Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-292175-21
Datum uitspraak: 13 maart 2026
Datum zitting: 10 en 12 februari 2026 en 13 maart 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1971 in [geboorteplaats]
ingeschreven de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. R.P.A. Kint.
Officier van justitie: mr. B. Lijnse.
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor het meermalen medeplegen van valsheid in geschrift door het opmaken van meerdere valse rapporten van monsternemingen van olie aanwezig in opslagtanks op het haventerrein. Er is nooit toestemming gegeven aan de verdachte om het terrein te betreden en daar monsternemingen uit te (laten) voeren. De rechtbank komt tot de conclusie dat niet bewezen kan worden verklaard dat de verdachte met het opstellen en verstrekken van deze valse rapporten het oogmerk had om de in de tenlastelegging genoemde aangever op te lichten of te bewegen tot het doen van een betaling.
Leeswijzer
De officier van justitie beschuldigt de verdachte er onder feit 1 van dat hij - samengevat - met medeverdachten heeft geprobeerd een koper te bewegen tot de aanschaf van een grote hoeveelheid olie die in werkelijkheid niet beschikbaar was (ook wel storage spoofing genoemd), dan wel dat hij, subsidiair, acquisitiefraude heeft gepleegd. Onder feit 2 wordt hij ervan beschuldigd dat hij valse sampling rapporten heeft opgemaakt en afgeleverd, waarin in strijd met de waarheid werd gerapporteerd en waarvan de verdachte wist dat deze als echt en onvervalst zouden worden gebruikt. Daarnaast onder feit 3 dat de verdachte op meerdere momenten onbevoegd aanwezig was op het haventerrein van Shell. De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1.
De beschuldiging is voor een deel bewezen. De bewezenverklaring, de motivering daarvan en de bespreking van de bewijsverweren en de argumenten die tot vrijspraak hebben geleid staan in hoofdstuk 1. Een overzicht van de bewijsmiddelen staat in bijlage 2.
De feiten en de verdachte zijn strafbaar. Deze beslissingen staan in hoofdstuk 2.
De rechtbank legt aan de verdachte een taakstraf op voor de duur van 240 uur en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar.
In hoofdstuk 3 wordt uitgelegd waarom deze straffen worden opgelegd.
In hoofdstuk 4 staat de beslissing over de inbeslaggenomen goederen en in hoofdstuk 5 de wettelijke voorschriften.
In hoofdstuk 6 staan alle beslissingen in het kort.
1. Vrijspraak feit 1 en bewijs feit 2
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten 1 primair, 2 en 3. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft voor alle feiten vrijspraak bepleit. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak, bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Feit 1 is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
De feiten 2 en 3 zijn wettig en overtuigend bewezen. De verdachte heeft samen met de medeverdachten sampling rapporten vals opgemaakt en voorhanden gehad en afgegeven, terwijl hij wist dat die geschriften bestemd waren voor gebruik als ware deze echt en onvervalst. Daarnaast was hij op 8 april 2022 en 11 juli 2022 onbevoegd aanwezig op het haventerrein van Shell. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 1.3.3.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de in bijlage 2 opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
Bewijsmotivering
Inleiding
Op 2 juni 2021 wordt bij de aangever, het bedrijf [naam bedrijf 1] . (hierna: [naam bedrijf 1] ), een internationale koper en verkoper van bulkgoederen, door [naam bedrijf 2] (hierna: [naam bedrijf 2] ) een partij van 2 miljoen barrels (318 miljoen liter) ruwe olie te koop aangeboden voor een vraagprijs van 155 miljoen Amerikaanse dollar. De partij zou zijn opgeslagen op het terrein van Shell Pernis in de tank met nummer 1234. Bij dit aanbod worden diverse documenten overlegd, waaronder een sampling rapport van het bedrijf [naam bedrijf 3] (hierna: [naam bedrijf 3] ) van 31 mei 2021 (rapport [naam rapport 2] ). [naam bedrijf 3] is het bedrijf van medeverdachte [medeverdachte] .
Eerder, op 28 maart 2021, ontvangt [naam bedrijf 1] een gelijksoortig aanbod tot koop van een partij van 2 miljoen barrels ruwe olie, opgeslagen op het terrein van Shell Europoort in de tanks met nummers 3009 en 3010 namens [naam bedrijf 2] . Hierbij is een sampling rapport van [naam bedrijf 3] overgelegd van 25 maart 2021 (rapport [naam rapport 1] ), opgemaakt door de verdachte voor [naam bedrijf 3] .
Deze rapporten omschrijven dat de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] op 25 maart 2021 en 31 mei 2021 allebei op het terrein van Shell aanwezig waren bij een monsterneming olie uit de genoemde tanks, uitgevoerd door een medewerker van het bedrijf SGS en in aanwezigheid van een medewerker van Shell, genaamd [naam 1] .
Het bedrijf [naam bedrijf 1] doet aangifte van twee pogingen tot oplichting en valsheid in geschrift, omdat de door hen ontvangen sampling rapporten meerdere onvolkomenheden bevatten, de bijgesloten documenten niet authentiek zijn en worden bestempeld als ‘onzin’ documenten, slechts opgesteld met als doel hen op te lichten.
De verdachte heeft verklaard dat hij voornoemde twee sampling rapporten heeft opgemaakt. Daarnaast heeft de verdachte ook alle andere onder feit 2 in de tenlastelegging genoemde sampling rapporten opgesteld en doorgestuurd. Deze rapporten zijn (op gegevensdragers) bij de verdachte en [medeverdachte] aangetroffen.
