Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-108908-25
Datum uitspraak: 18 februari 2026
Datum zitting: 4 februari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres:
[adres] , [postcode] [plaatsnaam] ,
gedetineerd in Detentiecentrum Rotterdam.
Advocaat van de verdachte: mr. E.G.S. Roethof.
Officier van justitie: mr. M.A.A. Smetsers.
Kern van het vonnis
De verdachte heeft gedurende een periode van ruim anderhalf jaar leadslijsten (lijsten met persoonsgegevens), phishingberichten en afbeeldingen van ingelogde bankomgevingen ontvangen, overgedragen en voorhanden gehad. Daarnaast heeft hij zich phishingpanels
(online beheeromgeving waarmee phishingaanvallen kunnen worden georganiseerd, beheerd en gemonitord) verschaft en deze voorhanden gehad met de bedoeling inloggegevens af te vangen om toegang te krijgen tot (betaal)systemen van tientallen (bank)bedrijven. Ten slotte heeft de verdachte cocaïne en MDMA aanwezig gehad. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaar.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij leadslijsten, phishing-berichten, afbeeldingen van ingelogde bankomgevingen en phishingpanels heeft ontvangen, overgedragen en voorhanden gehad. Daarnaast wordt de verdachte ervan beschuldigd dat hij cocaïne en MDMA aanwezig heeft gehad.
De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) houdt in dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 21 oktober 2023 tot en met 19 mei 2025 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, een of meer gegevens, te weten een of meer
- leadslijsten,
- phishingberichten
- afbeeldingen van ingelogde bankomgevingen van slachtoffers
heeft vervaardigd, heeft ontvangen, zich heeft verschaft, heeft overgedragen, heeft verworven, heeft vervoerd, heeft ingevoerd, heeft uitgevoerd, heeft verspreid, anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededaders wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van een der misdrijven omschreven in de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en/of 326 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hadden op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;
2.
hij in of omstreeks de periode van 21 oktober 2023 tot en met 19 mei 2025 te Amsterdam, althans in Nederland, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt is gemaakt en/of ontworpen is tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab eerste lid, 138b of 139c Wetboek van Strafrecht, heeft vervaardigd, ontvangen, zich verschaft, overgedragen, verkocht, verworven, vervoerd, ingevoerd, uitgevoerd, verspreid of anderszins ter beschikking heeft gesteld of voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een van die misdrijven werd gepleegd, door een of meer phishingpanel(s) gericht op klanten van:
- AppleFCU
- Binance
- Blockchain
- Coinbase
- DHL
- Ebay
- Exodus
- Gmail
- Netflix
- MetaMask
- Neteller
- Pancake Swap
- Paypal
- Rabobank
- Rainbowallet
- Revolut
- Sparkasse
- Stripe
- Trust Wallet
- Andere partijen (partijen met Bepanel.zip, Byrkie.zip en/of Fbnation in de bestandslocatie)
voorhanden te hebben met de bedoeling om (een) inlogcode(s) en/of inloggegevens en/of klantgegevens af te vangen met het oogmerk om toegang te verkrijgen tot het/de geautomatiseerde (betaal)syste(e)m(en) van voornoemde partijen;
3.
hij op 19 mei 2025 te Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad
cocaïne en/of MDMA, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten 1 tot en met 3. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1 tot en met 3. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het ontvangen, overdragen en voorhanden hebben van leadslijsten, phishingberichten en afbeeldingen van ingelogde bankomgevingen (feit 1). Daarnaast is bewezen dat de verdachte zich phishingpanels heeft verschaft en voorhanden heeft gehad (feit 2) en cocaïne en MDMA aanwezig heeft gehad (feit 3). De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de in bijlage 1 opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
Bewijsmotivering
Feiten 1 en 2
Aanleiding
Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt de rechtbank het volgende vast.
In september 2024 kwam in een onderzoek naar cybercrime genaamd Lijmtang de Telegramgebruiker met de naam [naam 1] naar voren. In dit onderzoek is een verdachte aangehouden (naar later bleek: de neef van de verdachte) en zijn gegevensdragers in beslag genomen. Uit onderzoek naar deze gegevensdragers is naar voren gekomen dat tussen genoemde Telegramgebruiker [naam 1] en Telegramgebruiker [naam 2] duizenden berichten zijn uitgewisseld. De gegevensdragers zijn overdragen aan het onderzoek Snoeimes. Daarin is een onderzoek ingesteld naar de identiteit van de persoon achter het Telegram-account met de gebruikersnaam [naam 2].
