ECLI:NL:RBROT:2026:2461

ECLI:NL:RBROT:2026:2461

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 12-03-2026
Datum publicatie 12-03-2026
Zaaknummer 11631079 CV EXPL 25-1363
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Huur. Aanzegging, geen dwaling. Ontbinding.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Dordrecht

zaaknummer: 11631079 CV EXPL 25-1363

datum uitspraak: 12 maart 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[eiser 1] en [eiser 2],

woonplaats: [woonplaats] ,

eisers,

gemachtigde: mr. N. Agayev,

tegen

[naam ] handelend onder de naam [naam ] BEWIND, in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] ,

vestigingsplaats: [vestigingsplaats]

gemachtigde: mr. M.R. Dill.

De partijen worden hierna ‘ [eisers 1] ’ en ‘de bewindvoerder’ genoemd.

[naam 1] en [naam 2] worden samen ‘ [naam 1 en 2] ’ genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 25 september 2025;

een e-mailbericht van [eisers 1] van 7 oktober 2025, met bijlagen;

de antwoordakte van de bewindvoerder van 15 oktober 2025;

een e-mailbericht van [eisers 1] van 19 oktober 2025, met bijlage;

de rolbeslissing van 18 december 2025;

een akte van de bewindvoerder van 5 februari 2026.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

Bij tussenvonnis heeft de kantonrechter [eisers 1] in de gelegenheid gesteld de aanzeggingsbrief waarin het einde van de huurovereenkomst wordt aangekondigd (verder: de aanzegging) in het geding te brengen. Zij moesten aangeven hoe de brief was verzonden en of deze [naam 1 en 2] had bereikt, eventueel met overlegging van een bewijs van aangetekende verzending of andere relevante stukken die hier op zien.

Het einde van de huurovereenkomst is rechtsgeldig aangezegd

[eisers 1] hebben de aanzegging overgelegd. De aanzegging is gericht aan ‘de huurder(s)’, vermeldt het adres ( [adres] ) en de einddatum van de huurovereenkomst (07-01-2025). Ook wordt aan de huurders gevraagd contact op te nemen met de woningbeheerder om een check-out te plannen. De aanzegging is niet gedateerd en uit de aanzegging zelf kan dan ook niet worden afgeleid dat die tijdig is gedaan en [naam 1 en 2] tijdig heeft bereikt.

[eisers 1] geven aan dat de aanzegging namens hen met een bericht via het systeem van de beheerder is verstuurd. Een overzicht van het berichtensysteem van de beheerder is overgelegd. Hieruit blijkt dat de beheerder het bericht met de aanzegging op 7 november 2024 (om 13:33 uur), dus tijdig (want: ten minste drie maanden en minimaal één maand voor het verstrijken van de bepaalde duur) heeft verstuurd aan [naam 1 en 2] Er blijkt verder uit dat [naam 1 en 2] het bericht op 7 november 2024 (om 15:06 uur) hebben geopend. Dit wordt door de bewindvoerder betwist.

De bewindvoerder geeft onder meer aan dat [naam 1 en 2] de aanzegging niet onder ogen hebben gehad, dat uit de stukken niet blijkt dat [naam 1 en 2] de tekst daadwerkelijk op tijd ontvangen of gelezen hebben en dat het onderwerp van het bericht ‘Reparatieverzoek’ luidt en uit niets blijkt dat het om een aanzegging gaat.

Tegenover de betwisting van de bewindvoerder hebben [eisers 1] feiten en omstandigheden aangedragen, waaronder What’s App-berichten tussen [naam 1] en de beheerder, die de conclusie kunnen dragen dat [naam 1 en 2] de aanzegging wel hebben ontvangen en de inhoud daarvan kenden. [naam 1] had veelvuldig app-contact met de beheerder over het einde van de huur en de (in de aanzegging verzochte) check-out:

Beheerder (17 december 2024): “Ha [naam 1] . Ik wil graag een afspraak inplannen voor de check-out. Heb jij al een datum en tijd in gedachten?

Beheerder (30 december 2024): “Ha [naam 1] , 11:00 uur check-out doen op 6 januari?

[naam 1] (30 december 2024): “Ik hoop dat dat gaat lukken, ik ben nu op bericht aanvoer wachten van een huiseigenaar. (…) Hopelijk krijg ik 2 januari de sleutel.