Verweer onrechtmatig verkregen bewijs (Landeck)
Door de verdediging is onder verwijzing naar het Landeck-arrest het verweer gevoerd dat de uit de telefoon van de medeverdachte [medeverdachte] verkregen Whatsapp-communicatie niet rechtmatig is verkregen en daarom niet voor het bewijs mag worden gebruikt. Gelet op de mate van inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de medeverdachte [medeverdachte] had de rechter-commissaris voor dit onderzoek namelijk toestemming moeten geven en dat is niet gebeurd.
Dit verweer wordt verworpen. De rechtbank is het wel met de verdediging eens dat te voorzien was dat het onderzoek in de telefoon van de medeverdachte [medeverdachte] een meer dan beperkte inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer zou vormen, en dat er daarom voor dit onderzoek voorafgaande toestemming aan de rechter-commissaris had moeten worden gevraagd. Nu die toestemming niet is gevraagd is, anders dan de officier van justitie stelt, wel sprake van een onherstelbaar vormverzuim. Omdat het hier gaat om de telefoon van een medeverdachte en deze telefoon is onderzocht in het voorbereidend onderzoek tegen deze medeverdachte en niet in het voorbereidend onderzoek tegen de verdachte, valt dit vormverzuim in beginsel buiten de reikwijdte van artikel 359a Wetboek van Strafvordering (Sv). Uit vaste jurisprudentie volgt dat toch een rechtsgevolg kan worden verbonden aan een dergelijk vormverzuim als dat vormverzuim van bepalende invloed is geweest op het verloop van het opsporingsonderzoek naar en/of de (verdere) vervolging van de verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit. In deze zaak was het onderzoek aan de telefoon van de medeverdachte van belang in het opsporingsonderzoek tegen de verdachte.
De vraag is vervolgens of en zo ja, welke rechtsgevolgen aan dit vormverzuim moeten worden verbonden. Daarbij kan worden aangesloten bij de maatstaven die worden aangelegd met betrekking tot rechtsgevolgen die worden verbonden aan een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv.
Bewijsuitsluiting kan als rechtsgevolg aan de orde zijn als dat noodzakelijk is om een schending van artikel 6 van het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) te voorkomen, of als er sprake is van een ernstige schending van een strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel, waarbij bewijsuitsluiting noodzakelijk is als rechtsstatelijke waarborg en als middel om te voorkomen dat vergelijkbare vormverzuimen in de toekomst zullen plaatsvinden. Van beide gevallen is in deze zaak geen sprake. Daarbij is van belang dat op het moment van het onderzoek aan de telefoon van de medeverdachte [medeverdachte] het Landeck-arrest nog niet was gewezen en de betekenis van het overtreden vormvoorschrift nog niet (algemeen) bekend was. Er is daarmee geen sprake van een oneerlijk proces of een schending van artikel 6 EVRM. De rechtbank past daarom geen bewijsuitsluiting toe en volstaat met de enkele constatering van het vormverzuim.
Feiten 2 en 3
Verweren van de verdediging
De verdediging heeft niet betwist dat de verdachte de in feit 2 genoemde sampling rapporten heeft opgemaakt. Dat deze rapporten onvolkomenheden bevatten, staat ook niet ter discussie. Echter niet blijkt dat de verdachte het oogmerk had van misleiding. Hij rapporteerde uitsluitend ten behoeve van zijn directe opdrachtgevers en deze wisten om welke informatie het in de kern ging. Voor hen was duidelijk dat andere, mogelijk incorrecte, informatie o.a. voortkwam uit het gebruik van een vast format of een menselijke vergissing. Daarnaast was de verdachte in de veronderstelling dat hij, op het moment dat hij getuige was van een sampling, volledig legaal op het haventerrein aanwezig was.
Oordeel rechtbank
Vast staat dat er in de periode van 25 maart 2021 tot en met 11 juli 2022 in totaal
7 monsternemingen zijn verricht op het terrein van Shell, waarvan door [naam bedrijf 3] sampling rapporten zijn opgemaakt. De verdachte heeft deze rapporten voor [naam bedrijf 3] opgesteld en vervolgens aan [medeverdachte] verstrekt. Door de verdachte is niet betwist dat deze rapporten onjuistheden bevatten. Hij werkte vanuit een format en voor ieder nieuw rapport werd een eerder opgesteld rapport aangepast.