In de chatgesprekken tussen [naam 1] en [naam 2] werd een adres genoemd. De verdachte kwam toen in beeld, omdat hij op dit adres staat ingeschreven. Dit heeft geleid tot het onderzoek naar de verdachte. Op 19 mei 2025 is de verdachte in zijn woning aangehouden. Zijn woning is doorzocht en meerdere gegevensdragers zijn in beslag genomen, waaronder laptops, usb-sticks en telefoons. Uit nader onderzoek naar één van de usb-sticks, die in de Lenovo laptop zat, bleek dat op de usb-stick 56 leadslijsten met 1.902.657 regels met niet-openbare gegevens stonden. Het ging om namen, e-mailadressen, wachtwoorden en woonadressen. Daarnaast werden 46 phishingbrieven aangetroffen waarin onder andere wordt gevraagd betaalgegevens te updaten of een betaling te doen. Ten slotte stonden op de usb-stick 26 phishingpanels van onder andere banken, pakketdiensten en aanbieders van media.
Uit onderzoek naar de Telegram-chatgesprekken tussen [naam 1] en [naam 2] is naar voren gekomen dat [naam 1] een groot aantal bestanden met leadslijsten aan [naam 2] heeft gestuurd en dat deze [naam 2] ook bestanden aan [naam 1] heeft gestuurd. Verder heeft [naam 2] op 3 november 2023 een foto naar [naam 1] gestuurd waarop de applicatie UltraMailer zichtbaar was. Dat is een applicatie die wordt gebruikt voor het versturen voor phishingberichten. Op de foto is te zien dat 18.480 van 19.573 e-mail-berichten waren verstuurd. Een aantal screenshots bevatten e-mailberichten die waren verstuurd uit naam van banken en een creditcardmaatschappij.
Op de in beslag genomen Medion Erazor laptop is het programma Telegram Desktop aangetroffen met de gebruikersnaam [naam 2]. Op de laptop waren 25 leadslijsten opgeslagen met 687.658 regels aan persoonsgegevens. Op de in beslag genomen iPhone 13 zijn screenshots aangetroffen van ingelogde bankomgevingen van bankrekeningen die niet op naam van de verdachte staan.
De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de in beslag genomen Lenovo laptop, Medion Erazor laptop en iPhone 13 van hem zijn.
Standpunt officier van justitie
In de chatgesprekken tussen [naam 2] en [naam 1], de usb-stick en Medion Erazor laptop zijn gegevens gevonden die bestemd zijn voor phishing. Op basis van de gegevens (leadslijsten, phishingberichten en schermafbeeldingen met ingelogde bankomgevingen van derden) die in het onderzoek zijn aangetroffen, zeker als die in samenhang worden bekeken, kan worden vastgesteld dat de gegevens bestemd zijn voor oplichting en gekwalificeerde diefstal (online diefstal met een valse sleutel). Feit 1 kan dan ook worden bewezenverklaard, in ieder geval voor zover het betreft het ontvangen, verspreiden en voorhanden hebben van de gegevens.
Ook feit 2 kan worden bewezenverklaard. De verdachte heeft phishingpanels voorhanden gehad. De verdachte stuurde schermafbeeldingen van in werking zijnde phishingpanels en had ook de daadwerkelijke bronbestanden voorhanden.
Standpunt verdediging
De verdachte had geen wetenschap van de gegevens en phishingpanels die op de gegevens-dragers zijn aangetroffen. De verdediging heeft verzocht twee getuigen te horen om aan te tonen dat de woning van de verdachte door verschillende mensen als ‘clubhuis’ werd gebruikt. [getuige] heeft gebruik gemaakt van zijn verschoningsrecht en het verzoek om de andere getuige te horen is door de rechtbank afgewezen. Er heeft ook geen DNA-onderzoek aan de gegevensdragers plaatsgevonden die het gebruik daarvan door anderen dan de verdachte zou kunnen onderbouwen. Het is voor de verdachte daarmee onmogelijk om zijn standpunt dat hij nergens van wist nader te onderbouwen. Aangezien de wetenschap bij de verdachte ten aanzien van de aangetroffen gegevens en phishingpanels ontbreekt, moet hij voor feit 1 en feit 2 worden vrijgesproken.
Beoordeling
De rechtbank gaat voorbij aan het verweer van de verdediging dat de verdachte geen wetenschap had van de leadslijsten, phishingberichten, afbeeldingen van ingelogde bankomgevingen en phishingpanels die op de laptop, usb-stick en telefoon van de verdachte zijn aangetroffen. De rechtbank legt dat hierna uit.
De verdachte ontkent dat hij degene is achter het Telegram-account met de gebruikersnaam [naam 2] en dat de in beslag genomen usb-stick van hem is. Tijdens de zitting heeft de verdachte gezegd dat vrienden bij hem thuis over de vloer kwamen die zijn laptop en telefoon gebruikten, bijvoorbeeld als hun telefoon was uitgevallen of zij met hun telefoon geen bereik hadden. Volgens de verdachte moeten de aangetroffen leadslijsten, phishing-berichten, afbeeldingen van ingelogde bankomgevingen en phishingpanels door iemand anders op zijn gegevensdragers zijn gezet zonder dat hij dat wist.
