ECLI:NL:RBROT:2026:2480

ECLI:NL:RBROT:2026:2480

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 13-03-2026
Datum publicatie 12-03-2026
Zaaknummer 10-125444-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Onderzoek Barrel. De verdachte wordt veroordeeld voor het meermalen medeplichtig zijn aan medeplegen van valsheid in geschrift door het opmaken van meerdere valse rapporten van monsternemingen van olie aanwezig in opslagtanks op het haventerrein. Er is nooit toestemming gegeven aan de verdachte om het terrein te betreden en daar monsternemingen uit te (laten) voeren.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-125444-23

Datum uitspraak: 13 maart 2026

Datum zitting: 10, 12 en 13 februari 2026 en 13 maart 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres] , [postcode] [plaatsnaam] .

Advocaat van de verdachte: mr. A.W.J. van der Meer.

Officier van justitie: mr. B. Lijnse.

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor het meermalen medeplichtig zijn aan medeplegen van valsheid in geschrift door het opmaken van meerdere valse rapporten van monsternemingen van olie aanwezig in opslagtanks op het haventerrein. Er is nooit toestemming gegeven aan de verdachte om het terrein te betreden en daar monsternemingen uit te (laten) voeren.

Leeswijzer

De officier van justitie beschuldigt de verdachte er onder feit 1 van dat hij - samengevat -betrokken is geweest bij het samen met anderen onbevoegd uitvoeren van monsternemingen in de Rotterdamse Haven, waarvan door die anderen valse rapporten werden opgemaakt waaruit zou moeten blijken dat een bepaalde hoeveelheid olie van een bepaalde kwaliteit bij Shell opgeslagen was en te koop zou zijn. Onder feit 2 wordt hij ervan beschuldigd dat hij op meerdere momenten onbevoegd aanwezig is geweest op het haventerrein van Shell.

De volledige beschuldiging (tenlastelegging) is opgenomen in bijlage 1.

De beschuldiging is bewezen. De bewezenverklaring, de motivering daarvan en de bespreking van de (bewijs)verweren, staan in hoofdstuk 1. Een overzicht van de bewijsmiddelen staat in bijlage 2.

De feiten en de verdachte zijn strafbaar. Deze beslissingen staan in hoofdstuk 2.

De rechtbank legt aan de verdachte een taakstraf op voor de duur van 140 uur en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van 2 jaar.

In hoofdstuk 3 wordt uitgelegd waarom deze straffen worden opgelegd.

In hoofdstuk 4 staat de beslissing over de inbeslaggenomen goederen en in hoofdstuk 5 de wettelijke voorschriften.

In hoofdstuk 6 staan alle beslissingen in het kort.

1. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten 1 en 2. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft voor feit 1 vrijspraak bepleit en voor feit 2 vrijspraak bepleit ten aanzien van 11 juli 2022. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte medeplichtig is geweest aan het door de medeverdachten valselijk opmaken van meerdere sampling rapporten (feit 1) en dat hij op 8 april 2022 en op 11 juli 2022 onbevoegd op het haventerrein van Shell aanwezig was (feit 2).

De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 1.3.3.

De bewezenverklaring van deze feiten is gebaseerd op de in bijlage 2 opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

Bewijsmotivering

Inleiding

Op 2 juni 2021 wordt bij de aangever, het bedrijf The Commodity Traders B.V. (hierna: TCT), een internationale koper en verkoper van bulkgoederen, door [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ) een partij van 2 miljoen barrels (318 miljoen liter) ruwe olie te koop aangeboden voor een vraagprijs van 155 miljoen Amerikaanse dollar. De partij zou zijn opgeslagen op het terrein van Shell Pernis in de tank met nummer 1234. Bij dit aanbod worden diverse documenten overlegd, waaronder een sampling rapport van het bedrijf [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ) van 31 mei 2021 (rapport 2021-CIET-002). [bedrijf 2] is het bedrijf van de [medeverdachte 3] .