Dat de rapporten onjuistheden bevatten, blijkt onder meer uit het volgende. In de rapporten wordt gesteld dat zowel de verdachte als [medeverdachte] bij de sampling aanwezig waren, terwijl in werkelijkheid telkens maar één van hen daadwerkelijk getuige was van de monsterneming bij de tanks op het terrein van Shell. In een aantal rapporten zijn de tanknummers niet juist weergegeven of niet juist aangepast. Soms wordt gesteld dat het om meerdere tanks gaat, terwijl slechts van één tank een sample is genomen. Ook wordt in meerdere gevallen gerapporteerd dat bij een tank op meerdere punten een monster werd genomen, terwijl dit maar één monsternamepunt betrof. Van twee monsternamen zijn videobeelden beschikbaar. De daarop zichtbare wijze van afname van de monsters die de verdachten hebben waargenomen stemt niet overeen met wat er is gerapporteerd; het is geen running sample, maar een spot sample. Uit niets blijkt dat de verdachten getuigen zijn geweest van ‘flushen’ zoals wel is gerapporteerd. Ook is in het rapport van 31 mei 2021 een fout gemaakt in de locatie waar de olie zich zou bevinden, gerelateerd is dat het op een haventerrein is, terwijl de weergegeven locatie in werkelijkheid een tankstation betreft. In de rapporten is telkens een time sheet opgenomen, waarin wordt gerelateerd wat wanneer heeft plaatsgevonden. Meer dan eens komen de in de rapporten genoemde tijden niet overeen met de tijdstippen genoemd in de analyses van het onderzoekslaboratorium. Op de eerste pagina van elk rapport staat ‘witnessed sampling and measurements’ en onder het kopje ‘measurements’ staat dat de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] allebei bij de meting van de olietank(s) aanwezig waren. Daaruit volgt dat de rapporten niet alleen dienden om de kwaliteit van de inhoud van de olietanks vast te stellen, maar ook om de daarin aanwezige hoeveelheid te meten. Voor deze rapporten moesten de verdachten getuige zijn van het afnemen van de monsters én van het meten van de hoeveelheid olie. Dat daadwerkelijk in het bijzijn van de verdachten de hoeveelheid is gemeten, is niet komen vast te staan. In geen van de aangetroffen video’s of berichten wordt gesproken over ‘gauging’ of op een andere wijze meten. In alle rapporten, op één na, wordt telkens gesteld dat ‘approximated amount of 2 million bbls (barrels) is present on the terminal’. Die hoeveelheid past niet in het aantal in het rapport genoemde tanks.
De verdachten hebben over de omschreven hoeveelheid verklaard dat het niet de bedoeling was van het rapport om vast te stellen dat die hoeveelheid op dat moment in die betreffende tank(s) aanwezig was. De rechtbank acht dit ongeloofwaardig. Gelet op de formulering, motivering en de opbouw van het rapport, heeft dit overduidelijk tevens betrekking op het vaststellen van de (ongeveer) aanwezige hoeveelheid. Dat het niet de bedoeling was om in strijd met de waarheid te rapporteren maar slechts om slordigheden ging, acht de rechtbank ook niet geloofwaardig gezien de veelheid en omvang van de gerapporteerde onjuistheden. Daar komt bij dat het doel van de rapporten juist was om te rapporteren over de kwaliteit en de kwantiteit van de olie. Daar moesten verdachten van getuigen en juist als het over die twee aspecten gaat, zijn er zaken fout opgeschreven in de rapporten. De verdachte was van deze onjuistheden op de hoogte en stuurde de rapporten door aan medeverdachte [medeverdachte] , die ze - al dan niet ongezien - vervolgens doorstuurde aan de opdrachtgever. De rapporten met genoemde onjuistheden waren dan ook bedoeld om als echt en onvervalst te worden gebruikt en de verdachte wist dat.
Naast deze genoemde onjuistheden in de rapporten, is door meerdere getuigen bevestigd dat de door de verdachte gehanteerde werkwijze ongebruikelijk is. Zo volgt uit de getuigenverklaringen dat monsterneming op de genoemde plekken, tijden en bij die betreffende tanks opmerkelijk is. Verklaard is dat de olie aanwezig op het terrein van Shell slechts bestemd is voor eigen gebruik en niet bestemd is voor de verkoop. Shell voert zelf monsternemingen uit en in uitzonderlijke gevallen wordt dit door het bedrijf SGS gedaan. Ook is verklaard dat een analyse voor ruwe olie niet gangbaar is, maar als het al plaatsvindt, dat Shell dan zelf een analyse doet. Daar komt bij dat Shell en SGS nooit toestemming hebben gegeven aan de verdachte om het terrein te betreden en daar monsternemingen uit te (laten) voeren. Bovendien is de inhoud van één van de tanks een dag eerder door Shell zelf geanalyseerd en de waardes die toen zijn gerapporteerd wijken sterk af van de waardes die zijn opgenomen in het rapport van [naam bedrijf 3] , waaruit wordt geconcludeerd dat dit dus niet conform de waarheid is. Tenslotte is door meerdere getuigen omschreven dat de wijze van rapporteren en de wijze van monsterneming, zoals bijvoorbeeld het op video vastleggen ervan en het fotograferen van de tanks en de monsterflessen met een krant, geheel niet overeenkomt met de gangbare praktijk.
Medeplegen
De rechtbank is van oordeel dat tussen de verdachten [verdachte] en [medeverdachte] een zodanige nauwe en bewuste samenwerking bestond met betrekking tot het opstellen van de rapportages, dat er sprake is van medeplegen. Uit de bewijsmiddelen en de daarin opgenomen berichten blijkt dat de verdachten elkaar afwisselden als het ging om de aanwezigheid bij de monsterneming. Zij hadden over en weer veelvuldig en intensief contact over de inhoud van de rapportages, het eventueel aanpassen ervan, de daarbij te gebruiken foto’s en sampling analyses en het zetten van (valse) handtekeningen. Daaruit blijkt dat zij tezamen en in vereniging bezig waren met het in strijd met de waarheid rapporteren.
Onbevoegd op het haventerrein
De verdachte was op 8 april 2022 en op 11 juli 2022 niet op het Shell terrein om gewone werkzaamheden uit te voeren, maar om valse rapporten op te stellen. Dat betekent dat hij die dagen onbevoegd, dus wederrechtelijk, op het haventerrein van Shell aanwezig was. Het verweer van de verdediging dat de verdachte in de veronderstelling was dat hij legaal op het haventerrein aanwezig was, wordt verworpen.
