en 10 van de Verordening voorvallen (Verordening nr. 376/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 inzake het melden, onderzoeken en opvolgen van voorvallen in de burgerluchtvaart).

Artikel 4 en artikel 5 van de Verordening voorvallen bepalen wanneer personen welke informatie verplicht respectievelijk vrijwillig melden. Artikel 10 van die verordening is een bepaling over de verspreiding van in het Europees centraal register opgeslagen informatie.

Zoals volgt uit het voorgaande en uit de Memorie van Toelichting bij artikel 7.1 van de Wet luchtvaart, is op grond van artikel 8.8 van de Woo informatie slechts niet openbaar als zij specifiek beschikbaar is gekomen in het kader van de artikel 4, 5 en 10 van de Verordening voorvallen.

8. Anders dan LVNL betoogt, is het verplicht of vrijwillig melden of het verspreiden van informatie op grond van de Verordening voorvallen niet de enige grondslag voor het verzamelen en bewaren van algemene R/T. Dit volgt niet uit de tekst van de artikelen 4, 5 en 10 van de Verordening voorvallen. Verder blijkt onder andere uit de door BTV ter zitting overgelegde e-mail van 4 januari 2024 van de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) dat zij R/T heeft uitgeluisterd voor haar taak tot het houden van toezicht op het werk van LVNL. ILT heeft deze taak niet op grond van de artikelen 4, 5 en 10 van de Verordening voorvallen. Dit onderbouwt dat R/T ook wordt verzameld en gebruikt buiten de Verordening voorvallen om. Voorts wijkt de bewaartermijn van R/T van 30 dagen zo sterk af van de termijn van 72 uur waarbinnen informatie moet zijn verzameld voor een melding op grond van de Verordening voorvallen (zie bijvoorbeeld artikel 4, achtste en negende lid), dat ook dit onderbouwt dat R/T mede is bestemd voor doelen buiten de Verordening voorvallen. Tot slot heeft de gemachtigde van LVNL op de zitting bevestigd dat R/T ook wordt verzameld in het kader van internationale afspraken (op het niveau van ICAO). De rechtbank maakt ook daar uit op dat R/T mede bestemd is voor doelen buiten artikel 7.1 van de Wet luchtvaart.

9. Het betoog van LVNL dat zonder onvoorwaardelijke toepassing van artikel 8.8 van de Woo op R/T, informatie over voorvallen feitelijk niet beschermd is, gaat voorbij aan de bescherming die andere artikelen bieden. Daarover oordeelt de rechtbank hieronder.

Conclusie over artikel 8.8 van de Woo

10. Artikel 8.8 van de Woo is niet van toepassing op R/T in het algemeen. De primaire grondslag die LNVL aan het bestreden besluit heeft verbonden, houdt dus geen stand. BTV heeft dat dus terecht aangevoerd. Het beroep slaagt in zoverre.

Beoordeling subsidiaire grond, artikel 5.1, tweede lid aanhef onder i, van de Woo

11. Deze conclusie betekent dat de rechtbank toekomt aan een beoordeling van de door LVNL aangevoerde subsidiaire gronden voor weigering van de openbaarmaking van R/T, te weten het belang van het goed functioneren van LVNL (artikel 5.1, tweede lid aanhef onder i, van de Woo) en het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 5.1, tweede lid, aanhef onder e, van de Woo).

Wijze van toetsing door de bestuursrechter

12. Het is vaste rechtspraak dat de bestuursrechter bij de beoordeling van een besluit waarbij toepassing is gegeven aan een van deze uitzonderingsgronden zonder terughoudendheid toetst of het door het bestuursorgaan ingeroepen andere en zwaarder wegende belang dan het algemeen belang bij openbaarmaking, zich feitelijk voordoet. Een bestuursorgaan heeft vervolgens beoordelingsruimte bij de te maken afweging tussen het algemeen belang bij openbaarmaking en het door de uitzonderingsgrond beschermde belang. Dit betekent dat de bestuursrechter de afweging door een bestuursorgaan van de bestaande belangen, terughoudend toetst. De bestuursrechter toetst dus of het bestuursorgaan zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat het algemeen belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang. Bij deze afweging weegt zwaar het uitgangspunt van de Woo dat er een recht op toegang tot informatie bestaat.

Artikel 5, tweede lid, aanhef onder i, van de Woo

13. LVNL stelt zich terecht op het standpunt dat uit een oogpunt van het goed functioneren van LVNL belang bestaat bij geheimhouding van R/T en verwijst hiervoor terecht met name naar de ‘cultuur van billijkheid’ zoals die onder andere is beschreven in de Verordening voorvallen (zie o.a. artikel 2 onder 12 en preambule overwegingen 34, 36, 37, 40 en 44) en is vermeld in de wetsgeschiedenis bij de Wet luchtvaart.

LVNL onderbouwt de aanwezigheid van het belang bij zijn goed functioneren voldoende met de volgende toelichting. Het is van levensbelang dat iedere verantwoordelijke tijdens een vluchtafhandeling zich vrij en veilig moet voelen het werk naar behoren te kunnen doen en dus om melding te kunnen maken van alles dat naar zijn of haar oordeel van belang is of is geweest tijdens de vlucht. Als R/T (uit het verleden en/of voor de toekomst) openbaar wordt gemaakt op grond van de Woo, en daarmee voor eenieder voor altijd openbaar is, wordt hieraan ernstig afbreuk gedaan. Piloten en luchtverkeersleiders zullen zich – in de wetenschap dat hun mededelingen openbaar kunnen worden – minder vrij en veilig kunnen voelen om tijdens de vlucht in onderling contact volledige openheid van zaken te geven. Dat kan ertoe leiden dat belangrijke informatie niet wordt gedeeld en dat adequaat optreden bij veiligheidsincidenten wordt belemmerd. De veiligheid van de luchtvaart in algemene zin komt hiermee in het gedrang. Dat zou het goed functioneren van een veiligheidsorganisatie zoals LVNL met als taak luchtverkeersbegeleiding van het gehele Nederlandse luchtruim, in gevaar brengen.

LVNL wil niet dat een website als www.LiveATC.net R/T beschikbaar stelt, zodat het enkele feit dat een website dit toch doet, de onderbouwing van LVNL niet zwakker maakt. Bovendien stelt LVNL onweersproken dat het opslaan en gebruiken van R/T via een dergelijke site niet mogelijk en in ieder geval verboden is.

Belangenafweging

14. Het recht op openbaarmaking op grond van de Woo is er uitsluitend voor het publieke belang van een goede en democratische bestuursvoering. Bij de te verrichten belangenafweging wordt het algemene of publieke belang bij openbaarmaking van de gevraagde informatie afgewogen tegen de door de uitzonderingsgronden te beschermen belangen, maar niet het specifieke belang van de verzoeker. Dit betekent dat bij het oordeel dat BTV vraagt aan de rechtbank, het eigen belang van BTV dat zij daarvoor stelt, buiten beschouwing moet blijven (onder andere het belang om te controleren of vliegtuigen met een geldige reden over woningen van haar leden vliegen).

15. Met de toelichting zoals hiervoor vermeld heeft LVNL zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het belang van het goed functioneren van zijn organisatie (inclusief de cultuur van billijkheid) zwaarder weegt dan het – op zich zwaarwegende – belang van algemene openbaarheid van R/T.

Dit zou anders kunnen zijn als aannemelijk is dat zonder openbaarmaking misstanden verborgen blijven. Dat is niet aannemelijk geworden. LVNL heeft aannemelijk gemaakt dat ILT toezicht houdt op de uitvoering van de wettelijke taak door LVNL (mede door verzoeken van BTV) en dat ILT dit doet op basis van voldoende informatie (inclusief R/T) en met kennis van de specifieke context.

Conclusie over artikel 5.1, tweede lid, aanhef onder i, van de Woo

16. LVNL heeft de openbaarmaking van de gevraagde informatie in redelijkheid kunnen weigeren op deze grond. Hierdoor behoeft de uitzonderingsgrond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef onder e, van de Woo geen bespreking meer.

Ten overvloede vermeldt de rechtbank dat LVNL zich heeft ingespannen om op andere wijze dan door openbaarmaking van R/T voor eenieder, BTV informatie te verstrekken over de in haar verzoek genoemde vluchten. LVNL heeft de uitvoering (en daarmee het routegebruik) van deze vluchten onderzocht en in het primaire besluit een tabel opgenomen met een overzicht van het onderzoek per vlucht kort samengevat. Ook is BTV het aanbod gedaan om op het kantoor van LVNL de geluidsbanden te beluisteren.