[naam 1] (2 januari 2025): “Valt er echt niks te regelen om dit al is het voor eventjes te verlengen.

[naam 1] (8 januari 2025): “Hoi [naam 3] , ik ben volop bezig met de spullen wegbrengen die ik nu elders kwijt kan. We zijn alles bij elkaar aan het ruimen, zodat het in 1 keer mee kan.

[naam 1] (10 januari 2025): “Hoi [naam 3] , ik denk toch dat we een nieuwe afspraak moeten maken voor de check-out. Ik moet mijn gezin kunnen onderbrengen in een andere woning. Ik ben er volop mee bezig en op de kortste termijn heb ik het ook voor elkaar, maar de woning vandaag verlaten gaat helaas niet lukken.

De bewindvoerder heeft naar aanleiding van deze berichten aangevoerd dat [naam 1] in de betreffende periode (mentaal) ziek was en niet in staat was helder te denken of zelfstandig weloverwogen beslissingen te nemen. Hij heeft verder aangegeven dat [naam 1] de berichten door zijn dochter heeft laten lezen en haar de antwoorden heeft laten typen.

De kantonrechter overweegt dat de bewindvoerder daarmee niet heeft betwist dat de berichten [naam 1 en 2] hebben bereikt, noch dat zij kennis hebben genomen van de inhoud daarvan. Ook heeft hij de inhoud van de berichten niet betwist. Zijn betoog ziet uitsluitend op de geestelijke gesteldheid van [naam 1] ten tijde van het berichtenverkeer.

Voor de vraag of de aanzegging haar werking heeft gehad is beslissend of de verklaring de geadresseerde heeft bereikt. De aanzegging zoals bedoeld in artikel 7:271 BW betreft een eenzijdige rechtshandeling van de verhuurder, waarvan de rechtsgevolgen dus intreden zodra deze de huurder heeft bereikt. De geestelijke gesteldheid van de huurder staat daaraan in beginsel niet in de weg. De bewindvoerder heeft geen beroep gedaan op handelingsonbekwaamheid of op vernietigbaarheid wegens een geestelijke stoornis als bedoeld in artikel 3:34 BW, noch heeft hij zijn betoog met medische of andere concrete gegevens onderbouwd.

Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de aanzegging tijdig is gedaan door [eisers 1] , de aanzegging [naam 1 en 2] heeft bereikt en [naam 1 en 2] kennis hebben genomen van de inhoud van de aanzegging. Het einde van de huurovereenkomst is rechtsgeldig aangezegd.

Geen dwaling; de beëindigingsovereenkomst is niet vernietigbaar

Zoals in het tussenvonnis is overwogen, moet voor een geslaagd beroep op dwaling vast komen te staan dat [naam 1 en 2] bij het aangaan van de beëindigingsovereenkomst een onjuiste voorstelling van zaken hadden en dit te wijten is geweest aan een inlichting van [eisers 1]

Nu vaststaat dat het einde van de huurovereenkomst rechtsgeldig is aangezegd, moet geconcludeerd worden dat [naam 1 en 2] bij het aangaan van de beëindigingsovereenkomst geen onjuiste voorstelling van zaken hadden. Zij gingen er niet van uit dat de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd zou worden verlengd, want zij wisten dat de huurovereenkomst zou eindigen op 7 januari 2025. Dat maakt dat een beroep op dwaling faalt en de beëindigingsovereenkomst niet vernietigbaar is.

Het bovenstaande brengt met zich dat de huurovereenkomst, zoals door partijen is overeengekomen, per 1 mei 2025 is geëindigd. De subsidiair gevorderde verklaring voor recht ten aanzien hiervan wordt dan ook toegewezen.

Ontruiming

Omdat de huurovereenkomst is geëindigd, mogen [naam 1 en 2] niet meer in de woning blijven en moeten zij deze met al hun spullen en afgifte van de sleutels verlaten. In het geval dat ontruiming wordt (gevorderd en) toegewezen, moeten alle omstandigheden van het geval mee worden gewogen. [naam 1 en 2] hebben twee minderjarige kinderen. Artikel 3 van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) geeft in dat geval een dringende instructie: de belangen van het kind vormen bij de beslissing van de rechter de eerste overweging.