Eerder, op 28 maart 2021, ontvangt TCT een gelijksoortig aanbod tot koop van een partij van 2 miljoen barrels ruwe olie, opgeslagen op het terrein van Shell Europoort in de tanks met nummers 3009 en 3010 namens [bedrijf 1] . Hierbij is een sampling rapport van [bedrijf 2] overgelegd van 25 maart 2021 (rapport 2021-CIET-001), opgemaakt door de [medeverdachte 2] voor [bedrijf 2] .

Deze rapporten omschrijven dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] op 25 maart 2021 en 31 mei 2021 allebei op het terrein van Shell aanwezig waren bij een monsterneming olie uit de genoemde tanks, uitgevoerd door een medewerker van het bedrijf SGS en in aanwezigheid van een medewerker van Shell, genaamd [naam 1] .

Het bedrijf TCT doet aangifte van twee pogingen tot oplichting en valsheid in geschrift, omdat de door hen ontvangen sampling rapporten meerdere onvolkomenheden bevatten, de bijgesloten documenten niet authentiek zijn en worden bestempeld als ‘onzin’ documenten, slechts opgesteld met als doel hen op te lichten.

Door [bedrijf 2] zijn in de periode van 25 maart 2021 tot en met 11 juli 2022 meerdere sampling rapporten opgemaakt van monsternemingen van olie bij tanks op het terrein van Shell.

De verdachte bekent aanwezig te zijn geweest bij de monsternemingen op 25 maart 2021, 31 mei 2021 en 8 april 2022. Hij heeft zich daarbij voorgedaan als medewerker van Shell (met de naam [naam 1] ) en er zijn video-opnamen en/of foto’s gemaakt van de monsternemingen. Hij had contact met [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] en medeverdachten [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] waren aanwezig bij de monsternemingen en de verdachte verleende hen toegang tot het haventerrein van Shell Pernis en/of Shell Europoort. De verdachte wist dat hij daar niet mocht zijn met de pas van een ander. Hij was in Shell bedrijfskleding aanwezig, maar niet in de uitoefening van de werkzaamheden die hij normaal gesproken bij Shell verrichtte.

Verweer onrechtmatig verkregen bewijs (Landeck)

Door de verdediging is onder verwijzing naar het Landeck-arrest het verweer gevoerd dat de uit de telefoons van de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] verkregen Whatsapp-communicatie niet rechtmatig is verkregen en daarom niet voor het bewijs mag worden gebruikt. Gelet op de mate van inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] had de rechter-commissaris voor dit onderzoek namelijk toestemming moeten geven en dat is niet gebeurd. Subsidiair is bepleit dat dit dient te leiden tot strafvermindering.

Dit verweer wordt verworpen. De rechtbank is het met de verdediging eens dat te voorzien was dat het onderzoek in de telefoons van de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] een meer dan beperkte inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer zou vormen, en dat er daarom voor dit onderzoek voorafgaande toestemming aan de rechter-commissaris had moeten worden gevraagd. Nu die toestemming niet is gevraagd is, anders dan de officier van justitie stelt, sprake van een onherstelbaar vormverzuim. Omdat het hier gaat om de telefoons van medeverdachten en deze telefoons zijn onderzocht in het voorbereidend onderzoek tegen deze medeverdachten en niet in het voorbereidend onderzoek tegen de verdachte, valt dit vormverzuim in beginsel buiten de reikwijdte van artikel 359a Wetboek van Strafvordering (Sv). Uit vaste jurisprudentie volgt dat toch een rechtsgevolg kan worden verbonden aan een dergelijk vormverzuim als dat vormverzuim van bepalende invloed is geweest op het verloop van het opsporingsonderzoek naar en/of de (verdere) vervolging van de verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit. In deze zaak was het onderzoek aan de telefoons van de medeverdachten van belang in het opsporingsonderzoek tegen de verdachte.

De vraag is vervolgens of en zo ja, welke rechtsgevolgen aan dit vormverzuim moeten worden verbonden. Daarbij kan worden aangesloten bij de maatstaven die worden aangelegd met betrekking tot rechtsgevolgen die worden verbonden aan een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv.