Conclusie en gevolgen

17. Uit het voorgaande volgt dat LVNL ten onrechte heeft beslist dat het openbaarmakingsverzoek om de R/T afstuit op artikel 8.8 van de Woo. Dit artikel geeft LVNL niet de bevoegdheid om een verzoek tot openbaarmaking van R/T altijd en zondermeer af te wijzen. Het beroep is in zoverre gegrond, omdat de beroepsgrond tegen een dergelijk gebruik van de bevoegdheid slaagt. Het verzoek tot openbaarmaking in deze zaak heeft LVNL wel op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef onder i, van de Woo kunnen afwijzen, zodat het beroep in zoverre ongegrond is. De gevraagde R/T hoeven niet openbaar te worden gemaakt.

Omdat het beroep gegrond is, bepaalt de rechtbank dat LNVL het door BTV betaalde griffierecht van € 385,- moet vergoeden. Ook krijgt BTV een vergoeding van haar proceskosten. Deze vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 2 punten op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting met een waarde per punt van € 934,-), bij een wegingsfactor 1. Toegekend wordt dan ook € 1.868,-. LVNL moet de proceskostenvergoeding betalen.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Klomp, voorzitter, en mr. J.J.R. Lautenbach en mr. C.J. Wolswinkel, leden, in aanwezigheid van mr. M. Traousis-van Wingaarden, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: Wet- en regelgeving

Woo voor zover relevant

Artikel 2.1. Begripsbepalingen

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder

publieke informatie: informatie neergelegd in documenten die berusten bij een orgaan, persoon of college als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid.

Artikel 2.5 Belang openbaarheid

Bij de toepassing van deze wet wordt uitgegaan van het algemeen belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische samenleving.

Artikel 4.1. Verzoek

1. Eenieder kan een verzoek om publieke informatie richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf. In het laatste geval beslist het verantwoordelijke bestuursorgaan op het verzoek.

Artikel 5.1. Uitzonderingen

2 Het openbaar maken van informatie blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:

e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;

i. het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen.

Artikel 8.8. Verhouding met andere wetten

De artikelen […] 4.1, 5.1, eerste, tweede en vijfde lid, […] zijn niet van toepassing op informatie waarvoor een bepaling geldt die is opgenomen in de bijlage bij deze wet.

Bijlage bij artikel 8.8 van de Wet open overheid

[…]

Wet luchtvaart: de artikelen 7.1 en […]

Wet luchtvaart

Artikel 7.1 van de Wet luchtvaart

1. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat worden regels gesteld met betrekking tot:

a. de inrichting en de werking van een systeem ten behoeve van het verplicht melden van voorvallen als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de verordening voorvallen;

b. de inrichting en de werking van een systeem ten behoeve van het vrijwillig melden van voorvallen als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de verordening voorvallen;

c. de inrichting en werking van een mechanisme voor het onafhankelijk verrichten van de verzameling, beoordeling, verwerking, analyse en opslag van de bijzonderheden over de overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van de verordening voorvallen gemelde voorvallen.

2 Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kunnen overeenkomstig artikel 5, zevende lid, van de verordening voorvallen regels worden gesteld voor het verzamelen en verwerken van veiligheidsinformatie, teneinde bijzonderheden over voorvallen te verzamelen die mogelijkerwijs niet worden opgenomen in de meldingssystemen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de verordening voorvallen.

3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de toepassing van de verordening voorvallen op voorvallen en andere veiligheid gerelateerde informatie met betrekking tot luchtvaartuigen waarop de basisverordening niet van toepassing is.

4 Gegevens die op grond van de artikelen 4, 5 en 10 van de verordening voorvallen zijn ontvangen of verzameld door of namens bestuursorganen, zijn niet openbaar.