Conclusie feiten 2 en 3
De rechtbank concludeert dat, al het voorgaande in onderling verband en samenhang bezien, de verdachten [verdachte] en [medeverdachte] rapporten hebben opgemaakt die in strijd waren met wat zij hebben gezien en waargenomen en dus dat zij valsheid in geschrifte hebben gepleegd.
De feiten zijn wettig en overtuigend bewezen. De verweren worden verworpen.
Feit 1
Vrijspraak poging tot oplichting
In feit 1 wordt de verdachte verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de oplichting van [naam bedrijf 1] dan wel acquisitiefraude. De verdachte heeft weliswaar in vereniging valse rapporten opgemaakt, waarvan aannemelijk is dat het de bedoeling was dat de opdrachtgever deze zou gebruiken bij de handel in olie en om daarmee een valse voorstelling van zaken te geven. De tenlastelegging ziet echter expliciet op de poging tot oplichting van het bedrijf [naam bedrijf 1] met de rapporten van [naam bedrijf 3] van 25 maart 2021 (rapport [naam rapport 1] ) en 31 mei 2021 (rapport [naam rapport 2] ). Op het moment dat [naam bedrijf 1] deze rapporten en de daarbij behorende andere documenten van [naam bedrijf 2] ontving, was voor [naam bedrijf 1] snel duidelijk dat het niet klopte. De verdachte en [medeverdachte] hebben gerapporteerd aan [naam bedrijf 2] en het bedrijf van [naam bedrijf 2] heeft voor de onderbouwing van de verkoop van een (niet bestaande) partij olie aan [naam bedrijf 1] onder meer deze rapporten ingebracht. Op basis van de inhoud van het dossier kan echter niet wettig en overtuigend bewezen worden dat de verdachten met het opstellen en verstrekken van deze valse rapporten het oogmerk hadden om het bedrijf [naam bedrijf 1] op te lichten of medewerkers [persoon A] en [persoon B] van [naam bedrijf 1] te bewegen tot het doen van een betaling. Het dossier bevat daarvoor onvoldoende bewijs, geen enkele communicatie tussen verdachte en [medeverdachte] over [naam bedrijf 1] , met [naam bedrijf 2] over [naam bedrijf 1] of richting [naam bedrijf 1] . Het telefoontje van [naam bedrijf 1] met [medeverdachte] op 2 juni 2021, nadat zij het rapport van 31 mei 2021 hadden ontvangen (waarvan uit het dossier ook niet volgt dat verdachte daarvan op de hoogte was), maakt dit naar het oordeel van de rechtbank niet anders en is onvoldoende om tot een ander oordeel te komen.
Conclusie feit 1
De verdachte wordt vrijgesproken van de onder 1 tenlastegelegde poging tot oplichting en acquisitiefraude.
Voorwaardelijk verzoek horen getuige [getuige]
De verdediging heeft verzocht dat bij bewezenverklaring van feit 1, de rechtbank nog geen uitspraak doet. De verdediging wenst in dat geval de heer [getuige] als getuige te horen.
De verdachte wordt van dit feit vrijgesproken, waardoor de rechtbank aan de beoordeling van dit verzoek niet meer toekomt.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Feit 2.
hij in de periode van 21 maart 2021 tot en met 5 oktober 2022 te Vlaardingen en/of Zwartsluis en/of ‘s Gravenhage en/of Rotterdam en/of Shell Europoort en/of Shell Pernis, meermalen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten sampling rapporten van het bedrijf [naam bedrijf 3] Nederland, te weten
- [naam rapport 1] (25 maart 2021, tanks 3009 en 3010), en
- [naam rapport 2] 31 mei 2021, tank 1234), en
- [naam rapport 3] en/of [naam rapport 3] and RC (16 juli 2021, tank 3034), en
- [naam rapport 4] (21 en/of 22 september 2021 en/of 11 oktober 2021, tanks 3015, 3032, 3033 en 3034), en
- [naam rapport 4] (11 en/of 12 oktober 2021, tanks 3032, 3034, 3039 en 3040), en
- [naam rapport 5] (11 oktober 2021, tanks 3032, 3034, 3039 en 3040), en
- [naam rapport 6] (11 en/of 12 oktober 2021, tanks 3032, 3034, 3039 en 3040), en
- [naam rapport 7] (8 april 2022, tanks 3040, 3044 en 3045), en
- [naam rapport 8] (11 juli 2022, tanks 3039 en 3040)
A.
valselijk heeft opgemaakt, immers heeft hij, verdachte, telkens valselijk en/of in strijd met de waarheid
- zichzelf en medeverdachten onbevoegd toegang verschaft en/of laten verschaffen tot het terrein van Shell Pernis en Shell Europoort te Rotterdam;
- aldaar onbevoegd (vermeende) samplings van (opslag)tanks uitgevoerd en/of laten uitvoeren;
- deze (vermeende) samplings onjuist afgenomen en/of af laten nemen;
- videobeelden gemaakt en/of laten maken van (vermeende) samplings bij tanks 3009 en 3010 ter onderbouwing van de echtheid van sampling rapport [naam rapport 1] ;
- videobeelden gemaakt en/of laten maken van de (vermeende) sampling bij tank 1234 ter onderbouwing van de echtheid van sampling rapport [naam rapport 2] ;
- foto’s gemaakt en/of laten maken van (vermeende) samplings en de betreffende tank(s) en de samplingflessen met een krant en die foto’s toe te (laten) voegen aan een sampling rapport;
- in het sampling rapport gerapporteerd dat de sampling door een SGS-medewerker uitgevoerd werd, terwijl SGS hiervoor geen opdracht heeft gegeven;
- valse waardes in de sampling rapporten [naam rapport 2] 31 mei 2021, tank 1234) en [naam rapport 4] (21 en/of 22 september 2021, tanks 3015, 3032, 3033 en 3034) gerapporteerd;
- onjuiste opslagcapaciteit van tanks in het sampling rapport gerapporteerd;
- gebruikelijke samplingtechnieken (zoals “flushing” en “gauging”) in het sampling rapport gerapporteerd, ondanks dat deze technieken in werkelijkheid niet uitgevoerd zijn;
- bij en/of ten behoeve van het opmaken van de rapporten gebruik gemaakt en/of laten maken van kennelijk onjuiste documenten met onjuiste stempels en/of handtekeningen (zoals meerdere “Pro-forma invoice”-documenten, “Authority to Verify”-documenten, “Provisional authority to sell and collect”-documenten, “Farm tank on spot sample inspection data pink sheet”-documenten);
zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en door anderen te doen gebruiken;
en
B.
