Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer voor verschoningszaken
Zaaknummer / rekestnummer : C/10/714634 / HA RK 26-109
Beslissing van 12 februari 2026
op het verzoek van:
mr. Th. Veling,
rechter in de rechtbank Rotterdam, team Handel en haven (hierna: de rechter),
ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de zaak van:
[eiseres] ,
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
hierna: eiseres,
procesadvocaat: mr. A.N. Faber,
tegen
[gedaagde] .,
gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
hierna: gedaagde,
procesadvocaat: mr. P.M. Vos.
1. Het procesverloop en de processtukken
Bij de rechter is in behandeling het kort geding tussen eiseres en gedaagde met het kenmerk C/10/714460 / KG ZA 26-117. De mondelinge behandeling van de zaak is gepland op 5 maart 2026.
Op 9 februari 2026 heeft de rechter een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.
Aan de verschoningskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven procedure.
2. Het verzoek
Ter adstructie van het verzoek om verschoning heeft de rechter het volgende – samengevat weergegeven – aangevoerd:
De rechter is bevriend met een van de advocaten van eiseres, te weten mr. R.R. Verkerk. De rechter voelt zich hierdoor niet vrij om als rechter op te treden in het voorliggende kort geding.
3. De beoordeling
Verschoning is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
Aan de door de rechter aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter – subjectief – niet onpartijdig is.
Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden – objectief – gerechtvaardigd is.
De door de rechter aangevoerde omstandigheid, in samenhang met het gegeven dat de rechter daarin aanleiding heeft gevonden zelf een verzoek in te dienen zich te mogen verschonen van de verdere behandeling van de zaak, levert naar het oordeel van de rechtbank een zwaarwegende aanwijzing als hiervoor onder 3.3 bedoeld op.
Het verzoek wordt om deze reden toegewezen.
4. De beslissing
De rechtbank:
- wijst toe het verzoek van mr. Th. Veling zich in de onder 1.1 genoemde procedure te mogen verschonen.
Deze beslissing is gegeven door mrs. A.J.P. van Essen, voorzitter, J. van den Bos en W.J. de Veld, rechters, en door de voorzitter en de griffier ondertekend op
12 februari 2026.