Naar het oordeel van de rechtbank is het scenario dat de verdachte heeft geschetst niet aannemelijk geworden. De in beslag genomen laptops en telefoons zijn van de verdachte zoals hij zelf ook heeft verklaard ter zitting. Hij had toegang tot deze apparaten en had deze in gebruik. De usb-stick zat in de laptop die door de verdachte werd dichtgeklapt op het moment dat hij werd aangehouden. De verdachte heeft zich tot aan de zitting op zijn zwijgrecht beroepen. Op de zitting heeft de verdachte gezegd dat anderen zijn laptop, telefoon en het account [naam 2] hebben gebruikt, maar hij heeft niet concreet benoemd wie die persoon of personen zijn. Dat is daarom niet verifieerbaar. Het dossier bevat geen enkele aanwijzing dat iemand anders gebruik heeft gemaakt van de laptops en telefoons van de verdachte en het Telegram-account met de gebruikersnaam [naam 2]. Tijdens Telegram-chatgesprekken tussen 18 april 2025 en 16 mei 2025 over het aanschaffen van technische hulpmiddelen zoals phishingwebsites en antibots maakte de telefoon van de verdachte verbinding met een telecommunicatiezendmast in het gebouw van zijn werkgever en met zendmasten binnen het gebied waar de verdachte woont. Dit alles wijst in de richting van de verdachte. Er is bovendien een zeer groot aantal niet openbare gegevens op de laptop, usb-stick en telefoon van de verdachte aangetroffen en de Telegram-chatgesprekken met [naam 1] bestrijken een lange periode. Gelet ook op die hoeveelheid gegevens en die lange periode is niet zonder meer aannemelijk dat de verdachte, zoals hij tijdens de zitting heeft gezegd, de Telegram-app op zijn telefoon nooit heeft geopend en gebruikt en helemaal niets wist van de vele leadslijsten, phishingberichten, afbeeldingen van ingelogde bankomgevingen en phishingpanels op zijn gegevensdragers. De verdachte levert daarvoor geen concrete verifieerbare onderbouwing.
De rechtbank acht ten aanzien van feit 1 bewezen dat de verdachte in of omstreeks de periode van 21 oktober 2023 tot en met 19 mei 2025 meermalen leadslijsten, phishing-berichten en afbeeldingen van ingelogde bankomgevingen heeft ontvangen, overgedragen en voorhanden gehad. De verdachte heeft hierbij opzettelijk gehandeld. Gelet op de aangetroffen leadslijsten, phishingberichten en afbeeldingen van ingelogde bankomgevingen kan het niet anders dan dat de verdachte wist dat deze bestemd waren tot het plegen van een misdrijf (waaronder oplichting) dat betrekking heeft op het verkrijgen van een niet-contant betaalinstrument (zoals geld dat op een bankrekening staat). Ook is bewezen dat de verdachte dit feit samen met (in ieder geval) één ander pleegde en dat dus dat sprake is van medeplegen. Uit de bewijsmiddelen, in het bijzonder de Telegram-chatgesprekken, blijkt van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [naam 1] en de verdachte. Bestanden met niet-openbare gegevens en screenshots van phishingberichten en ingelogde bankomgevingen werden in chatgesprekken gedurende een lange periode met elkaar uitgewisseld. De rechtbank ziet hierin een nauwe en bewuste samenwerking, waaraan beide partijen een wezenlijke bijdrage leverden.
Voor wat betreft feit 2 is naar het oordeel van de rechtbank bewezen dat de verdachte zich in of omstreeks de periode van 21 oktober 2023 tot en met 19 mei 2025 phishingpanels heeft verschaft en voorhanden heeft gehad die gericht waren op klanten van verschillende bedrijven, waaronder banken. De bedoeling was daarmee inlogcodes, inloggegevens en klantgegevens te verkrijgen om die te gebruiken om toegang tot geautomatiseerde (betaal)systemen te krijgen. De verdachte heeft daarbij opzettelijk gehandeld. De phishingpanels zijn een technisch hulpmiddel ontworpen tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab eerste lid, 138b of 139c van het Wetboek van Strafrecht en daarop was ook het oogmerk gericht.
De conclusie is dat feit 1 en 2 wettig en overtuigend zijn bewezen.
Feit 3
Standpunt officier van justitie
De verdachte had cocaïne en MDMA in zijn woning aanwezig. Feit 3 kan bewezen worden verklaard.
Standpunt verdediging
De verdachte wist niet dat er drugs in zijn woning lagen. Dat hij in de woning was en daar verbleef, is onvoldoende om aan te nemen dat de verdachte de wetenschap van - en beschikkingsmacht over de drugs had. Er zijn geen vingerafdrukken of DNA van de verdachte op de drugs aangetroffen. De verdachte moet dan ook worden vrijgesproken.