Voorkomen moet worden dat de kinderen in een noodsituatie terecht zullen komen door de ontruiming en een korte ontruimingstermijn. Daarom zal worden afgeweken van de gevorderde ontruimingstermijn van twee weken. De kantonrechter stelt de ontruimingstermijn op vier weken nadat dit vonnis is betekend.

De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen. Op grond van de artikelen 556 lid 1 en 557 Rv is de deurwaarder namelijk zonder rechterlijke tussenkomst bevoegd de hulp van de sterke arm van politie in te roepen, waarbij de kosten van de ontruiming ingevolge het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders voor rekening van [naam 1 en 2] komen.

Huurachterstand en gebruiksvergoeding worden toegewezen

Zoals in het tussenvonnis is overwogen, liggen de primaire vorderingen tot betaling van de huurachterstand en het doorbetalen van de vergoeding voor het gebruik van de woning gelijk aan de huurprijs voor toewijzing gereed.

Concreet betekent dit dat de huurachterstand, die op 25 augustus 2025 werd vastgesteld op € 10.662,53 en de gebruiksvergoeding gelijk aan de maandelijkse huurprijs tot de daadwerkelijke ontruiming van de woning worden toegewezen. Dit alles uiteraard voor zover nog niet is betaald.

Proceskosten worden toegewezen

De bewindvoerder wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers 1] worden begroot op:

- dagvaarding € 146,43

- griffierecht € 257,00

- salaris gemachtigde € 1.084,00 (4,0 punten × tarief € 271,00)

- nakosten € 135,00

Totaal € 1.622,43

Hier kunnen nog bedragen bij komen als dit vonnis wordt betekend en er na betekening van het vonnis kosten van tenuitvoerlegging worden gemaakt, waaronder eventuele ontruimingskosten.

Vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard

Ter zitting heeft de bewindvoerder aangegeven dat hij niet wil dat een eventuele veroordeling tot ontruiming van de woning uitvoerbaar bij voorraad verklaard wordt, omdat hij in dat geval in hoger beroep wil kunnen gaan zonder dat het vonnis ten uitvoer wordt gelegd en [naam 1 en 2] en hun kinderen niet op straat komen te staan.

De kantonrechter overweegt dat [naam 1 en 2] al aanzienlijk langer dan de aanvankelijke einddatum van de huurovereenkomst in de woning hebben kunnen blijven wonen. [eisers 1] hebben al rekening gehouden met de belangen van [naam 1 en 2] en hun kinderen door de beëindigingsovereenkomst te sluiten waardoor [naam 1 en 2] tot 1 mei 2025 in de woning konden blijven. Ook daarna hebben [naam 1 en 2] de woning niet verlaten en inmiddels was ook een flinke huurachterstand ontstaan. Vervolgens is in de procedure extra tijd verstreken omdat was aangevoerd dat [naam 1 en 2] geen aanzegging hadden ontvangen, wat achteraf niet juist is gebleken. [eisers 1] hebben er belang bij dat zij weer vrijelijk kunnen beschikken over hun eigendom en dat de bewindvoerder het gehuurde ontruimt. Daarom wordt dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

3. De beslissing

De kantonrechter:

verklaart voor recht dat de huurovereenkomst op 1 mei 2025 met wederzijdse goedkeuring tot een einde is gekomen als gevolg van de huurbeëindigingsovereenkomst;

veroordeelt de bewindvoerder om binnen vier weken na betekening van dit vonnis het gehuurde aan het adres [adres] in [woonplaats] te ontruimen en te verlaten met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken, voor zover deze niet het eigendom zijn van [eisers 1] , en onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking van [eisers 1] te stellen;

veroordeelt de bewindvoerder om aan [eisers 1] te betalen de huurachterstand van € 10.662,53;

veroordeelt de bewindvoerder om aan [eisers 1] te betalen de aanvangshuur van € 1.575,00 vermeerderd met de consumentenprijsindex, vanaf 25 augustus 2025 tot de dag van de daadwerkelijke ontruiming van de woning;

veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten die aan de kant van [eisers 1] tot op heden begroot worden op € 1.622,43, te betalen binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis zijn voldaan, en te vermeerderen met de na betekening van dit vonnis te maken kosten van tenuitvoerlegging, waaronder eventuele ontruimingskosten;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y. Peters en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.

60669/65708

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand