Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-179233-22
Datum uitspraak: 13 maart 2026
Datum zitting: 10, 12 en 13 februari 2026 en 13 maart 2026
Tegenspraak zonder aanwezigheid van de verdachte
Verdachte:
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum] 1975,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres], [postcode] [plaatsnaam].
Advocaat van de verdachte: mr. C. Karsdorp.
Officier van justitie: mr. B. Lijnse.
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor het meermalen medeplichtig zijn aan medeplegen van valsheid in geschrift door het opmaken van meerdere valse rapporten van monsternemingen van olie aanwezig in opslagtanks op het haventerrein. Er is nooit toestemming gegeven aan de verdachte om op het terrein monsternemingen uit te (laten) voeren.
Leeswijzer
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - betrokken is geweest bij het samen met anderen onbevoegd uitvoeren van monsternemingen in de Rotterdamse Haven, waarvan door die anderen valse rapporten werden opgemaakt waaruit zou moeten blijken dat een bepaalde hoeveelheid olie van een bepaalde kwaliteit bij Shell opgeslagen was en te koop zou zijn. De volledige beschuldiging (tenlastelegging) is opgenomen in bijlage 1.
De beschuldiging is bewezen. De bewezenverklaring, de motivering daarvan en de bespreking van de bewijsverweren staan in hoofdstuk 1. Een overzicht van de bewijsmiddelen staat in bijlage 2.
Het feit en de verdachte zijn strafbaar. Deze beslissingen staan in hoofdstuk 2.
De rechtbank legt aan de verdachte een taakstraf op voor de duur van 140 uur en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van 2 jaar.
In hoofdstuk 3 wordt uitgelegd waarom deze straffen worden opgelegd.
In hoofdstuk 4 staan de wettelijke voorschriften en in hoofdstuk 5 staan alle beslissingen in het kort.
1. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte medeplichtig is geweest aan het door de medeverdachten valselijk opmaken van meerdere sampling rapporten.
De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 1.3.3.
De bewezenverklaring van dit feit is gebaseerd op de in bijlage 2 opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
Bewijsmotivering
Inleiding
Op 2 juni 2021 wordt bij de aangever, het bedrijf The Commodity Traders B.V. (hierna: TCT), een internationale koper en verkoper van bulkgoederen, door [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1]) een partij van 2 miljoen barrels (318 miljoen liter) ruwe olie te koop aangeboden voor een vraagprijs van 155 miljoen Amerikaanse dollar. De partij zou zijn opgeslagen op het terrein van Shell Pernis in de tank met nummer 1234. Bij dit aanbod worden diverse documenten overlegd, waaronder een sampling rapport van het bedrijf [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2]) van 31 mei 2021 (rapport 2021-CIET-002). [bedrijf 2] is het bedrijf van de [medeverdachte 1].
Eerder, op 28 maart 2021, ontvangt TCT een gelijksoortig aanbod tot koop van een partij van 2 miljoen barrels ruwe olie, opgeslagen op het terrein van Shell Europoort in de tanks met nummers 3009 en 3010 namens [bedrijf 1]. Hierbij is een sampling rapport van [bedrijf 2] overgelegd van 25 maart 2021 (rapport 2021-CIET-001), opgemaakt door de [medeverdachte 2] voor [bedrijf 2].
Deze rapporten omschrijven dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 25 maart 2021 en 31 mei 2021 allebei op het terrein van Shell aanwezig waren bij een monsterneming olie uit de genoemde tanks, uitgevoerd door een medewerker van het bedrijf SGS en in aanwezigheid van een medewerker van Shell, genaamd [naam 1].
Het bedrijf TCT doet aangifte van twee pogingen tot oplichting en valsheid in geschrift, omdat de door hen ontvangen sampling rapporten meerdere onvolkomenheden bevatten, de bijgesloten documenten niet authentiek zijn en worden bestempeld als ‘onzin’ documenten, slechts opgesteld met als doel om hen op te lichten.
Door [bedrijf 2] zijn in de periode van 25 maart 2021 tot en met 11 juli 2022 meerdere sampling rapporten opgemaakt van monsternemingen van olie bij tanks op het terrein van Shell.
De verdachte heeft verklaard dat hij in die tijd voor SGS werkzaam was, maar niet bevoegd was tot het nemen van samples. Hij bekent aanwezig en betrokken te zijn geweest bij de monsternemingen en heeft daar betalingen voor ontvangen. Dit gebeurde niet in opdracht of met toestemming van zijn werkgever SGS. Verder heeft de verdachte verklaard dat het niet was toegestaan om andere personen op de toegangspas mee te nemen het terrein op.
Bespreking van het feit
Verweren van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat ten aanzien van een aantal tenlastegelegde
medeplichtigheidshandelingen niet kan worden bewezen dat de verdachte deze heeft verricht en zodoende opzettelijk behulpzaam is geweest tot het plegen van valsheid in geschrift. Het gaat dan om het tweede, vijfde, zesde en zevende gedachtestreepje van de tenlastelegging. Ten aanzien van de resterende medeplichtigheidshandelingen heeft de raadsvrouw bepleit dat de verdachte geen (voorwaardelijk) opzet had op het gronddelict, de valsheid in geschrift. De verdachte wist niet dat de monsternemingen bestemd waren voor het opmaken van valse rapportages.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt voorop dat uit de bewijsmiddelen volgt dat alle ten laste gelegde sampling rapporten valselijk zijn opgemaakt. De vraag is of de verdachte behulpzaam is geweest bij het valselijk opmaken van de rapporten. Anders dan de verdediging heeft betoogd is de rechtbank van oordeel dat het dossier hiervoor bewijs bevat.
De verdachte heeft bekend dat hij tegen betaling meermalen monsternemingen, ‘samplings’, heeft verricht op het terrein van Shell, terwijl hij hiertoe niet bevoegd was. Hij heeft zich, in de werkkleding van zijn werkgever SGS voorgedaan als een bevoegd monsternemer. Hij werkte hierbij samen met [medeverdachte 3] die zich, onder de naam [naam 1] voordeed als een medewerker van Shell. De verdachte en [medeverdachte 3] regelden dat zij samen met medeverdachten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] het terrein van Shell konden betreden, terwijl dat niet was toegestaan. Waarna op meerdere momenten bij olietanks, zonder toestemming van Shell en SGS, op onjuiste wijze olie is afgetapt. De olie werd in flessen gedaan en van een etiket voorzien. Vervolgens werden deze flessen met een krant erbij gefotografeerd. De monsterflessen werden door [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] meegenomen. De verdachte en [medeverdachte 3] hadden rond deze monsternemingen veelvuldig contact met elkaar over onder meer het uitwisselen van toegangspassen, het maken en doorsturen van foto’s van olietanks, een pdf bestand, tanknummers, tijdstippen, het versturen van een video en zij spreken meermaals over [naam 2]. De rechtbank begrijpt dat met deze [naam 2], [medeverdachte 1] van [bedrijf 2] wordt bedoeld.
De rechtbank volgt de raadsvrouw in haar verweer ten aanzien van de uitvoeringshandelingen bij het vijfde en zevende gedachtestreepje in de tenlastelegging. De verdachte heeft zelf geen videobeelden gemaakt of laten maken van de sampling op 31 mei 2021 en hij had geen invloed op wat medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in hun sampling rapporten opschreven. De verdachte wordt daarom van deze onderdelen van de tenlastelegging vrijgesproken. De overige uitvoeringshandelingen zijn wel wettig en overtuigend bewezen.
Vervolgens is de vraag of met deze uitvoeringshandelingen het opzet van de verdachte gericht was op de valsheid in geschrift. Ook dit is naar het oordeel van de rechtbank het geval.
De verdachte verrichte in zijn hoedanigheid van medewerker van SGS monsternemingen op het terrein van Shell, terwijl deze werkzaamheden niet tot zijn functie behoorden, hij daarvoor geen toestemming had en waarvoor hij door een ander dan SGS werd betaald. De verdachte en [medeverdachte 3] regelden dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2], die daar ook niet mochten zijn, daarvan getuige waren. De monsters werden door [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] meegenomen.
Gelet op deze gang van zaken en onder die omstandigheden kan het niet anders dan dat de verdachte had kunnen en moeten weten dat deze monsternemingen niet legaal waren en dat de gegevens en bevindingen van deze monsternemingen zouden worden gebruikt om daarmee een bepaalde voorstelling van zaken te geven over wat zich in de betreffende tanks bevond. Hiermee heeft hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat met deze gegevens valse rapporten zouden worden opgemaakt. Het opzet van de verdachte was dan ook, in voorwaardelijke zin, gericht op de valsheid in geschrifte.