Beoordeling
De rechtbank stelt voorop dat van het aanwezig hebben als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder C, Opiumwet, sprake is als de verdachte feitelijke macht over de verdovende middelen kan uitoefenen in de zin dat hij daarover kan beschikken. Voor de bewezenverklaring van het “aanwezig hebben” hoeft niet te kunnen worden vastgesteld dat de verdovende middelen aan de verdachte toebehoren. De verdovende middelen hoeven zich daarvoor niet noodzakelijkerwijs in de directe nabijheid van de verdachte te bevinden.
Vast staat dat tijdens de doorzoeking van de woning van de verdachte op 19 mei 2025 in een doosje onder de salontafel in de woonkamer ponypacks, gripzakjes met wit poeder en pillen zijn aangetroffen. Deze spullen bevonden zich binnen de feitelijke machtssfeer van de verdachte en hij kon daarover beschikken. Op basis van het dossier is er geen enkele aanwijzing dat de drugs van iemand anders waren.
Uit onderzoek van het NFI is gebleken dat de bemonsterde goederen de stoffen cocaïne en MDMA bevatten. De rechtbank is dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte opzettelijk cocaïne en MDMA aanwezig heeft gehad.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 21 oktober 2023 tot en met 19 mei 2025 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen, een of meer gegevens, te weten
- leadslijsten,
- phishingberichten
- afbeeldingen van ingelogde bankomgevingen van slachtoffers
heeft ontvangen, heeft overgedragen en voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en zijn mededader wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van een der misdrijven omschreven in de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en/of 326 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hadden op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;
2.
hij in of omstreeks de periode van 21 oktober 2023 tot en met 19 mei 2025 te Amsterdam, althans in Nederland, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt is gemaakt en/of ontworpen is tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab eerste lid, 138b of 139c Wetboek van Strafrecht, zich heeft verschaft of voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een van die misdrijven werd gepleegd, door een of meer phishingpanel(s) gericht op klanten van:
- AppleFCU
- Binance
- Blockchain
- Coinbase
- DHL
- Ebay
- Exodus
- Gmail
- Netflix
- MetaMask
- Neteller
- Pancake Swap
- Paypal
- Rabobank
- Rainbowallet
- Revolut
- Sparkasse
- Stripe
- Trust Wallet
- Andere partijen (partijen met Bepanel.zip, Byrkie.zip en/of Fbnation in de bestandslocatie)
voorhanden te hebben met de bedoeling om (een) inlogcode(s) en/of inloggegevens en/of klantgegevens af te vangen met het oogmerk om toegang te verkrijgen tot het/de geautomatiseerde (betaal)syste(e)m(en) van voornoemde partijen;
3.
hij op 19 mei 2025 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad cocaïne en MDMA, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1
medeplegen van gegevens ontvangen, overdragen en voorhanden hebben waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een misdrijf als omschreven in artikel 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover het feit betrekking heeft op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument, meermalen gepleegd;
Feit 2
met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt, gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf, vervaardigen, zich verschaffen en voorhanden hebben;
Feit 3
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten 1, 2 en 3 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.
Standpunt van de verdediging
De beschuldiging ziet alleen op het voorhanden hebben van gegevens waarbij geen aantal gegevens of omvang daarvan wordt genoemd. De beschuldiging ziet verder niet ook op oplichting. Er is geen schade geleden. Voor wat betreft de persoon van de verdachte geldt dat hij beschadigd is, het moeilijk heeft in detentie en makkelijk met anderen meegaat. Er is geen sprake van recidive voor de feiten 1 en 2. De verdachte heeft zijn les geleerd. Hij dreigt zijn huis kwijt te raken als hij nog langer vast blijft zitten. De verdediging verzoekt een zodanig deel van de straf voorwaardelijk op te leggen dat de verdachte niet langer gedetineerd zal blijven. Verder verzoekt zij een proeftijd van drie jaar op te leggen en een meldplicht bij de reclassering, zodat de verdachte een stok achter de deur heeft en hij ergens terecht kan met vragen.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het ontvangen, overdragen en voorhanden hebben van leadslijsten met grote hoeveelheden persoonsgegevens en wachtwoorden, phishingberichten en afbeeldingen van ingelogde bankomgevingen waarvan hij wist dat zij bestemd waren voor het plegen van misdrijven zoals online verduistering of oplichting. Dat soort persoonsgegevens zijn bij uitstek niet bedoeld om openbaar te worden. Gebruikers moeten kunnen uitgaan van de vertrouwelijk-heid van de persoonlijke informatie die zij (online) aan derden verstrekken. De verdachte heeft hier grove inbreuk op gemaakt. Hij heeft geen enkel oog gehad voor de privacy van de betrokkenen, het leed en de financiële schade bij mogelijk toekomstige slachtoffers van online oplichting.