Verordening voorvallen

Artikel 4 Verplichte melding

1. Door middel van de systemen voor verplichte melding overeenkomstig dit artikel melden de in lid 6 bedoelde personen de voorvallen die een belangrijk risico voor de luchtvaartveiligheid kunnen inhouden en die tot de hierna vermelde categorieën behoren:

a. a) voorvallen in verband met de vluchtuitvoering, zoals:

[…]

b) voorvallen in verband met technische voorschriften, onderhoud en herstelling van luchtvaartuigen, zoals:

[…]

c) voorvallen in verband met luchtvaartnavigatiediensten en -faciliteiten, zoals:

[…]

d) voorvallen in verband met luchtvaartterreinen en gronddiensten, zoals:

[…]

2. Elke in een lidstaat gevestigde organisatie zet een systeem voor verplichte melding op teneinde het verzamelen van de bijzonderheden over de in lid 1 bedoelde voorvallen te faciliteren.

3. Elke lidstaat zet een systeem voor verplichte melding op teneinde het verzamelen van de bijzonderheden over voor vallen te faciliteren, met inbegrip van het verzamelen van de bijzonderheden over voorvallen die overeenkomstig lid 2 door organisaties zijn verzameld.

4. Het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart („het Agentschap”) zet een systeem voor verplichte melding op teneinde het verzamelen van de bijzonderheden over voorvallen te faciliteren, met inbegrip van de bijzonderheden over voorvallen die overeenkomstig lid 2 zijn verzameld door organisaties die door het Agentschap zijn gecertificeerd of goedgekeurd.

6. De volgende natuurlijke personen melden de in lid 1 bedoelde voorvallen via het systeem dat overeenkomstig lid 2 is opgezet door de organisatie die de melder in dienst heeft, contracteert of een beroep doet op zijn diensten, of, bij gebreke daarvan, via het systeem dat overeenkomstig lid 3 is opgezet door de lidstaat waar die organisatie gevestigd is of door de staat die het bewijs van bevoegdheid van de piloot heeft afgegeven, gevalideerd of omgezet, of via een systeem dat overeenkomstig lid 4 is opgezet door het Agentschap:

a. a) de gezagvoerder of, in gevallen waarin de gezagvoerder niet in staat is het voorval te melden, enig ander op het eerst volgende lagere niveau van de gezagsstructuur gesitueerd bemanningslid van een luchtvaartuig dat in een lidstaat is geregistreerd of van een luchtvaartuig dat buiten de Unie is geregistreerd maar wordt gebruikt door een exploitant bij

wie een lidstaat toezicht op de activiteiten uitoefent, of door een exploitant die in de Unie gevestigd is;

b) een persoon die zich, onder het toezicht van een lidstaat of onder het toezicht van het Agentschap, bezighoudt met het ontwerp, de fabricage, het monitoren van de permanente luchtwaardigheid, het onderhoud of de modificatie van een luchtvaartuig of de uitrusting of onderdelen daarvan;

c) een persoon die, onder het toezicht van een lidstaat of van het Agentschap, een certificaat van herbeoordeling van de luchtwaardigheid of een certificaat van vrijgave voor de dienst ondertekent met betrekking tot een luchtvaartuig of de uitrusting of onderdelen daarvan;

d) een persoon die een functie vervult waarvoor hij door een lidstaat moet worden gemachtigd als een personeelslid van een verlener van luchtverkeersdiensten belast met verantwoordelijkheden inzake luchtvaartnavigatiediensten of als een functionaris inzake het verlenen van vluchtinformatiediensten;

e) een persoon die een functie vervult in verband met het veiligheidsbeheer van een luchthaven waarop Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad (1) van toepassing is;

f) een persoon die een functie vervult in verband met installatie, modificatie, onderhoud, herstelling, revisie, vluchtverificatie of inspectie van luchtvaartnavigatiefaciliteiten waarop een lidstaat toezicht houdt;

g) een persoon die een functie vervult in verband met de afhandeling van het luchtvaartuig op de grond, met inbegrip van tanken, opstelling van de vrachtbrieven, laden, ijsvrij maken en slepen op een luchthaven waarop Verordening (EG) nr. 1008/2008 van toepassing is.

7. De in lid 6 vermelde personen melden voorvallen binnen 72 uur nadat zij kennis hebben gekregen van het voorval, tenzij buitengewone omstandigheden dit verhinderen.

8. Elke organisatie die in een lidstaat gevestigd is en die niet onder lid 9 valt, meldt de overeenkomstig lid 2 van dit artikel verzamelde bijzonderheden over voorvallen, nadat een voorval is gemeld, zo spoedig mogelijk en in elk geval niet later dan 72 uur nadat zij kennis van het voorval heeft gekregen bij de in artikel 6, lid 3, bedoelde bevoegde autoriteit

van die lidstaat.

9. Elke organisatie die in een lidstaat gevestigd is en die door het Agentschap is gecertificeerd of goedgekeurd, meldt de overeenkomstig lid 2 verzamelde bijzonderheden over voorvallen, nadat het voorval is gemeld, zo spoedig mogelijk en in elk geval niet later dan 72 uur nadat zij kennis van het voorval heeft gekregen, bij het Agentschap.

Artikel 5 Vrijwillige melding

1. Elke in een lidstaat gevestigde organisatie zet een systeem voor vrijwillige melding op teneinde het verzamelen te faciliteren van:

a. a) bijzonderheden over voorvallen die mogelijk niet in het systeem van verplichte melding worden opgenomen;

b) andere veiligheidsgerelateerde informatie die door de melder als een feitelijk of potentieel gevaar voor de luchtvaart veiligheid wordt beschouwd.

2. Elke lidstaat zet een systeem voor vrijwillige melding op teneinde het verzamelen te faciliteren van:

a. a) bijzonderheden over voorvallen die mogelijks niet in het systeem van verplichte melding worden opgenomen;

b) andere veiligheidsgerelateerde informatie die door de melder als een feitelijk of potentieel gevaar voor de luchtvaart veiligheid wordt beschouwd.

Dat systeem omvat ook, doch niet uitsluitend, het verzamelen van de informatie die overeenkomstig lid 6 door organisaties is doorgestuurd.

3. Het Agentschap zet een systeem voor vrijwillige melding op teneinde het verzamelen te faciliteren van:

a. a) bijzonderheden over voorvallen die mogelijks niet in het systeem van verplichte melding worden opgenomen;

b) andere veiligheidsgerelateerde informatie die door de melder als een feitelijk of potentieel gevaar voor de luchtvaart veiligheid wordt beschouwd.

Dat systeem omvat ook, doch niet uitsluitend, het verzamelen van de informatie die overeenkomstig lid 5 is overgemaakt door organisaties die door het Agentschap zijn gecertificeerd of goedgekeurd.

4. De systemen voor vrijwillige melding worden gebruikt voor het faciliteren van het verzamelen van bijzonderheden over voorvallen en andere veiligheidsgerelateerde informatie:

a. a) die niet vallen onder de verplichte melding overeenkomstig artikel 4, lid 1;

b) die worden gemeld door personen die niet in artikel 4, lid 6, zijn opgenomen.

5. Elke in een lidstaat gevestigde organisatie die door het Agentschap is gecertificeerd of goedgekeurd, meldt het Agentschap tijdig de bijzonderheden over voorvallen en andere veiligheidsgerelateerde informatie die overeenkomstig lid 1 zijn verzameld en die misschien een feitelijk of potentieel luchtvaartveiligheidsrisico inhouden.

6. Elke in een lidstaat gevestigde organisatie die niet door het Agentschap is gecertificeerd of goedgekeurd, meldt de overeenkomstig artikel 6, lid 3, aangewezen bevoegde autoriteit van die lidstaat tijdig de bijzonderheden over voorvallen en andere veiligheidsgerelateerde informatie die zijn verzameld overeenkomstig lid 1 van dit artikel en die misschien een

feitelijk of potentieel luchtvaartveiligheidsrisico inhouden. De lidstaten kunnen van elke op hun grondgebied gevestigde organisatie eisen dat deze de bijzonderheden over alle overeenkomstig lid 1 van dit artikel verzamelde voorvallen meldt.

7. De lidstaten, het Agentschap en organisaties kunnen andere systemen voor het verzamelen en verwerken van veiligheidsinformatie opzetten om de bijzonderheden te verzamelen over voorvallen die mogelijkerwijs niet in de in artikel 4 en in de leden 1, 2 en 3 van het onderhavige artikel bedoelde meldingssystemen worden opgenomen. Die systemen

kunnen het melden aan andere entiteiten dan de in artikel 6, lid 3, bepaalde omvatten, en kunnen een actieve deelname behelzen van:

a. a) de luchtvaartindustrie;

b) de beroepsorganisaties van het luchtvaartpersoneel.

