ECLI:NL:RBROT:2026:2425

ECLI:NL:RBROT:2026:2425

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 28-01-2026
Datum publicatie 11-03-2026
Zaaknummer FT RK 25-1946
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Verzoek WSNP toegewezen. Geen eerdere ingangsdatum omdat er niet is voldaan aan de inspanningsplicht.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

insolventienummer: [nummer]

vonnis van: 28 januari 2026

op het verzoek van:

[verzoekster] ,

wonende te [adres] ,

[postcode] [woonplaats] .

Waar deze zaak over gaat

Mevrouw [verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft mevrouw [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp).

Dit verzoek wordt toegewezen.

Daarnaast verzoekt mevrouw [verzoekster] een eerdere ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen. Dit verzoek wordt afgewezen.

De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1. De procedure

Mevrouw [verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp en om een eerdere ingangsdatum te bepalen.

Het verzoek is behandeld op de zitting van 20 januari 2026. Op de zitting zijn verschenen:

- mevrouw [verzoekster] ,

- de heer [persoon A] , partner van verzoekster,

- mevrouw [persoon B] , schuldhulpverlener van de Sociale Dienst Drechtsteden,

- de heer [persoon C] , budgetbeheerder van SVF Bergambacht.

De rechtbank heeft na de zitting, op 21 januari 2026 en 22 januari 2026, van schuldhulpverlening nadere stukken ontvangen.

2. De beoordeling

Ontvankelijkheid

Om toegelaten te worden tot de Wsnp, moet mevrouw [verzoekster] in beginsel eerst een poging hebben gedaan om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. Dit vereiste vervalt als aannemelijk is dat het niet mogelijk is om tot een dergelijke regeling te komen.

Uit het verzoekschrift blijkt dat schuldhulpverlening namens mevrouw [verzoekster] geen aanbod heeft gedaan aan de schuldeisers. In plaats daarvan is een Wsnp-verzoek ingediend. De reden hiervoor is dat het nog steeds onduidelijk is of alle schuldeisers bekend zijn, terwijl schuldhulpverlening al vanaf 9 april 2024 bezig is met het in kaart brengen van de schuldenlast. Omdat de hoogte van de schuldenlast niet zeker is, heeft schuldhulpverlening het minnelijk traject niet kunnen voortzetten.

De rechtbank is van oordeel dat in deze specifieke situatie voldoende aannemelijk is dat niet binnen afzienbare termijn tot een buitengerechtelijke schuldregeling kan worden gekomen. Mevrouw [verzoekster] is daarom ontvankelijk in haar verzoek.

De toelating

Mevrouw [verzoekster] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat mevrouw [verzoekster] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat mevrouw [verzoekster] voor 16 uur per week in de zorg werkt. Besproken is dat zij op zoek moet naar een aanvullende dienstbetrekking. Mevrouw [verzoekster] heeft ter zitting verklaard op zoek te gaan naar aanvullende uren. Hierdoor is bij de rechtbank het vertrouwen ontstaan dat mevrouw [verzoekster] haar verplichtingen uit de wettelijke schuldsaneringsregeling naar behoren zal nakomen.

Mevrouw [verzoekster] wordt daarom toegelaten tot de Wsnp.

Bevoegdheid

De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van mevrouw [verzoekster] in Nederland ligt.

Duur

De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) op 18 maanden.

De ingangsdatum

De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.

Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.

De rechtbank kan niet vaststellen dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan.

Er zijn geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat in het voorafgaande schuldhulpverleningstraject aan de afdrachtverplichting is voldaan. Daarnaast heeft mevrouw [verzoekster] niet fulltime (36 uur per week) gewerkt en uit het dossier volgt niet dat zij (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt is. Mevrouw [verzoekster] heeft ter zitting verklaard dat zij voor 16 uur per week werkt in de zorg. Er zijn door mevrouw [verzoekster] geen (aanvullende) sollicitatiebewijzen overgelegd waaruit blijkt dat zij op zoek is geweest naar een aanvullende dienstbetrekking.

De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3. De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

De verplichtingen waaraan mevrouw [verzoekster] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).

Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of mevrouw [verzoekster] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.

De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw). De boedel omvat alle bezittingen die mevrouw [verzoekster] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw). Mevrouw [verzoekster] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.

Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.

De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan mevrouw [verzoekster] .

Als mevrouw [verzoekster] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op mevrouw [verzoekster] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4. De beslissing

De rechtbank:

- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoekster] ,

geboren op [geboortedatum] -1979 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ;

- benoemt tot rechter-commissaris mr. C.G.E. Prenger

en tot bewindvoerder A. Noordzij,

gevestigd te Postbus 7441,

3284 ZG Zuid-Beijerland;

- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 28 januari 2026 en de duur op achttien maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op 28 juli 2027;

- draagt de bewindvoerder op de post van mevrouw [verzoekster] in te zien;

- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.

Dit is de beslissing van mr. C.G.E. Prenger, rechter, in samenwerking met I. van Gemerde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.G.E. Prenger

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?