telkens opzettelijk heeft afgeleverd en voorhanden heeft gehad, terwijl verdachte telkens wist dat die geschriften telkens bestemd waren voor gebruik als ware deze echt en onvervalst; bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat uit de voornoemde rapporten zou moeten blijken dat een bepaalde hoeveelheid olie van een bepaalde kwaliteit en samenstelling te koop zou zijn, althans opgeslagen zou zijn, zulks terwijl deze hoeveelheid nimmer aanwezig is geweest en de koop onmogelijk was, en bestaande dat afleveren en voorhanden hebben er telkens hierin dat verdachte en medeverdachte(n) voornoemde sampling rapporten op gegevensdragers heeft opgeslagen en heeft bewerkt en (op papier) voorhanden heeft gehad en heeft verstuurd en heeft ontvangen en (op papier) heeft overgedragen;
Feit 3
hij op 8 april 2022 en op 11 juli 2022 te Rotterdam wederrechtelijk heeft verbleven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag en/of overslag van goederen, te weten Shell Europoort.
2. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 2
medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd
en
medeplegen van opzettelijk een geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, afleveren en/of voorhanden hebben, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.
Feit 3
wederrechtelijk verblijven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag of overslag van goederen, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
3. Straffen
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten 1 primair, 2 en 3 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan
8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Daarnaast vordert de officier van justitie de ontzetting uit het recht tot uitoefening van het beroep van Surveyor (inspecteur/controleur) voor de duur van vijf jaar. Ten aanzien van de oplichting vordert de officier van justitie de publicatie van het vonnis.
Standpunt van de verdediging
De verdediging verzet zich tegen het opleggen van een beroepsverbod, openbaarmaking van het vonnis en de door de officier van justitie geëiste proeftijd van drie jaar. De feiten dateren van 2021 en 2022 en de verdachte is na zijn aanhouding in oktober 2022 nog jaren in de haven werkzaam geweest.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft samen met anderen in 2021 en 2022 samplingrapporten vals opgemaakt, voorhanden gehad en afgeleverd. Daartoe is de verdachte twee keer ongeoorloofd op het haventerrein aanwezig geweest. Het betroffen rapporten van monsternemingen van olie, aanwezig in opslagtanks op het haventerrein van Shell Pernis of Shell Europoort.
Dit zijn zeer kwalijke feiten. Niet alleen is de verdachte er financieel beter van geworden, het tast ook in hoge mate het vertrouwen van de maatschappij in de juistheid van dergelijke rapporten aan. In dit geval gaat het ook om een ernstige ondermijning van het vertrouwen in de logistieke olieketen en het vertrouwen in onder andere Shell en de Haven van Rotterdam. In de handel draait het om betrouwbaarheid van documenten en manipulatie ervan heeft reputatieschade tot gevolg. Dit alles is de verdachte aan te rekenen.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
De verdachte heeft aangevoerd dat zijn aanhouding en de verdenking van deze feiten in negatieve zin grote gevolgen hebben gehad voor zijn gezin, zijn werk, inkomen en gezondheid.
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 6 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf, maar ook niet tot een lagere straf.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 5 oktober 2022, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van bijna drieënhalf jaar verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden. Daarom heeft dit, zoals ook door de officier van justitie is overwogen, in matigende zin gevolgen voor de op te leggen straf.
Oplegging straffen
De door de rechtbank op te leggen straf is lager dan de eis van de officier van justitie, mede omdat de verdachte van feit 1 wordt vrijgesproken. Gelet op de hiervoor beschreven ernst van de feiten 2 en 3 en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte is een taakstraf van 240 uur passend. De dagen die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft gezeten worden hierop in mindering gebracht.
Daarnaast acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van korte duur passend en geboden. Deze voorwaardelijke straf heeft als doel de ernst van de feiten te benadrukken en om de verdachte er van te weerhouden opnieuw een strafbaar feit te plegen. De rechtbank zal de proeftijd bepalen op twee jaar. De rechtbank ziet, rekening houdend met het tijdsverloop in deze zaak, geen bijzondere omstandigheden waarom deze langer zou moeten zijn zoals door de officier van justitie is gevorderd.
De vrijspraak van de poging tot oplichting maakt dat de rechtbank niet toe komt aan de beoordeling van het door de officier van justitie geëiste beroepsverbod en de daarmee samenhangende publicatie van het vonnis.
4. In beslag genomen voorwerpen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen voorwerpen (een mobiele telefoon Apple IPhone, en drie laptops van het merk/type Apple Macbook Pro, Macbook Air en Macbook Pro) worden verbeurd verklaard.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen standpunt ingenomen.