Conclusie
De verweren worden verworpen. Het feit is wettig en overtuigend bewezen.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de periode van 21 maart 2021 tot en met 5 oktober 2022 te Vlaardingen en/of Zwartsluis en/of ‘s Gravenhage en/of Rotterdam en/of Shell Europoort en/of Shell Pernis, meermalen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten sampling rapporten van het bedrijf [bedrijf 2], te weten
- 2021- CEIT-001 (25 maart 2021, tanks 3009 en 3010), en
- 2021- CEIT-002 (31 mei 2021, tank 1234), en
- 20210716- SHEF en/of 20210716-SHEF and RC (16 juli 2021, tank 3034), en
- 20210922- SHEF (21 en/of 22 september 2021 en/of 11 oktober 2021, tanks 3015, 3032, 3033 en 3034), en
- 20210922- SHEF (11 en/of 12 oktober 2021, tanks 3032, 3034, 3039 en 3040), en
- 20211012- EXPO (11 oktober 2021, tanks 3032, 3034, 3039 en 3040), en
- 20211012 (11 en/of 12 oktober 2021, tanks 3032, 3034, 3039 en 3040)
valselijk heeft opgemaakt door telkens valselijk en/of in strijd met de waarheid uit de voornoemde rapporten te laten blijken dat een bepaalde hoeveelheid olie van een bepaalde kwaliteit en/of samenstelling te koop zou zijn, althans opgeslagen zou zijn, zulks terwijl deze hoeveelheid nimmer aanwezig is geweest en/of de koop onmogelijk was,
zulks met het oogmerk om de geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 21 maart 2021 tot en met 12 oktober 2021 te Hellevoetsluis en/of Rotterdam en/of Shell Europoort en/of Shell Pernis, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en inlichtingen heeft verschaft, door
- zichzelf en medeverdachten onbevoegd toegang te (laten) verschaffen tot het terrein van Shell Pernis en Shell Europoort te Rotterdam;
- zichzelf en medeverdachten te doen voorkomen als (een) betrouwbare en integere rapporteur(s) en/of verkoper en (in bedrijfskleding geklede) expert(s) en/of bevoegd tot het uitvoeren van samplings van (olie)tanks;
- aldaar onbevoegd (vermeende) samplings van (opslag)tanks uit te voeren;
- deze (vermeende) samplings, onjuist af te nemen;
- foto’s te (laten) maken van (vermeende) samplings en de betreffende tank(s) en/of de samplingflessen met een krant en die foto’s toe te (laten) voegen aan een sampling rapport.
2. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
medeplichtigheid aan medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
3. Straffen
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet, daarbij rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn, worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 180 uur, subsidiair 90 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met aftrek van voorarrest, met een proeftijd voor de duur van 3 jaar.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte is in 2021 en in 2022 als medeplichtige betrokken geweest bij het opmaken van valse sampling rapporten. Het betroffen rapporten van monsternemingen van olie aanwezig in opslagtanks op het haventerrein van Shell. De verdachte was bij deze monsternemingen aanwezig in de hoedanigheid van SGS medewerker, terwijl hij daartoe van zijn werkgever geen opdracht had gekregen en niet bevoegd was om deze monsternemingen te verrichten.
Dit is een zeer kwalijk feit. Niet alleen is hij er financieel beter van geworden, het tast ook in hoge mate het vertrouwen van de maatschappij in de juistheid van dergelijke rapporten aan. In dit geval gaat het ook om een ernstige ondermijning van het vertrouwen in de logistieke olieketen en het vertrouwen in onder andere Shell en de Haven van Rotterdam. In de handel draait het om betrouwbaarheid van documenten en manipulatie ervan heeft reputatieschade tot gevolg. Dit alles is de verdachte aan te rekenen.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 9 december 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf, maar ook niet tot een lagere straf.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 5 oktober 2022, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van bijna drieënhalf jaar verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden. Daarom heeft dit, zoals ook door de officier van justitie is overwogen, in matigende zin gevolgen voor de op te leggen straf.