Verder heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van phishing-panels. De bedoeling was daarmee inlogcodes, inloggegevens en klantgegevens te verkrijgen om die te gebruiken om toegang tot geautomatiseerde (betaal)systemen van verschillende bedrijven (waaronder banken) te krijgen. Hoewel niet is ten laste gelegd dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan phishing en het in deze zaak gaat om het zich verschaffen en voorhanden hebben van phishingpanels, kan het bewezen verklaarde handelen van de verdachte wel bijdragen en/of hebben bijgedragen aan (toekomstige) online fraude. Daarmee draagt verdachte bij aan het in stand houden daarvan. Hierbij wordt misbruik gemaakt van het vertrouwen dat mensen in bonafide bedrijven en banken hebben en ook moeten kunnen hebben. Dit soort fraudepraktijken heeft niet alleen negatieve gevolgen voor de directe slachtoffers, maar uiteindelijk ook voor het maatschappelijk en economisch verkeer.
Ten slotte heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van een hoeveelheid cocaïne en MDMA. Harddrugs als deze bedreigen de volksgezondheid en zorgen voor overlast in de samenleving. Daarnaast leiden (hard)drugs veelal, direct en indirect, tot vele vormen van criminaliteit. De verdachte heeft bijgedragen aan het in stand houden daarvan.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 14 oktober 2025 blijkt dat de verdachte in 2021 onherroepelijk is veroordeeld, onder andere voor een strafbaar feit op grond van de Opiumwet. De verdachte is niet eerder veroordeeld voor feiten gerelateerd aan computercriminaliteit.
Rapport reclassering
In het rapport van het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering van 30 januari 2026 staat het volgende. Het toezicht en de behandeling in verband met de eerdere veroordeling werden positief afgerond in 2023. Op het moment van zijn aanhouding leek de verdachte zijn leven op orde te hebben. Hij had (weer) een eigen huurwoning, had vast werk bij de Belastingdienst, zijn financiën waren op orde en hij had een vaste relatie. Hij ervoer geen praktische problemen en was onder behandeling van een psycholoog. Wel ging hij naar zijn zeggen nog steeds om met bepaalde vrienden, ondanks dat zijn moeder en zijn vriendin hem dit afraadden. De moeder van de verdachte geeft aan dat haar zoon in het verleden is gediagnosticeerd met PDD-NOS, een vorm van autisme. De verdachte beroept zich op zijn zwijgrecht. Er kan geen beeld worden gevormd van het (vermeend) delictgedrag van de verdachte. Hierdoor is het maken van een delictanalyse en een risicotaxatie niet mogelijk. Indien een gevangenisstraf wordt opgelegd voor langer dan een jaar, kan in het kader van voorwaardelijke invrijheidstelling gekeken worden of er wel een delictanalyse kan worden gemaakt. Aan de hand daarvan kan een risicotaxatie en een plan van aanpak worden gemaakt en kan worden bekeken welke voorwaarden geïndiceerd zijn.
Overige persoonlijke omstandigheden
Tijdens de zitting heeft de verdachte gezegd dat hij schulden heeft waarvoor hij probeert een betalingsregeling te treffen, dat hij zijn baan kwijt is, dat zijn relatie is geëindigd en dat hij zijn woning dreigt kwijt te raken als hij nog langer vast blijft zitten.
Oplegging straf
Straf
De impact van computercriminaliteit is groot en dat betekent dat de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd in beginsel lange onvoorwaardelijke gevangenisstraffen zijn. De rechtbank vindt dat in dit geval ook passend. De rechtbank houdt er in straf-verzwarende zin rekening mee dat de verdachte zich gedurende een lange periode van ruim anderhalf jaar heeft bezig gehouden met voorbereidingshandelingen voor online fraude door leadslijsten, phishingberichten, afbeeldingen van ingelogde bankomgevingen en phishingpanels voorhanden te hebben. Het gaat om een zeer groot aantal gegevens en phishingpanels. De verdachte werkte bij de Belastingdienst en wist daarmee als geen ander hoe belangrijk het is zorgvuldig met persoonsgegevens en inloggegevens om te gaan. De verdachte heeft geen volledige openheid van zaken gegeven en legt de verantwoordelijkheid vooral bij anderen. Voor wat betreft feit 3 is de verdachte wel eerder veroordeeld voor een strafbaar feit op grond van de Opiumwet.
Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 22 maanden. Van deze gevangenisstraf worden 8 maanden voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. Gelet op een eerdere, blijkbaar niet afdoende proeftijd van twee jaren ziet de rechtbank aanleiding om nu een proeftijd van drie jaren op te leggen. Aan deze proeftijd zullen bijzondere voorwaarden worden verbonden, nu dit door de reclassering is geadviseerd voor de fase van voorwaardelijke invrijheidsstelling, terwijl van voorwaardelijke invrijheidsstelling geen sprake is nu er een voorwaardelijk deel wordt opgelegd.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.