Oordeel van de rechtbank
Als bijkomende straf voor feit 2 worden de in beslag genomen mobiele telefoon en laptops verbeurd verklaard. Hierbij houdt de rechtbank rekening met de draagkracht van de verdachte. Deze voorwerpen zijn ook vatbaar voor verbeurdverklaring. Deze mobiele telefoon en laptops behoren aan de verdachte toe en het strafbare feit is met behulp hiervan gepleegd.
5. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straffen zijn gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 22c, 22d, 33, 33a, 47, 57, 138aa en 225 van het Wetboek van Strafrecht.
6. Beslissingen
De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 1 primair en feit 1 subsidiair heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 2 en 3, zoals in hoofdstuk 1 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 2 vermelde strafbare;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van drie (3) maanden;
bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op twee jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 240 uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur per dag, zodat 234 uur taakstraf moet worden verricht;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 117 dagen;
In beslag genomen voorwerpen
- verklaart verbeurd voor feit 2:
1 GSM (omschrijving: [beslagnummer 1] , sin AAPL3437NL, Apple Iphone,
chassisnr: [nummer 1] );
7. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. M.J.M. van Beckhoven, voorzitter,
en mrs. N. van Esch en L.J.M. Janssen, rechters,
in tegenwoordigheid van M.J. Grootendorst, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 13 maart 2026.
Bijlage 1 – volledige tenlastelegging
De volledige tenlastelegging (beschuldiging) houdt in dat
Feit 1 primair, poging oplichting hij in of omstreeks de periode van 21 maart 2021 tot en met 3 juni 2021 te Vlaardingen en/of Zwartsluis en/of ‘s Gravenhage en/of Rotterdam en/of Shell Europoort en/of Shell Pernis, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, althans:- zichzelf en/of medeverdachten onbevoegd toegang te (laten) verschaffen tot het terrein van Shell Pernis en/of Shell Europoort te Rotterdam, gekleed in aldaar gebruikelijke werkkleding, en/of- een medeverdachte bewust een valse naam (te laten) gebruik(te)(en), te weten [naam 1] en/of [naam 2] en/of te doen voorkomen dat deze persoon bij Shell werkzaam is, en/of- zichzelf en/of medeverdachten te doen voorkomen als (een) betrouwbare en integere rapporteur(s) en/of verkoper en/of (in bedrijfskleding geklede) expert(s) en/of bevoegd tot het uitvoeren van samplings van (olie)tanks, en/of- onbevoegd en/of op onjuiste wijze (vermeende) samplings uit te (laten) voeren van tanks 3009 en 3010 op het terrein van Shell Europoort op of omstreeks 25 maart 2021 en/of van tank 1234 op het terrein van Shell Pernis op of omstreeks 31 mei2021, en/of het hierbij (laten) maken van foto’s van de betreffende samplings, en/of- valse en/of vervalste sampling rapporten op te (laten) maken met nummer [naam rapport 1] (opgemaakt op of omstreeks 25 maart 2021) en/of nummer [naam rapport 2] opgemaakt op of omstreeks 31 mei 2021), en/of het hierbij (laten) voegen van foto’s van de betreffende samplings, en/of- de valselijk opgemaakte sampling rapporten met nummer [naam rapport 1] (opgemaakt op of omstreeks 25 maart 2021) en/of nummer [naam rapport 2] opgemaakt op of omstreeks 31 mei 2021) toe te (laten) sturen aan [naam bedrijf 1] ( [naam bedrijf 1] ) en/of (hierin) ten onrechte te (laten) stellen dat 2 miljoen barrels olie (ter verkoop) beschikbaar zijn in betreffende tank(s), en/of- het (laten) verstrekken aan [naam bedrijf 1] , althans (laten) opnemen, van (een) video(beelden) van (vermeende) samplings bij tanks 3009 en 3010 op het terrein van Shell Europoort op of omstreeks 25 maart 2021 ter onderbouwing van de echtheidvan sampling rapport [naam rapport 1] , en/of- het (laten) verstrekken aan [naam bedrijf 1] , althans (laten) opnemen, van (een) video(beelden) van een vermeende sampling bij tank 1234 op het terrein van Shell Pernis op of omstreeks 31 mei 2021 ter onderbouwing van de echtheid van samplingrapport [naam rapport 2] , en/of- het (laten) verzenden van kennelijk onjuiste documenten (met onjuiste stempels) (zoals “Pro-forma invoice” van CIET aan [naam bedrijf 1] (28 maart 2021), “Authority to Verify” van [persoon C] aan [persoon B] (28 maart 2021), “Farm tank on spot sampleinspection data pink sheet” (25 maart 2021), “Certificate of Authenticity” van NNPC (26 maart 2021), “Provisional authority to sell and collect” van NNPC aan [persoon C] (26 maart 2021)) ter onderbouwing van de echtheid van sampling rapport[naam rapport 1] en/of de aanwezigheid van 2 miljoen barrels olie (ter verkoop), en/of- het (laten) voeren van een telefoongesprek en/of het (laten) verzenden van (Whatsapp)berichten en/of het (laten) verzenden van kennelijk onjuiste documenten (met onjuiste stempels) (zoals “Authority to Verify” van NNPC aan [persoon C] (26 maart 2020), “Provisional