Bewijsuitsluiting kan als rechtsgevolg aan de orde zijn als dat noodzakelijk is om een schending van artikel 6 van het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) te voorkomen, of als er sprake is van een ernstige schending van een strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel, waarbij bewijsuitsluiting noodzakelijk is als rechtsstatelijke waarborg en als middel om te voorkomen dat vergelijkbare vormverzuimen in de toekomst zullen plaatsvinden. Van beide gevallen is in deze zaak geen sprake. Daarbij is van belang dat op het moment van het onderzoek aan de telefoons van de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] het Landeck-arrest nog niet was gewezen en de betekenis van het overtreden vormvoorschrift nog niet (algemeen) bekend was. Er is daarmee geen sprake van een oneerlijk proces of een schending van artikel 6 EVRM. De rechtbank past daarom geen bewijsuitsluiting toe.

Strafvermindering kan alleen aan de orde zijn als een verdachte door het vormverzuim daadwerkelijk nadeel heeft geleden. Dan moet de strafvermindering ook in het licht van het belang van het geschonden voorschrift en de ernst van het verzuim gerechtvaardigd zijn.

De schending van het privéleven van een verdachte levert al een voldoende concreet nadeel op. De rechtbank weegt echter mee dat, zou een rechter-commissaris wel om toestemming zijn gevraagd voorafgaand aan het onderzoek in de telefoons, deze rechter-commissaris, gelet op de ernst en omvang van de verdenking, deze toestemming zonder nadere beperkingen had kunnen geven. De verdachte is daarom door het vormverzuim niet in een nadeliger positie dan de situatie waarin het vormverzuim zich niet had voorgedaan.

De rechtbank vindt strafvermindering daarom niet op zijn plaats en zal aan het vormverzuim geen rechtsgevolgen verbinden, maar volstaan met de enkele vaststelling daarvan.

Feit 1

Verweren van de verdediging

De verdediging heeft voor feit 1 vrijspraak bepleit en betwist dat:

het telefoonnummer [telefoonnummer] aan de verdachte kan worden toegeschreven;

de verdachte bij alle monsternemingen aanwezig is geweest;

de verdachte opzet op het gronddelict, de valsheid in geschrift, had met zijn ondergeschikte rol van “gastheer”.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat uit de bewijsmiddelen volgt dat alle ten laste gelegde sampling rapporten valselijk zijn opgemaakt.

1. De verdachte is te koppelen aan het telefoonnummer [telefoonnummer]

De verdachte heeft verklaard dat hij bij monsternemingen aanwezig is geweest en zich op 8 april 2022 ook daadwerkelijk heeft voorgedaan als [naam 1] . Uit de bewijsmiddelen blijkt echter dat hij zich al eerder heeft voorgedaan als [naam 1] . In de telefoon van [medeverdachte 3] staat het contact ‘ [naam 1] ’ opgeslagen met dit telefoonnummer. Bij [bedrijf 2] is dit nummer van [naam 1] bekend en het telefoonnummer komt ook voor op allerlei andere documenten. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat deze [naam 1] zijn contact was als een afspraak gemaakt werd voor de monsternemingen en dat [naam 1] er voor zorgde dat zij met deze [naam 1] het Shell terrein konden betreden. Dit is ook terug te zien in de berichten tussen [medeverdachte 3] en [naam 1] voorafgaand aan de monsterneming van 31 mei 2021, waarna het de [verdachte] is die bij de afspraak verschijnt. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] verklaren de hele tijd over één persoon als zij over [naam 1] verklaren. [medeverdachte 3] heeft verder verklaard dat als hij over [naam 1] spreekt, hij daarmee [verdachte] bedoelt. In alle sampling rapporten van [bedrijf 2] wordt [naam 1] aangeduid als Tank Manager. In de telefoon van de verdachte is een document aangetroffen, een ‘Dip Test authorisation letter’, waar uit blijkt dat de verdachte al in 2020 als Tank Manager de naam [naam 1] gebruikt.