Oplegging straffen
Gelet op de ernst van het strafbare feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte is een taakstraf passend. Bij het bepalen van de duur van de taakstraf houdt de rechtbank ook rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd en met de straffen die zij oplegt aan de medeverdachten die daadwerkelijk de valse rapporten hebben opgemaakt. Daarom wordt een taakstraf van 140 uur opgelegd. De dagen die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft gezeten worden hierop in mindering gebracht.
Daarnaast acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van korte duur passend en geboden. Deze voorwaardelijke straf heeft als doel de ernst van het feit te benadrukken en om te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De rechtbank zal de proeftijd bepalen op twee jaar. De rechtbank ziet, rekening houdend met het tijdsverloop in deze zaak, geen bijzondere omstandigheden waarom deze langer zou moeten zijn, zoals door de officier van justitie is gevorderd.
4. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 22c, 22d, 33, 33a, 47, 48, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht.
5. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 1 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 2 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Voorwaardelijke gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van één (1) maand;
bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op twee jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 140 uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur per dag, zodat 134 uur taakstraf moet worden verricht;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 67 dagen.
6. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. M.J.M. van Beckhoven, voorzitter,
en mrs. N. van Esch en L.J.M. Janssen, rechters,
in tegenwoordigheid van M.J. Grootendorst, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 13 maart 2026.
Bijlage 1 – volledige tenlastelegging
De volledige beschuldiging (tenlastelegging) houdt in dat:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [naam 3] in of omstreeks de periode van 21 maart 2021 tot en met 23 mei 2023 te Vlaardingen en/of Zwartsluis en/of ‘s Gravenhage en/of Rotterdam en/of Shell Europoort en/of Shell Pernis, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten (een/meerdere) sampling rapport(en), althans (een) Report of lnspection/Witness Operation, van het bedrijf [bedrijf 2], te weten- 2021-CEIT-001 (25 maart 2021, tanks 3009 en 3010), en/of- 2021-CEIT-002 (31 mei 2021, tank 1234), en/of- 20210716-SHEF en/of 20210716-SHEF and RC (16 juli 2021, tank 3034), en/of- 20210922-SHEF (21 en/of 22 september 2021 en/of 11 oktober 2021, tanks 3015, 3032, 3033 en 3034), en/of- 20210922-SHEF (11 en/of 12 oktober 2021, tanks 3032, 3034, 3039 en 3040), en/of- 20211012-EXPO (11 oktober 2021, tanks 3032, 3034, 3039 en 3040), en/of- 20211012 (11 en/of 12 oktober 2021, tanks 3032, 3034, 3039 en 3040), en/ofvalselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken of heeft vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen door (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid uit de voornoemde rapporten te laten blijken dat een bepaalde hoeveelheid olie van een bepaalde kwaliteit en/of samenstelling en/of prijs te koop zou zijn, althans opgeslagen zou zijn, zulks terwijl deze hoeveelheid nimmer (ter verkoop) aanwezig is geweest en/of de koop onmogelijk was, zulks met het oogmerk om het/de geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 21 maart 2021 tot en met 19 augustus 2022 te Hellevoetsluis en/of Rotterdam en/of Shell Europoort en/of Shell Pernis, althans in Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- zichzelf en/of medeverdachten onbevoegd toegang te (laten) verschaffen tot het terrein van Shell Pernis en/of Shell Europoort te Rotterdam;- zichzelf en/of medeverdachten te doen voorkomen als (een) betrouwbare en integere rapporteur(s) en/of verkoper en/of (in bedrijfskleding geklede) expert(s) en/of bevoegd tot het uitvoeren van samplings van (olie)tanks;- aldaar onbevoegd (vermeende) samplings, althans monsternames, van (opslag)tanks uit te (laten) voeren;- deze (vermeende) samplings, althans monsternames, onjuist af te (laten) nemen;- (een) video(beelden) te (laten) maken van de (vermeende) sampling bij tank 1234 ter onderbouwing van de echtheid van sampling rapport 2021-CEIT-002;- foto’s te (laten) maken van (vermeende) samplings en/of de betreffende tank(s) en/of de samplingflessen met een krant en/of die foto’s toe te (laten) voegen aan een sampling rapport;- in het/de sampling rapport(en) te (laten) rapporteren dat de sampling door een SGS-medewerker uitgevoerd werd, terwijl SGS hiervoor geen opdracht heeft gegeven.