Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 18 februari 2026
afwijzen gedwongen schuldregeling
in de zaak van:
[verzoeker] ,
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats] ,
verzoeker.
1. De procedure
Verzoeker heeft op 14 oktober 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a lid 1 Faillissementswet ingediend om een drietal schuldeisers, te weten:
die weigeren mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Woonstad heeft voorafgaand aan de zitting, op 25 november 2025, een verweerschrift ingediend. Woonstad heeft in haar verweerschrift aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.
Happy Italy heeft voorafgaande aan de zitting, bij bericht van 26 november 2025, te kennen gegeven geen vordering meer te hebben jegens verzoeker. Het verzoek ten aanzien van Happy Italy wordt derhalve als ingetrokken beschouwd.
Verzoeker is op 27 oktober 2025 opgeroepen om op 27 november 2025 ter zitting te verschijnen. Verzoeker is toen, zonder opgaaf van reden, niet ter zitting verschenen.
Verzoeker is vervolgens op 2 december 2025 opgeroepen om op 27 januari 2026 ter zitting te verschijnen. Ter zitting van 27 januari 2026 zijn verschenen en gehoord:
Sunshine is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Namens verzoeker zijn op 28 januari 2026 aan de rechtbank aanvullende stukken overgelegd.
De rechtbank heeft verzoeker in de gelegenheid gesteld om aanvullende stukken aan te leveren. De rechtbank heeft partijen daarvoor op 28 januari 2026 een brief gestuurd.
Namens verzoeker zijn op 9 februari 2026 aan de rechtbank aanvullende stukken overgelegd.
De uitspraak is bepaald op heden.
2. Het verzoek
Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift zestien schuldeisers, waarvan één preferente schuldeiser met twee vorderingen en vijftien concurrente schuldeisers met negentien vorderingen. Deze schuldeisers hebben volgens het verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling in totaal een bedrag van € 25.423,43 van verzoeker te vorderen. Verzoeker heeft bij brief van 20 juni 2025 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, inhoudende een betaling van 0,123% aan de preferente schuldeisers en 0,062% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting. Ten tijde van de aanbodbrief betrof de totale schuldenlast € 24.790,69.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoeker is gebaseerd op zijn WW-uitkering. Daarnaast is verzoeker volgens de aanbodbrief aan het solliciteren. De aangeboden regeling voorziet in uitkering van een prognosepercentage. Dat betekent dat de afloscapaciteit eventueel nog hoger of nog lager zal kunnen uitvallen.
Ter zitting is aanvullend verklaard dat verzoeker inmiddels een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet. Daarnaast ontvangt hij toeslagen. De betaling van de huur is een periode misgegaan, omdat verzoeker zelf de toeslagen ontving. Inmiddels is, sinds december 2025, sprake van beschermingsbewind. De beschermingsbewindvoerder ontvangt zowel de uitkering als de toeslagen, daarmee is de betaling van de lopende verplichtingen gewaarborgd. Verder heeft verzoeker ter zitting verklaard op dit moment niet te kunnen werken, wegens mentale klachten. In dat kader heeft verzoeker na de zitting diverse (medische) stukken aangeleverd. Schuldhulpverlening heeft in haar bericht van 9 februari 2026 verklaard dat er (nog) geen ontheffing is van de sollicitatieverplichting.
Dertien schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Eén schuldeiser (Happy Italy) heeft aangegeven geen vordering meer te hebben. Woonstad en Sunshine stemmen niet met de aangeboden schuldregeling in. Woonstad heeft volgens het verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een vordering van € 6.806,20 op verzoeker. Sunshine heeft een vordering van € 3.944,46 op verzoeker.
3. Het verweer
Sunshine
In de contacten met schuldhulpverlening heeft Sunshine te kennen gegeven het aangeboden bedrag te laag te vinden. Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft Sunshine geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten ter zitting toe te lichten.
Woonstad
In de contacten met schuldhulpverlening heeft Woonstad te kennen gegeven dat zij hun eerdere akkoord hebben ingetrokken. Er zijn namelijk nieuwe achterstanden ontstaan ten aanzien van de lopende huurtermijnen. Verder heeft Woonstad in haar verweerschrift aangegeven dat zij in deze zaak in redelijkheid tot het onthouden van instemming kan komen. De achterstand is inmiddels opgelopen tot € 9.259,20. Onder die omstandigheid hoeft Woonstad niet in te stemmen met een aanbod over een bedrag dat veel te laag is vastgesteld. Verder valt niet in te zien dat verzoeker niet meer zou gaan verdienen, al dan niet een hoger aanbod kan doen zodra hij weer is toegetreden tot de arbeidsmarkt. Het is namelijk niet onaannemelijk dat verzoeker in de (nabije) toekomst een baan zal vinden, waarmee hij meer inkomsten verwerft dan hij op dit moment ontvangt.
4. De beoordeling
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Woonstad en Sunshine bij hun weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Woonstad en Sunshine in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt.
De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat moet worden geacht. Bovendien is niet aangetoond dat verzoeker zich tot het uiterste heeft ingespannen om het maximaal haalbare voor zijn schuldeisers te bewerkstelligen. Het aanbod betreft een prognose-aanbod gebaseerd op de inkomsten uit hoofde van een WW-uitkering. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is onvoldoende duidelijk geworden dat verzoeker niet in staat zou zijn om (minimaal) 36 uur per week te werken. Verzoeker heeft weliswaar na de zitting medische stukken overgelegd, maar daaruit volgt niet dat hij op dit moment onverminderd arbeidsongeschikt is, dan wel in de afgelopen periode onverminderd arbeidsongeschikt is geweest. De rechtbank kan dus niet zonder meer vaststellen dat de huidige afloscapaciteit van verzoeker blijvend is. Verzoeker heeft ook niet (aantoonbaar) gesolliciteerd naar dienstbetrekkingen.
De rechtbank heeft verder in haar beoordeling betrokken dat het aanbod waar de andere schuldeisers mee akkoord zijn gegaan – kennelijk – inmiddels afwijkt wat betreft de hoogte van de schuldenlast van hetgeen in de aanbiedingsbrief staat. De vordering aan Woonstad is namelijk opgelopen van € 6.806,20 tot € 9.259,20. Weliswaar is sprake van een prognose-aanbod, maar de rechtbank is van oordeel dat de schuldeisers, en in het bijzonder Woonstad, er geen rekening mee hoefden te houden dat het uiteindelijke resultaat lager zou worden doordat de schuldenlast is toegenomen.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de belangen van Woonstad en Sunshine als weigerende schuldeisers zwaarder wegen dan die van verzoeker of de overige schuldeisers. Het verzoek om Woonstad en Sunshine te bevelen in te stemmen met de door verzoeker aangeboden schuldregeling wordt daarom afgewezen.
De rechtbank zal bij afzonderlijke beslissing op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling beslissen.
5. De beslissing
De rechtbank:
- wijst af het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Roos-van Toor, rechter, en in aanwezigheid van mr. T.M.M. de Laat, griffier, in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.