Gezien het voorgaande in samenhang met de overige bewijsmiddelen bezien stelt de rechtbank vast dat de verdachte de gebruiker was van dit telefoonnummer en zich valselijk heeft voorgedaan als de bij Shell werkzame Tank Manager [naam 1] .

2. Aanwezigheid van de verdachte bij alle monsternemingen

De verdachte ontkent aanwezig te zijn geweest bij de monsternemingen die zien op de sampling rapporten van [bedrijf 2] van 16 juli 2021, 21/22 september 2021, 11/12 oktober 2021 en 11 juli 2022. Dit wordt echter weerlegd door de bewijsmiddelen. In alle rapporten van [bedrijf 2] staat vermeld dat [naam 1] aanwezig was bij de monsternemingen. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat deze ‘ [naam 1] ’, de verdachte, hun contactpersoon was bij Shell. Daarnaast is er veel berichtenverkeer waaruit volgt dat de verdachte aanwezig was bij alle monsternemingen die de basis hebben gevormd voor de in de tenlastelegging genoemde rapporten. In de telefoon van [medeverdachte 1] zijn veel berichten aangetroffen met de verdachte die zien op de monsternemingen. Zij hadden rond deze monsternemingen veelvuldig contact met elkaar over onder meer over het uitwisselen van toegangspassen, het maken en doorsturen van foto’s van olietanks, een pdf bestand, tanknummers, tijdstippen, het versturen van een video en zij spreken meermaals over [naam 2] . De rechtbank begrijpt dat met deze [naam 2] , [medeverdachte 3] van [bedrijf 2] wordt bedoeld.

Gelet op het voorgaande, de in de bewijsmiddelen opgenomen inhoud van berichten in samenhang met de overige bewijsmiddelen bezien, stelt de rechtbank vast dat de verdachte bij alle monsternemingen betrokken is geweest.

3. Voorwaardelijk opzet op het gronddelict, de valsheid in geschrift

De verdachte was in zijn valse hoedanigheid als Shell medewerker aanwezig bij monsternemingen op het terrein van Shell. Hij betrad het terrein met de toegangspas van een ander en nam de medeverdachten [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] mee het terrein op, terwijl zij geen toestemming hadden daar te zijn en die monsternemingen te verrichten. Er zijn video-opnamen en foto’s gemaakt van de monsternemingen, terwijl hij wist dat dit niet is toegestaan. De monsters werden door [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] meegenomen. Ook heeft de verdachte verklaard dat deze monsternemingen niet tot zijn normale werkzaamheden behoorden en dat het de bedoeling was dat hij voor zijn handelingen betaald zou krijgen.

De verdachte had, gelet op de hiervoor omschreven gang van zaken en onder deze omstandigheden, kunnen en moeten weten dat deze monsternemingen niet legaal waren en dat de gegevens en bevindingen daarvan gebruikt zouden worden om daarmee een bepaalde voorstelling van zaken te geven over wat zich in de betreffende tanks bevond. Hiermee heeft hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat met deze gegevens valse rapporten zouden worden opgemaakt. Het opzet van de verdachte was dan ook, in ieder geval in voorwaardelijke zin, gericht op de valsheid in geschrifte.

Conclusie feit 1

De verweren worden verworpen. Het feit is wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft hiervoor al vastgesteld dat de verdachte ook op 11 juli 2022 bij de monsterneming aanwezig is geweest. Het verweer dat de verdachte niet bij de monsterneming op 11 juli 2022 onbevoegd op het haventerrein is geweest, wordt dan ook verworpen. Ook dit feit is wettig en overtuigend bewezen.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

Feit 1.

[medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] in de periode van 21 maart 2021 tot en met 5 oktober 2022 te Vlaardingen en/of Zwartsluis en/of ‘s Gravenhage en/of Rotterdam en/of Shell Europoort en/of Shell Pernis, meermalen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten sampling rapporten van het bedrijf [bedrijf 2] , te weten

-2021-CEIT-001 (25 maart 2021, tanks 3009 en 3010), en

-2021-CEIT-002 (31 mei 2021, tank 1234), en

-20210716-SHEF en/of 20210716-SHEF and RC (16 juli 2021, tank 3034), en

-20210922-SHEF (21 en/of 22 september 2021 en/of 11 oktober 2021, tanks 3015, 3032, 3033 en 3034), en

-20210922-SHEF (11 en/of 12 oktober 2021, tanks 3032, 3034, 3039 en 3040), en

-20211012-EXPO (11 oktober 2021, tanks 3032, 3034, 3039 en 3040), en

-20211012 (11 en/of 12 oktober 2021, tanks 3032, 3034, 3039 en 3040), en

-20220408-EXPO (8 april 2022, tanks 3040, 3044 en 3045), en

-20220711-GCLLC (11 juli 2022, tanks 3039 en 3040)

valselijk heeft opgemaakt door telkens valselijk en/of in strijd met de waarheid uit de voornoemde rapporten te laten blijken dat een bepaalde hoeveelheid olie van een bepaalde kwaliteit en/of samenstelling te koop zou zijn, althans opgeslagen zou zijn, zulks terwijl deze hoeveelheid nimmer aanwezig is geweest en/of de koop onmogelijk was, zulks met het oogmerk om de geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 21 maart 2021 tot en met 11 juli 2022 te Rotterdam en Shell Europoort en Shell Pernis, opzettelijk behulpzaam is geweest en opzettelijk gelegenheid, middelen en inlichtingen heeft verschaft, door

- zichzelf en medeverdachten onbevoegd toegang te (laten) verschaffen tot het terrein van Shell Pernis en Shell Europoort te Rotterdam;

- bewust een valse naam te gebruiken, te weten [naam 1] en/of [naam 3] en te doen voorkomen dat deze persoon bij Shell werkzaam is;

- zichzelf en medeverdachten te doen voorkomen als (een) betrouwbare en integere rapporteur(s) en (in bedrijfskleding geklede) expert(s) en/of bevoegd tot het uitvoeren van samplings van (olie)tanks;

- aldaar onbevoegd (vermeende) samplings, van (opslag)tanks uit te (laten) voeren;

- deze (vermeende) samplings, onjuist af te (laten) nemen;

- videobeelden te (laten) maken van (vermeende) samplings bij tanks 3009 en 3010 ter onderbouwing van de echtheid van sampling rapport 2021-CEIT-001;

- videobeelden te (laten) maken van de (vermeende) sampling bij tank 1234 ter onderbouwing van de echtheid van sampling rapport 2021-CEIT-002;

- foto’s te (laten) maken van (vermeende) samplings en de betreffende tank(s) en/of de samplingflessen met een krant en die foto’s toe te (laten) voegen aan een sampling rapport.

Feit 2.

hij op 8 april 2022 en op 11 juli 2022 te Rotterdam, wederrechtelijk heeft verbleven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag en/of overslag van goederen, te weten Shell Europoort, terwijl hij, verdachte, zich de toegang heeft verschaft tot die besloten plaats door middel van een valse of niet aan hem, verdachte, toebehorende toegangspas en een valse hoedanigheid.

2. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1.

medeplichtigheid aan medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

Feit 2.

wederrechtelijk verblijven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag of overslag van goederen, terwijl de verdachte zich de toegang heeft verschaft door middel van een valse of niet aan hem toebehorende toegangspas en een valse hoedanigheid, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

3. Straffen

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet, daarbij rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn, voor beide feiten worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met aftrek van voorarrest, met een proeftijd voor de duur van 3 jaar.

Standpunt van de verdediging

Mocht de verdachte worden veroordeeld dan dient bij de strafoplegging rekening te worden gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn en het feit dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. De eis dient te worden gematigd. Daarnaast heeft de verdachte, na zijn aanhouding in augustus 2023, zijn leven weer op orde. Hij heeft een baan en een voorwaardelijke straf met lange proeftijd lijkt geen doel meer te dienen.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte is in 2021 en in 2022 als medeplichtige betrokken geweest bij het opmaken van valse sampling rapporten. Het betroffen rapporten van monsternemingen van olie aanwezig in opslagtanks op het haventerrein van Shell. De verdachte was bij deze monsternemingen aanwezig in de hoedanigheid van medewerker van Shell, terwijl hij daartoe geen opdracht had gekregen en niet bevoegd was om daarvoor op dat terrein aanwezig te zijn.