5. In beslag genomen voorwerpen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat 1 STK Telefoonautomaat (Omschrijving: RTRBE25005_856261, Google) moet worden onttrokken aan het verkeer en dat de volgende in beslag genomen voorwerpen en de twee usb-sticks moeten worden verbeurd verklaard:
- 1 STK Computer (Omschrijving: RTRBE25005_856249, Lenovo Thinkpad);- 1 STK Computer (Omschrijving: RTRBE25005_856266, Medion);- 1 STK Telefoonautomaat (Omschrijving: RTRBE25005_856263, Apple).
De in beslag genomen werktelefoon en laptop (1 STK Telefoonautomaat (Omschrijving: RTRBE25005_856299, Apple en 1 STK Computer (Omschrijving: RTRBE25005_856300, Dell) zijn eigendom van de voormalig werkgever van de verdachte, de Belastingdienst. Indien de verdacht daarvan geen afstand doet, moeten deze in beslag genomen voorwerpen retour aan de rechthebbende.
Oordeel van de rechtbank
Verbeurdverklaring
Als bijkomende straf voor feiten 1 en 2 worden de volgende in beslag genomen computers inclusief usb-sticks en telefoon verbeurd verklaard:
- 1 STK Computer (Omschrijving: RTRBE25005_856249, Lenovo Thinkpad);- 1 STK Computer (Omschrijving: RTRBE25005_856266, Medion);- 1 STK Telefoonautomaat (Omschrijving: RTRBE25005_856263, Apple).
Hierbij houdt de rechtbank rekening met de draagkracht van de verdachte. Deze voorwerpen zijn ook vatbaar voor verbeurdverklaring. De strafbare feiten zijn met behulp van deze voorwerpen gepleegd.
Teruggave
De rechtbank beslist tot de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen telefoon (1 STK Telefoonautomaat Omschrijving: RTRBE25005_856261, Google). De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat dit een ‘dealertelefoon’ is. Drugshandel is niet in de beschuldiging opgenomen, zodat er voor wat betreft deze telefoon geen grond is voor onttrekking aan het verkeer.
De rechtbank beslist tot de teruggave van de in beslag genomen werktelefoon en laptop (1 STK Telefoonautomaat (Omschrijving: RTRBE25005_856299, Apple en 1 STK Computer (Omschrijving: RTRBE25005_856300, Dell) aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.
6. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straffen zijn gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 57, 139d en 234 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.
7. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 en 3, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 22 (zegge: tweeëntwintig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat 8 (zegge: acht) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (zegge: drie) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt.
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
Geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
In beslag genomen voorwerpen
- verklaart verbeurd voor de feiten 1 en 2:
1. STK Computer (Omschrijving: RTRBE25005_856249, Lenovo Thinkpad);1 STK Computer ((Omschrijving: RTRBE25005_856266, Medion);1 STK Telefoonautomaat (Omschrijving: RTRBE25005_856263, Apple);
- beveelt de teruggave van 1 STK Telefoonautomaat (Omschrijving: RTRBE25005_856261, Google) aan de verdachte;
- beveelt de teruggave van 1 STK Telefoonautomaat (Omschrijving: RTRBE25005_856299, Apple en 1 STK Computer (Omschrijving: RTRBE25005_856300, Dell) aan de rechthebbende.
8. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.M.H. Geerars, voorzitter,
en mrs. I. Bouter en E. van Vliet, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.A.M. de Ruiter - van der Vleuten, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 18 februari 2026.
De jongste rechter en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage 1 – Bewijsmiddelen
1. Verklaring van de verdachte
De in beslag genomen Medion Erazor laptop, de Lenovo Thinkpad laptop en de iPhone 13 zijn van mij. Ik woon aan de [adres].
2. Proces-verbaal van de politie
Onderzoek Snoeimes richt zich op de Telegram gebruiker met username '[naam 2]'. Op 12 maart 2025 ontving onderzoek Snoeimes veiliggestelde data uit een inbeslaggenomen
lphone (goedcode A.01 .06.001) en Samsung (goedcode A.02.01 .002) van Damian Deegbe. Deegbe werd in onderzoek Lijmtang verdacht van verschillende cybercrime feiten en is geïdentificeerd als een Telegram gebruiker met de naam [naam 1].