authority to sell and collect” van NNPC aan [persoon C] (2 juni 2021), “Farm tank on spot sample inspection data pink sheet” (31 mei 2021), “Authority to Verify” van [persoon C] aan [persoon B] (2 juni 2021), “Pro-forma invoice” van [naam bedrijf 2] aan [naam bedrijf 1] (2 juni 2021)) ter onderbouwing van de echtheid van sampling rapport [naam rapport 2] en/of de aanwezigheid van 2 miljoen barrels olie (ter verkoop),[naam bedrijf 1] . ( [naam bedrijf 1] ), althans [persoon A] en/of [persoon B] , te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten te bewegen tot de afgifte van (een) geldbedrag(en) van ten minste $155.000.000,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Feit 1 subsidiair, acquisitiefraude hij in of omstreeks de periode van 21 maart 2021 tot en met 3 juni 2021 te Vlaardingen en/of Zwartsluis en/of ‘s Gravenhage en/of Rotterdam en/of Shell Europoort en/of Shell Pernis, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen (enige) bedrieglijke handeling(en) heeft gepleegd tot misleiding, te weten:- zichzelf en/of medeverdachten onbevoegd toegang verschaft en/of laten verschaffen tot het terrein van Shell Pernis en/of Shell Europoort te Rotterdam, gekleed in aldaar gebruikelijke werkkleding, en/of- een medeverdachte bewust een valse naam laten gebruiken, te weten [naam 1] en/of [naam 2] en/of (laten) doen voorkomen dat deze persoon bij Shell werkzaam is, en/of- zichzelf en/of medeverdachten (laten) doen voorkomen als (een) betrouwbare en integere rapporteur(s) en/of verkoper en/of (in bedrijfskleding geklede) expert(s) en/of bevoegd tot het uitvoeren van samplings van (olie)tanks, en/of- onbevoegd en/of op onjuiste wijze (vermeende) samplings uitgevoerd en/of uit laten voeren van tanks 3009 en 3010 op het terrein van Shell Europoort op of omstreeks 25 maart 2021 en/of van tank 1234 op het terrein van Shell Pernis op ofomstreeks 31 mei 2021, en/of hierbij foto’s van de betreffende samplings gemaakt en/of laten maken, en/of- valse en/of vervalste sampling rapporten opgemaakt en/of laten maken met nummer [naam rapport 1] (opgemaakt op of omstreeks 25 maart 2021) en/of nummer [naam rapport 2] opgemaakt op of omstreeks 31 mei 2021), en/of hierbij foto’s van de betreffende samplings gevoegd en/of laten voegen, en/of- de valselijk opgemaakte sampling rapporten met nummer [naam rapport 1] (opgemaakt op of omstreeks 25 maart 2021) en/of nummer [naam rapport 2] opgemaakt op of omstreeks 31 mei 2021) toegestuurd en/of toe laten sturen aan [naam bedrijf 1] . ( [naam bedrijf 1] ) en/of (hierin) ten onrechte gesteld en/of laten stellen dat 2 miljoen barrels olie (ter verkoop) beschikbaar zijn in betreffende tank(s), en/of- (een) video(beelden) van (vermeende) samplings op of omstreeks 25 maart 2021 bij tanks 3009 en 3010 op het terrein van Shell Europoort ter onderbouwing van de echtheid van sampling rapport [naam rapport 1] verstrekt en/of laten verstrekken aan[naam bedrijf 1] , althans opgenomen en/of laten opnemen, en/of- (een) video(beelden) van een (vermeende) sampling op of omstreeks 31 mei 2021 bij tank 1234 op het terrein van Shell Pernis ter onderbouwing van de echtheid van sampling rapport [naam rapport 2] verstrekt en/of laten verstrekken aan [naam bedrijf 1] , althans opgenomen en/of laten opnemen, en/of- kennelijk onjuiste documenten (met onjuiste stempels) (zoals “Pro-forma invoice” van [naam bedrijf 1] aan [naam bedrijf 1] (28 maart 2021), “Authority to Verify” van [persoon C] aan [persoon B] (28 maart 2021), “Farm tank on spot sample inspection data pink sheet” (25 maart 2021), “Certificate of Authenticity” van NNPC (26 maart 2021), “Provisional authority to sell and collect” van NNPC aan [persoon C] (26 maart 2021)) verzonden en/of laten verzenden ter onderbouwing van de echtheid van samplingrapport [naam rapport 1] en/of de aanwezigheid van 2 miljoen barrels olie (ter verkoop), en/of- een telefoongesprek gevoerd en/of laten voeren, en/of (Whatsapp)berichten verzonden en/of laten verzenden, en/of kennelijk onjuiste documenten (met onjuiste stempels) (zoals “Authority to Verify” van NNPC aan [persoon C] (26maart 2020), “Provisional authority to sell and collect” van NNPC aan [persoon C] (2 juni 2021), “Farm tank on spot sample inspection data pink sheet” (31 mei 2021), “Authority to Verify” van [persoon C] aan [persoon B] (2 juni 2021), “Pro-formainvoice” van [naam bedrijf 1] aan [naam bedrijf 1] (2 juni 2021)) verzonden en/of laten verzenden ter onderbouwing van de echtheid van sampling rapport [naam rapport 2] en/of de aanwezigheid van 2 miljoen barrels olie (ter verkoop),teneinde een ander die handelde in de uitoefening van een beroep, bedrijf en/of organisatie, te weten [persoon A] en/of [persoon B] , te bewegen tot het doen van een betaling;