Dit is een zeer kwalijk feit. Niet alleen deed hij het om er financieel beter van te worden, het tast ook in hoge mate het vertrouwen van de maatschappij in de juistheid van dergelijke rapporten aan. In dit geval gaat het ook om een ernstige ondermijning van het vertrouwen in de logistieke olieketen en het vertrouwen in onder andere Shell en de Haven van Rotterdam. In de handel draait het om betrouwbaarheid van documenten en manipulatie ervan heeft reputatieschade tot gevolg. Dit alles is de verdachte aan te rekenen.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 9 december 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf, maar ook niet tot een lagere straf.

Redelijke termijn

De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 28 augustus 2023, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld.

Tot aan dit vonnis is een periode van tweeënhalf jaar verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden. Daarom heeft dit, zoals ook door de officier van justitie is overwogen, in matigende zin gevolgen voor de op te leggen straf.

Oplegging straffen

Gelet op de ernst van de strafbare feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte is een taakstraf passend. Bij het bepalen van de duur van de taakstraf houdt de rechtbank ook rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd en met de straffen die zij oplegt aan de medeverdachten die daadwerkelijk de valse rapporten hebben opgemaakt. Daarom wordt een taakstraf van 140 uur opgelegd. De dagen die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft gezeten worden hierop in mindering gebracht.

Daarnaast acht de rechtbank, anders dan door de raadsvrouw is betoogd, een voorwaardelijke gevangenisstraf van korte duur passend en geboden. Deze voorwaardelijke straf heeft als doel de ernst van de feiten te benadrukken en om te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De rechtbank zal de proeftijd bepalen op twee jaar. De rechtbank ziet geen bijzondere omstandigheden waarom deze langer zou moeten zijn, zoals door de officier van justitie is gevorderd.

4. In beslag genomen voorwerpen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de twee in beslag genomen mobiele telefoons worden verbeurd verklaard.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit deze telefoons aan de verdachte terug te geven.

Oordeel van de rechtbank

Als bijkomende straf voor de feiten 1 en 2 worden de in beslag genomen mobiele telefoons van het merk Apple verbeurd verklaard. Hierbij houdt de rechtbank rekening met de draagkracht van de verdachte. Deze telefoons zijn ook vatbaar voor verbeurdverklaring. Deze telefoons behoren aan de verdachte toe en de strafbare feiten zijn met behulp van deze telefoons gepleegd.

5. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 22c, 22d, 33, 33a, 47, 48, 57, 138aa en 225 van het Wetboek van Strafrecht.

6. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2, zoals in hoofdstuk 1 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 2 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straffen

Voorwaardelijke gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van één (1) maand;

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op twee jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 140 uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur per dag, zodat 134 uur taakstraf moet worden verricht;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 67 dagen;

In beslag genomen voorwerpen

- verklaart verbeurd voor de feiten 1 en 2:

- 1 stk GSM (Omschrijving: RTZA021052_781591, Apple iPhone) en

- 1 stk GSM (Omschrijving: RTZA0121052_781592, zilver, merk: Apple iPhone, chassisnr: [chassisnummer] ).

7. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.J.M. van Beckhoven, voorzitter,

en mrs. N. van Esch en L.J.M. Janssen, rechters,

in tegenwoordigheid van M.J. Grootendorst, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 13 maart 2026.

Bijlage 1 – volledige tenlastelegging

De volledige beschuldiging (tenlastelegging) houdt in dat

1.

[medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [naam 4] in of omstreeks de periode van 21 maart 2021 tot en met 23 mei 2023 te Vlaardingen en/of Zwartsluis en/of ‘s Gravenhage en/of Rotterdam en/of Shell Europoort en/of Shell Pernis, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten (een/meerdere) sampling rapport(en), althans (een) Report of Inspection/Witness Operation, van het bedrijf [bedrijf 2] , te weten-2021-CEIT-001 (25 maart 2021, tanks 3009 en 3010), en/of-2021-CEIT-002 (31 mei 2021, tank 1234), en/of-20210716-SHEF en/of 20210716-SHEF and RC (16 juli 2021, tank 3034), en/of-20210922-SHEF (21 en/of 22 september 2021 en/of 11 oktober 2021, tanks 3015, 3032, 3033 en 3034), en/of-20210922-SHEF (11 en/of 12 oktober 2021, tanks 3032, 3034, 3039 en 3040), en/of-20211012-EXPO (11 oktober 2021, tanks 3032, 3034, 3039 en 3040), en/of-20211012 (11 en/of 12 oktober 2021, tanks 3032, 3034, 3039 en 3040), en/of-20220408-EXPO (8 april 2022, tanks 3040, 3044 en 3045), en/of-20220711-GCLLC (11 juli 2022, tanks 3039 en 3040) en/of documenten ter verificatie seals van 15-09-2022 en 21-09-2022valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken of heeft vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen door (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid uit de voornoemde rapporten te laten blijken dat een bepaalde hoeveelheid olie van een bepaalde kwaliteit en/of samenstelling en/of prijs te koop zou zijn, althans opgeslagen zou zijn, zulks terwijl deze hoeveelheid nimmer (ter verkoop) aanwezig is geweest en/of de koop onmogelijk was, zulks met het oogmerk om het/de geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 21 maart 2021 tot en met 19 augustus 2022 te Rotterdam en/of Shell Europoort en/of Shell Pernis, althans in Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door- zichzelf en/of medeverdachten onbevoegd toegang te (laten) verschaffen tot het terrein van Shell Pernis en/of Shell Europoort te Rotterdam;- bewust een valse naam te gebruiken, te weten [naam 1] en/of [naam 3] en/of te doen voorkomen dat deze persoon bij Shell werkzaam is;- zichzelf en/of medeverdachten te doen voorkomen als (een) betrouwbare en integere rapporteur(s) en/of verkoper en/of (in bedrijfskleding geklede) expert(s) en/of bevoegd tot het uitvoeren van samplings van (olie)tanks;- aldaar onbevoegd (vermeende) samplings, althans monsternames, van (opslag)tanks uit te (laten) voeren;-deze (vermeende) samplings, althans monsternames, onjuist af te (laten) nemen;- (een) video(beelden) te (laten) maken van (vermeende) samplings bij tanks 3009 en 3010 ter onderbouwing van de echtheid van sampling rapport 2021-CEIT-001;- (een) video(beelden) te (laten) maken van de (vermeende) sampling bij tank 1234 ter onderbouwing van de echtheid van sampling rapport 2021-CEIT-002;- Foto’s te (laten) maken van (vermeende) samplings en/of de betreffende tank(s) en/of de samplingflessen met een krant en/of die foto’s toe te (laten) voegen aan een sampling rapport;- bij en/of ten behoeve van het opmaken van de rapporten gebruik te maken van kennelijk onjuiste documenten met onjuiste stempels en/of handtekeningen (zoals “Authority to Verify”-documenten, “Provisional authority to sell and collect”-documenten, “Farm tank on spot sample inspection data pink sheet”-documenten.

2.hij in of omstreeks de periode van 8 april 2022 tot en met 21 september 2022 te Rotterdam, althans in Nederland, wederrechtelijk heeft verbleven op een in een haven, luchthaven en/of spoorwegemplacement gelegen besloten plaats voor distributie, opslag en/of overslag van goederen, te weten Shell Europoort; terwijl hij, verdachte, zich de toegang heeft verschaft en/of laten verschaffen tot die besloten plaats door middel van een valse order en/of een vals kostuum en/of een valse of niet aan hem, verdachte, toebehorende toegangspas en/of een valse hoedanigheid en/of misleiding van een persoon, belast met de bewaking van die plaats.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?