In goed A.01 .06.001 trof ik een Telegramgesprek aan tussen [naam 2] en [naam 1]. Dit gesprek was gestart op 21 oktober 2023 en het laatste bericht was gestuurd op 1 december 2024. In totaal bestond het gesprek uit 7.082 berichten. Ik zag dat in dit gesprek een groot aantal .txt. bestanden met daarin leadslijsten waren gedeeld. In de chat tussen [naam 2] en [naam 1] werden 35 .txt bestanden gestuurd met daarin e-mailadressen, telefoonnummers en wachtwoorden. Het eerste bestand werd op 29 oktober 2023 gedeeld en het laatste op 23 oktober 2024. 33 van de 35 bestanden worden door [naam 1] gedeeld en 2 worden door [naam 2] gedeeld.
3. Proces-verbaal van de politie
Op 19 mei 2025 werd de navolgende USB-stick aangetroffen en in beslag genomen. Deze USB-stick werd voorzien van het inbeslagname nummer A.02.01.001 en SIN-nummer AAQP0548NL en werd voor onderzoek aangeboden.
4. Proces-verbaal van de politie
Op 19 mei 2025 werd de laptop van het merk Lenovo, Thinkpad T450s, aangetroffen en in beslag genomen. Deze laptop werd voorzien van het inbeslagname nummer A.01 .03.001 en SIN-nummer: AAQP0542NL.
Ik zag in de data van de USB-stick leadslijsten en phishingpanels. Ik zag 56 leadslijsten, bestaande uit emailadressen, telefoonnummers, namen, woonadressen en combinaties van e-mailadressen en wachtwoorden. Ik zag verder 46 phishingbrieven van onder andere banken, pakketdiensten en cryptocurrency diensten. In deze phishingbrieven werd onder andere gevraagd om betaalgegevens te updaten of een betaling te doen. Tenslotte zag ik 26 phishingpanels van onder andere banken, pakketdiensten en aanbieders van media (zoals streaming van films en muziek).
5. Proces-verbaal van de politie
Ik stelde onderzoek in naar technische hulpmiddelen voor het versturen van phishingberichten op de gegevensdrager met code A.01.06.001 (SIN: AAQU8390NL) in de Telegram-chat tussen [naam 2] en [naam 1]. De chat is een gesprek dat liep tussen 21 oktober 2023 en 1 december 2024 en 7082 berichten had, waarvan 3053 afkomstig van [naam 2].
Op 3 november 2023 verstuurde [naam 2] een foto met daarin een computerapplicatie zichtbaar dat ik ambtshalve herkende als de applicatie UltraMailer. UltraMailer is een applicatie die het mogelijk maakt om in bulk e-mailberichten te versturen. Ambtshalve is mij bekend dat dit een veelgebruikte applicatie is die gebruikt wordt voor phishingberichten. Ik zag dat er een adressenboek zichtbaar was met 19573 e-mailadressen. Ik zag dat op het moment van het maken van de foto er e-mailberichten werden verstuurd en dat er 18480 van de 19573 e-mailberichten waren verstuurd, waarvan er 5501 mislukt waren. Ik zag dat de titel van het bericht "U heeft een urgent bericht" was. Ik zag dat in een aantal screenshots e-mailberichten stonden uit naam van: ICS (Creditcard aanbieder), ANWB, Commerzbank (Duitse bank), Acerta (Belgische bank) en Ministeries van de Vlaamse Gemeenschap.
6. Proces-verbaal van de politie
Op 19 mei 2025 werd tijdens de doorzoeking in de woning aan de [adres]
de navolgende laptop van het merk Medion Erazor
aangetroffen en in beslag genomen. Deze laptop werd voorzien van het inbeslagname nummer A.02.01.002 en SIN-nummer: AAQP0543NL.
Ik zag dat het Google account "[e-mailadres]" ingelogd was in de webbrowser Google Chrome. Verder zag ik dat het account "[account]" met de naam "[verdachte]" ingelogd was als mailaccount op de laptop. Ik zag in de internetgeschiedenis van de webbrowser Google Chrome dat het e-mailaccount "[verdachte]" ingelogd was op de Outlook website toen de webbrowser voor het laatst gebruikt is op 20 april 2024.
Ik zag in de "Telegram Desktop" map meerdere leadslijsten en een archiefbestand genaamd
"UltraMailer V3.5.zip". Ambtshalve is mij bekend dat UltraMailer een programma is waarmee men in bulk e-mails kan versturen. Ik zag dat het om 25 leadslijsten ging met onder andere persoonsgegevens. Deze persoonsgegevens bestonden uit e-mailadressen, namen, telefoonnummers en woonadressen. Ik zag dat in deze 25 lijsten in totaal 687.658 regels met persoonsgegevens stonden.
Ik zag dat in het gesprek tussen [naam 2] en [naam 1], [naam 2] diverse keren afbeeldingen stuurde naar [naam 1], waarop vermoedelijk phishingberichten zichtbaar waren en waarbij getest werd of het bericht goed was.