8. Informatie kan in één enkel systeem worden opgenomen, ongeacht of die informatie uit vrijwillige dan wel uit verplichte melding afkomstig is.

Artikel 10 Verspreiding van in het Europees centraal register opgeslagen informatie

1. Alle met het reguleren van de veiligheid van de burgerluchtvaart belaste instanties of veiligheidsonderzoeksinstanties in de Unie hebben beveiligde, volledige onlinetoegang tot de in het Europees centraal register opgenomen informatie over voorvallen.

Op het gebruik van de informatie zijn de artikelen 15 en 16 van toepassing.

2. De in bijlage II vermelde belanghebbenden kunnen toegang vragen tot bepaalde informatie in het Europees centraal register.

In de Unie gevestigde belanghebbenden richten hun verzoeken om informatie tot het contactpunt in de lidstaat waarin zij zijn gevestigd.

Belanghebbenden die buiten de Unie zijn gevestigd, richten hun verzoek tot de Commissie.

De Commissie stelt de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat in kennis van de overeenkomstig dit lid ingediende verzoeken.

3. Onder voorbehoud van artikel 15, lid 2, van Verordening (EU) nr. 996/2010 mag de in het Europees centraal register opgenomen informatie over lopende, overeenkomstig die verordening verrichte veiligheidsonderzoeken niet overeenkomstig het onderhavige artikel ter kennis van belanghebbenden worden gebracht.

4. Om veiligheidsredenen wordt aan belanghebbenden geen rechtstreekse toegang tot het Europees centraal register verleend.

Artikel 15 Vertrouwelijkheid en passend gebruik van informatie

1. De lidstaten en de organisaties, overeenkomstig hun nationale recht, alsook het Agentschap, nemen de nodige maatregelen om een passende vertrouwelijkheid te waarborgen van de bijzonderheden over voorvallen die zij overeenkomstig de artikelen 4, 5 en 10 hebben ontvangen.

Elke lidstaat, elke in een lidstaat gevestigde organisatie of het Agentschap verwerkt persoonsgegevens uitsluitend voor zover dit nodig is voor het doel van deze verordening, en onverminderd de nationale wetgevingshandelingen ter omzetting van Richtlijn 95/46/EG.

2. Onverminderd het bepaalde inzake de bescherming van veiligheidsinformatie in de artikelen 12, 14 en 15 van Verordening (EU) nr. 996/2010 wordt informatie afgeleid uit voorvalmeldingen uitsluitend gebruikt voor het doel waar voor die informatie is verzameld.

De lidstaten, het Agentschap en de organisaties stellen de informatie over voorvallen niet ter beschikking of gebruiken deze niet:

a. a) om schuld of aansprakelijkheid vast te stellen, of

b) voor een ander doel dan het in stand houden of verbeteren van de veiligheid van de luchtvaart.

3. Wanneer de Commissie, het Agentschap en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten zich kwijten van de verplichtingen in het kader van artikel 14 met betrekking tot de informatie in het Europees centraal register:

a. a) zorgen zij ervoor dat die informatie vertrouwelijk blijft, en

b) beperken zij het gebruik van die informatie tot hetgeen strikt noodzakelijk is om te voldoen aan hun veiligheidsgerelateerde verplichtingen, zonder schuld of aansprakelijkheid vast te stellen; in die optiek wordt de informatie in het

bijzonder gebruikt voor risicobeheer en voor de analyse van veiligheidstrends die kunnen leiden tot veiligheidsaanbevelingen of veiligheidsmaatregelen met het oogmerk feitelijke of potentiële veiligheidstekortkomingen te ondervangen.

4. De lidstaten zorgen ervoor dat hun in artikel 6, lid 3, bedoelde bevoegde autoriteiten en hun bevoegde gerechtelijke instanties met elkaar samenwerken door middel van vooraf vastgestelde administratieve regelingen. Die vooraf vastgestelde administratieve regelingen beogen te zorgen voor een juist evenwicht tussen de behoefte aan goede rechtsbedeling

enerzijds en de noodzakelijke permanente beschikbaarheid van veiligheidsinformatie anderzijds.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?