Feit 2 valsheid in geschrifte hij in of omstreeks de periode van 21 maart 2021 tot en met 5 oktober 2022 te Vlaardingen en/of Zwartsluis en/of ‘s Gravenhage en/of Rotterdam en/of Shell Europoort en/of Shell Pernis, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten (een/meerdere) sampling rapport(en), althans (een) Report of lnspection/Witness Operation, van het bedrijf [naam bedrijf 3] Nederland, te weten- [naam rapport 1] (25 maart 2021, tanks 3009 en 3010), en/of- [naam rapport 2] 31 mei 2021, tank 1234), en/of- [naam rapport 3] en/of [naam rapport 3] and RC (16 juli 2021, tank 3034), en/of- [naam rapport 4] (21 en/of 22 september 2021 en/of 11 oktober 2021, tanks 3015, 3032, 3033 en 3034), en/of- [naam rapport 4] (11 en/of 12 oktober 2021, tanks 3032, 3034, 3039 en 3040), en/of- [naam rapport 5] (11 oktober 2021, tanks 3032, 3034, 3039 en 3040), en/of- [naam rapport 6] (11 en/of 12 oktober 2021, tanks 3032, 3034, 3039 en 3040), en/of- [naam rapport 7] (8 april 2022, tanks 3040, 3044 en 3045), en/of- [naam rapport 8] (11 juli 2022, tanks 3039 en 3040) en/of documenten ter verificatie seals van 15-09-2022 en 21-09-2022A.valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken of heeft vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, immers heeft hij, verdachte, (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid- zichzelf en/of medeverdachten onbevoegd toegang verschaft en/of laten verschaffen tot het terrein van Shell Pernis en/of Shell Europoort te Rotterdam;- aldaar onbevoegd (vermeende) samplings, althans monsternames, van (opslag)tanks uitgevoerd en/of laten uitvoeren;- deze (vermeende) samplings, althans monsternames, onjuist afgenomen en/of af laten nemen;- (een) video(beelden) gemaakt en/of laten maken van (vermeende) samplings bij tanks 3009 en 3010 ter onderbouwing van de echtheid van sampling rapport [naam rapport 1] ;- (een) video(beelden) gemaakt en/of laten maken van de (vermeende) sampling bij tank 1234 ter onderbouwing van de echtheid van sampling rapport [naam rapport 2] ;
- Foto’s gemaakt en/of laten maken van (vermeende) samplings en/of de betreffende tank(s) en/of de samplingflessen met een krant en/of die foto’s toe te (laten) voegen aan een sampling rapport;- in het sampling rapport gerapporteerd en/of laten rapporteren dat de sampling door een SGS-medewerker uitgevoerd werd, terwijl SGS hiervoor geen opdracht heeft gegeven;- valse waardes in de sampling rapporten [naam rapport 2] 31 mei 2021, tank 1234) en [naam rapport 4] (21 en/of 22 september 2021, tanks 3015, 3032, 3033 en 3034) gerapporteerd en/of laten rapporteren, althans afwijkende zoutgehaltes,watergehaltes, temperaturen en niveaus te (laten) benoemen dan zich in en/of van de desbetreffende olie bevonden;- onjuiste opslagcapaciteit van tanks in het sampling rapport gerapporteerd en/of laten rapporteren;- gebruikelijke samplingtechnieken (zoals “flushing” en “gauging”) in het sampling rapport gerapporteerd en/of laten rapporteren, ondanks dat deze technieken in werkelijkheid niet uitgevoerd zijn;- bij en/of ten behoeve van het opmaken van de rapporten gebruik gemaakt en/of laten maken van kennelijk onjuiste documenten met onjuiste stempels en/of handtekeningen (zoals meerdere “Pro-forma invoice”-documenten, “Authority to Verify”-documenten, “Provisional authority to sell and collect”-documenten, “Farm tank on spot sample inspection data pink sheet”-documenten);zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken;en/ofB.(telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van en/of heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad, terwijl verdachte (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden, dat die/dat geschrift(en) (telkens) bestemd was/waren voor gebruik als ware deze echt en onvervalst;bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat uit de voornoemde rapporten zou moeten blijken dat een bepaalde hoeveelheid olie van een bepaalde kwaliteit en/of samenstelling en/of prijs te koop zou zijn, althans opgeslagen zou zijn, zulks terwijl deze hoeveelheid nimmer (ter verkoop) aanwezig is geweest en/of de koop onmogelijk was,en bestaande dat gebruikmaken en/of afleveren en/of voorhanden hebben er (telkens) hierin dat verdachte en/of (een) medeverdachte(n) (de) voornoemd(e) sampling rapport(en) op (een) gegevensdrager(s) heeft opgeslagen en/of heeft bewerkt en/of (op papier) voorhanden heeft gehad en/of heeft verstuurd en/of heeft ontvangen en/of (op papier) heeft overgedragen;
Feit 3, onbevoegde aanwezigheid haventerrein hij in of omstreeks de periode van 8 april 2022 tot en met 21 september 2022 te Rotterdam, althans in Nederland, wederrechtelijk heeft verbleven op een in een haven, luchthaven en/of spoorwegemplacement gelegen besloten plaats voor distributie, opslag en/of overslag van goederen, te weten Shell Europoort; terwijl hij, verdachte, zich de toegang heeft verschaft en/of laten verschaffen tot die besloten plaats door middel van een valse order en/of een vals kostuum en/of een valse of niet aan hem, verdachte, toebehorende toegangspas en/of een valse hoedanigheid en/of misleiding van een persoon, belast met de bewaking van die plaats.
Bijlage 2 – Bewijsmiddelen niet gepubliceerd