7. Proces-verbaal van de politie
Screenshots ingelogde bankomgeving in Telegramgesprek
Ik stelde onderzoek in op het toestel A.01.06.001 uit onderzoek Lijmtang. Ik zag dat op 2 september 2024 omstreeks 14:23 uur en 14:24 uur (UTC+2) door [naam 2] vijf screenshots van een telefoon werden gestuurd naar [naam 1] via Telegram. Ik zag dat deze screenshots van de website "[website]" waren genomen en dat er niet-openbare persoonsgegevens zichtbaar waren zoals: naam, adres, e-mailadres, GSM-nummer, telefoonnummer en spaar- of zichtrekeningen met desbetreffende IBAN-nummers en bedragen die op deze rekeningen stonden. De namen die ik zag bij de rekeningen, was niet de naam van de verdachte, maar zeer waarschijnlijk van een Belgisch persoon.
Screenshots ingelogde bankomgeving ING.be toestel A.01.03.002
Ik zag dat op het toestel met goednummer A.01.03.002, uit onderzoek Snoeimes, zeven
screenshots stonden. Ik zag dat deze screenshots van de website "[website]" waren genomen en dat er niet-openbare persoonsgegevens zichtbaar waren zoals: naam, adres, e-mailadres, GSM-nummer, telefoonnummer en spaar- of zichtrekeningen met desbetreffende IBAN-nummers en bedragen die op deze rekeningen stonden. De namen die ik zag bij de rekeningen, was niet de naam van de verdachte, maar zeer waarschijnlijk van een Belgisch persoon.
8. Proces-verbaal van de politie
Ik hoorde een collega van de ondersteuningsgroep tegen mij zeggen dat hij had gezien, dat kort voor de aanhouding de verdachte de Lenovo ThinkPad laptop dichtklapte.
9. Proces-verbaal van de politie
Dit proces-verbaal beschrijft een Telegramchat tussen de gebruiker van de telefoon en een persoon die mogelijk phishingpanels, websites en andere technische hulpmiddelen verkoopt. Er zijn sterke aanwijzingen dat de telefoon tijdens deze gesprekken in gebruik was bij [verdachte] en dat hij technische hulpmiddelen, zoals phishingwebsites en antibots, trachtte aan te schaffen tussen 18 april 2025 en 16 mei 2025.
Ik heb delen van het Telegram-chatgesprek tussen de gebruiker van de telefoon, waarvoor sterke aanwijzingen zijn dat die telefoon in gebruik was bij de verdachte, en een persoon die mogelijk phishingpanels, websites en andere hulpmiddelen verkoopt over phishing uitgelicht en onderzocht waar de telefoon zich op dat moment bevond om te bepalen of [verdachte] tijdens deze gesprekken de telefoon gebruikte. Op de momenten van de uitgelichte fragmenten in dit proces-verbaal maakte het toestel van Landvreugd verbinding met een telecommunicatie zendmast in het gebouw van de Belastingdienst te Amsterdam (waar hij werkzaam was), zendmasten in de directe omgeving van deze locatie en de zendmasten die dekking geven over het gebied waarbinnen zijn woning is gelegen.
10. Proces-verbaal van de politie
Op 19 mei 2025 werd tijdens de doorzoeking in de woning aan de [adres] de navolgende laptop van het merk Lenovo, Thinkpad T450s aangetroffen en in beslag genomen. Deze laptop werd voorzien van het inbeslagname nummer A.01 .03.001 en SIN-nummer: AAQP0542NL. Op 20 mei 2025 is van deze laptop en een USB-stick die in de laptop zat een forensische kopie gemaakt. (…) Ik zag in de data van de USB-stick 26 phishingpanels. Ik zag dat het phishingpanels betrof voor verschillende diensten.
Ik zag dat "[naam 2]" in de Telegramchat met "[naam 1]" op 22 juli 2024 te 13:02 uur een afbeelding stuurt waarop een ABN AMRO phishingbrief te zien is.
Ik zag verder dat drie phishingbrieven uit de data van de USB-stick overeenkwamen met
phishingbrieven uit de Telegram chat tussen "[naam 2]" en "[naam 1]".
11. Proces-verbaal van de politie
Op 19 mei 2025 vond er een doorzoeking plaats in de woning aan [adres]. Ik zag een wit doosje liggen in de salontafel in de woonkamer van de woning. Na het openen van dit doosje zag ik dat hier ogenschijnlijk verdovende middelen in zaten.
Ik heb op het bureau de goederen afkomstig uit dit doosje verder onderzocht. Ik heb deze goederen gewogen inclusief verpakking (bruto gewicht) en geteld. Onderstaand de bevindingen van mijn onderzoek:
12. Proces-verbaal van de politie
13. Deskundigenverslag
De bewijsmiddelen zijn, ook in onderdelen, alleen gebruikt voor het feit waarop zij naar hun inhoud kennelijk betrekking hebben.